Claudius was doodsbang toen de praetorianen in 41 n.Chr. achter hem aan zaten. Tot zijn verbazing riepen ze hem uit tot keizer.

© ART Renewal
Beschavingen - Romeinse Rijk

Praetoriaanse garde van de keizer was levensgevaarlijk

De machtige praetoriaanse garde moest de Romeinse keizer beschermen. Maar als deze verzuimde zijn lijfwachten in de watten te leggen, keerden ze zich tegen hem. Geen keizer was veilig als de praetorianen boos op hem waren.

De aanslag kwam volledig onverwacht. Caligula liep het theater uit toen een gewapende jongeman op hem afkwam. De keizer kende alle officieren van zijn lijfwacht, de praetoriaanse garde – ook Cassius Chaerea. Hij rook dus geen onraad.

Met zijn kenmerkende piepstem, waar Caligula hem vaak om uitgelachen had, vroeg de tribuun Chaerea welk wachtwoord de keizer vanavond zou gebruiken. Maar op deze januaridag in 41 n.Chr. bleef het antwoord uit.

Plotseling trok de praetoriaan zijn zwaard en stak. De keizer voelde hoe de kling zijn hals doorboorde, terwijl andere officieren dichterbij kwamen.

Op het moment dat Caligula voor het theater stierf, vermoordde een andere tribuun diens vrouw en dochter in het paleis. De gewone praetorianen, die niet bij het complot betrokken waren, schrokken van het gegil en renden als een kip zonder kop rond.

Ineens zag ene Gratus een paar voeten onder een gordijn uit steken. Klaar om toe te slaan rukte hij het gordijn opzij – en stond oog in oog met Claudius, Caligula’s oom.

De betrapte Claudius verwachtte te worden gedood, maar Gratus aarzelde even en boog toen het hoofd. Hij huldigde Claudius als de nieuwe keizer van Rome. Met een stel collega’s bracht hij de kersverse vorst naar de kazerne van de garde, waar hij veilig was.

Een groep praetorianen had met een samenzwering de keizer uit de weg geruimd, en andere leden van de garde hadden een opvolger aangewezen. Heel Rome begreep dat de garde voortaan een machtsfactor van belang was.

Leger komt Rome niet in

Al 100 jaar voor de dood van Caligula, toen Rome nog een republiek was, wist iedereen dat soldaten gevaarlijk waren. Daarom mocht het leger niet in de stad komen. Slechts na een grote veldtocht werden zegevierende legionairs in de straten van Rome gehuldigd.

De edelman Gaius Octavianus lapte de wet dan ook aan zijn laars toen hij in 43 v.Chr. Rome zonder toestemming van de Senaat met een legioen soldaten en zijn cohors praetoria binnentrok.

Deze cohorte vormde zijn persoonlijke lijfwacht, die hij zoals elke rijke man had ingehuurd om zich te beschermen. Een praetor was een generaal of stadhouder, en een cohors was een eenheid van het Romeinse leger van 500 man, later uitgegroeid tot 1000 man.

Octavianus liet zich niet voor niets beveiligen, want in 43 v.Chr. streed hij met anderen om de macht in Rome. De soldaten waren zijn levensverzekering: in de stad kon je zomaar een mes in je rug krijgen als je te succesvol was, en Octavianus stond bekend als een machtig man.

Tijdens bloedige veldslagen, waarin zijn praetoriaanse cohorte meevocht, rekende de ambitieuze edelman af met al zijn rivalen. Uiteindelijk, in 31 v.Chr., nam Octavianus de naam Augustus aan en stichtte hij het Romeinse keizerrijk.

De legionairs mochten nog steeds niet in de stad komen, maar voor zijn persoonlijke troepen maakte hij een uitzondering. De nieuwe sterke man had soldaten nodig die zijn machtspositie veilig konden stellen, en de keizerlijke garde groeide uit tot negen cohorten.

Romeinse keizers speelden met hun leven als ze de praetoriaanse garde niet flink in de watten legden.

