Antikythera vrag

Het raadsel is bijna opgelost: De Griekse Titanic

Sinds Griekse sponsduikers bijna 120 jaar geleden een scheepswrak uit de oudheid vonden bij het eiland Antikythera, willen onderzoekers weten waar het vaartuig vandaan kwam en wie het had gestuurd, want het meer dan 2000 jaar oude wrak had een raadselachtige lading.

Sinds Griekse sponsduikers bijna 120 jaar geleden een scheepswrak uit de oudheid vonden bij het eiland Antikythera, willen onderzoekers weten waar het vaartuig vandaan kwam en wie het had gestuurd, want het meer dan 2000 jaar oude wrak had een raadselachtige lading.

Per O. Jørgensen/Historie

De zee ziedt. De diepblauwe Middellandse Zee wordt opgezweept door een felle storm. In het holst van de nacht ploegt een Romeins vrachtschip door de huizenhoge golven.

Op het dek van het circa 50 meter lange vaartuig halen de panische zeelieden touwen onder de kiel door en binden ze deze vast rond de romp om de planken van het schip bij elkaar te houden. De regen striemt in hun gezicht.

Ook onderdeks is het een en al hectiek. De lading bestaat onder meer uit grote marmeren beelden van een paar ton per stuk. Als die gaan schuiven en een van de stenen gevaarten een gat in de romp slaat, zijn de opvarenden er geweest.

De bemanning rent rond om de doodsbange passagiers ervan te verzekeren dat de lading stevig vastgesjord is en niet van zijn plaats kan komen. Maar dat is niet het grootste gevaar.

Al een paar dagen gaan zon en sterren schuil achter dikke wolken en kan de bemanning de positie van het schip niet bepalen. Soms kunnen ze de diepte van de zee meten met een peillood, maar in de storm is ook dat onmogelijk.

Op het dek staart de roerganger het donker in terwijl hij zich aan het roer vastklampt. Plotseling hoort hij een bekend geluid door de razende storm heen: het geluid van golven die op de kust breken.

Een paar honderd meter verderop doemt een rotswand op uit de zee, en het schip stevent er recht op af. In paniek beveelt de kapitein zijn mannen de ankers uit te gooien om het vaartuig te stoppen of in ieder geval van koers te laten veranderen.

Maar het is te laat. Het ruim 2000 ton zware schip is niet te stuiten, en een enorme golf slingert het tegen de rotsen. Het geschreeuw van de bemanning wordt overstemd door het gekraak van de planken, die breken als lucifer-houtjes.

Door een groot gat in de romp gutst het water het laadruim in, waar ook de passagiers zitten. Terwijl de beelden loskomen en door het gat in de zijkant van het schip verdwijnen, slaken de passagiers doodskreten.

Maar niemand kan hen horen. Het schip is al onderweg naar de zeebodem, 50 meter onder hen.

Antikythera vrag bronze

Dit bronzen hoofd werd in 1901 gevonden. Later zijn bijbehorende ledematen geborgen.

© Imageselect

Een kostbare lading

Bijna 2000 jaar na het vergaan van het meest raadselachtige schip uit de klassieke oudheid bij het Griekse eiland Antikythera willen archeologen het wrak met de nieuwste technieken zijn geheimen ontfutselen.

En hun ontdekkingen hebben het gangbare beeld van de oudheid veranderd, zo zegt Brendan Foley, die het project de afgelopen zes jaar leidde:

‘Het wrak van Antikythera stelt niet alleen onze ideeën over technologische uitwisseling op de proef, maar levert nieuwe inzichten op in de geschiedenis.’

Het wrak werd in 1900 gevonden, toen Griekse sponsduikers de zeebodem verkenden bij het eilandje Antikythera ten zuiden van de Peloponnesos.

Op 40 tot 50 meter diepte vonden ze talloze bronzen en marmeren beelden.

Antikythera svampedykkere

De Griekse sponsduikers waren bijna twee jaar bezig met het bergen van lading uit het unieke wrak.

