Vikingen hielden van zwarte humor

De IJslandse saga’s leren ons dat de Vikingen gek waren op ironie, zwarte humor en humoristische overdrijvingen.

De IJslandse saga’s leren ons dat de Vikingen gek waren op ironie, zwarte humor en humoristische overdrijvingen.

Shutterstock

‘Kom terug, dan krijg je ervan langs. Ik bijt je benen eraf.’

Je herinnert je misschien wel die absurdistische scène uit de film Monty Python and the Holy Grail, waarin de Zwarte Ridder na een gevecht met koning Arthur weigert op te geven – zelfs nadat al zijn armen en benen zijn afgehakt. ‘Het is maar een schrammetje,’ beweert de ridder.

Maar de harde en morbide humor van Monty Python was niet nieuw. In de IJslandse Gunnlaugs saga Ormstungu staat een vergelijkbare scène.

‘Zonder humor zouden de meeste saga’s echt doodsaai zijn geweest.’ Trine Buhl, universiteit van Aarhus

In deze saga, die zich afspeelt in IJsland, vechten twee mannen – Gunnlaug en Hrafn – om de gunst van een vrouw, Helga de Schone. Het duel is fel en hevig, totdat het Gunnlaug lukt om met zijn zwaard een van de voeten van Hrafn af te hakken.

Gunnlaug beweert dat hij het duel gewonnen heeft, zeker nu Hrafn zo zwaar gewond is. Maar daar is Hrafn het niet helemaal mee eens.

‘Het klopt, ik heb inderdaad wat tegenslag gehad, maar ik kan nog wel even doorgaan, als ik tenminste wat te drinken krijg,’ zegt hij. Na een korte pauze wordt het duel hervat – het eindigt er trouwens mee dat beide Vikingen sterven.

Nog een voorbeeld van harde humor vinden we in de Droplaugarsona saga, waar de onderlip van de Viking Helgi tijdens een duel wordt afgehakt. Hij zegt droogjes tegen zijn tegenstander:

‘Ik ben nooit echt aantrekkelijk geweest, maar je hebt het er bepaald niet beter op gemaakt.’ Met deze opmerking laat Helgi zien dat hij beschikt over de nodige zelfspot en ironie.

Historia gaat het donker tegemoet met een glimlach! 😁

De donkere dagen zijn aangebroken, maar wij bestrijden regenbuien en kille avonden met een serie artikelen over humor en vermaak door de jaren heen.

▶︎ Hier vind je meer oude grappen

Vikingen waren superhelden

Volgens historica Trine Buhl, die aan de universiteit van Aarhus onderzoek doet naar de saga’s, is humor vaak de kern van de IJslandse saga’s, die rond 1200 werden geschreven, maar zich afspelen in de periode 900-1050.

‘Zonder humor zouden de meeste saga’s echt doodsaai zijn geweest,’ zegt Trine Buhl. Ze wijst erop dat ook de personages zelf met de nodige humor worden beschreven.

Zo lijken de helden van sommige saga’s in de strijd wel onverwoestbare superhelden. Bijvoorbeeld in de Gísla saga Súrssonar, waar Gísli het in een van de slotscènes opneemt tegen een enorme overmacht.

De saga’s gaan over de Vikingtijd, maar zijn pas in de middeleeuwen opgetekend.

© Corbis/All Over

Families, bloedvetes en schadevergoeding

Een goede IJslandse saga begint met een stamboom – familierelaties waren belangrijk voor de Vikingen. Daarna begint de saga.

Meestal gaat het om een ruzie, bijvoorbeeld over een stuk grond, een ongeldig huwelijk of een erekwestie. De ruzie leidt tot een moord en tegenmoord. Zo belanden twee of meer families in een bloedvete die soms wel tientallen jaren of generaties duurt.

Een schadevergoeding kan een einde maken aan de vete. Als één familie bijvoorbeeld twee mannen meer heeft gedood dan een andere familie, moeten ze voor die twee mannen een schadevergoeding betalen. Dat leidt vaak tot lastige onderhandelingen, omdat de ene man meer waard is dan de andere.

Gísli klimt op een rots en het lukt hem om zijn tegenstanders van zich af te slaan. Maar dan wordt hij geraakt in zijn maag – de wond is zo diep dat zijn ingewanden eruit hangen.

