Harald Blauwtand, doop

Harald Blauwtand kerstende de Denen met list

De monnik Poppo haalde Vikingkoning Harald Blauwtand over om de Deense Vikingen te kerstenen met een miraculeuze vuurproef. Maar het lijkt er sterk op dat Harald en Poppo valsspeelden.

De monnik Poppo haalde Vikingkoning Harald Blauwtand over om de Deense Vikingen te kerstenen met een miraculeuze vuurproef. Maar het lijkt er sterk op dat Harald en Poppo valsspeelden.

AKG-images/De Agostini Picture Lib./A. Dagli Orti & Shutterstock

Als Vikingkoning Harald Blauwtand op een avond in 963 een feest geeft voor zijn belangrijkste mannen, is de sfeer gespannen. Er is een buitenlandse gast bij.

Deze Poppo is een monnik uit het machtige Heilige Roomse Rijk in het zuiden. Het gesprek komt op religie, en er ontstaat een heftige discussie.

‘De Denen beweerden dat Christus wellicht wel een god was, maar dat er andere goden waren die machtiger waren dan hij, omdat ze veel grotere tekenen gaven en wonderen deden dan Christus,’ aldus Widukind, een kroniekschrijver uit die tijd.

Poppo wil er niets van weten. Volgens hem is Christus de enige ware god. Alle anderen zijn afgoden!

Harald Blauwtand luistert een tijd toe en mengt zich dan in de ruzie. Durft de monnik de kracht van zijn god te bewijzen met een vuurproef? Natuurlijk, zegt Poppo.

‘Daarop bekeerde de koning zich. Hij besloot alleen Christus als God te erkennen.’ Kroniekschrijver Widukind over Harald Blauwtand

De volgende ochtend heeft Harald een groot stuk ijzer laten verhitten. Als Poppo dit kan vasthouden zonder brandwonden op te lopen, zal de koning geloven dat de christelijke God de beste is.

Zonder aarzelen pakt de monnik het ijzer beet en hij houdt het vast zonder een spier te vertrekken. Dan laat hij Harald zijn hand zien, die geheel ongeschonden is.

‘Daarop bekeerde de koning zich. Hij besloot alleen Christus als God te erkennen en gebood zijn onderdanen de afgoden af te zweren,’ schrijft Widukind.

Een paar jaar later plaatste een trotse Harald de beroemde runensteen van Jelling, waarop hij bekendmaakte dat hij de Denen gekerstend had. Als eerste Vikingen hadden de Denen de christelijke God omarmd, waarmee de kerstening van heel Scandinavië in gang werd gezet. En dat kwam allemaal door het wonder van Poppo.

Maar uit nieuwe analyses van de schriftelijke bronnen blijkt dat dit lang niet de hele waarheid is. Poppo was niet wie we dachten, en samen met Harald Blauwtand voerde hij misschien wel een uiterst effectieve goocheltruc op.

Harald Blauwtand, Poppo, vuurproef

Koning Harald was verbluft door Poppo’s vuurproef. Zo leek het althans.

© Statens Museum for Kunst

Vikingen bekeren zich uit noodzaak

Anders dan je misschien denkt, telde het Deense rijk onder Harald Blauwtand al diverse christenen. De eerste bekende bekeringsmissies vonden plaats in de 8e eeuw.

Hoewel missionarissen als Ansgarius, de ‘apostel van het noorden’, er niet in slaagden het christendom op grotere schaal te verspreiden, waren de Vikingen al wel gewend aan christenen in hun eigen land.

‘Er was al een vruchtbare bodem gelegd, doordat er in de loop der eeuwen veel contact was geweest met het christelijke West- en Midden-Europa,’ zegt Michael Gelting, historicus en voormalig senior onderzoeker bij het Deense nationaal archief.

Het is ook al lang bekend dat Vikingen die handel dreven in christelijke rijken zich vaak aan een ceremonie onderwierpen waarbij ze werden gezegend in het teken van het kruis.

In principe werd de zegen gevolgd door de doop, maar deze initiële ceremonie volstond om te mogen handelen met christelijke kooplieden, wat anders streng verboden was door de christelijke vorsten.

Harald Blauwtand, hamer van Thor, kruis

Aan deze mal voor kruisen en een hamer van Thor zie je dat de Vikingen het christendom accepteerden.

© Werner Forman/Ritzau Scanpix

Maar uit vondsten blijkt dat de Vikingen, hoewel ze zich niet lieten dopen, het nieuwe geloof mee naar huis namen en dat er al in de 9e eeuw een christelijke minderheid in Denemarken was.