© Imageselect & Lefteris Tsavliris

Sponsduikers waagden hun leven voor de schat

Begin 1900 deden Griekse sponsduikers de vondst van hun leven. Terwijl hun twee boten op beter weer wachtten, verkenden ze de zeebodem bij het eilandje Antikythera tussen Kreta en de Peloponnesos.

Op circa 50 meter vond de duiker Ilias Stadiatis een arm van brons. De sponsduikers meldden hun vondst meteen bij de autoriteiten, en mochten – namens de staat – alles bergen wat ze tegenkwamen.

Maandenlang visten de mannen, die samen één primitief duikpak deelden, het ene standbeeld na het andere op. Eén van hen kwam om, twee duikers raakten zwaargewond.

In 1953 en opnieuw in 1976 voer de beroemde duiker Jacques Cousteau met zijn schip Calypso naar Antikythera. Met zijn moderne duikuitrusting wist hij nog een aantal voorwerpen te bergen.

‘Het schip was een drijvend rariteiten-kabinet en had een luxe lading aan boord,’ zegt Brendan Foley, die aan de universiteit van Lund in Zweden werkt. We zitten in zijn kantoor, dat vol staat met duikspullen en boeken over het wrak en zijn lading.

Volgens de mariene archeoloog werden er later ook munten uit Pergamon en Efeze in het huidige Turkije gevonden, waarmee de laatste reis van het schip gedateerd kon worden op 85 tot 60 v.Chr. Het heeft er alle schijn van dat de bijzondere lading uit oorlogsbuit op weg naar Rome bestond.

Het wrak van Antikythera is echter niet beroemd vanwege de beelden die aan boord waren, maar vanwege een eigenaardig toestel, dat oorspronkelijk in een houten kistje ter grootte van een schoenendoos zat.

Het apparaat, dat later bekend werd als het mechanisme van Antikythera, had een reeks tandwielen zoals een uurwerk en kon vermoedelijk de bewegingen van sterren en planeten ten opzichte van elkaar weergeven.

Het mechanisme toonde aan dat de techniek in de oudheid veel geavanceerder was dan eerder aangenomen. De lading van het wrak was dus uniek, en mogelijk lagen er nog meer sensaties te wachten.

© Brett Seymour/HMoCS-EUA & Jose Antonio Penas/Science Photo

‘Computer’ was mogelijk niet alleen

1. Reconstructie
2. gevonden in 1901
3. gevonden in 2017

Toen Brendan Foley en zijn team in 2017 een rond, metalen voorwerp met een diameter van zo’n 8 cm vonden, ging hun hart sneller kloppen.

De vorm leek op die van het mechanisme van Antikythera, dat in 1901 bij het wrak was gevonden.

Dat toestel, een van de beroemdste uit de oudheid, had 60 tandwielen en kon de stand van de planeten en sterren gedurende het jaar tonen. Het is zo geavanceerd dat het wel een computer genoemd wordt.

Toen Foley röntgenfoto’s bekeek van het schijfje dat hij had opgevist, bleek het echter om het deksel van een kistje te gaan. Maar de archeoloog denkt dat er nog onderdelen van het mechanisme in het wrak liggen.

Volgens hem kunnen zich zelfs meerdere van dergelijke apparaten op de bodem bevinden.

Zeebodem in kaart gebracht

In 2012 keerde een team Amerikaanse en Griekse archeologen terug om ruim 40 jaar na de laatste expeditie de bodem bij Antikythera in kaart te brengen.

‘We konden het gebied voor het eerst wetenschappelijk onderzoeken,’ aldus Brendan Foley, die ons een video laat zien van zijn laatste duik naar het wrak.

Op de beelden haalt hij een bronzen arm van de bodem van de zee. ‘De rest van dat beeld ligt daar begraven en moet nog geborgen worden,’ zegt Foley enthousiast.

