Feesten met de Vikingen

Tijdens feesten van wel een week lang losten de Vikingen conflicten op en sloten ze deals, terwijl de drank vloeide. Maar had de gastheer de tafelschikking niet op orde of vergat een gast zijn drinkhoorn te legen, dan kon het feest bloedig eindigen.

Tijdens feesten van wel een week lang losten de Vikingen conflicten op en sloten ze deals, terwijl de drank vloeide. Maar had de gastheer de tafelschikking niet op orde of vergat een gast zijn drinkhoorn te legen, dan kon het feest bloedig eindigen.

Per O. Jørgensen/Histori

De Vikingen zijn op deze midwinterdag rond het jaar 950 al flink vrolijk van het feestbier als Haakon de Goede, de christelijke koning van Noorwegen, met tegenzin plaatsneemt op de troon.

De trotse krijgers en grote boeren uit de regio Trøndelag hebben sneeuw en kou getrotseerd om feest te vieren in de zaal van Haakon.

Het bloed van koeien en paarden is geofferd aan de goden en nu vermaken de feestelijk geklede Vikingen aan de lange tafels zich met eten, mede, bier en stoere verhalen.

Maar als de machtige jarl Sigurd de koning een drinkhoorn aanreikt, wordt het opeens stil in de grote, met fakkels verlichte zaal. Zal de koning proosten op Odin of doet hij afstand van de traditie en kiest hij voor de christelijke god?

Als de jonge koning de hoorn weigert, gaat er een gebrul door de zaal. Enkele oude krijgers dreigen Haakon de deur uit te zetten als hij niet op de juiste manier met hen meefeest. Haakon beduidt zijn lijfwacht om kalm te blijven.

Door de reactie van zijn gasten beseft de koning dat hij zijn geloof niet altijd even strikt kan toepassen. En daarom zet hij, terwijl jarl Sigurd de gemoederen probeert te sussen, zijn tanden in de lever van een paard dat aan de oude goden is geofferd.

Met die handeling volgt hij net als de andere feestgangers de traditie om van de offerdieren te eten.

© Shutterstock

Een feest voor elk seizoen

Na het eten van de lever verbetert de sfeer in de zaal weer. De hele nacht doet Haakon mee met de herdenkingstoosten die de boeren op hun overleden voor­ouders uitbrengen.

Haakons halfhartige deelname aan het feest wordt beschreven in de Saga van Haakon de Goede, die de IJslander Snorri Sturluson in de 13e eeuw optekende.

Net zoals andere christelijke historici schetste hij een beeld van de Vikingen als een stelletje feestbeesten die erop los zopen en sloegen.

Toch lijkt het erop dat de feesten van de Vikingen complexe sociale en politieke aangelegenheden waren.

Drank temt de krijgers

Rond 1070 reisde de kroniekschrijver Adam van Bremen naar Denemarken om het christendom te steunen en vriendschap te sluiten met koning Sven Estridsen.

Het bezoek was een cultuurschok. Verbijsterd schrijft Adam over de Vikingfeesten. ‘Zoals de religieuze gebruiken van de barbaren voorschrijven, eten en drinken ze acht dagen lang overdadig.’

Tijdens de feesten legden de Vikingen hun bijlen en zwaarden weg en wijdden ze zich aan een benevelde vorm van diplomatie. De feestzaal was een vrijplaats waar wraakgedachten en persoonlijke zorgen moesten wijken voor de gemeenschappelijke roes.

Er werden zakelijke afspraken gemaakt, en oude vrienden proostten om hun band te bevestigen. Zoals Adam getuigde kon een Vikingfeest zomaar een week of langer duren, als de aanleiding belangrijk genoeg was.

De Vikingen waren zo dol op feesten dat ze er zelfs vrede voor wilden sluiten. De Íslendinga Saga beschrijft hoe de boer Gizur twee strijdende families uitnodigt voor hetzelfde feest.

‘Zoals de religieuze gebruiken van de barbaren voorschrijven, eten en drinken ze acht dagen.’ Adam van Bremen, kroniekschrijver, ca. 1075

In zijn welkomstwoord vraagt hij de beide partijen om hun wraakzucht op te schorten en een wapenstilstand te sluiten.

