Our website does not support Internet Explorer.

To get the best experience on our website and of our content, please use a more modern browser like Edge, Chrome, Safari or similar.

Vikingen staken moskee in brand

Moslims werden Vikingen de baas

Als ze een tijdje de West-Europese kusten onveilig hebben gemaakt, ontdekken de Vikingen het Iberisch Schiereiland. Daar maken ze kennis met moslims, en al snel krijgen ze een vervelende verrassing.

Angel García Pinto

Abd al-Rahman II staat woedend op uit de stapel kussens in zijn paleis in de hoofdstad Córdoba. Al 22 jaar heerst de emir over het islamitische rijk Al-Andalus, en zijn eerste minister heeft hem zojuist het meest verontrustende bericht gebracht dat hij ooit heeft gekregen.

Op deze dag in oktober 844 melden de informanten van de emir dat de stad Sevilla in slechts één week is ingenomen door majus: ongelovige barbaren uit het noorden, die moorden, verkrachten, stelen en brand stichten. Abd al-Rahman stuurt zijn hofhouding van dichters, muzikanten en geleerden weg, schopt tegen de kussens en trekt aan zijn baard.

Als de emir niet snel een leger op de been brengt en in de tegenaanval gaat, zullen de piraten Sevilla wegvagen en al plunderend koers zetten naar zijn paleis in Córdoba, 140 kilometer naar het noordoosten.

Abd al-Rahman heeft zijn handen al vol aan opstanden in zijn provincies, en nu moet hij zijn trots opzijzetten en zowel zijn aanhangers als zijn tegenstanders mobiliseren om een strijd op leven en dood te voeren tegen een onbekend volk op het Iberisch Schiereiland: de Vikingen.

Beeld van emir Abd al-Rahman

Emir Abd al-Rahman II zag zich geconfronteerd met een onverwachte invasie van Vikingen uit Noord-Europa.

© Skix

Frankische Rijk is springplank

Een grote groep Scandinaviërs die in 844 Iberië, het huidige Spanje en Portugal, had uitgekozen als doelwit, joeg de emir de stuipen op het lijf. Sinds de eerste Vikingoverval op het klooster van het Britse eiland Lindisfarne in 793, die als het begin van de Vikingtijd geldt, hadden Deense en Noorse Vikingen het vooral op de Britse Eilanden en het Frankische Rijk gemunt.

In beide gebieden stonden talloze kerken en kloosters vol rijkdommen. En bovendien lagen ze dicht genoeg bij Scandinavië om in hetzelfde seizoen naar huis te kunnen terugkeren.

In het begin van de 9e eeuw waren vooral de Frankische kusten een luilekkerland voor de varende Vikingen, die het roofseizoen oprekten door te overwinteren aan de monding van rivieren als de Loire en Garonne aan de zuidwestkust van wat nu Frankrijk is. Dankzij deze uitvalsbases kwam het Iberisch Schiereiland binnen bereik.

koning Ramiro I

Ramiro I regeerde het christelijke koninkrijk Asturië van 842 tot 850.

© Art Collection 2/Imageselect

De eersten die het Bretonse schiereiland tijdens een grote plundertocht rondden waren vermoedelijk Vikingen uit het zuiden van Noorwegen. Volgens de kroniekschrijver Ermentarius vielen zij in 843 de Frankische stad Nantes aan. Vervolgens voeren ze verder naar het zuiden en gingen ze de Garonne op om een jaar later Toulouse en Zuid-Frankrijk te plunderen.

Volgens christelijke kronieken zette een deel van de vloot hierna koers naar het noorden van Spanje.

Zo’n 80 langschepen doemden volgens islamitische bronnen op bij het Iberisch Schiereiland. Omdat 9e-eeuwse Vikingschepen meestal in kleine groepen voeren, nemen historici aan dat meerdere hoofdmannen het Frankische Rijk in de zomer van 844 zelfstandig verlieten en hun vloten later samenvoegden.

In juli lieten ze het Frankische Rijk achter zich en voeren ze door de verraderlijke Golf van Biskaje naar de rotsachtige Spaanse noordkust, waar ze rond 1 augustus aankwamen.