Met de nieuwste technieken brachten Foley en zijn team 10.000 m2 bodem in kaart en lokaliseerden ze het wrak op een rotspunt op zo’n 50 meter diepte. I

In 2014 zetten de onderzoekers een grootschalige expeditie op touw om het wrak en zijn lading bloot te leggen. Tijdens eerdere expedities hadden duikers de kostbare voorwerpen uit de lading geborgen, maar Brendan Foley en zijn team zijn uit op de hele lading en het wrak zelf.

Met het nieuwste van het nieuwste op het gebied van onderwaterarcheologie zijn ze erin geslaagd om tot nu toe onbekende delen van het wrak te vinden: ‘We hebben een deel van de romp met intacte planken en spanten in het bovenste deel gevonden,’ vertelt Foley.

Helaas zijn delen van de romp die niet door het zand beschermd werden, verdwenen. Volgens Foley werden die door paalwormen en andere zeedieren opgegeten.

Van de planken en masten van het wrak was vermoedelijk al 200 jaar na de schipbreuk weinig meer over. Maar uit de weinige bewaard gebleven delen blijkt dat het schip gigantisch was.

Schip kon 1200 ton vervoeren

Aan de hand van de weinige onderdelen van het schip zelf die geborgen zijn, waaronder bronzen ringen van de tuigage, stukken metaal van de romp en delen van de loden bekleding die de onderkant van het schip beschermde, konden de onderzoekers de grootte van het vaartuig bepalen: ‘De planken zijn de grootste die ooit uit een wrak uit de oudheid zijn gehaald. Zelfs nu ze droog zijn, zijn ze 10 of 11 centimeter dik,’ aldus Foley.

De enige overblijfselen die in de buurt komen van de afmetingen van het wrak van Antikythera zijn de twee zogeheten Nemi-schepen, de drijvende paleizen die de Romeinse keizer Caligula liet bouwen.

Deze wrakken werden in 1929 op de bodem van het Nemi-meer gevonden, 30 kilometer ten zuiden van Rome.

‘Deze plezierboten, die niet zo diep in het water lagen, waren 70 tot 80 meter lang. Ik denk dat het Antikythera-schip minder lang was, maar de planken van de drijvende paleizen zijn korter dan die wij hebben gevonden,’ zegt Foley.

Hij schat in dat het schip 40 tot 50 meter lang was en vermoedt dat het gemaakt was om graan te vervoeren. In die tijd brachten enorme schepen tarwe van Sicilië, Egypte en Noord-Afrika naar Rome.

De Griekse schrijver Lucianus zag een van deze schepen in Piraeus, de haven van Athene: ‘O, wat was dat schip groot,’ schreef hij geïmponeerd, en hij noemde het vaartuig een ‘gevaarte’.

Volgens de Griek was het schip groter dan enig ander vaartuig dat hij ooit had gezien, en hij sprak met de bemanning. ‘Ze zeiden dat hij zo veel graan kon vervoeren dat hij elke levende ziel op Attica (het schiereiland waar Athene op ligt, red.) een jaar lang kon voeden!’

Volgens Lucianus was het schip zo’n 55 meter lang, 14 meter breed en 13 meter hoog van de kiel tot het bovenste dek. Op basis van deze afmetingen hebben deskundigen berekend dat het schip 1200 ton graan aan boord kon hebben.

Zulke grote vrachtschepen bouwden de Europeanen pas weer in de 16e eeuw, meer dan 1000 jaar na de val van het Romeinse Rijk.

En er zijn dus veel aanwijzingen dat het wrak van Antikythera zo’n bakbeest was. Het zou voor het eerst zijn dat er een was gevonden.

Rome huurt Griekse schepen

Geen antieke stad had zo’n hoog verbruik als Rome. Met een inwonertal van rond het miljoen waren er gigantische hoeveelheden graan nodig – tussen de 250.000 en 400.000 ton per jaar.

En het meeste werd geïmporteerd. Er werden dan ook duizenden vrachtschepen als dat van Antikythera ingezet om al dat graan te vervoeren. Omdat de staat er geen belang bij had om zo veel schepen en zeelieden zelf te regelen, werd het transport uitbesteed.

