De gouden ezel

Romeinen spraken vloeken over elkaar uit

700 jaar lang kende het Romeinse Rijk een bloeiende ‘onheilsindustrie’. Met vervloekingstabletten rekenden de burgers met hun vijanden af – voor die op hetzelfde idee kwamen.

700 jaar lang kende het Romeinse Rijk een bloeiende ‘onheilsindustrie’. Met vervloekingstabletten rekenden de burgers met hun vijanden af – voor die op hetzelfde idee kwamen.

Scala Archives

In de 3e eeuw n.Chr. begroef de Romeinse officier Aelius Proculinus zijn jonge vrouw bij de soldaten-kolonie Lambaesis in het tegenwoordige Tunesië.

Op de grafsteen liet hij een tekst graveren over zijn geliefde Ennia: ‘Ze kreeg niet de dood die ze verdiende – vervloekt door toverformules verviel ze in zwijgen.

Haar leven werd niet aan de natuur teruggegeven, maar werd haar met geweld ontnomen.

Mogen de goden in de onderwereld of de hemel deze afschuwelijke misdaad bestraffen!’

Nu, bijna 2000 jaar later, lijkt de inscriptie van Aelius een poging om zijn verdriet van zich af te schrijven, maar voor hem was het een ernstige zaak: de Romeinen geloofden dat hun vijanden – boze buren, jaloerse rivalen of zakelijke concurrenten – hen in het ongeluk konden storten met een toverformule.

‘Er is werkelijk niemand die niet bang is voor deze vervloekingen,’ aldus de Romeinse schrijver en wetenschapper Plinius de Oudere in de 1e eeuw.

Romeinse vloeken klei poppen

Met toverformules, loden tabletten en kleipoppetjes wensten de Romeinen elkaar hel en verdoemenis toe.

© Marie-lan Nguyen/Wikipedia Commons

Loden vervloekingstabletten

De angst van de Romeinen richtte zich op vervloekingstabletten – zogeheten defixiones – die van dunne loden platen werden gemaakt.

Lood was goedkoop en zacht genoeg om er makkelijk letters in te kunnen krassen.

Het bijgeloof van de Romeinen zei dat je ongeluk over iemand kon afroepen door magische formules op een tablet te schrijven en de goden van het dodenrijk of spoken kon aanroepen om wraak te nemen op een vijand:

‘Verpletter senator Fistus. Moge Fistus verslappen, vergaan en zinken, en mogen al zijn botten opgelost worden,’ luidt een 5e-eeuwse vervloeking.

Archeologen hebben in Italië en veel Romeinse provincies meer dan 1500 oude vervloekingstabletten gevonden, waarvan de meeste Romeins.

Burgers kochten ze doorgaans van professionele tovenaars, die kant-en-klare tabletten hadden waar alleen nog de naam van het doelwit op ingevuld moest worden.

Veel van de vervloekingen die zijn opgegraven hebben te maken met de uiterst populaire paardenrennen.

Op de tabletten vervloeken fans de paarden van een ander kamp: ‘Mogen ze met hun menners omvallen,’ luidt een vloek uit Carthago in het huidige Tunesië.

Deze tablet lag net als veel andere in een graf. De Romeinen dachten dat mensen die vroegtijdig overleden waren, nog rondwaarden als geesten.

Volgens het bijgeloof kon de schrijver van een vervloeking de dode eeuwige rust geven als de geest hem in ruil daarvoor hielp met het uitvoeren van de vloek.

In het holst van de nacht zagen de kerkhoven zwart van de mensen die in het geniep – want het was streng verboden – hun vervloekingen naar de doden brachten.

romerske forbandelser blytavle

De meeste vloeken werden in loden tabletten gekrast. Die werden dan gevouwen en in een graf, tempel of huis gelegd.

© Museo archaeologico civico di Bologna

Iedereen vervloekte iedereen

De Romeinse burgers kochten in groten getale vervloekingstabletten enschreven er van alles op. In elke provincie zijn er exemplaren gevonden.

Ongelukkige liefde vervloekt

Ook de liefde vormde een populaire aanleiding voor toverformules.

Bijna een kwart van de tabletten is geschreven door iemand die een man of een vrouw in zijn macht wil hebben door wie hij is afgewezen.

In Egypte is een tablet naast een kleipoppetje van een vrouw gevonden dat met 13 naalden is doorboord.

De formule is bestemd voor de vrouw Ptolemais: ‘Trek haar aan het haar en het hart, tot ze me niet meer afwijst, maar vervuld wordt met liefde voor mij.’

Er werden zo veel vervloekingen uitgesproken dat de keizer de praktijk keer op keer verbood en dreigde de schrijvers te laten kruisigen of voor de wilde dieren te laten gooien, maar dat mocht niet baten.

Zelfs de eerste christenen gebruikten vervloekingstabletten. In de loop van de 6e eeuw wist de kerk het gebruik de kop in te drukken.