Tafel in Romeins gebouw in Gijón

Toen de Vikingen in Gijón aankwamen, stonden er nog Romeinse vestingwerken, die zelfs tot op de dag van vandaag te zien zijn.

© Robot8A

Hier bedreigden de Vikingen de Asturische koning Ramiro I. Hij was van 842 tot 850 de machtigste heerser aan de kust en zwaaide ook de scepter in het christelijke Galicië. In de kuststreek waren alleen nog een paar havenplaatsen uit de Romeinse tijd bewoond, waaronder Gijón in Asturië, een pleisterplaats voor koopvaardijschepen die de tocht door de Golf van Biskaje hadden doorstaan.

Waarschijnlijk was de eerste Vikingoverval van het Iberisch Schiereiland gericht tegen Gijón. Latere kroniekschrijvers probeerden de vernederende gebeurtenis af te zwakken door de inwoners af te schilderen als helden. Zo beweert een 10e-eeuwse kroniek uit Asturië dat de krijgsheer Don Teudo Rico de Scandinaviërs verdreef en de hoofdman met zijn eigen knots doodsloeg.

‘De Vikingen, een heidens en zeer hardvochtig volk dat we niet kenden, arriveerden met hun zeemacht in onze streken.’
Asturische kroniek (10e eeuw).

Huidige onderzoekers kunnen het verhaal over de moord op de hoofdman echter niet bevestigen, en de Vikingen bleven nog een tijdje. Ze keken op hun gemak rond in Noord-Spanje, waar ze 15 tot 20 dagen zaten en ongetwijfeld de bevolking het leven zuur maakten.

Tijdens hun volgende grote aanval, bij de grote Herculesvuurtoren bij de havenplaats A Coruña in Galicië, werden de Vikingen echter snel teruggedreven naar hun schepen, want ze werden opgewacht door een christelijk leger.

Hoewel de christelijke koning Ramiro niet zelf meevocht, gaven de 10e-eeuwse kroniekschrijvers uit Asturië hem alle eer:

‘De Vikingen, een heidens en zeer hardvochtig volk dat we niet kenden, arriveerden met hun zeemacht in onze streken. Ramiro bracht een groot leger op de been en bevocht hen bij de Herculestoren. Daar versloeg hij veel Vikingbendes en stak hij hun schepen in brand.’

De Asturische chroniqueurs dikten de overwinning vermoedelijk flink aan, want het lijkt erop dat een vrij intacte Vikingvloot A Coruña verliet. De Scandinaviërs zetten koers naar het zuiden, langs het huidige Portugal. Zo lieten ze het christelijke Europa achter zich en gingen ze een geheel andere wereld binnen.

Herculestoren in Noord-Spanje

De Herculestoren, die rond 100 in Noord-Spanje is gebouwd, werd aangevallen door de Vikingen. Hij werd in 1791 gerenoveerd en is nu ’s werelds oudste vuurtoren.

© Shutterstock

Vikingen terroriseren Lissabon

Historici denken dat de Vikingen tijdens hun plundertochten in christelijk Europa aanlokkelijke verhalen hadden gehoord over een welvarend islamitisch rijk in het zuiden. Mogelijk wilden de christenen zo proberen zich van hun plaaggeesten te ontdoen door ze op hun aartsvijanden af te sturen. Met de rijkdommen viel het in ieder geval wel mee. Anders dan in het vermogende Frankische Rijk waren er in de 9e eeuw weinig schatten te vinden op het Iberisch Schiereiland.

Na de invasie van de Moren in 711 was het Iberisch Schiereiland opgedeeld in een christelijk gebied in het noorden en het islamitische Al-Andalus op de rest van het schiereiland. De emir, de koningen en de plaatselijke krijgsheren waren nog druk bezig hun grondgebied veilig te stellen en hun macht uit te bouwen. Rijkdommen hadden ze nog nauwelijks vergaard. De fraaie tempels en sterke forten waar Iberië later om bekend kwam te staan, waren er nog niet.

Daarom waren de Vikingen vermoedelijk vooral op zoek naar mensen: slaven die ze konden verkopen, of gijzelaars met een familie die bereid was losgeld te betalen. Hoewel het Iberisch Schiereiland dus niet zo rijk was, had het wel zijn pluspunten voor de Vikingen.