De graanvloot was in handen van de Grieken, Feniciërs en Syriërs, die in tegenstelling tot de Romeinen een lange traditie als zeevarend volk hadden en de Middellandse Zee als hun broekzak kenden.

De archeologen denken dat ook het schip van Antikythera eigendom was van een van de Griekse rederijen. ‘Alle bewijzen duiden erop dat het een Grieks vrachtschip was dat een lading van Griekse luxegoederen aan boord had,’ legt Brendan Foley uit.

Chemische analyses van de materialen van het schip steunen die theorie. Zo komen de loden platen waarmee de onderkant van de romp bedekt was, uit de mijnen van Chalcidice in het noordoosten van Griekenland.

Dat geldt ook voor de loden gewichten waarmee de diepte van het water werd gepeild. Op een drinkbeker uit het wrak staat een Griekse naam gegraveerd, wat erop wijst dat de bemanning Grieks was.

Het Antikythera-schip werd bemand door een zootje ongeregeld. In de oudheid behoorden zeelieden tot de onderklasse. Zonen van arme boeren, gevluchte slaven en misdadigers die geen ander werk konden vinden, verdienden hun brood op zee.

De Griekse bisschop Synesius was in de 5e eeuw passagier op een koopvaarder en vertelde met afgrijzen dat de zeelieden elkaar bijnamen gaven die naar hun vele mankementen verwezen, zoals ‘Schele’ of ‘Kreupele’.

De passagiers moesten er volgens Synesius wel om lachen. ‘Maar het lachen verging ons toen we plotseling in gevaar kwamen, want toen beseften we dat ons lot in handen lag van mannen met zulke gebreken!’

Een van de grootste gevaren was zeeroverij, want de Middellandse Zee zag zwart van de piraten. Met zijn kostbare lading moet het schip van Antikythera een felbegeerde buit geweest zijn.

Een bijzondere vondst toont echter aan dat de opvarenden een geducht wapen hadden tegen piraten.

100 kilo lood tegen de vijand

In 2014 haalden Brendan Foley en zijn team een mysterieus, druppelvormig voorwerp uit het wrak. Uit nader onderzoek bleek dat het 45 centimeter lange en 100 kilo zware object van massief lood was en vermoedelijk een scherpe metalen punt had.

Aan de hand van oude bronnen kon worden vastgesteld dat het waarschijnlijk om het eerste gevonden exemplaar van een zogenoemde dolfijn ging, die in de dwarsbalk van de mast werd gehesen. Als een piratenschip langszij kwam om het schip te enteren, liet de bemanning het ding erop vallen.

Het wapen wordt onder meer genoemd door de Griekse historicus Thucydides, die vertelt dat schepen uit de stad Syracuse op Sicilië een vrachtschip achtervolgden dat een dolfijn aan de giek had: ‘Twee schepen uit Syracuse kwamen in het heetst van de strijd te dichtbij en werden verwoest. Een ervan werd buitgemaakt.’

Het lijkt een effectief wapen geweest te zijn, want het was 400 jaar in gebruik. Volgens Brendan Foley had het schip van Antikythera er waarschijnlijk twee, zodat vijanden aan beide zijden van het vaartuig getroffen konden worden.

In de 1e eeuw v.Chr., toen het schip zijn noodlottige reis naar Rome maakte, waren er meer piraten dan ooit, vooral langs de kusten van Klein-Azië, waar hele zeeroversvloten op de loer lagen. Het Romeinse Rijk raakte op deze manier veel kostbare lading kwijt.

Volgens de Griekse geschiedschrijver Strabo bezochten vermomde piraten de plaatselijke havenkroegen om zeelui af te luisteren die het hadden over de bestemming en lading van hun schip. ‘Vervolgens vielen de piraten de handelsschepen aan wanneer ze op zee waren, en roofden ze ze leeg.’

