sneeuwlandschap, Thors hamer

Fimbulwinter gebaseerd op echte gebeurtenissen

De Vikingen waren doodsbang voor de fimbulwinter, die hongersnood en het einde van de wereld inluidde. Maar het was geen bijgeloof, zeggen wetenschappers. De fimbulwinter vond plaats in 536.

De Vikingen waren doodsbang voor de fimbulwinter, die hongersnood en het einde van de wereld inluidde. Maar het was geen bijgeloof, zeggen wetenschappers. De fimbulwinter vond plaats in 536.

The Print Collector/Imageselect & Shutterstock

Zelfs de stoerste Vikingen kregen koude rillingen als ze het woord ‘fimbulwinter’ hoorden. De fimbulwinter was het begin van honger, oorlogen en ragnarok, staat er in de Proza-Edda.

Dit middeleeuwse werk is een handboek voor dichters en werd rond 1220 geschreven door de IJslandse historicus Snorri Sturluson. Het boek wordt tegenwoordig gezien als een autoriteit op het gebied van de Vikingmythologie.

En volgens de Proza-Edda was er genoeg reden om bang te zijn: ‘Drie winters verstrijken zonder een zomer.’

Deze ijskoude en donkere periode wordt in het gedicht Völuspá beschreven als een ‘tijd van zwaarden, van schilden – voor de wereld vergaat’.

Tientallen jaren hebben wetenschappers de fimbulwinter gezien als een mythe – net als de draken en heksen, waar de Vikingen ook in geloofden. Maar nieuw onderzoek wijst erop dat deze dodelijke winter echt heeft plaatsgevonden – in de ijzertijd.

De fimbulwinter was blijkbaar zo verschrikkelijk dat hij een onderdeel werd van het noordse geloof, net zo bekend als Odin, Thor en de Midgaardslang.

Vulkaan veroorzaakte ijstijd

De ramp begon met een vulkaanuitbarsting, waar in de Alpen sporen van zijn gevonden.

Boek

De gedichten in de Proza-Edda gaan vooral over de Noordse goden en dateren uit de Vikingtijd. Generaties lang werden ze mondeling doorgegeven, totdat de machtigste man van IJsland, Snorri Sturluson, ze opschreef.

© Shutterstock

In 536 n.Chr. barstte de IJslandse vulkaan Katla uit en veroorzaakte een klimaatramp. Enorme hoeveelheden lava en gassen kwamen uit de aarde omhoog. De enorme vulkaanuitbarsting vulde de atmosfeer met rook en as, van Groenland tot aan China.

Talloze bronnen uit 536 beschrijven hetzelfde: de zon verdween, de oogst mislukte en mensen leden honger. Ierse annalen beschrijven hongersnood, terwijl Chinese kroniekschrijvers in de zomer sneeuw zagen liggen.

Volgens de Romeinse historicus Cassiodorus (ca. 490-590) scheen de zon dat jaar maar een paar uur per dag – aan een hemel vol donkere wolken. Door ijskernen op Groenland te bestuderen, vonden wetenschappers van NASA al in 1983 vulkanische sporen uit het jaar 536.

‘De Chinezen voorspelden de toekomst door sterrenbeelden te bestuderen, maar in 536 waren de sterren weg!’ Jeanette Varberg, archeoloog en curator

De vermoedens van NASA dat er een ramp had plaatsgevonden, werden versterkt toen experts oude Chinese beschrijvingen van de sterrenhemel onderzochten, legt Jeanette Varberg, archeoloog en curator bij het nationale museum van Denemarken, uit.

De Chinezen probeerden de toekomst te voorspellen door de sterrenbeelden te bestuderen, maar in 536 waren de sterren weg! Er hing een sluier over de hemel. Dat blijkt ook uit Mesapotamische bronnen,’ vertelt Varberg.

Sinds de ontdekking in 1983 hebben onderzoekers geprobeerd om de vulkaan te vinden die de fimbulwinter heeft veroorzaakt. De Lago de Ilopango in El Salvador werd lang verdacht, maar tegenwoordig denkt men aan een IJslandse vulkaan.

‘Analyses van een glasscherf uit 536 – gevonden in het ijs van de Zwitserse Alpen – wijzen naar de Katla. Het is een soort chemische vingerafdruk,’ zegt Varberg.