Op de tweede dag van het feest zou het conflict al zijn vergeten. ‘Iedereen greep de drinkhoorn’ en ‘proostte de hele dag met elkaar’.

Gasten toosten op de doden

De Vikingen vierden niet alleen de band tussen mensen, maar ook de verbinding met de goden.

Naast hoogtepunten als bruiloften, begrafe­nissen en kroningen waren de blótfeesten (offerfeesten) ook een aanleiding om eens flink te eten en te drinken. De offers aan de goden moesten zorgen voor welvaart en de Vikingen overwinningen bezorgen in de strijd.

We weten niet veel over de blóts ofwel offerdagen van de Vikingen, maar waarschijnlijk vonden ze vier keer per jaar plaats: bij de lente- en herfstequinox en de zomer- en winterzonnewende.

Verder werd er geofferd in tijden van crisis – zoals in het geval van ziekte of een militaire nederlaag. Gewoonlijk werd een blót gevolgd door een blótfeest.

De joodse reiziger al-Tartushi, die rond 965 de Deense Vikingstad Hedeby bezocht, beschreef hoe de winterzonne­wende werd gevierd: ‘Ze houden een feest om god te eren en om te eten en drinken. Degene die het offerdier slacht, zet palen aan het begin van zijn erf en plaatst het dier daarop. Zo kan iedereen zien dat hij offert ter ere van zijn god.’

Er zijn sterke aanwijzingen dat de Vikingen hun winterfeest jól noemden. Volgens sommige bronnen viel deze viering samen met de winterzonnewende (21-22 december), maar in de Saga van Haakon de Goede valt jól bijvoorbeeld op midwinter (19-21 januari).

Aangezien het Oudnoordse woord jól meervoud is, sloeg het mogelijk op een reeks vieringen in deze periode.

Als de Vikingen ‘jól dronken’, eerden ze waarschijnlijk hun voorouders en vierden ze de vruchtbaarheid van aarde en mens en de terugkeer van het licht.

Varkensvlees was populair op feesten van de Vikingen.

© Shutterstock

Vikingfeest werd goed voorbereid

Voordat de feestzaal gasten kon ontvangen, was er wat voorbereiding nodig. Allereerst moest de gastheer ervoor zorgen dat de tafels en bankjes in orde waren, of nieuwe laten maken.

De Saga van Haakon de Goede beschrijft een blót van Noorse boeren. De gasten kregen bier, waarna er speciaal uitgekozen paarden en koeien werden gedood en hun bloed werd opgevangen in vaten.

De wanden en altaren werden overgeschilderd met bloed, en de gasten besprenkelden zelfs elkaar ermee. Dan werd het vlees van de geofferde dieren in potten boven open vuur gekookt.

Een belangrijk moment was wanneer de gastheer diverse bekers rond liet gaan om mee te proosten. Met Odins beker werd er gedronken op de macht van de koning, met die van Njord en Freya op welvaart en vrede in de komende jaren en met die van Bragi op de gastheer.

Daarna werden enkele kleinere bekers geleegd voor overleden familieleden.

Onverwachte gasten geven status

De vele toosten kostten geld, want bier was duur. Uit prijslijsten uit het IJsland en Noorwegen van de 13e eeuw blijkt dat vier vaten bier net zo veel zilver kostten als een melkkoe – tevens de boete voor het doden van een trouwe slaaf.

Daardoor konden alleen rijke boeren en vorsten dagenlange feesten geven waar veel bier voor ingeslagen moest worden.

De gastheren gebruikten de feesten om te laten zien hoe rijk ze waren en om hun status te verhogen. Uitnodigingen werden mondeling overgebracht, waarschijnlijk door een koerier te voet, te paard of per boot.

Naast de geplande feesten moest een rijke Viking ook altijd iets in huis hebben voor het geval er een onaangekondigde bezoeker langskwam.

In het dunbevolkte Noorden was visite zeldzaam, en een onverwachte gast was doorgaans een welkome aanleiding voor een feestmaal.

Soms brachten de gastvrijheidsregels een gastheer echter in de problemen.

Dit zijn de regels voor een Vikingfeest:

In een scène uit Egils Saga zijn de IJslandse skald (hofdichter) Egil, zijn mannen en enkele soldaten van de Noorse koning op weg naar de regio Värmland om namens de koning belasting te innen.

