Slingeraar van de Balearen

Slinger doorboorde vijand met 160 km/h

Een van de meest gevreesde wapens van het Romeinse Rijk was de slinger. De kogels waren onzichtbaar tot ze met enorme kracht de dikste botten verbrijzelden.

Een van de meest gevreesde wapens van het Romeinse Rijk was de slinger. De kogels waren onzichtbaar tot ze met enorme kracht de dikste botten verbrijzelden.

Johnny Shumate & British Museum/Marie-Lan Nguyen

Er hangt veel stof in de lucht. De wind blaast zand in de ogen van de 80.000 Romeinse legionairs, die in 216 v.Chr. naar de Italiaanse stad Cannae marcheren. Het hinderlijke stof tempert hun hoop op een zekere overwinning echter niet.

Tegenover hen staat de beroemdste generaal van Carthago, Hannibal, met 50.000 troepen uit allerlei regio’s. De meeste van zijn huurlingen komen uit Noord-Afrika en Zuid-Europa. Maar met een overmacht van 30.000 man zijn de Romeinen overtuigd van de zege. De officieren geven het teken en de troepen rukken op.

Dan slaakt iemand een kreet van pijn. Een Romeinse legionair valt op de grond, bloed stroomt uit zijn hoofd. Een andere legionair zakt kreunend in elkaar, en een tel later vallen de soldaten bij bosjes.

Wanhopig proberen ze door de stofwolk heen de onzichtbare vijand te ontdekken: honderden zware loden kogels, die met ruim 160 km/h en met een akelige precisie op de Romeinen neerregenen.

‘Een tribuun zag de consul op een rots zitten, helemaal onder het bloed.’ Romein Titus Livius over de Slag bij Cannae in 216 v.Chr.

De dodelijke regen van lood is het werk van 1000 slingeraars die Hannibal heeft meegebracht van de Spaanse eilandengroep de Balearen. Hier wonen de beste en beroemdste slingeraars van de oudheid, die nooit missen.

Terwijl de slingerkogels hun om de oren vliegen, rent het Romeinse leger op de Carthagers af. In de verwarring merken de Romeinen te laat dat ze omsingeld worden en kort daarna lijdt Rome zijn grootste nederlaag ooit.

Ruim 40.000 legionairs liggen dood op het slagveld, onder wie 80 senators en een legerleider. De andere legerleider, consul Aemilius Paullus, is evenals talloze anderen door de slingeraars geraakt, maar leeft nog.

‘Gnaeus Lentulus, een tribuun, zag vanaf zijn paard de consul op een rots zitten, helemaal onder het bloed,’ schrijft de Romeinse schrijver Titus Livius.

De slingeraars konden niet alle eer opstrijken voor de overwinning, maar droegen er wel sterk aan bij. En de Romeinen vergaten hen nooit, want de slinger was een uiterst effectief wapen waar geen leger zonder kon.

Slinger, loden kogel

De slingerkogels wogen nog geen 100 gram, maar konden een volwassen man doden.

© LOS ANGELES, COUNTY MUSEUM OF ART/AKG-IMAGES & Shutterstock

Slinger is millennia oud

De slinger is het op een na oudste wapen dat we kennen, alleen de werpspeer is ouder. Volgens wetenschappers is de slinger zeker 8000 jaar oud en was hij vrijwel overal ter wereld bekend. Het wapen, dat werd gebruikt voor de jacht en in oorlogen, is makkelijk te maken en in de handen van een specialist uiterst precies. Het maximale bereik is ruim 400 meter, en een bedreven slingeraar kan tot op circa 200 meter nauwkeurig werpen.

De slinger bestaat uit twee touwen met ertussen een stuk leer waarin het projectiel wordt geplaatst. Eén touw eindigt in een lus, waar de schutter zijn middelvinger doorheen steekt. Het andere eindigt in een knoop en wordt tussen duim en wijsvinger gehouden.

