Neanderthalers doken naar schelpen

Neanderthalers doken naar schelpen

Toen een groep Neanderthalers bijna 100.000 jaar geleden geen stenen hadden om snijwerktuigen van te maken, besloten ze op zoek te gaan naar een alternatief materiaal – schelpen.

Toen een groep Neanderthalers bijna 100.000 jaar geleden geen stenen hadden om snijwerktuigen van te maken, besloten ze op zoek te gaan naar een alternatief materiaal – schelpen.

Villa et al. 2020

De Neanderthaler zwom en dook in zee. Dat concluderen archeologen na een grondig onderzoek van schelpen waar Neanderthalers zo’n 90.000 jaar geleden werktuigen van maakten.

Want veel duidt erop dat een deel van de schelpen levend van de zeebodem is gevist.

Schelpen kwamen niet van het strand

Tot dusver heeft de wetenschap geen harde bewijzen kunnen vinden dat de Neanderthalers konden zwemmen.

Maar toen een internationaal onderzoeksteam 171 schelpen onderzocht die 70 jaar geleden werden opgegraven in de Moscerini-grot in het westen van Italië, kwamen ze op een idee.

De schelpen, die allemaal van het weekdier Callista komen, werden door de Neanderthalers gebruikt als werktuig om iets af te schrapen. Maar met de microscoop zagen de onderzoekers belangrijke verschillen.

Een kwart van de schelpen had een gladder oppervlak en was doorzichtiger. Wanneer deze schelpen aan land spoelen, krijgen ze hun kenmerkende ribbels, en die ontbraken – ze zijn dus niet van het strand geraapt.

Neanderthalers doken naar schelpen

De Neanderthalers haalden Callista-schelpen van de zeebodem. Hier is duidelijk te zien dat de randen van de schelpen werden bijgewerkt om ze te scherpen.

© Villa et al., 2020

Een duik tot misschien wel 4 meter

De onderzoekers houden het erop dat de Neanderthalers de weekdieren uit zee moeten hebben gehaald.

‘Om schelpen van de zeebodem te rapen moet je de zee in, en vaak ook duiken op laag water,’ schrijven de wetenschappers in hun onderzoek.

Volgens archeoloog Paola Villa, de hoofdauteur van het verslag, kunnen de Neanderthalers wel 4 meter hebben gedoken om de schelpen te pakken te krijgen.

De conclusie van het onderzoek wordt ondersteund door een eerder onderzoek uit 2019. Daaruit bleek dat veel Neanderthalers last hadden van exostose – botverdikking – in het oor, wat het gevolg kan zijn van een langdurig verblijf in en onder het water.