Mezquita-kathedraal in Córdoba

De islamitische hoofdstad Córdoba stond bekend om haar grote, fraaie moskee, die uit 786 dateerde.

© Shutterstock

Córdoba was opstandige staat

In 711 stak een moslimleger de Straat van Gibraltar over om het Iberisch Schiereiland binnen te vallen. Binnen een paar jaar kregen deze Moren het grootste deel ervan in handen. De moslims noemden hun nieuwe grondgebied Al-Andalus, en aanvankelijk viel het onder de kalief in Damascus, maar na een bloedige staatsgreep in 750 viel het doek voor het kalifaat van de Omajjaden. Prins Abd al-Rahman I vluchtte naar Al-Andalus, riep zichzelf uit tot emir en maakte van Córdoba zijn hoofdstad.

Maar islamitische krijgsheren en clans weigerden zijn gezag over Iberië te erkennen, en Abd al-Rahman I en zijn opvolgers hadden hun handen vol aan opstanden.

Onder emir Abd al-Rahman II (822-852) waren er nog talloze brandjes te blussen, waardoor het eigenlijke doel, het verdrijven van de christenen uit het noordelijke deel van het schiereiland, buiten bereik bleef.

Vanwege het eeuwige conflict tussen moslims en christenen waren beide partijen namelijk ernstig verzwakt, waardoor de Vikingen er lustig op los konden roven en stelen.

Elke zomer stuurde Abd al-Rahman II, de emir van de Moren, een leger vanuit zijn hoofdstad Córdoba naar de christenen in het noorden. Daarnaast had de vorst het te stellen met opstandelingen als de machtige Banu Qasi-clan in het noordoosten, die het emiraat niet meer erkende. Niets wijst erop dat de emir voorbereid was op een aanval van Vikingen, die volgens de Moren van buiten de bekende wereld kwamen.

De Marokkaanse geschiedschrijver Ibn Idhari, die in de 14e eeuw leefde maar veel oudere bronnen gebruikte, beschreef de angst die de moslims voelden bij de aanblik van de langschepen met hun rode wollen zeilen, die deden denken aan enorme vogels:

Majus (de heidenen, red.) arriveerden in zo’n 80 schepen. Ze vulden de zee met donkerrode vogels, net als ze de harten van de mensen vulden met angst en beven.’

Begin september 844 kwam de Vikingvloot aan in Lissabon, dat in het Arabisch al-Ushbuna genoemd werd en een florerende handelsstad was, omgeven door sinaasappelbomen. Volgens de Moorse geschiedschrijver Ahmad al-Razi namen de Vikingen de stad zonder veel moeite in. Ze was de ‘toegangspoort tot wat voor hen jachtvelden leken’.

‘Majus (de heidenen, red.) arriveerden in zo’n 80 schepen. Ze vulden de zee met donkerrode vogels, net als ze de harten van de mensen vulden met angst en beven.’
De Marokkaanse historicus Ibn Idhari (14e eeuw).

De Scandinaviërs bleven 13 dagen in Lissabon. Drie keer sloegen de moslims terug en probeerden ze de stad te heroveren. Terwijl de Vikingen de latere Portugese hoofdstad in een ijzeren greep hielden en de inwoners terroriseerden, wist de islamitische commandant in het diepste geheim een boodschapper met een brief naar de emir te sturen om te waarschuwen voor een invasie.

Voordat de emir troepen naar Lissabon kon sturen, hadden de Vikingen alles van waarde al geroofd. Ze vertrokken naar het zuiden.

Al snel ontdekten ze de imposante rivier de Guadalquivir in het zuidwesten van het huidige Spanje, waar onbeschermde Moorse nederzettingen dicht op elkaar lagen.

Volgens de geschiedschrijver Isa al-Razi sloegen de Vikingen kamp op op het eiland Isla Menor, en al de volgende ochtend vielen ze het dorp Coria op de westoever aan met vijf schepen:

‘Ze plunderden het gebied en doodden de inwoners.’