Rederijen probeerden hun kostbare lading met dolfijnen te beschermen. De bemanning van het Antikythera-schip had echter niet alleen lading, maar ook passagiers onder haar hoede.

©

Vrachtschip verpletterde de vijand met loden torpedo

De archeologen hadden een unieke vondst bij de lurven toen ze in 2014 een circa 100 kilo zwaar, druppelvormig object van lood aantroffen in het wrak.

Het bleek een ‘dolfijn’ te zijn, die een schip vanuit de mast op vijandelijke vaartuigen kon laten vallen. Aan het uiteinde zat een metalen punt.

Uit berekeningen blijkt dat zo’n dolfijn met een snelheid van 60 km/h zou inslaan als hij van 15 meter hoogte op een klein piratenschip werd gegooid.

Dan zou hij vermoedelijk dwars door het hele schip gaan. De dolfijn kon na een aanval worden opgehesen en hergebruikt.

Zo werkte de dolfijn:

  1. Vanaf het dek werd de dolfijn met een touw geactiveerd.
  2. Het wapen hing aan de ra van de mast.
  3. Het wapen stortte met hoge snelheid op het dek van het vijandelijke schip en sloeg een groot gat in het dek en de romp.
© Per O. Jørgensen/HISTORIA

Skeletten vertellen hun verhaal

In 2016 deed het team van Foley nog een bijzondere vondst. Onder een halve meter zand en potscherven kwamen twee armbotten, een aantal ribben, twee dijbeenbotten en delen van een schedel met drie tanden tevoorschijn.

De botten waren van dezelfde persoon, vermoedelijk een jonge man. Ook de Fransman Jacques Cousteau vond beenderen toen hij het wrak in 1976 onderzocht, en nu zijn er overblijfselen van zes personen boven water.

‘Het is het enige scheepswrak uit de klassieke oudheid met skeletten,’ zegt Brendan Foley. Hij denkt dat de botten van passagiers zijn die onderdeks zaten toen het schip verging.

Omdat er in de 1e eeuw voor het begin van de jaartelling geen passagiers-schepen waren, kregen reizigers een lift met vrachtschepen. DNA-onderzoek laat zien dat het in dit geval om mannen en vrouwen gaat, die uit het gebied rond de Egeïsche Zee kwamen.

Een van de beste beschrijvingen van de tocht van een passagier op een Romeins handelsschip vinden we in het boek Handelingen in het Nieuwe Testament. Hier wordt verteld dat de apostel Paulus op een Romeins graanschip vanuit Klein-Azië in de richting van Rome vertrok.

Het merendeel van de 276 opvarenden bestond uit reizigers, maar Paulus was geketend omdat hij in Rome terecht moest staan.

Bij Kreta stak er een felle storm op: ‘Dagenlang waren de zon noch de sterren te zien en bleef de storm in alle hevigheid woeden, zodat we ten slotte elke hoop op redding verloren.’

Toen ze 14 dagen rondgedreven hadden, peilde de bemanning de diepte. Ze bleken land te naderen. ‘Uit angst om op een klip te lopen, wierpen ze van de achtersteven vier ankers uit en baden ze dat het dag mocht worden.’

Uiteindelijk liep het schip op de rotsen – vermoedelijk bij Malta – en konden de 276 opvarenden aan land zwemmen. Rond diezelfde tijd overleefde de joods-Romeinse schrijver Josephus ook een schipbreuk: ‘Ons schip zonk midden in de Adriatische Zee, en wij – zo’n 600 man – zwommen de hele nacht.’

Met 80 anderen werd hij ’s ochtends door een passerend schip opgepikt. Een aantal passagiers op het schip van Antikythera lijkt in goeden doen te zijn geweest. Op de plek waar beenderen van een vrouw werden gevonden, lagen gouden sieraden en zilveren munten.

Ook andere vondsten, zoals versierde glazen schalen, uitbundige oorbellen met een klein beeldje van Eros, een smaragd en 20 parels, waren wellicht van passagiers die in hutten onder het dek verbleven, zo denken de onderzoekers.