Zo zijn op de plek van de domkerk van Ribe enkele christelijke graven uit de 9e eeuw gevonden. En onderzoekers denken dat er mogelijk 2000 à 3000 christenen begraven liggen, allen uit ongeveer dezelfde tijd.

Ook laten vondsten van vrijwel identieke zilveren kruisen in graven in het Deense Ketting en het Zweedse Birka zien dat de Scandinaviërs halverwege de 10e eeuw al veel sieraden maakten met dit christelijke symbool.

In het graf in Ketting lag ook een hamer van Thor, wat aantoont dat heidenen en christenen in het 10e-eeuwse Denemarken zij aan zij leefden.

Widukind wist dat er christenen in Denemarken woonden.

‘De Denen waren al lange tijd christen, maar dienden ook de afgoden volgens heidens gebruik,’ schrijft hij.

Daar wilde Poppo een einde aan maken.

Harald Blauwtand, Vikingen, plunderingen

De Vikingen plunderden christenen over de grens, maar respecteerden ze in eigen land.

© Granger/Imageselect

Heidenen en christenen leefden zij aan zij

Terwijl de Vikingen buiten hun grenzen massaal christenen plunderden en vermoordden, leefden de twee religies in Scandinavië vreedzaam naast elkaar. Dat duurde zeker 100 jaar, blijkt uit archeologische vondsten.

In de 8e eeuw plunderden de Vikingen in heel Europa christelijke steden, kloosters en kerken, maar binnen de grenzen van het rijk leefden heidenen en christenen vreedzaam samen.

Grafvondsten tonen aan dat Denemarken vanaf halverwege de 9e eeuw christelijke enclaves kende en dat die vrij waren om hun doden volgens christelijk gebruik te begraven.

Historici menen dat de Vikingen de christenen in hun eigen rijk niet alleen tolereerden, maar de christelijke God gaandeweg gingen beschouwen als nog een god naast Odin, Thor en de vele andere noordse goden.

Dat het christelijke geloof volgens de Vikingen niet botste met het Asengeloof, blijkt bijvoorbeeld uit een vondst op de begraafplaats Thumby-Bienebek in het huidige Sleeswijk-Holstein.

De dode droeg een christelijk zilveren kruis om zijn nek, maar op de kist zaten meerdere ijzeren hamers van Thor. Dat duidt erop dat de nabestaanden de goden van beide religies gunstig wilden stemmen.

Poppo moet Harald Blauwtand overtuigen

Poppo was niet zomaar iemand, ontdekte Michael Gelting. Historici analyseerden Widukinds verslag van de bekering van Harald Blauwtand altijd vanuit een Scandinavisch perspectief, maar Gelting bestudeerde Widukinds kroniek in het licht van wat er in die tijd in de rest van Europa gebeurde.

Dat werpt nieuw licht op het verhaal van Widukind. Volgens Gelting was Poppo geen vrome, nederige monnik, maar een hoge diplomaat, uitgezonden door het hof van de Rooms-Duitse keizer Otto I zelf.

Volgens Gelting was Poppo waarschijnlijk dezelfde als Volkmar, de schatbewaarder van de Dom van Keulen en de rechterhand van Bruno, de broer van keizer Otto.

Poppo was toen een gebruikelijke bijnaam voor mensen die Volkmar gedoopt waren, legt Gelting uit. Hij ontdekte dat Volkmar als ‘Poppo’ vermeld staat in Bruno’s testament, dat is opgenomen in de biografie van de toenmalige bisschop Ruotger over Bruno.

De echte werkgever van Poppo was de ambitieuze keizer Otto. Toen deze nog koning van Duitsland was, had hij zich geallieerd met de Duitse kerk en grote delen van de Slavische gebieden ten oosten van de Elbe onderworpen.

In 962, het jaar vóór Poppo’s bezoek aan Harald Blauwtand, werd Otto gekroond tot keizer van Rome, waarmee het Heilige Roomse Rijk formeel werd gesticht.

Harald Blauwtand, keizer Otto I

In 962 werd Otto I keizer van het Heilige Roomse Rijk en daarmee koning van de Europese koningen.

© Historia/Shutterstock/Ritzau Scanpix

Keizer Otto gebruikte de kerk als wapen

Met hulp van de Duitse kerk en haar bisschoppen onderwierp Otto I grote delen van de Slavische gebieden in het oosten. De stammen werden met geweld gekerstend – en geplunderd.