Na twee dagen op Isla Menor hadden de Vikingen genoeg moed verzameld om de Guadalquivir op te varen om de Moren te raken op hun kwetsbaarste punt: de stad Sevilla.

Vloot van Vikingschepen

De Vikingvloot die Spanje aandeed, kwam vermoedelijk verder naar het zuiden dan een Viking ooit geweest was.

© Shutterstock

Vikingen zochten hun heil in het zuiden

Volgens middeleeuwse bronnen telde de vloot die in 844 de eerste Iberische Vikingtocht maakte 67 tot 108 schepen. Zo vroeg in de Vikingtijd was zo’n grote vloot een uitzondering.

Een vloot van een dergelijke omvang kennen we alleen van de Deense invasies van Engeland rond het jaar 1000. Volgens huidige onderzoekers was er mogelijk sprake van losse groepjes Vikingen met elk een eigen hoofdman, die onafhankelijk van elkaar handelden.

Zo zette na de plundering van Toulouse in 844 slechts een deel van de Scandinavische langschepen koers naar het Iberisch Schiereiland – wellicht omdat de hoofdmannen ruzie met elkaar hadden gekregen.

Vikingschepen en kaart van Spanje

Vanuit hun winterkamp aan de rivier de Garonne zette een groep Vikingen in de zomer van 844 koers naar het Iberisch Schiereiland, vermoedelijk om slaven te ontvoeren. De Vikingen wisten niets over Zuid-Europa.

  • Geel = de christelijke koninkrijken Galicië en Asturië
  • Oranje = het islamitische emiraat Córdoba of Al-Andalus.
Shutterstock
Vikingschepen, vuur, kaart van Spanje

1. Asturië – begin augustus 844

De Vikingen kwamen rond 1 augustus in Noord-Spanje aan en gingen aan land in Gijón in Asturië. De inwoners waren machteloos tegen de nietsontziende Scandinaviërs.

Shutterstock
Vikingschepen, vuur, kaart van Spanje

2. Galicië – augustus 844

De kuststreek van Galicië was goed toegankelijk voor Vikingschepen. De Scandinaviërs vielen het christelijke A Coruña binnen, maar werden verdreven door troepen van de christelijke koning Ramiro I.

Shutterstock
Vikingschepen, vuur, kaart van Spanje

3. Lissabon – begin september 844

13 dagen lang hadden de Vikingen de rijke moslimstad Al-Ushbuna (Lissabon) in handen. Na de plunderingen voeren de Scandinaviërs verder.

Shutterstock
Vikingschepen, vuur, kaart van Spanje

4. Guadalquivir – eind september 844

Op het eiland Isla Menor aan de monding van de rivier Guadalquivir sloegen de Vikingen kamp op. Van hieruit overvielen ze dorpen in de omgeving en planden ze aanvallen verder stroomopwaarts.

Shutterstock
Vuur, kaart van Spanje

5. Sevilla – 2 oktober 844

De islamitische stad werd ingenomen door de Vikingen, die zich een week lang uitleefden voor ze terugkeerden naar Isla Menor.

Shutterstock
Vuur, kaart van Spanje

6. Talyata – 11 november 844

Op een slagveld ten noorden van Sevilla maakte het leger van Abd al-Rahman II een einde aan het Iberische avontuur van de Vikingen. Ze leden een nederlaag en de overlevenden kozen het hazenpad.

Shutterstock

Bloedbad in de moskee

Voor de Vikingen was Sevilla een nog grotere goudmijn dan Lissabon, en de bedrijvige stad met duizenden inwoners werd in Al-Andalus alleen overtroffen door de hoofdstad Córdoba verder stroomopwaarts.

Een paar jaar voordat de Scandinaviërs zich vertoonden, was de grote moskee van Sevilla voltooid. Naar verluidt had emir Abd al-Rahman II in een visioen de profeet Mohammed gezien in een lijkwade in de gebedsnis van de moskee. Zijn adviseurs legden het uit als de aankondiging van een invasie door ongelovigen.

De droom werd werkelijkheid op 2 oktober 844, toen de Vikingvloot volgens Ahmad al-Razi opdoemde op de rivier:

‘Schip na schip met majus – moge God hen vervloeken! – verscheen bij Sevilla en ze plunderden de stad zeven dagen lang. De mannen werden gedood en de vrouwen en kinderen meegenomen.’