Maar hun rijkdommen konden hen niet redden toen het water naar binnen gutste.

Antikythera vrag knogle

In 2016 werden botten van een jonge opvarende van het schip gevonden.

© Brett Seymour/eua

De duurste lading van de oudheid

Het schip van Antikythera had mogelijk de duurste – en in ieder geval meest mysterieuze – lading van de oudheid aan boord. Zo waren er zeker 50 bronzen en marmeren beelden, luxemeubels en kostbare schalen en dienbladen.

Met name de tonnen zware beelden zijn zeer bijzonder. Meerdere marmeren exemplaren stellen helden uit de Ilias en Odyssee van Homerus voor, onder wie Achilles en Odysseus.

Volgens Brendan Foley stonden deze beelden eerst ergens anders: ‘We hebben loden wiggen gevonden die erop wijzen dat de beelden op een marmeren voetstuk stonden voor ze op het schip werden geladen.’

De sculpturen waren dus niet nieuw gemaakt op bestelling van rijke Romeinen, maar zijn weggehaald van de plaats waar ze tentoongesteld waren.

Onder de vondsten uit het wrak van Antikythera zijn ook drie witte paarden van marmer, die de archeologen al fascineren sinds ze in 1901 van de bodem werden gehaald.

Ze stonden mogelijk oorspronkelijk voor een strijdwagen met wagenmenner, die dan nog in zee moet liggen. Brendan Foley weet zeker dat er nog schatten op de bodem te vinden zijn. In 2014 en 2015 vond zijn team twee bronzen speren van 2 meter lang.

‘Het zijn de eerste archeologische voorbeelden van speren van sculpturen die ooit zijn gevonden,’ zegt Foley, die denkt dat ze van de verdwenen wagenmenner kunnen zijn geweest.

Volgens Foley zou het kunnen gaan om de oorlogsgodin Athena, die vaak in een strijdwagen werd afgebeeld.

Rond de plek waar de speren lagen vond Foley in 2017 een aantal delen van beelden, waaronder een fragment van een bronzen kostuum en een bronzen arm, die afgezien van twee vingers goed bewaard was gebleven.

De onderzoekers denken dat er nog zeker zeven bronzen beelden op de zeebodem liggen. Ook de sculpturen die bij eerdere expedities naar boven zijn gehaald, hebben echter nog geheimen prijs te geven.

In 1976 vond Cousteau een bijzonder bronzen beeldje. De ronde sokkel is hol, en aan de voorkant ervan zit iets wat op een sleutelgat lijkt.

Volgens één theorie zat er in de holle ruimte ooit een mechanisme dat het beeldje liet ronddraaien als er een sleutel omgedraaid werd. De grote vraag is wie deze kostbare lading naar Rome liet vervoeren.

Het schip van Antikythera bevat de grootste collectie beelden die ooit in een scheepswrak is gevonden. Ze lagen vermoedelijk onderdeks, ingepakt in graanzakken. In de lading zijn ook resten van exclusieve meubels en
glazen schalen uit Klein-Azië en de omliggende eilanden aangetroffen.

© A. Sotiriou/EUA-WHOI, Brett Seymour/HMoCS-EUA & Aristotle Koskinas & National Archaeological Museum, Athens (K. Xenikakis) & Science Photo Library & Imageselect

Laadruim zat vol standbeelden

Zeker 50 marmeren en bronzen standbeelden lagen in het ruim van het schip. Er waren kopieën bij van bekende werken, maar ook nieuwe motieven. De marmeren beelden, waarvan een deel sterk is aangetast door het zeewater, zijn gemaakt van gesteente van het eiland Paros.

©

Bronzen beelden zijn heel zeldzaam

Tot nu toe zijn er zeven bronzen beelden gevonden. De archeologen zijn daar erg blij mee, want de meeste bronzen sculpturen uit de oudheid zijn omgesmolten. In musea over de hele wereld staan er vandaag de dag maar een stuk of 50. Er zijn aanwijzingen dat de beelden oorspronkelijk tentoongesteld waren, wellicht in Pergamon of Efeze.

