Melk, Tollense, bronstijd

Krijgers uit de bronstijd konden niet tegen melk

Botten van een van de grootste veldslagen van de bronstijd geven nieuw inzicht in hoe Europeanen dierlijke melk leerden drinken.

Botten van een van de grootste veldslagen van de bronstijd geven nieuw inzicht in hoe Europeanen dierlijke melk leerden drinken.

Claus Lunau/Historie & Niels-Peter Granzow Busch/Historie & Shutterstock

Wanneer gingen de Europeanen melk drinken van hun koeien, paarden en geiten? Die vraag probeert de universiteit van Mainz te beantwoorden. De Duitse onderzoekers pluizen het DNA uit van krijgers die bij de grote Slag aan de Tollense, circa 3270 jaar geleden, zijn gesneuveld.

Bij de veldslag, die zo’n 50 kilometer van de Oostzee plaatsvond, nabij de Poolse grens, kwamen zeker 130 jonge mannen om. Hun botten zijn nu een goudmijn voor wetenschappers.

HISTORIA is al eens in de Slag aan de Tollense (ca. 1250 v.Chr.) gedoken:

Enorme verandering in de loop van 120 generaties

De meest recente analyses wijzen uit dat slechts een op de acht gevallen krijgers een gen had waardoor ze melk konden verdragen. Dat is verrassend weinig volgens hoogleraar Joachim Burger, die het onderzoek naar lactosetolerantie leidt:

‘Tegenwoordig verdraagt 90 procent van de bevolking van het gebied rond de Tollense melk, dus het verschil met destijds is enorm. Vooral als je bedenkt dat er amper 120 generaties zitten tussen de slachtoffers van de Slag aan de Tollense en de huidige bevolking.’

De Duitse onderzoekers beschikken over ruim 12.000 botten van de Slag aan de Tollense. Veel slachtoffers stierven rond 1250 v.Chr. een wrede dood.

© shutterstock & Landesamt für Kultur und Denkmalpflege Mecklenburg-Vorpommern/Landesarchäologie/S. Suhr

Melk verhoogde overlevingskansen

Volgens bioloog Daniel Wegmann van de universiteit van Freiburg is het succes van het melkgen te danken aan één factor:

‘Het is alleen te verklaren met natuurlijke selectie. De laatste circa 3000 jaar hadden kinderen die melk verdroegen betere kansen om te overleven tot ze oud genoeg waren om zich voort te planten dan kinderen die niet tegen melk konden.’

De onderzoekers benadrukken dat dierlijke melk vooral belangrijk was als de oogst mislukte. De Duitsers berekenden dat 6 procent meer lactosetolerante dan lactose-intolerante mensen perioden met hongersnood overleefden. Daardoor verspreidde het gen om melk te verdragen zich geleidelijk door Noord-Europa.