© Bridgeman

Garde beschermt Augustus

Vergeleken met andere troepen was de praetoriaanse garde geen elite-eenheid. De rekruten waren geen ervaren oorlogsveteranen en werden niet beter getraind dan hun collega’s in het reguliere leger. De belangrijkste kwalificatie van de praetorianen was loyaliteit – op papier.

De garde bestond uit inwoners van de stad Rome zelf, die trouwer geacht werden dan burgers uit de provincies. Ze werden overladen met privileges: de praetorianen kregen 50 procent meer loon dan legionairs, ze hoefden maar 16 in plaats van 25 jaar te dienen en in het begin voerde de garde geen oorlog.

Een klein groepje Germaanse huurlingen vormde de binnenste cirkel rond de keizer, en er stond altijd een cohorte praetorianen paraat in het paleis dat Augustus voor zichzelf had laten bouwen op de Palatijnheuvel. De rest van het korps voerde allerlei taken uit in de hoofdstad en omliggende steden.

Een belangrijke verantwoordelijkheid was het in goede banen leiden van grote evenementen. Gladiatorengevechten, paardenrennen en zelfs schouwburgvoorstellingen brachten de gemoederen regelmatig aan de kook, en de kleinste provocatie kon tot massale vechtpartijen leiden tussen aanhangers van bekende gladiatoren of acteurs. In een enkel geval vielen er zelfs doden bij.

Kort voor zijn dood in 14 n.Chr. vulde Augustus de praetoriaanse garde aan met drie stadscohorten, die een soort politie gingen vormen. De leden van deze cohortes urbanis kwamen net als de praetorianen uit Rome en directe omgeving en genoten bijna even grote voorrechten.

De centurions kwamen van de garde. De stadscohorten zagen toe op rust en orde in Rome, maar de praetoriaanse garde was nog steeds het wapen van de keizer tegen alle vijanden van de staat.

Zo werd in 24 n.Chr., onder Augustus’ opvolger Tiberius, een eenheid naar Zuid-Italië gestuurd om een man op te pakken die een slavenoproer aan het ontketenen was.

De Romeinen waren altijd bang dat de vele slaven van het rijk in opstand zouden komen. In dit geval lukte het om de rebellie in de kiem te smoren, want de aanstichter was een vroegere praetoriaan en zijn achtervolgers wisten dus wie hij was.

Daarnaast fungeerden de praetorianen als geheim agenten en pleegden ze moordaanslagen voor de keizer.

Regels gelden niet voor iedereen

In 16 werd een burger beschuldigd van tovenarij tegen de keizer. Zijn proces werd uitgesteld omdat hij ziek was, en de praetorianen bewaakten hem.

‘Zijn huis was omringd door soldaten,’ aldus de geschiedschrijver Tacitus. ‘Ze maakten een hels kabaal bij de deur om gezien en gehoord te worden.’

De verdachte zag in dat zijn lot al bij voorbaat vaststond, en hij pleegde zelfmoord. Hierdoor hoefde Tiberius de twijfelachtige rechtszaak niet voort te zetten. Romeinse bronnen vermelden meer voorbeelden van verdachten die door de praetorianen tot zelfmoord aangezet of zelfs vermoord werden.

Bij processen wegens verraad die wel doorgang vonden, traden de gardeleden als rechters op. De praetoriaanse kazerne even buiten Rome die in 23 n.Chr. in gebruik werd genomen, had een eigen rechtbank. Veroordeelden konden bij deze castra praetoria in hoger beroep gaan. De praetorianen voltrokken ook doodvonnissen in hun kazerne.

Toen de samenzweerders hun pijlen op Caligula richtten, deinsde de garde dan ook niet terug voor moord.

Garde benoemt zijn eerste keizer

De eerste keer dat een keizer stierf en er een opvolger moest komen, zorgde de praetoriaanse garde voor een vreedzame machtsoverdracht zonder rellen. Maar na de aanslag op Caligula in 41 was de rol van de garde als bewaker van rust en orde uitgespeeld.

Hoewel maar een paar praetorianen van de plannen op de hoogte waren, wisten de overige wel raad met de situatie. Toen Claudius, de oom van de vermoorde keizer, in hun kazerne opdook, werd hij ingehuldigd als nieuwe keizer. En Claudius, die besefte dat hij zijn voorganger zo achterna kon gaan, zegde de garde een grote som geld toe.