Onderweg vragen ze om onderdak bij de rijke boer Armod, die weinig trek heeft in bezoek. Hij zet het gezelschap skyr voor om snel weer van ze af te zijn. Maar als zijn dochter verklapt dat haar vader in de voorraadkamer bier en eten in overvloed heeft, moet de boer de tafel dekken om geen gezichtsverlies te lijden.

Armod verandert van tactiek om de onwelkome gasten tegen te werken: hij schenkt de mannen zo veel bier dat ze stomdronken worden.

Bier werd namelijk gezien als een kostbaar geschenk, en het was een schande om niet alles op te drinken – ook al werd van een krijger verwacht dat hij zich beheerste en niet meer dronk dan hij aankon.

Egils mannen trappen erin. Ze drinken tot ze erbij neervallen en laten de restjes in hun bekers zitten. Die moet de skald nu opdrinken.

Egil laat het er echter niet bij zitten. Hij waggelt naar Armod toe, grijpt hem bij de schouders en kotst de boer helemaal onder. Armod heeft het braaksel in zijn neus en mond zitten.

Elke krijger wil feesten met Odin

De eeuwige feestmaaltijd van de god Odin in het Walhalla was de beste. Elke krijger droomde er daarom van eervol te sterven in de strijd.

Want gedode krijgers, ofwel einherjar, werden door Walkuren, de mooie dienaressen van Odin, naar het hiernamaals gedragen. In het Walhalla werden ze weer tot leven gewekt en kon het feest beginnen.

In Odins zaal konden de Vikingkrijgers elke avond vlees eten en mede drinken tot ze erbij neervielen. En overdag trokken ze eropuit om te vechten. Doden en gewonden werden namelijk genezen of weer opgewekt, zodat ze aan het eind van de dag weer feest konden vieren.

In het dagelijks leven waren de feesten niet zo indrukwekkend. Ze vonden meestal plaats in een langhuis, dat anders dan het Walhalla niet oneindig veel plek had.

De zaal was meestal zo’n 30 meter lang. Er zijn in Noorwegen echter ook resten gevonden van een zaal van wel 83 meter lang, die van een zeer rijke en machtige heerser moet zijn geweest.

Ongeacht de grootte waren de meeste zalen min of meer hetzelfde ingericht.

© Shutterstock

Balspel:

De Vikingen speelden op een feest graag het balspel knáttleikr – wat zoiets betekent als ‘harde sport’. De bronnen vertellen vrijwel niets over het spel. Waarschijnlijk was het een soort slagbal, waarbij twee teams een bal probeerden te veroveren die met een knuppel over het veld werd geslagen.

Shutterstock

© Shutterstock

Mannjafnaðr:

Het woord mannjafnaðr betekent letterlijk ‘manverplettering’. Bij dit spel vergeleken twee of meer mannen met woorden hun moed en prestaties. Bespotting was een belangrijk onderdeel van dit spel, dat vaak een bloedig einde kende.

Shutterstock

© Shutterstock

Boogschieten:

Soms kwam het voor dat dronken Vikingen elkaar uitdaagden om met pijl-en-boog op een doel te schieten.

Shutterstock

© Shutterstock

Turf- en botwerpen:

Er zijn sterke aanwijzingen dat de Vikingen het leuk vonden om dingen naar elkaar te gooien. Zo staat in de Eyrbyggja Saga dat ze elkaar graag bekogelden met plaggen turf. Daarnaast bestond het hnutukast (botwerpen), waarbij ze elkaar probeerden te raken met botten die over waren van de maaltijd.

Shutterstock

© Shutterstock

Spel van Freya:

In het gedicht Hrafnsmál uit circa 900 wordt het spel van Freya genoemd, dat de Noorse koning Harald I graag speelde tijdens het winterfeest. Aangezien Freya de godin van de vruchtbaarheid was, had dit spel mogelijk te maken met erotiek, maar we weten er weinig over.

Shutterstock

Langs de muur liep een verhoging die als slaapplek diende. De meeste mensen zaten op houten banken aan lange tafels, en in het midden was een vuurplaats waar de vrouwen het eten bereidden.