In 936 volgde de Duitse koning Otto zijn vader Hendrik de Vogelaar op. Het grote voorbeeld van de jonge koning was Karel de Grote, de keizer van het machtige Frankische Rijk, dat bijna 100 jaar eerder Midden-Europa had overheerst.

Karel gebruikte de kerk actief in zijn machtsspel, en Otto deed dat ook – in nog sterkere mate. Hij bevorderde de geestelijken, zodat ze een uiterst machtig tegenwicht vormden tegen de adel.

In samenwerking met de Duitse kerk richtte Otto zich vervolgens op de heidense Slaven ten oosten van de Elbe. Onder het teken van het kruis onderwierp Otto hun gebieden in onder meer het huidige Oost-Duitsland.

De bisschoppen volgden hem op de voet en bekeerden de onderworpen stammen in recordtijd tot het christendom. Dat gaf hun het recht tienden te innen voor de kerk en grote stukken land in bezit te nemen.

Daardoor ontstonden er ten oosten van de Elbe allerlei bisdommen – half kerk, half burcht. Mede dankzij Otto’s nauwe band met de Duitse kerk werd hij in 962 keizer van het Heilige Roomse Rijk.

Als Otto op reis ging, liet hij het rijk over aan zijn broer Bruno, de aartsbisschop van Keulen en daardoor Poppo’s directe baas. Bruno trad al lange tijd op als Otto’s plaatsvervanger. Volgens een bron uit die tijd was hij ‘de naaste in alle opzichten’.

Uit de bronnen blijkt dat Bruno zich in Otto’s afwezigheid bezighield met het aanknopen van diplomatieke betrekkingen met de omringende landen – waaronder Denemarken, waar de relatie met de Vikingen heel belangrijk was.

‘Het past dus in het plaatje dat Bruno een gezant, Poppo, in Denemarken had,’ zegt Gelting.

In 963 had Otto zijn handen vol aan zijn nieuwe Italiaanse koloniën in het zuiden. En in het oosten moest hij de Slavische stammen in de gaten houden in het huidige Oost-Duitsland, Polen en Tsjechië. Bruno wist dus dat Otto rust nodig had in het noorden.

Harald Blauwtand, kroon, keizer

Als Rooms-Duitse keizer kreeg Otto een extreem dure kroon én een grote verantwoordelijkheid voor het Europese christendom.

© akg-images/Erich Lessing & Shutterstock

Als Harald Blauwtand kon worden overgehaald om Denemarken bij de christelijke naties van Europa te voegen, zou de kans op een conflict veel kleiner zijn. En Bruno had nog een reden om Harald te kerstenen: een dreigende burgeroorlog.

De neef van keizer Otto, Wichman de Jonge, had al eerder geprobeerd Otto van de troon te stoten, en in 962 riep hij Harald Blauwtand om hulp bij een nieuw conflict. De Deense koning had daar wel oren naar.

De opstand liep op niets uit, maar het incident overtuigde Bruno ervan dat Harald een ernstig gevaar kon vormen.

VIDEO: Europese christenen vreesden Scandinavische heidenen

Vuurproef mogelijk in scène gezet

Voor Harald Blauwtand was een kerstening ook gunstig. Zijn macht als koning was nog kwetsbaar en werd steeds van buitenaf bedreigd. Een alliantie met een grootmacht in het zuiden kon hem veiligheid en steun bieden.

Ook de kans op een oorlog met Duitsland zou een stuk kleiner zijn. En dat gevaar was niet denkbeeldig. Nog geen 30 jaar eerder, in 934, had Otto’s vader koning Hendrik I – bijgenaamd de Vogelaar – de Deense handelsplaats Hedeby veroverd en zelfs de toenmalige Deense koning Gnupa gevangengenomen.

En ook Otto I had laten zien waartoe hij in staat was. In 955 had hij namelijk het leger van de gevreesde Magyaren weggevaagd in de Slag op het Lechfeld. Net als de Vikingen ondernamen de heidense Magyaren, die rond 900 het huidige Hongarije hadden ingenomen, keer op keer bloedige plundertochten in de christelijke buurlanden.

Harald Blauwtand, Otto, keizer, Magyaren

In 955 versloeg Otto I het leger van de gevreesde Magyaren op het slagveld.

© The Picture Art Collection/Imageselect

De Slag op het Lechfeld maakte voorgoed een einde aan de dreiging van de Magyaren – en Harald Blauwtand besefte dat Otto elke vijand hard aanpakte, zeker heidenen. Maar als Harald en zijn volk zich lieten dopen, kon hij voorkomen dat de Denen hetzelfde lot zouden ondergaan als de Magyaren.