De schutter draait de slinger een paar keer rond en laat dan het touw met de knoop los, waardoor het projectiel wegvliegt. Door de middelpuntzoekende kracht worden de twee touwen, het stuk leer en het steentje van nauwelijks meer dan 100 gram een dodelijk wapen.

Slinger in hand

De slinger bestaat uit twee touwen met een stukje leer ertussen, waar de kogel in wordt gelegd.

© Shutterstock

Volgens schrijvers uit de oudheid had een slingeraar een groter bereik dan een boogschutter. En de slingeraar had maar één hand nodig voor het wapen en kon dus in de andere hand een schild dragen. Bovendien kon je op vrijwel elk slagveld projectielen van de juiste grootte vinden. Ze lagen letterlijk voor het oprapen.

Om die reden behoorden de Egyptenaren en de Assyriërs tot de eersten die slingeraars inzetten hun legers. Een van de oudst bewaarde slingers is opgegraven in Kahoen in Egypte en dateert van rond 1800 v.Chr. Ook in het graf van de kindkoning Toetanchamon van rond 1300 v.Chr. is een slinger aangetroffen.

Stenen reliëfs uit de 8e eeuw v.Chr. laten zien dat slingeraars onder koning Tiglat-Pileser II een vast onderdeel vormden van het Assyrische leger. De slingeraars vochten in paren en werden op het slagveld achter de boogschutters opgesteld.

Maar pas in het oude Europa kreeg de slinger echt aanzien.

David doodt Goliath.

De beroemdste slingerworp in de geschiedenis was die van de joodse herder David.

© Gino D’Achille/Bridgeman Images

Herdersjongen versloeg Filistijnse reus

Hoe effectief een slinger kon zijn, lezen we in de Bijbel. Daarin staat het verhaal van de herdersjongen David en de reus Goliath.

Het verhaal speelt zich waarschijnlijk af rond 1000 v.Chr., toen de joden vochten tegen de Filistijnen, het sterkste volk van Palestina.

De Filistijnen kondigden aan dat de oorlog beslist kon worden met een duel met de beste soldaat van de Filistijnen, de enorme strijder Goliath. Geen jood durfde het aan totdat David hoorde hoe de Filistijnen zijn volk tartten.

De herdersjongen nam de uitdaging aan, maar in plaats van een zwaard nam hij alleen zijn slinger mee. Toen Goliath aanviel, zwaaide David met zijn slinger en raakte hij Goliath met een steen vlak onder de rand van zijn helm. De reus viel neer en David onthoofdde hem.

Grotere impact dan revolver

Aanvankelijk waren de oude Grieken niet bijster enthousiast over de slinger. Veel mensen zagen het als een wapen dat vooral door primitieve volken werd gebruikt. Maar volgens de oude Griekse schrijver Thucydides waren onder meer de inwoners van Acarnania in Centraal-Griekenland zeer bedreven slingeraars.

‘Ze waren erin getraind om op grote afstand door ringen met een kleine diameter te werpen en konden daardoor niet alleen het hoofd van hun vijanden raken, maar elk deel van het gezicht waarop ze richtten,’ aldus de Romeinse schrijver Livius.

Nog beroemder waren de slingeraars van het Griekse eiland Rodos. Volgens de bronnen haalde Athene hier maar liefst 700 slingeraars vandaan toen de stadstaat in 415 v.Chr. met een invasieleger naar Sicilië voer om Syracuse te veroveren. Gewoonlijk werden er stenen als projectielen gebruikt, maar de slingeraars van Rodos hadden een veel beter materiaal gevonden.

De loden projectielen wogen tussen de 30 en 80 gram. Dat is zo’n 10 keer meer dan een revolverkogel.

De Rodenzers goten ovale projectielen van lood. Lood heeft een veel grotere dichtheid dan steen, waardoor het projectiel meer impact had. Bovendien was door de ovale vorm de luchtweerstand veel lager, doordat het projectiel als het door de lucht vloog om zijn lengteas draaide – net als een modern projectiel.