© A. Sotiriou/EUA-WHOI, Brett Seymour/HMoCS-EUA & Aristotle Koskinas & National Archaeological Museum, Athens (K. Xenikakis) & Science Photo Library & Imageselect

Transportkruiken

In het wrak lagen veel transportkruiken, die wijn en dure parfum bevat hebben. De amfora’s kwamen uit Efeze en Pergamon en van Rodos en Kos.

© A. Sotiriou/EUA-WHOI, Brett Seymour/HMoCS-EUA & Aristotle Koskinas & National Archaeological Museum, Athens (K. Xenikakis) & Science Photo Library & Imageselect

Glazen schalen

Het schip had zeker 20 glazen schalen van de hoogste kwaliteit aan boord. Ze komen mogelijk uit Syrië en Egypte, maar kunnen in Klein-Azië op het vaartuig geladen zijn.

© A. Sotiriou/EUA-WHOI, Brett Seymour/HMoCS-EUA & Aristotle Koskinas & National Archaeological Museum, Athens (K. Xenikakis) & Science Photo Library & Imageselect

Meubels

Zeker drie rijk versierde ligbanken werden in het schip vervoerd. Ze zijn van hout en brons en komen vermoedelijk van het eiland Delos.

© A. Sotiriou/EUA-WHOI, Brett Seymour/HMoCS-EUA & Aristotle Koskinas & National Archaeological Museum, Athens (K. Xenikakis) & Science Photo Library & Imageselect

Sieraden

Aan boord waren ook kostbare sieraren van goud. Als die aan passagiers toebehoorden, waren die stinkend rijk.

Oorlogsbuit uit Klein-Azië?

De vondst van de twee munten uit Efeze en Pergamon, allebei rijke steden in het huidige Turkije, wijst erop dat het schip van Antikythera met zijn lading vertrok uit een haven in Klein-Azië.

De reis vond ergens tussen 85 en 60 v.Chr. plaats, en in die tijd woedde er een bloedige oorlog tussen het Romeinse Rijk en de beruchte koning Mithridates VI van Pontus ten zuiden van de Zwarte Zee.

Mithridates had in 88 v.Chr., na een felle burgeroorlog in Rome, duizenden Romeinse burgers laten vermoorden in het huidige Turkije.

Daarmee was de koning volksvijand nummer één voor de Romeinen, en vanaf 73 v.Chr. leidde de veldheer Lucius Lucullus een succesvolle veldtocht tegen Pontus.

Toen Lucullus terugkeerde, bracht hij een gigantische oorlogsbuit mee, waarvan een deel werd getoond tijdens zijn triomftocht door de straten van Rome.

Hij had onder meer een gouden beeld van Mithridates en talloze andere dure objecten geroofd. ‘Acht muildieren droegen vergulde ligbanken, 56 droegen er zilverstaven, en 107 dieren zo’n 2,7 miljoen zilveren munten,’ aldus de schrijver Plutarchus.

Onderzoekers denken dat het schip van Antikythera mogelijk gehuurd is door Lucullus om een deel van zijn buit naar Rome te brengen.

Het is bekend dat de veldheer gesteld was op luxe en dat hij zich in 60 v.Chr. terugtrok in een prachtige villa vol schilderijen en standbeelden van heinde en verre.

Als de lading van Lucullus was, dan moet het een flinke klap voor hem zijn geweest toen het schip niet kwam opdagen.

De Middellandse Zee was verraderlijk, en naar schatting leed een op de vijf schepen schipbreuk of verloor het zijn lading op weg naar zijn bestemming.

Mithridates Pontus
© Imageselect & Balage Balogh/Scala Archives

Bemanning zet alles op alles

Het vervoer van mensen en goederen over zee was de snelste en goedkoopste manier van transport. Te voet kon een reiziger 25 tot 30 kilometer per dag afleggen; een schip haalde afhankelijk van de wind soms wel 150 kilometer.