Toch geeft hij zich niet gewonnen. Hij wikkelt zijn hemd om zijn buik om zijn ingewanden op hun plaats te houden. Dan zingt hij een lied voor zijn vrouw, springt van de rots af en hakt een van zijn vijanden doormidden, waarna hij zelf sterft.

‘Het is zo overdreven dat het gewoon grappig wordt,’ zegt Trine Buhl, die denkt dat de overdrijvingen bedoeld zijn om de saga’s wat humoristischer te maken.

Naast alle overdrijvingen maken de saga’s ook gebruik van understatements, ironie, zwarte humor en slapstick-humor – om hilarische anekdotes te vertellen.

In de Njáls saga staat een verhaal over een ruiter die de controle over zijn paard verliest. Dat wordt zo beschreven: ‘Hij reed sneller dan de bedoeling was.’

Nog een voorbeeld van Vikinghumor staat in de Laxdæla saga. Hier komt een boze Vikingvrouw ’s nachts een spook tegen, dat ze zonder pardon een klap in zijn gezicht geeft, waarna het spook maakt dat het wegkomt.

Koning werd in zijn achterwerk geschoten

De Noorse koningssaga’s over de Scandinavische koningen bevatten ook een paar grappige verhalen.

Zo staat er een verhaal in over de moord op de Deense koning Harald Blauwtand.

Volgens de saga weigert de koning Sven Gaffelbaard als zijn zoon te erkennen. De koning ziet hem als een onwettige zoon, en dus roept Gaffelbaard zijn troepen bijeen en valt hij de koning aan.

VIDEO – Je lacht je kapot met Vikinghumor:

Het leger van de koning bivakkeert op een avond vlak bij het leger van Gaffelbaard. De koning gaat bij het kampvuur zitten, maar wordt stiekem door een boogschutter van Sven Gaffelbaard in de gaten gehouden. Als de koning voorover buigt en zijn achterwerk in de lucht steekt, slaat de boogschutter toe.

Dit wordt beschreven in de tegenwoordige tijd: ‘... de pijl schiet het achterwerk van de koning binnen, gaat door het lichaam en komt door zijn mond weer naar buiten. De koning valt om en sterft.’

Volgens Trine Buhl waren de meest humoristische en absurde saga’s zonder twijfel het populairst. Die werden ook het meest gekopieerd en zijn daardoor tot op heden bewaard gebleven.

Of de Noorse koningssaga’s ook gezien moeten worden als een voorbeeld van Vikinghumor is een kwestie van smaak, zegt Trine Buhl, maar ze benadrukt:

‘Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat de Vikingen humor hadden. Maar de saga’s werden pas in de middeleeuwen opgeschreven, dus literatuurhistorisch gezien komen ze uit een latere periode dan de periode die ze beschrijven.’

Twee monniken schreven het Flateyjarbók rond 1390. Het is een bundel saga’s over vooral Noorse koningen.

De meeste wetenschappers denken echter dat de saga’s in eerste instantie mondeling werden overgeleverd. Ze dateren dus uit de 10e en 11e eeuw en werden generaties lang door skalden doorverteld.

Rond 1200 begonnen sommige schrijvers, zoals monniken of geleerden, deze verhalen op te schrijven. Dat kwam doordat het schrift zich met de opkomst van het christendom steeds verder verspreidde in Scandinavië.

De mondelinge overleveringen waren natuurlijk aan veranderingen onderhevig, en toen ze werden opgeschreven, werden ze hoogstwaarschijnlijk ook aangepast en mooier of spannender gemaakt. Bijvoorbeeld door een anekdote of een alinea toe te voegen, of sommige stukken helemaal weg te laten.

Maar in de Edda’s en skaldenliederen, die gaan over de noordse mythologie en heldenverhalen, zien we een sterke gelijkenis tussen de verhalen uit de Vikingtijd en de middeleeuwen.

De liederen en mythen werden, net als de saga’s, pas in de middeleeuwen opgeschreven, maar sommige passages zijn precies hetzelfde als op de runenstenen uit de Vikingtijd.

Dat betekent dat de middeleeuwse schrijvers de oude mythen en saga’s redelijk nauwkeurig hebben overgenomen – zonder al te veel te veranderen.