De loden projectielen wogen tussen de 30 en 80 gram. Ter vergelijking: een tennisbal weegt circa 60 gram en een moderne revolverkogel 6-10 gram. Een geslingerde kogel woog dus zo’n 10 keer meer dan een revolverkogel, waardoor een treffer vaak dodelijk was.

Uit onderzoek blijkt namelijk dat een zwaar voorwerp met een lage snelheid meer schade aan een lichaam kan toebrengen dan een klein voorwerp met een hoge snelheid. Een geoefende slingeraar kan zelfs een relatief zwaar projectiel met gemak met 160 km/h afvuren.

Volgens berekeningen kan een kracht van 70 voetpond (1 voetpond staat gelijk aan de kracht die nodig is om een pond een voet op te tillen) de meeste menselijke botten beschadigen. En er is maar ongeveer 2 voetpond nodig om het zachte weefsel van een menselijk lichaam te doorboren.

Een projectiel van 60 gram dat met 60 meter per seconde door de lucht vliegt, treft doel met een kracht van maar liefst 82 voetpond en kan dus een onbeschermd lichaam binnendringen en zelfs grote botten verbrijzelen. Moderne experimenten tonen aan dat een slingerkogel nog dodelijker kan zijn dan een kogel uit een moderne .44 Magnum-revolver.

De Romeinse schrijver Vergilius beschrijft in zijn belangrijkste werk de Aeneis levendig welke schade een slingerkogel kan aanrichten. Hij vertelt over koning Mezentius, ‘... die nu eens zonder speer of lans tot driemaal toe een kogel boven zijn hoofd zwaait aan een riem, dan met het warme lood zijn vijands schedel splijt en hem languit in ’t stof doet vallen’.

Projectielen van Burnswark in Schotland

Bij de Schotse vesting Burnswark zijn honderden Romeinse loden kogels gevonden.

© The Trimontium Trust

Lood regende neer op Schots heuvelfort

Uit archeologisch onderzoek bij een enorm Schots fort blijkt dat dit werd belegerd door Romeinse troepen, die lanceerplatforms bouwden vanwaar slingeraars de Schotten met lood bestookten.

Een van de grootste concentraties Romeinse slingerkogels ter wereld is gevonden in en rond een van de grootste heuvelforten van Schotland, Burnswark. Hier vonden Schotse archeologen tussen 2012 en 2016 588 loden slingerprojectielen.

Volgens een van de hoofdarcheologen, John Reid van The Trimontium Trust, dateren de kogels vermoedelijk van rond 140 n.Chr., toen Romeinse troepen op bevel van keizer Antoninus Pius het gebied ten noorden van de Muur van Hadrianus onderwierpen.

Enkele kilometers ten noorden van deze verdedigingsmuur lag echter het Schotse fort Burnswark, op een enorme heuvel met uitzicht over de hele omgeving. De Romeinen richtten daarom ten noorden en zuiden van het fort een kamp op.

Vandaar konden ze elke ontsnappingspoging uit de vesting blokkeren. Aan de buitenzijde van het zuidelijke kamp bouwden de Romeinen vervolgens drie platforms vanwaar slingeraars de vijand onder vuur konden nemen.

Toen archeologen het gebied met metaaldetectors doorzochten, kregen ze bijna 3000 signalen van lood in de grond. 588 ervan bleken slingerkogels te zijn. De rest is vanwege tijdgebrek niet opgegraven, maar dat zijn waarschijnlijk ook veelal slingerprojectielen.

Volgens John Reid zijn de meeste kogels gevonden langs de verdedigingswallen van het fort. Hij denkt dat de projectielen vanaf de platforms werden afgevuurd als dekkingsvuur toen de Romeinse troepen het fort aanvielen en veroverden. Naar alle waarschijnlijkheid werd iedereen in het fort gedood.