Varen was echter niet altijd mogelijk. De Romeinen noemden de periode tussen 11 november en 10 maart mare clausum – gesloten zee – omdat het dan geregeld stormde en navigeren op zon en sterren bemoeilijkt werd door bewolking.

Maar ook buiten deze tijd kon het soms flink spoken op zee. ‘Zodra de zeelieden de haven verlaten, varen ze zij aan zij met de dood, wetend dat hun enige redding het hout is waar ze op lopen en werken,’ schreef de
filosoof Libanius in de 4e eeuw.

Het schip van Antikythera moest tijdens de reis van Klein-Azië naar Rome voortdurend tegen de wind opboksen, ook bij goed weer.

De kortste route liep via Rodos. Nadat het daar even voor anker was gegaan, dreven de noordwestelijke winden het vaartuig langs de noordkust van Kreta. Het lijkt erop dat het in de problemen kwam nadat het Kreta achter zich had gelaten.

Ook ’s zomers kon er op de Middellandse Zee vanuit het niets een zware storm opsteken: ‘De zee werd plotseling wild, en grote donderwolken stapelden zich aan alle kanten op.

De razende winden troffen het schip van alle kanten, waardoor de stuurman elk richtingsgevoel kwijt was,’ schreef de Romeinse dichter Petronius over een zeereis.

Dit kan ook de stuurman van het schip van Antikythera zijn overkomen. Hij zag wellicht pas op het laatste moment dat hij op ramkoers lag met de rotsen van het eiland Antikythera.

Foley vond op zo’n 45 meter van het wrak een aantal ankers. Misschien probeerde de bemanning het schip nog te stoppen door de ankers uit te gooien, zoals ook 100 jaar later gebeurde op het schip van Paulus.

‘De ankers werden uitgeworpen in een vergeefse poging om een botsing met de rotsen te voorkomen of om het schip zo te vertragen dat de passagiers en bemanning eraf konden,’ zegt Foley.

Die poging mislukte, en de vondst van botten in het wrak verraadt volgens de archeoloog een belangrijk detail: ‘Ik denk dat passagiers of bemanningsleden onder het dek vast kwamen te zitten en dat het schip zeer snel gezonken is.’

Nadat het met een harde klap op de rotsen was gelopen, gleed het schip langs de bijna verticale rotswand en belandde het 50 meter lager op de zeebodem. Of er overlevenden waren en zo ja hoeveel, is nog niet duidelijk.

Nieuw wrak kan raadsels oplossen

Volgens Brendan Foley was het schip van Antikythera mogelijk niet alleen. Zo’n 200 meter ten zuiden van het wrak vonden zijn duikers resten van een ander schip, dat kleiner was dan het bekende vaartuig.

Aan boord waren ankers, bronzen spijkers en veel amfora’s, die aan de hand van de stempels in het aardewerk herleid kunnen worden tot Efeze, Pergamon en Rodos – dezelfde plaatsen waar amfora’s uit het wrak van Antikythera vandaan komen.

‘We zijn nog maar een paar keer bij het tweede wrak geweest, maar wat we hebben gezien en geborgen, suggereert dat het schip ongeveer tegelijk zonk als dat van Antikythera,’ aldus Foley.

Mogelijk trokken de twee schepen al vanaf Klein-Azië samen op en legden ze in dezelfde havens aan. Ze kwamen dus ook in dezelfde storm terecht en leden allebei schipbreuk bij Antikythera.

Die theorie is echter lastig te bewijzen. ‘Of er een verband was tussen de twee schepen is nog onzeker, en misschien komen we er nooit achter,’ zegt Foley.

Het onderzoek van het wrak van Antikythera gaat door. Brendan Foley hoopt dat DNA uit de beenderen meer kan vertellen over de passagiers en daarmee een van de raadsels rond de Griekse Titanic kan helpen oplossen.