Volgens alle bronnen kwam de aanval op Sevilla als een verrassing. De eerste langschepen bestookten de onbeschermde stad met pijlen. De inwoners stoven in paniek alle kanten op. Zodra de eerste Vikingen aan land waren gegaan, moest de burgerbevolking het ontgelden.

‘Zelfs de lastdieren werden niet gespaard.’
De Egyptische historicus Al-Nuwayri.

Mannen die zich verzetten werden neergeslagen terwijl groepjes Vikingen door de straten trokken om vluchtende vrouwen en kinderen te grijpen. Ze werden geboeid en als gijzelaars meegenomen op de schepen.

Deuren werden ingetrapt en huizen overhoop gehaald, en het kon de Vikingen weinig schelen of de bewoners moslim, jood of christen waren. ‘Zelfs de lastdieren werden niet gespaard,’ scheef de Egyptische historicus Al-Nuwayri.

In de chaos wisten de Moren geen gecoördineerde verdediging op te zetten, en de gouverneur van Sevilla vluchtte volgens Isa al-Razi naar het dorp Carmona in het oosten.

Toen ze zich een week lang hadden uitgeleefd, trokken de Vikingen zich terug naar Isla Menor met hun schepen vol slaven en buit.

Vikingen drinken bloed

In het Noord-Spaanse Catoira wordt de zege van de christenen op de Vikingen groots herdacht. Mensen in Vikingkledij spelen de aanvallen na.

© Miguel Vidal/Reuters/Ritzau Scanpix

Maar de Scandinaviërs waren nog niet klaar. Een paar dagen later keerden ze terug. De stad leek verlaten, de straten waren leeg. De sluwe Vikingen ontdekten echter al snel dat een groep inwoners zich had verstopt in de grote moskee. Ze kenden wel een manier om een vijand die zich ergens had verschanst te grazen te nemen: steek het gebouw in brand.

De beste Vikingboogschutters staken hun pijlen aan en richtten ze op het dak. Maar weldra bleek dat een islamitische moskee moeilijker in brand te steken was dan een Scandinavisch houten huis.

Het vuur doofde uit zonder veel schade te hebben aangericht, maar de Vikingen gaven het niet op. Ze drongen een vleugel van de moskee binnen en staken een grote berg hout en stromatten in brand.

De moskee brandde niet af, maar de ongewapende moslims die er hun toevlucht hadden gezocht, probeerden toch te vluchten, mogelijk vanwege de rook. Zodra ze de poort openden en naar buiten kwamen, werden ze afgeslacht door de moorddadige noorderlingen.

Nog vele jaren na het bloedbad noemden de moslims het godshuis de Moskee der Martelaren.

Vikingen steken moskee in brand

Toen de moslims in Sevilla zich in de moskee verschansten, probeerden de Vikingen die in brand te steken.

© Angel García Pinto

De Vikingen hadden Sevilla nu stevig in handen, en vanuit de stad plunderden ze langs de Guadalquivir, tot aan de plaats Constantina ten noordwesten van Córdoba. De inwoners van de dorpen langs de rivier durfden zich nauwelijks te verzetten tegen de wrede piraten. Volgens de geschiedschrijver al-Qutiya liet de bevolking van heel westelijk Al-Andalus de aanvallen gelaten over zich heen komen.

In zijn hoofdstad Córdoba was Abd al-Rahman woedend over het bloedbad bij de moskee, en zijn verkenners meldden dat de barbaren steeds dichterbij kwamen.

De emir droeg zijn ministers op een verdediging op touw te zetten, maar vanwege de geruchten over de wreedheid van de Scandinaviërs was het lastig om vrijwilligers te vinden die het tegen hen wilden opnemen.

Daarom stuurde de eerste minister boodschappers naar alle gouverneurs met het verzoek ‘een beroep te doen op alle moslims die kunnen vechten tegen deze onverwachte tirannen, omdat deze situatie haar weerga niet kent’.

Weldra kwamen moslimstrijders van heinde en verre naar het militaire kamp dat de emir bij Sevilla had laten optrekken.