Vanwege het vuur waren de wanden bijna altijd beroet, maar koningen, jarls en andere rijke mannen versierden ze met wandkleden. Bij minder welvarende boeren stonden de beesten vaak in een hoek van de feestzaal.

Tafelschikking kan leiden tot ruzie

De gasten werden vermoedelijk welkom geheten door de gastheer, en illustraties in de saga’s duiden erop dat de tafels pas werden gedekt als iedereen zat.

De tafelschikking was een sociale puzzel. De gastheer en -vrouw moesten rekening houden met status, leeftijd en sekse van de genodigden.

De machtigste persoon – vaak de gastheer zelf – kreeg de ereplaats, en de stoel ertegenover werd gezien als de op een na beste plek. De andere gasten zaten op lange houten banken. Hoe dichter bij de ereplaats, hoe hoger iemands status.

In meerdere saga’s zitten bij bruiloften mannen en vrouwen apart: de mannen zitten op de banken en de vrouwen op de verhogingen langs de muur. Hoe het bij andere gelegenheden geregeld was, is onzeker.

Als de stemming er eenmaal in zat, was het gebruikelijk ‘drinkkoppels’ te vormen. Dan zaten de mannen en vrouwen naast elkaar en dronken ze uit dezelfde hoorn of beker, wat een goede opening bood om te flirten.

Bij een koning of jarl waren er soms kussens en kleden beschikbaar om op te zitten, maar meestal moesten de gasten genoegen nemen met een dierenvelletje.

Of ze zaten rechtstreeks op de banken.

Zat een gast verkeerd, dan kon dat tot problemen leiden. In de Ljósvetninga Saga krijgt de hoofdman Gudmund Eyjolfsson de ereplaats op de boerderij Tjörness.

Dat valt niet goed bij de ijdele hoofdman Ófeig, die daar meestal zit. Hij dreigt Gudmund te doden als die niet opschuift. Gudmund kiest eieren voor zijn geld.

Werd iemand op een feest beledigd, dan kon dit leiden tot een vete tussen families.

© Getty Images

In de Njáls Saga is de herenboer Flosi juist beledigd omdát hij de ereplaats krijgt. Hij denkt dat de gastheer de gek steekt met zijn status: ‘Ik ben geen jarl of koning, dus er is geen reden om mij de ereplaats toe te bedelen – en ook geen reden om me voor gek te zetten.’

In een andere scène in de Njáls Saga wordt ene Hallgerd gedwongen om haar plaats af te staan aan een andere vrouw.

Hallgerd vergeet de vernedering nooit. Ze sleept haar hele omgeving mee in haar wraakzucht, waardoor een aantal onschuldige mannen omkomen.

Rijken serveren bergen vlees

Als de plaatsen eenmaal verdeeld waren, wasten de genodigden hun handen in een teiltje. Dan werd het eten binnen­gebracht. Alleen rijken konden hun gasten onbeperkt vlees voorzetten. Elders bestond het hoofdgerecht waarschijnlijk vaak uit soep, pap of skyr.

De Vikingen gebruikten geen vorken, maar aten met hun handen en met een mes. Soep werd rechtstreeks uit de kom gedronken. Het vlees was voor het gemak meestal voorgesneden of tot worst verwerkt.

Uit keukenafval uit de Vikingtijd blijkt dat vlees van varkens, koeien, schapen, paarden en kippen populair was. Alleen bij speciale gelegenheden stond er wild op het menu, zoals hert of haas. Vis was ook uiterst populair – en dan met name zalm.

Bij het vlees aten de Vikingen brood, groenten, eieren en kaas. Het dessert bestond uit koeken en fruit.

© Per O. Jørgensen/Histori

Zijde was populair

In het dagelijks leven droegen de Vikingen kleren die warm waren en die hen niet in de weg zaten bij het werk op de boerderij of op het schip. Maar als het feest was, dirkte iedereen zich op.

Vikingvrouwen droegen elke dag een jurk en een onderjurk. Op feesten trokken de rijkste vrouwen waarschijnlijk een zijden jurk aan, afgezet met marter- of vossenbont en versierd met gouddraad.

Over de jurk droegen de vrouwen vaak een schort, sleep en mantel, versierd met bandjes en biezen.