Kaart van de vele vondsten van werpprojectielen bij fort Burnswark in Schotland.

  1. De meeste van de 588 loden projectielen (zwarte stippen) werden gevonden langs de verdedigingswallen van het fort, terwijl een kleiner aantal recht in het fort werd geschoten.
  2. Archeologen vonden in het zuidelijke kamp van de Romeinen ook een aantal loden projectielen, die waarschijnlijk waren achtergelaten nadat de Romeinen de vesting hadden ingenomen.
© The Trimontium Trust & Shutterstock

Slinger jaagt Perzen op de vlucht

De dodelijke loden projectielen van de slingeraars van Rodos redden de Atheense soldaat Xenophon toen deze rond 400 v.Chr. 10.000 Griekse huursoldaten terug naar Griekenland moest leiden. Ze waren gestrand in het toenmalige Perzië.

Xenophon en zijn mannen werden hardnekkig achtervolgd door het leger van de Perzische koning, dat de onbeschermde achterhoede van de Grieken voortdurend belaagde met boogschutters en slingeraars. Omdat de Griekse boogschutters niet zo ver konden schieten als de boogschutters of slingeraars van de Perzen, moest Xenophon iets anders bedenken.

Onder zijn troepen bevond zich een groep mannen van Rodos, en Xenophon vroeg hun om hun talenten als slingeraars in te zetten. Spoedig daarna vielen de Perzen, onder leiding van generaal Tissaphernes, de Grieken opnieuw aan – ditmaal om voorgoed met ze af te rekenen.

Xenophon voert zijn leger aan.

Xenophon redde zijn 10.000 Griekse huursoldaten door slingeraars in te zetten tegen de Perzen.

© John Steeple Davis, Creative Commons

‘Maar toen de slingeraars en boogschutters van Rodos – hier en daar strategisch opgesteld – massaal terugschoten en niet een van hen zijn doel miste, trokken Tissaphernes en zijn mannen zich haastig terug, en de andere legertroepen volgden zijn voorbeeld,’ schrijft Xenophon enthousiast.

Volgens de Griekse soldaat was het succes eraan te danken dat de kleine loden projectielen van de Rodenzers twee keer zo ver kwamen als de vuistgrote stenen van de Perzische slingeraars. Zelfs de Perzische boogschutters konden niet op tegen het trefzekere lood. De Perzen staakten daarom hun aanval en bleven hierna wijselijk op grote afstand van de Griekse slingeraars.

Volgens oude bronnen waren er aan de andere kant van de Middellandse Zee echter nog gevaarlijkere slingeraars.

Baleaarse schutters troffen altijd doel

Op de Balearen, voor de kust van Spanje, woonden mensen die van het slingeren hun levensstijl hadden gemaakt. Volgens de laat-Romeinse schrijver Publius Vegetius, die rond 450 een groot werk schreef over militaire strategieën in die tijd, waren de eilandbewoners ongeëvenaarde slingeraars.

‘De inwoners van de Balearen zouden de slinger hebben uitgevonden en zijn er ongelooflijk handig mee. Dat heeft te maken met hun opvoeding, kinderen krijgen van hun moeder pas te eten als ze dit zelf met hun slinger hebben geraakt,’ schrijft Vegetius.

Ze werden zo beroemd om hun vaardigheden dat hun eilanden ernaar genoemd zijn: ballo betekent ‘werpen/slingeren’ in het Grieks.

Slingeraar van de Balearen

De beste slingeraars kwamen van de Balearen, waar zelfs kinderen het wapen beheersten.

© Johnny Shumate

Toen Carthago in 241 v.Chr. de Eerste Punische Oorlog tegen Rome verloor, besloot de Afrikaanse grootmacht de verloren bezittingen op Sicilië te compenseren door grote delen van het Iberisch Schiereiland te koloniseren. Carthago had hier al kleine koloniën gehad, maar nu werd het schiereiland voor het rijk een middel om zich te revancheren.