De Duitse keizer en de Deense koning hadden dus een gemeenschappelijk belang. Gelting denkt daarom dat de ruzie op het feest van koning Harald, die leidde tot Poppo’s vuurproef, niet zo toevallig was als Widukind wil doen geloven.

‘Het is goed denkbaar dat de discussie aan het hof van Harald Blauwtand in scène is gezet,’ zegt Gelting.

Als Poppo was uitgezonden door het keizerlijk hof, hebben Harald en hij elkaar voorafgaand aan het feest waarschijnlijk ontmoet. Daarbij zijn ze het erover eens geworden dat het voor iedereen goed zou zijn als Harald officieel christen zou worden en het heidense geloof in zijn land zou verbieden.

Toen Harald Blauwtand erop wees dat hij een sterk argument nodig had tegenover zijn hoofdmannen, stelde Poppo een vuurproef voor, is Geltings theorie.

De vuurproef, waarbij iemand gloeiend heet ijzer moest vasthouden om goddelijke interventie aan te tonen, was een christelijk gebruik, dat in het 10-eeuwse Scandinavië onbekend was. Daardoor noemen diverse historici het onwaarschijnlijk dat de gebeurtenis überhaupt heeft plaatsgevonden, omdat de vuurproef geen indruk zou maken op een publiek dat het gebruik niet kende.

‘Maar misschien was de vuurproef juist effectief omdat Haralds mannen het ritueel niet kenden en dus ook niet de trucjes die vermoedelijk waren bedacht om de uitkomst te sturen,’ zegt Gelting. Hij bedoelt dat de proef zo kon worden gemanipuleerd dat de toeschouwers de indruk kregen dat God had ingegrepen.

Harald Blauwtand, Poppo, Tamdrup

Op reliëfs in de Deense kerk van Tamdrup zie je dat Poppo het ijzer vasthoudt met zijn rechterhand, maar daarna zijn linkerhand laat zien.

© Nationalmuseet

Burchten symboliseren nieuwe tijd

Volgens Geltings theorie liet Harald zich allereerst dopen om een Duitse aanval zoals die op de Magyaren te voorkomen.

En volgens Jens Ulriksen, archeoloog en hoofd onderzoek bij Museum Sydøstdanmark, is dat niet zo gek.

‘Toen Karel de Grote eind 8e eeuw de Saksen onderwierp, was het argument dat het zonde was dat zo’n mooi en edelmoedig volk zo’n macabere religie als het Asengeloof zou aanhangen,’ vertelt hij.

‘Maar Harald Blauwtand maakte impliciet duidelijk dat hij zich niet liet onderwerpen door zelf voor het christendom te kiezen,’ concludeert hij.

Hij denkt dat de Vikingkoning zijn uiterste best deed om zichzelf neer te zetten als vaandeldrager van een nieuw tijdperk. Hetzelfde gold voor de uitgebreide bouwprojecten die hij ondernam.

‘Ze staan voor Harald Blauwtand en voor zijn idee van de wereld en de nieuwe christelijke tijd die hij inluidde.’ Archeoloog Jens Ulriksen over Haralds ringburchten

Gedurende Haralds regering werden er zeker vijf ringburchten gebouwd. Sinds de opgraving van de eerste burcht wordt er gediscussieerd over het doel van deze bouwwerken. Ulriksen ziet ze als onderdeel van Haralds transformatie van Denemarken.

‘Ze staan voor Harald Blauwtand en voor zijn idee van de wereld en de nieuwe christelijke tijd die hij inluidde. Maar tegelijk had hij de behoefte om zich op deze manier naar buiten toe te manifesteren.

Mogelijk zijn de ringburchten niet alleen een symbool van Haralds nieuwe christelijke rijk, maar ook van het christendom zelf. De straten ervan doen namelijk denken aan de zonnekruisen of apostelkruisen die in middeleeuwse kerken boven de koorboog werden geschilderd,’ aldus Ulriksen.

‘Als je die redenering doorvoert, zou je kunnen zeggen dat Harald Blauwtand Denemarken, zijn koninkrijk, aan God wijdde door overal in het land deze kruisen te plaatsen in de vorm van ringburchten,’ zegt Ulriksen. Hij benadrukt dat dit slechts een interpretatie is.

Het feit dat de burchten en andere bouwwerken met Harald zijn verdwenen, steunt de theorie dat ze alleen een symbolisch doel dienden. Geen van de burchten wordt in schriftelijke bronnen genoemd.