Bij feestelijke gelegenheden staken vrouwen ook hun haar op tot bewerkelijke kapsels en droegen ze ringen van goud, barnsteen en brons.

Ook droegen veel vrouwen een ketting met beschilderde glazen kralen, maar aan oorbellen deden ze niet.

Hun boezem benadrukten ze met schildjes, om de aandacht van mannen te trekken.

Het haar was elegant opgestoken, soms met vlechten.
Kralen van glas prijkten aan de ketting.
Schildjes van metaal benadrukten de borsten.
Gouddraad en zijde uit het Byzantijnse Rijk werden gedragen door vrouwen van de elite, die zich hiermee wilden onderscheiden.
Mantel en sleep, vaak van linnen en wol, hingen over de jurk.

Het eten werd ruim voor het feest klaargemaakt in een speciaal gebouw, het kookhuis.

Meestal bereidden vrouwen en slaven het eten, maar het kwam ook voor dat de mannen achter de pannen stonden.

Bier en mede uit hoorns

Bier had bij de feesten een belangrijke rol. Anders dan de Scandinaviërs in de late middeleeuwen, die iedere dag bier dronken, hielden de Vikingen het in het dagelijks leven veelal bij water en melk.

Archeologische vondsten van houten emmers waar 15 liter bier in kan, laten echter zien dat er bij een feestmaal niet werd bespaard op drank.

Dan genoten de Vikingen graag van de op honing gebaseerde mede, het lichte bier mungát en het zware bier bjórr. Het bier smaakte vaak naar gagel, dat in de Vikingtijd veelal in plaats van hop werd gebruikt.

In het begin van de Vikingtijd werd bier vooral gedronken tijdens blóts en andere religieuze rituelen, waarbij dan een drinkbeker of -hoorn rondging.

Later kwamen individuele bekers en hoorns in zwang, en volgens de saga’s waren sommige Vikingen zo in hun sas met hun drinkhoorn dat ze die een naam gaven.

De rijksten pronkten met fraaie bekers van glas. Hieruit werd vaak dure druivenwijn en andere vruchtenwijn gedronken, die was meegenomen van reizen naar zuidelijker streken.

© Per O. Jørgensen/Historie

Man besteedde uren aan baard

Mannen trokken hun mooiste broek en wollen tuniek aan, afgemaakt met een riem.

Daarover ging eventueel een mantel of dierenvel. Sommigen droegen een bontmuts. Blauwe en rode kleding was gewild, omdat die kleuren in verband werden gebracht met de adel.

Aan zijn voeten droeg de Viking kousen van fraaie wol en bontlaarzen.

Veel mannen waren ijdel genoeg om voor het feest flink wat tijd te besteden aan het verzorgen van hun baard.

Terwijl de Vikingen dronken, hadden skalden en verhalenvertellers de kans om te laten horen wat ze konden.

Op koninklijke feesten werden gasten soms vermaakt door acrobaten en jongleurs. En soms zorgden de gasten zelf voor het entertainment door in hun dronkenschap met elkaar op de vuist te gaan.

Maar meestal maakte de drank de mensen vrolijk, waardoor iemand weleens een belofte deed met verregaande consequenties.

Zo staat in de Saga van Olaf Tryggvason dat de Deense koning Sven Gaffelbaard in 987 proostte op zijn overleden vader, Harald Blauwtand.

‘Op de eerste dag stond koning Sven op en bracht hij een toost uit op zijn vader. Daarbij beloofde hij dat hij, voor er vier winters voorbij waren, met zijn leger naar Engeland zou trekken.’ En inderdaad stak Sven in 991 de Noordzee over om in Engeland te gaan plunderen.

Als het feest voorbij was, reisden de gasten te voet, te paard of per boot terug naar hun eigen boerderij.

Veel Vikingen zullen de volgende dag een fikse kater hebben gehad, en wie weet dachten ze dan nog even aan het gedicht Hávamál (toespraak van de Hoge) dat door Odin zelf zou zijn geschreven. ‘Bier is niet /altijd zo goed / als men zegt voor de zonen van de familie / hoe meer men drinkt / hoe minder verstand / er achterblijft in het hoofd.’