Waarschijnlijk kwamen de Carthagers hierbij in contact met de bedreven slingeraars van de Balearen. Toen de grootste krijger van Carthago, Hannibal, de Romeinen in 218 v.Chr. verraste door met een enorm leger vanuit het huidige Spanje over de Alpen naar Italië te trekken, had hij dan ook maar liefst 1000 Baleaarse slingeraars bij zich.

Pantser bood geen bescherming

Hannibal behaalde op zijn veldtocht door Italië drie grote overwinningen op de Romeinen, waaronder de Slag bij Cannae in 216 v.Chr., waarbij in een paar uur tijd 40.000 Romeinen sneuvelden. En in elke veldslag vochten zijn slingeraars mee.

Volgens Romeinse bronnen gebruikten de Baleaarse slingeraars niet maar één slinger. Elke schutter had er drie van verschillende lengte. Hij wisselde daartussen al naargelang de afstand tot de vijand. Hoe langer de slinger, hoe groter het bereik.

De slinger kon niet alleen verder schieten dan een boog, maar had ook het voordeel dat de kleine projectielen veel moeilijker te zien waren als ze met hoge snelheid door de lucht vlogen. Dat leidde tot verwarring en angst bij de Romeinse soldaten, die vergeefs naar het krachtige wapen zochten.

‘Slingerkogels doden zonder het lichaam zichtbaar te beschadigen.’ Publius Vegetius, Romeinse schrijver, rond 450

De Romeinse bronnen geven geen details over het letsel dat de Baleaarse slingers veroorzaakten. Maar de laat-Romeinse schrijver Vegetius zegt dat zelfs soldaten van wie het bovenlichaam met leer was gepantserd, zich niet veilig konden wanen voor slingerkogels.

‘Soldaten hebben, ongeacht hun pantser, vaak meer last van de ronde projectielen uit de slinger dan van alle vijandelijke pijlen bij elkaar.’

Volgens de auteur was de harde klap van het projectiel dodelijk.

‘Slingerkogels doden zonder het lichaam zichtbaar te beschadigen, en de inwendige bloeding is dodelijk zonder bloedverlies.’

Romeinen slingerden erop los

Het militaire genie Hannibal moest zijn veldtocht in Italië in 203 v.Chr. staken, omdat de Romeinen zijn thuisstad Carthago bedreigden. Tegen die tijd hadden Romeinse legers ook het Iberisch Schiereiland grotendeels veroverd.

20 jaar later waren de Romeinen Hannibals Baleaarse slingeraars nog niet vergeten, en toen ze in 123 v.Chr. de Balearen veroverden, huurden ze de slingeraars van de eilanden dan ook al snel in voor hun veldtochten. De Romeinen gebruikten zelf ook slingers, maar lang niet zo effectief als de Balearen, die daarom Romeinse troepen gingen trainen.

Julius Caesar zag als veldheer veel potentie in slingeraars. Hij nam ze onder meer mee op zijn uiterst bloedige veldtocht tegen de Galliërs. Net zoals volgens Romeinse bronnen in latere veldslagen werd gedaan, stelde Caesar slingeraars waarschijnlijk aan het begin van een grote veldslag in de frontlinie op. Ze moesten de vijand verzwakken met een regen van kogels.

Romeinse slingeraars op zuil van Trajanus

Op de veldtocht van keizer Trajanus tegen Dacië in 105 n.Chr. namen de Romeinse troepen Baleaarse slingeraars mee.

© ROM, MUSEO DELLA CIVILTÀ ROMANA/AKG-IMAGES

Als de vijand aanviel, stelden de lichtbewapende schutters zich achter de voorste gelederen van legionairs op, vanwaar ze hun wapen konden afvuren als er ruimte was. Het bleek echter al snel dat ook de Galliërs slingers gebruikten, en dat zij een alternatieve manier hadden bedacht om ze in te zetten.

