Romerne opløste stoffer i vin og drak sig til en større rus.

Romeinse staat verkocht opium

De Romeinen genazen ziekten, slapeloosheid en een slecht humeur met giftige planten uit het natuurlijke medicijnenkastje. Vooral opium was geliefd. Het was goedkoop en overal verkrijgbaar - daar zorgde de staat voor.

18 december 2014 door Marianne Dalsgaard

Romeinen smulden van opium

Het Romeinse Rijk was een grootmacht, maar de inwoners hadden een zwaar leven. Ze werden geteisterd door oorlogen, epidemieën en hongersnood en moesten hard werken. Ze hadden iets nodig om het bestaan te verzachten, en verdovende middelen waren een uitkomst.

Sommige Romeinen haalden hun drugs uit de vrije natuur of verbouwden ze in hun moestuintje. Cannabis, giftige paddenstoelen en alsem waren geliefd, maar het populairste middel was opium, dat uit papavers werd gewonnen.

Opium werd vermengd met wijn

Opium en andere stoffen werden op de markt of in staatswinkels verkocht. In 312 waren er maar liefst 793 opiumwinkels in Rome.

Opium werd meestal vermengd met wijn. Het had een ontspannende en pijnstillende werking, en opium werd onder meer als slaapmiddel gebruikt. Maar als een Romein er te veel van innam, was er een groot risico dat hij nooit meer wakker werd.

Lees het hele verhaal over de Romeinse liefde voor drugs in Historia 1/2015:

Let op: je hebt een gratis account nodig op onze website om het artikel te kunnen downloaden.

Bekijk ook ...