IJsland

De vulkaan Katla ligt gedeeltelijk onder de Mýrdalsjökull-gletsjer in Zuid-IJsland. De Katla was heel actief – tussen 930 en 1918 is de vulkaan minstens 20 keer uitgebarsten. Geen van deze uitbarstingen was zo hevig als in 536.

© Shutterstock

Door de enorme uitbarsting van de Katla werd het noordelijk halfrond in mist gehuld en daalde de temperatuur drie of vier graden. Dit was, volgens Varberg, ‘de ergste afkoeling in 2000 jaar’.

Vier graden lijkt misschien niet veel, maar de temperatuurverandering was genoeg om 536 ‘het slechtste jaar om in te leven’ te maken, zegt historicus Michael McCormick, professor aan de Harvard University in de VS.

Varberg is het met hem eens en wijst erop dat de zwakke zonnestralen het vooral in Scandinavië lieten afweten.

‘De kou duurde drie jaar in Ierland, maar wel tien jaar in Noord-Scandinavië. In Zuid-Europa zijn temperatuurschommelingen niet zo erg, maar in het noorden leefden mensen al op het randje.’

Als er te weinig zonlicht was, rijpte het graan op de akkers niet, maar verrotte het. En omdat de voorouders van de Vikingen boeren waren, leidde een mislukte oogst tot hongersnood – zeker in Noorwegen, waar archeologen aanwijzingen hebben gevonden voor opvallende veranderingen.

Jeanette Varberg

In haar boek Viking geeft Jeanette Varberg een overzicht van wat we weten over de fimbulwinter.

© Mogens Engelund, engelund.dk

De hongersnood heeft ook sporen achtergelaten in het dorpje Landa in het zuidwesten van Noorwegen: Landa was al 2000 jaar bewoond, maar werd rond 536 ineens verlaten. In Noord-Noorwegen wijst de afwezigheid van archeologische vondsten erop dat de bevolking sterk afnam.

‘Archeologen hadden iets moeten vinden, maar er was niets! We kunnen dus vaststellen dat er iets gebeurd moet zijn,’ zegt Varberg.

Dit wordt bevestigd door pollenanalyses. Wetenschappers hebben pollen geanalyseerd in bijna 1500 jaar oud veen uit Zweden en Noorwegen. Landbouwgrond zit vol met pollen van granen en gras, maar in het noorden van Zweden en Noorwegen bevat de veengrond vanaf het midden van de 6e eeuw vrijwel geen graspollen – omdat de grond niet werd verbouwd na de fimbulwinter.

Zweedse archeologen denken dat de helft van alle dorpen in Mälardalen bij Stockholm in de 6e eeuw verlaten werd. Dat geldt ook voor Öland en Gotland. Mensen vluchtten naar het zuiden, of ze stierven. Wetenschappers denken dat de Noord-Scandinavische bevolking in de jaren na 536 werd gehalveerd.

Schapen, gras, hut

De voorouders van de Vikingen hielden schapen voor wol en vlees.

© Shutterstock

Zon was van levensbelang voor voorouders van Vikingen

In de 6e eeuw werd Scandinavië bevolkt door boeren die erg afhankelijk waren van de weinige warme zomermaanden.

Het leven van de voorouders van de Vikingen was vergelijkbaar met dat van hun beroemde nakomelingen. In de 6e eeuw dreven ze handel, gehoorzaamden ze een lokale leider en verbouwden ze de grond om hun gezin te onderhouden.

Vee, zoals schapen, geiten, varkens en koeien, was een belangrijk deel van het huishouden en graasde vaak op de weilanden bij de boerderij. Als het winter werd, werden de meeste dieren geslacht. Het vlees werd gerookt, gedroogd of gepekeld om het te bewaren.

Alleen fokdieren overwinterden in de schuur, maar die hadden veel hooi nodig. Koude zomers met weinig gras waren rampzalig, want dan konden de voorouders van de Vikingen niet genoeg hooi verzamelen voor de winter.

De boeren verbouwden ook gerst, tarwe en haver. Als de zomer te koud was, mislukte de oogst en konden ze minder brood en pap maken – wat de basis was van hun dieet.

Ook al is de beschrijving uit de Edda waarschijnlijk overdreven, uit dendrochronologie blijkt dat de fimbulwinter een klimaatramp was.

Dendrochronologie is de studie van de jaarringen van bomen. Uit palen die in de jaren na 536 zijn gekapt blijkt dat er minder zonlicht was.