In 53 v.Chr. belegerden de Belgische Nerviërs een Romeins legerkamp onder leiding van Quintus Cicero, een officier van Caesar en een broer van de beroemde redenaar Marcus Cicero. Volgens Caesar bouwde de vijand een hoge wal rond het versterkte kamp, vanwaar ze de Romeinse soldaten bestookten.

‘Toen het op de zevende dag van de aanval hard waaide, vuurden ze met slingers gloeiende kogels van verbrande klei af op de hutten, die naar Gallisch gebruik met stro waren gedekt,’ meldt Caesar.

Door die slimme zet van de Galliërs verspreidde het vuur zich door het hele kamp. De Romeinen werden slechts gered doordat Caesar hen kwam ontzetten. De veldheer beschrijft ook hoe zijn officier Lucius Cotta tijdens een gevecht een Gallisch projectiel in zijn mond kreeg, wat hem een handvol tanden zal hebben gekost.

De slingeraars van de oudheid hadden een scala aan technieken om hun dodelijke loden projectielen met ver over de 100 km/h op de vijand af te vuren. Welke techniek ze kozen, hing waarschijnlijk af van de afstand en de plek in het landschap van het doelwit.

Slingeraar die bovenhands werpt
© Johnny Shumate

Bovenhands werpen

Een gebruikelijke techniek was de slinger boven het hoofd rond te draaien.

Slingeren boven het hoofd
© Per O. Jørgensen/Historie & Shutterstock

Eerste zwaai

De schutter bracht de slinger in beweging door hem dicht bij de grond naar achteren te zwaaien, en dan meteen langs zijn rechterzijde omhoog.

Slingeren boven het hoofd
© Per O. Jørgensen/Historie & Shutterstock

Tweede zwaai

De slinger wordt in een glijdende beweging tot boven het hoofd gezwaaid, waar hij een à twee keer horizontaal wordt rondgedraaid.

Slingeren boven het hoofd
© Per O. Jørgensen/Historia & Shutterstock

Derde zwaai

Tijdens het draaien richt de schutter op de vijand, waarna hij een van beide touwen loslaat om de kogel naar het doel te slingeren.

Onderhands werpen
© Johnny Shumate

Onderhands werpen

Een andere techniek was het projectiel onderhands weg te slingeren.

Onderhands slingeren
© Per O. Jørgensen/Historie & Shutterstock

Eerste zwaai

De schutter legt het deel met de kogel voor zich op de grond. Dan zwaait hij de slinger naar achteren en meteen weer naar voren.

Onderhands slingeren
© Per O. Jørgensen/Historia & Shutterstock

Tweede zwaai

Vervolgens wordt de slinger omhoog gezwaaid en in een verticale boog rondgedraaid.

Onderhands slingeren
© Per O. Jørgensen/Historie & Shutterstock

Derde zwaai

Als de slingerkogel weer de grond nadert, strekt de schutter zijn arm, waarna hij het projectiel onmiddellijk loslaat.

Sarcastische luchtpost

Net als de Grieken goten de Romeinse slingeraars projectielen van lood. Dit bood een prachtige kans om berichtjes aan de vijand op de kogels te zetten. Archeologen hebben talloze berichten gevonden op projectielen die op Romeinse slagvelden zijn gevonden.

Op veel kogels staat alleen de naam van het legioen dat ze heeft gemaakt of van de commandant die de troepen aanvoerde. Andere bevatten sarcastische opmerkingen en schuttingtaal.

In de Tweede Wereldoorlog vonden soldaten het leuk om berichtjes op de bommen en granaten te zetten die ze op de vijand afvuurden. Die traditie gaat ruim 2000 jaar terug, toen de oude Romeinen en Grieken psychologische terreur uitoefenden op de vijand door hun slingerkogels te beschrijven.