Torres de Oeste

Moslims en christenen op het Iberisch Schiereiland bouwden torens en forten langs de kust om de Vikingen buiten de deur te houden.

© Jose Luis Cernadas Iglesias

Moslims namen maatregelen

De emir had zich altijd vooral gericht op de christenen in het noorden. Maar tijdens de Vikingtocht van 844 bleek hoe kwetsbaar de islamitische steden waren voor aanvallen vanaf zee, en in de jaren daarna voerden de moslims de beveiliging flink op.

  • Sevilla kreeg dikke muren

    Abd al-Rahman II liet de islamitische stad omringen met stevige muren. Volgens de historicus Al-Qutiya was dat te danken aan de belegering van Sevilla door de Vikingen.

  • Vloot werd uitgebouwd

    Om zich te beschermen tegen aanvallen vanaf zee bouwde de emir een scheepswerf in Sevilla. De productie van schepen werd opgevoerd en de vloot werd aangevuld met veel zeelieden uit de kuststreek.

  • Overal verrezen torens

    Honderden wachttorens werden gebouwd langs de kusten, rivieren en wegen van Al-Andalus. De overblijfselen van 340 Moorse torens (atalayas in het Spaans) zijn nog te zien. Sommige zijn meer dan 1000 jaar oud.

  • Waarschuwingssysteem opgezet

    De vaste bemanning van de torens moest een vuur aansteken als er vijanden aan de horizon te zien waren. Naburige torens volgden dan het voorbeeld. Zo werd een hele streek snel gewaarschuwd.

  • Ook christenen beveiligden zich

    Ook in Asturië verrezen sterke vestingen na de Vikingaanval. De bisschopszetel werd verplaatst van het kwetsbare Iria Flavia naar Santiago de Compostella verder landinwaarts.

Sluwe val nekt de Vikingen

De vele moslimstrijders kwamen uit het hele rijk. Er waren Noord-Afrikaanse huurlingen, maar ook krijgslustige clanleden uit het noorden van Al-Andalus, die gepokt en gemazeld waren in de strijd tegen de christenen.

Als laatste sloten leden van de opstandige Banu Qasi-clan zich bij het leger aan. De emir was erin geslaagd zelfs zijn ergste vijand achter zich te scharen, en hij was klaar om de strijd met de Vikingen aan te gaan.

De commandanten van de emir – onder wie de eunuch Nasr (Arabisch voor ‘overwinning’) – zouden de Vikingen uit Sevilla hebben weten te lokken door kleine groepjes strijders naar de randen van de stad te sturen.

In hun hoogmoed gingen de Vikingen achter deze soldaten aan, die volgens de bronnen de Scandinaviërs regelmatig in een hinderlaag wisten te lokken.

Isa al-Razi meldt dat de Vikingen zich steeds kwader maakten over deze Moorse provocaties. Omdat ze toch al van plan waren om Sevilla achter zich te laten, bemanden ze hun langschepen en voeren ze door om nieuwe plaatsen te zoeken om te plunderen.

Moslim executeert Viking

Christelijke opstanden werden hard neergeslagen in Córdoba. De martelaren daarvan werden door christenen in het geheim aanbeden.

© Imageselect Heritage

Zo arriveerde een grote Vikingvloot op 11 november 844 in Talyata, een paar kilometer ten noorden van Sevilla. De Scandinaviërs gingen aan land om de inwoners, waar ze geen hoge pet van ophadden, in de pan te hakken. Maar commandant Nasr had er het grootste deel van het islamitische leger gestationeerd, en toen de Vikingen de ruiters ontdekten, was het al te laat.

De Scandinaviërs waren in de minderheid en stonden tegenover een goed bewapende vijand. Volgens huidige historici namen er zo’n 1000 Vikingen deel aan de veldslag bij Talyata, en islamitische bronnen melden dat zeker 500 van hen sneuvelden.

Nasr nam een aantal langschepen in beslag en zou er 30 verwoest hebben met brandende projectielen uit katapulten. De moslims kenden geen genade en achtervolgden een groep ontsnapte Vikingen, die vier dagen later afgeslacht werden in Tejada bij de monding van de Guadalquivir. De bronnen spreken van een bloedbad.