Zelfs de kroniekschrijver Saxo, die leefde van 1160 tot 1208 en voor wie Harald Blauwtand een held was, rept met geen woord over de bouwwerken. Als ze een militair doel hadden gehad, waren ze na Haralds dood in 987 ongetwijfeld bewaard gebleven en uitgebreid.

Maar niemand anders kon iets met de bouwwerken, omdat ze uitsluitend dienden om Haralds project te ondersteunen, concludeert Ulriksen.

Harald Blauwtand, ringburcht, zonnekruis

Haralds burchten hebben dezelfde vorm, met een kruis in het midden.

© akg-images/De Agostini/C. Novara

Haralds burchten waren machtssymbolen

Koning Harald Blauwtand bouwde een aantal monumentale bouwwerken, waaronder vijf ringburchten. Die hadden geen praktische functie, maar herinnerden de bevolking aan de macht van de koning.

Tot de beroemdste bouwwerken van Harald Blauwtand behoren vijf enorme ringburchten. Volgens archeoloog Jens Ulriksen, hoofd onderzoek van Museum Sydøstdanmark, waren die niet voor verdediging bedoeld. Ze waren een vorm van machtsvertoon, om de Denen te laten zien dat de koning anders was dan zijn voorgangers.

Ulriksen wijst op de grootte en geometrische vorm van de monumenten, die nieuw waren in het 10e-eeuwse Scandinavië. De burchten stonden op locaties waar veel reizigers langskwamen, zoals bij doorwaadbare plekken en belangrijke kruispunten.

Het ging er echter niet om de verkeersknooppunten te beschermen, aldus Ulriksen, want er is geen bewijs dat de burchten permanent bemand waren. Hij denkt dat ze vooral een nieuw tijdperk symboliseerden.

‘Voorbijgangers worden erop geattendeerd dat er een koning aanwezig is.’

Volgens Ulriksen doen de ronde burchten met hun kruiswegen ook denken aan zonnekruisen – een christelijk symbool.

Heidendom verdween razendsnel

Haralds aanpak werkte. Archeologische vondsten duiden erop dat de Deense Vikingen al snel het heidendom afzwoeren en het nieuwe geloof omarmden. De laatste begrafenissen die duidelijk heidens zijn, vonden slechts 40 jaar na het bezoek van Poppo plaats.

Gelet op de beperkte mogelijkheden voor communicatie en reizen over land in die tijd is de verandering verbazend snel gegaan. Maar niets duidt erop dat de koning zijn volk moest dwingen om de oude goden af te zweren. Schriftelijke bronnen en archeologische vondsten bevatten geen aanwijzingen voor dwang of geweld.

‘Ik denk dat je de overgang naar het christendom moet zien als het hoogtepunt van een proces dat al lange tijd aan de gang was,’ zegt Michael Gelting, verwijzend naar de eerdere bekeringsmissies en de ontmoetingen met christenen in het buitenland in de eeuwen daarvoor.

Het snelle resultaat laat zien dat Harald Blauwtand, als de theorie klopt dat Poppo en hij de vuurproef hebben gemanipuleerd, het juiste publiek kozen.

Het gewone volk had sowieso wel oren naar het christendom, dat zelfs de onderste geledingen van de samenleving eeuwig leven beloofde. Maar de hoofdmannen hadden meer overtuigingskracht nodig om de oude goden in te wisselen voor het christendom.

Het Asengeloof was met zijn ideeën over krijgers en het Walhalla namelijk in de eerste plaats een religie voor mannen met macht. Bovendien waren de hoofdmannen verantwoordelijk voor het rituele gedeelte van de godenverering, wat hun nog meer macht gaf in hun gebied.

Harald Blauwtand, dood, pil

Volgens de Jomsvikingensaga kwam Harald aan zijn einde door een pijl in zijn achterste toen hij geknield voor het vuur zat.

© Nordic Image

De vuurproef van Poppo lijkt echter boven verwachting te hebben gewerkt en overtuigde zelfs de sceptische hoofdmannen van de superioriteit van de christelijke God.

Hoewel de Denen in de decennia die volgden conflicten met Duitsland niet helemaal konden vermijden, werden ze niet zoals andere heidense volken het slachtoffer van grote invasies.

Daardoor kon Denemarken uitgroeien tot een echt rijk onder een relatief sterke vorst. En dat was allemaal te danken aan de slimme truc van Poppo en Harald.

De kerstening van de Denen opende de deur voor de rest van Scandinavië, en in de jaren erop vielen alle Vikingrijken voor de christelijke God.