Bericht op projectiel uit slinger
© British Museum/Marie-Lan Nguyen & Shutterstock

Spot was in lood gegoten

De Griekse en Romeinse slingerkogels waren gemaakt van lood, waardoor je er berichtjes in kon graveren.

Spottend bericht op slingerkogel
© Shutterstock

Gevonden in Spanje

Deze belediging komt van een kogel die bij Granada in Spanje is gevonden. De afzenders hebben er vast veel lol om gehad.

Spottend bericht op slingerkogel
© Shutterstock

Gevonden in Griekenland

Dit bericht, dat is gevonden op een kogel in Argos, is ontsproten aan een creatief brein.

Spottend bericht op slingerkogel
© Shutterstock

Gevonden in Italië

Deze ongezouten boodschap werd vanuit Perugia verstuurd toen Caesars erfgenaam Octavianus de stad in 41 v.Chr. belegerde.

Spottend bericht op slingerkogel
© Shutterstock

Gevonden in Griekenland

Dit nogal sarcastische bericht is mogelijk weggeslingerd tijdens de Romeinse belegering van Athene in 87 v.Chr.

Spottend bericht op slingerkogel
© Shutterstock

Gevonden in Griekenland

Deze droge inscriptie, gevonden in een Noord-Grieks dorp, stond op een projectiel uit de 3e eeuw v.Chr.

Tijdens de burgeroorlog tussen Marcus Antonius en Caesars opvolger Octavianus, die later bekend werd als keizer Augustus, werden naar het schijnt veelvuldig zulke berichten uitgewisseld. In 41 v.Chr. belegerden de troepen van Octavianus de Italiaanse stad Perugia, waar Marcus Antonius’ broer Lucius zich bevond met een leger dat Antonius’ vrouw Fulvia had helpen rekruteren.

Archeologen hebben hier een kleine 100 slingerkogels gevonden, waarvan meerdere met nogal grove teksten. Op een ervan schreven Octavianus’ soldaten:

‘Lucius Antonius de Kale en Fulvia, laat jullie kont zien!’

Deze schunnige boodschap werd gevolgd door een recht voor z’n raap:

‘Ik mik op Fulvia’s clitoris.’

De belegerden reageerden prompt. Op een van de projectielen stond op de ene kant een afbeelding van een penis en aan de andere kant de tekst:

‘Ga hier maar op zitten, Octavianus, uitgeboorde teef!’

De boodschap werd gevolgd door nog een beschuldiging over Octavianus’ vrouwelijkheid en homoseksuele neigingen:

‘Octavianus, jij pikzuiger!’

Slingerletsel bezorgde arts veel werk

Hoewel de Romeinse soldaten er vast lol in hadden om grove berichten te bedenken, was het niet zo grappig voor wie de pech had door een slingerkogel geraakt te worden.

Volgens de Romeinse arts Aulus Celsus, die rond het begin van onze jaartelling een groot medisch boekwerk schreef, veroorzaakten slingerkogels vaak gecompliceerde verwondingen. Hij beschreef in detail hoe artsen loden kogels verwijderden.

‘Als de kogel vastzit in een bot, moet je hem heen en weer wrikken tot het bot meegeeft.’ Romeinse arts Aulus Celsus over letsel van slingerkogels

Volgens de arts doorboorde de kogel vaak de huid en bleef hij steken in het onderliggende vlees. In dat geval werd de wond opengesneden en de kogel met een tang verwijderd. Maar als de kogel in een bot of gewricht zat, was er meer vaardigheid nodig.

‘Als de kogel vastzit in een bot, moet je hem heen en weer wrikken tot het bot meegeeft. Daarna trek je het projectiel er met de hand of met een tang uit,’ aldus Celsus. Volgens hem was dit dezelfde methode als die artsen gebruikten om tanden te trekken.

‘Zo komt de kogel er bijna altijd uit. Maar als het projectiel niet meewerkt, kun je het losmaken door er met een instrument op te slaan,’ schrijft de arts.