De laatste Vikingen ontvluchtten Sevilla met hun schepen vol slaven, op de hielen gezeten door de Moren. Die wisten nog twee langschepen uit te schakelen.

In Sevilla hingen de moslims 400 gevangengenomen Vikingen op aan palmbomen. De hoofdman en 200 strijders werden volgens de bronnen onthoofd, en emir Abd al-Rahman stuurde de afgehakte hoofden als trofee naar zijn vazalstaten in Noord-Afrika. Zo toonde hij zijn macht en wilde hij voorkomen dat zijn vazallen ooit in opstand zouden komen.

Vikinghoofdman Hastein

Italië was niet voorbereid op de komst van de mythische hoofdman Hastein met zijn schepen in 860.

© Yolanda Perera Sánchez/Imageselect

Vikingen gingen naar Italië

Hoewel de eerste Vikingen er in de pan gehakt waren, keerden de langschepen in 859 terug naar het Iberisch Schiereiland. Deze keer waagden ze zich echter niet in de buurt van Sevilla, maar voeren ze als eerste Scandinaviërs door de Straat van Gibraltar.

Deze Vikingen boekten echter weinig succes in Al-Andalus, vermoedelijk omdat emir Abd al-Rahman zijn verdediging flink had versterkt. Maar de expeditie ging door naar Italië, naar verluidt onder leiding van de beroemde hoofdmannen Hastein en Björn Järnsida. Laatstgenoemde was een zoon van de mythische koning Ragnar Lodbrok.

Volgens de Normandische monnik Dudo van Saint-Quentin drong Hastein het Italiaanse Luni binnen door te doen of hij stervende was. De poort werd geopend en Hastein mocht naar binnen worden gedragen om net op tijd te kunnen worden gedoopt. De Scandinaviërs hadden wapens onder hun kleren, en in de kapel sprong Hastein op, stak de priesters neer en nam de stad in met zijn mannen.

Overwinning wordt gevierd

Gezanten verkondigden het nieuws over de overwinning in alle uithoeken van het rijk. Er werden feesten georganiseerd, onder meer door de eunuch Nasr, die door een dichter geprezen werd:

‘Als de stem van uw zwaard klinkt in het land / beven zelfs de meest rotsvaste bergen / vraag de beren en de gieren over Talyata!’

De grote Vikingvloot die als uit het niets aan de kust van Noord-Spanje was verschenen, was slechts 42 dagen na de komst van de noorderlingen naar Sevilla verslagen. Enkele langschepen met Vikingen aan boord wisten echter de open zee te bereiken, en volgens de bronnen gingen ze door naar het huidige Portugal, waar ze een tijdlang de dorpen langs de kust belaagden.

De Noord-Afrikaanse historicus Ibn Idhari vertelde hoe het de Vikingen verder verging: ‘Degenen die ontkomen waren, voeren weg. Ze gingen naar Niebla en Lissabon, en er werd niets meer van hen vernomen.’

Of de laatste Vikingen hun winterkamp aan de Garonne bereikten en vandaar terugkeerden naar Scandinavië, is niet bekend.

Nog nooit was een Vikingtocht zo slecht afgelopen, en de overlevenden deden er vast het zwijgen toe toen ze thuiskwamen.

Maar één nederlaag schrok de Vikingen niet af. De route naar een nieuwe, spannende wereld was geopend, en een paar jaar later zette de volgende lading Scandinaviërs koers naar Al-Andalus – waar de moslims hun kromzwaarden al hadden geslepen.

Lees ook:

Log in

Ongeldig e-mailadres
Wachtwoord vereist
Toon Verberg

Al abonnee? Heb je al een abonnement op ons tijdschrift? Klik hier

Nieuwe gebruiker? Krijg nu toegang!

Reset wachtwoord

Geef je mailadres op, dan krijg je een e-mail met aanwijzingen voor het resetten van je wachtwoord.
Ongeldig e-mailadres

Voer je wachtwoord in

We hebben een mail met een wachtwoord gestuurd naar

Nieuw wachtwoord

Enter a password with at least 6 characters.

Wachtwoord vereist
Toon Verberg