‘Als een boom een brede jaarring heeft, was het een goed jaar met veel groei. Maar de jaarringen uit de fimbulwinter zijn vrijwel onzichtbaar,’ legt Varberg uit.

De fimbulwinter heeft opvallende sporen achtergelaten in Noorwegen en Zweden, maar in Denemarken zijn ze minder duidelijk. Volgens Varberg komt dit doordat het klimaat hier milder was, en de mensen dus sneller herstelden na de koude periode.

Toch hadden de Denen er ook last van. Er zijn veel schatten uit de 6e eeuw gevonden, wat betekent dat Deense boeren fortuinen offerden aan de goden in ruil voor zonlicht en warmte.

In heel Scandinavië zorgde het ijskoude klimaat halverwege de jaren 530 voor zoveel leed dat, volgens historici, het verhaal van generatie op generatie werd doorverteld.

Wolven aten de zon en de maan op

Aan het begin van de Vikingtijd, zo’n 200-250 jaar later, was de lijdensweg van hun voorvaderen uitgegroeid tot iets dat zich in de toekomst zou herhalen – de fimbulwinter – Oudnoords voor ‘grootse winter’.

‘Dan valt de sneeuw uit alle richtingen. De vorst is streng en de winden scherp. De zon heeft geen kans,’ vertelt de Proza-Edda.

De onheilsprofetie van de Vikingen betekende niet alleen kou. De ellende zou leiden tot ‘wereldwijde strijd. Dan doden broeders elkaar uit hebzucht en niemand weerhoudt vaders en zonen van moord.’

‘De sterren aan de hemel verdwijnen. En daarna beginnen de aarde en bergen te trillen ...’ Vikinggedicht over de fimbulwinter

In de nasleep van alle oorlogen en bloedvergieten zouden wolven de zon en de maan verslinden en de wereld in duisternis hullen.

‘De sterren aan de hemel verdwijnen. En daarna beginnen de aarde en bergen te trillen, zodat bomen loskomen uit de grond, bergen instorten en alle ketenen en banden worden verbroken. Dan ontsnapt de Fenris-wolf,’ staat er in de Proza-Edda geschreven.

Zodra de Fenris-wolf zich heeft bevrijd, begint volgens de mythen ragnarok – de strijd tussen goden en reuzen – die eindigt met de ondergang van de wereld.

De enige mensen die, volgens de Proza-Edda, de fimbulwinter en ragnarok overleven, zijn Líf en Lífthrasir die, net als Adam en Eva uit de Bijbel, de wereld opnieuw bevolken.

Thor, hamer van Thor, bliksem

Zelfs de goden zouden ragnarok niet overleven, dachten de Vikingen. Thor zou de Midgaardslang doden, maar de god van de donder zou negen stappen later instorten en sterven door het gif van de slang.

© Heritage Images/Getty Images

De Vikingen lieten geen lange teksten na. De enige woorden uit de Vikingtijd die niet door een christelijke monnik zijn ‘geredigeerd’, zijn de teksten op runenstenen.

Daarom zijn deze inscripties jarenlang uitgebreid onderzocht, en één ervan lijkt te bevestigen dat de fimbulwinter gebaseerd is op het vreselijke jaar 536.

In het begin van de 9e eeuw richtten Vikingen een runensteen op bij Vättern in Zweden. Deze mysterieuze steen in Rök is versierd met de langste runentekst in Scandinavië en beschrijft een dramatische gebeurtenis ‘negen generaties geleden’.

Terwijl de meeste historici dit zien als een verwijzing naar gebeurtenissen in de 5e eeuw, denkt de Zweedse fimbulwinter-onderzoeker Bo Gräslund dat de steen verwijst naar de winter van 536.

Runensteen

Als een generatie bij de Vikingen 25 tot 30 jaar duurde, valt de ramp die op de runensteen in Rök wordt beschreven samen met de fimbulwinter.

© Arkland

Terwijl de klimaatramp van 536 en de jaren daarna relatief goed beschreven is, zijn er geen aanwijzingen over ‘broeders die elkaar doden’.

‘We hebben geen bewijs van een oorlog,’ erkent Varberg.

De verhalen over oorlog en bloedvergieten tijdens de fimbulwinter kunnen in de 9e en 10e eeuw zijn toegevoegd om de voorspelling beter aan te laten sluiten bij de verhalen over de eeuwige strijd tussen de goden en de reuzen.