Volgens Celsus was een laatste oplossing om vlak naast het weerbarstige projectiel een V-vormige inkeping in het bot maken, waarna de kogel meestal makkelijk los te maken was.

Uit het medische werk van Aulus Celsus blijkt dat slingerprojectielen zich grotendeels gedroegen als moderne kogels uit vuurwapens en dus diep in het bot konden doordringen. Alleen waren de slingerkogels veel groter – en de verwondingen dus ook.

Slinger overleefde val van Rome

Zowel antieke bronnen als archeologische vondsten wijzen uit dat Romeinse legers tot in de nadagen van het rijk slingeraars inzetten. Van stenen reliëfs weten we dat keizer Trajanus op zijn twee grote veldtochten tegen Dacië in het huidige Roemenië slingeraars bij zich had.

De oorlog woedde in 101-102 n.Chr. en opnieuw in 104-105, en alles wijst erop dat de slingeraars een grote bijdrage leverden. In Schotland zijn bovendien bijna 600 Romeinse loden slingerkogels gevonden bij een fort bij Burnswark Hill.

Volgens experts werden ze naar de verdedigers van de vesting geslingerd toen de Romeinen deze ruige streek rond 140 probeerden te veroveren. Waarschijnlijk werden er net als eerder slingeraars van de Balearen ingehuurd.

Gaten, slingerkogels, fluiten

Zo’n 20% van de bijna 600 gevonden kogels had een gaatje, waardoor het projectiel in de lucht gilde.

© The Trimontium Trust

Gaten lieten kogels gillen

Toen de archeoloog John Reid het Schotse heuvelfort Burnswark onderzocht, deed hij een paar mysterieuze vondsten. Tussen de honderden gewone loden projectielen waarmee Romeinse slingeraars de verdedigers van het fort hadden bestookt, zaten er een paar die er heel anders uitzagen.

Deze loden projectielen waren iets kleiner dan de gewone en hadden een gaatje met een diameter van ongeveer 4 millimeter. Reid overwoog of de holten wellicht gif hadden bevat, maar de gaatjes waren te klein. Ook was onduidelijk of de kogeltjes de huid überhaupt konden doorboren.

Reids broer, een visser, opperde dat de gaatjes mogelijk geluid maakten. De loodjes aan zijn vislijn hadden ook een gat, en die floten als je de hengel uitwierp. Reid probeerde het uit en warempel, de projectielen gilden!

Zijn theorie is dat de Romeinen de jankende projectielen gebruikten als terreurwapen tegen de Schotten, die sowieso al bang waren voor slingerkogels die geen geluid maakten.

Een van de laatste keren dat slingeraars in Romeinse bronnen worden genoemd, is in het kader van de wanhopige strijd tegen de horden bereden krijgers van Attila de Hun in de 5e eeuw. Volgens de Byzantijnse schrijver Procopius konden de slingers verder schieten dan de beroemde boogschutters van de Hunnen.

Procopius beschrijft hoe een Hun werd geveld door een slingeraar:

‘Eén Hun, die helemaal vooraan vocht, maakte het de Romeinen bijzonder moeilijk. Maar toen slaagde een boer erin hem met een slinger op zijn rechterknie te raken, waardoor hij prompt met zijn hoofd omlaag van zijn paard viel.’

In 476 viel het westelijke deel van het Romeinse Rijk uiteen, maar dat betekende niet het einde voor de slinger. Het wapen bleef tot ver in de middeleeuwen in gebruik. Zo had koning Johan I van Castilië in de 14e eeuw maar liefst 30.000 slingeraars.

Volgens kroniekschrijver Jean Froissart konden bedreven schutters een helm in tweeën splijten. De uitvinding van het vuurwapen maakte de slinger uiteindelijk overbodig, maar meesterschutters op de Balearen slingeren nog steeds – zij het meestal voor de lol.