‘Hij was de eerste keizer die de trouw van de soldaten met geld kocht,’ schreef de Romeinse historicus Suetonius een kleine 100 jaar later.

Een dag na de inhuldiging zwoeren de stadscohorten en het brandweerkorps Vigiles op hun beurt trouw aan Claudius. Ook zij hoopten op een beloning.

De praetorianen hadden de heerser van het machtigste rijk ter wereld aangewezen en waren ermee weggekomen. Zo waren ze berucht en rijk geworden. De garde kreeg de smaak te pakken, en bijna 30 jaar later zou hij opnieuw toeslaan.

De praetorianen gingen ten onder in de Slag bij de Milvische brug in 312. Ze vochten mee met Maxentius, die de Tiber overstak om zijn rivaal Constantijn te bestrijden. Toen ze zich moesten terugtrekken, kwamen velen om bij de vlucht over een smalle brug.

© AKG Images

Rome in rep en roer

Het was nooit rustig in het bestuur van het rijk, maar het Vierkeizerjaar 69 sloeg alles. Aan het begin van het jaar regeerde Galba, die door legioenen uit Spanje op de troon was gezet.

Hij dacht genoeg te hebben aan de steun van de soldaten, en deed niets om in het gevlij te komen bij de praetorianen. Hij werd dan ook door hen gedood.

Galba werd vervangen door Otho, die had beloofd dat de garde voortaan zijn eigen aanvoerder zou mogen kiezen. Maar de nieuwe keizer was nog niet ingehuldigd of er gingen geruchten dat legioenen uit Germanië op weg waren naar Rome met een andere kandidaat-keizer, Vitellius.

De praetorianen trokken ten strijde en vochten een paar bloedige slagen uit. Maar de overmacht was te groot, en toen Otho inzag dat de strijd verloren was, pleegde hij zelfmoord. Een aantal gardeleden volgden zijn voorbeeld, de rest gaf zich over aan de legionairs.

Omdat Vitellius geen lijfwacht vol vijanden om zich heen wilde hebben, verving hij alle oude praetorianen door soldaten. De nieuwe gardisten konden echter niet lang van hun baan genieten. De veldheer Vespasianus wilde namelijk ook wel keizer van Rome worden, en hij wist precies wie hij moest inhuren om dat mogelijk te maken.

‘Ze moesten oude praetorianen die een hekel aan Vitellius hadden lokken met de toezegging hun baan terug te krijgen,’ aldus Tacitus. De ex-gardisten waren erbij toen de legers van de twee rivalen een slag uitvochten bij Cremona.

Toen de troepen van Vespasianus teruggedrongen werden, stuurde hij de ex-praetorianen vooruit, en die wisten de opmars van Vitellius te stuiten.

‘Daar zijn jullie banieren en wapens, een nederlaag betekent de dood,’ riep de legerleider van Vespasianus volgens Tacitus. Het leger rukte op en won de slag. Kort daarop werd Vitellius in Rome gevangengenomen en gedood. De garde had zijn wraak gekregen, en aan het eind van 69 was alles bij het oude.

Keizertitel wordt geveild

In het Vierkeizerjaar had de garde naam gemaakt als een slagvaardige eenheid, en onder de oorlogskeizers die Rome vanaf het eind van de eeuw regeerden, werden de praetorianen eiltesoldaten in plaats van paleiswachten.

Zo vochten ze mee toen de Romeinen in 105 Dacië in het huidige Roemenië veroverden. Maar ondanks hun nieuwe rol bleven ze zich bemoeien met de intriges in Rome.

In 193 was de keizertitel vacant, en de praetorianen zetten ene Pertinax op de troon. Maar in plaats van hen hier rijkelijk voor te belonen, probeerde hij een strenge discipline in te voeren.

Nadat hij een kleine drie maanden aan de macht was geweest, maakten 300 woedende praetorianen hun opwachting voor het paleis van de keizer.

‘Pertinax ging op ze af en probeerde ze gerust te stellen met een lange, ernstige toespraak,’ meldt het Romeinse werk Historia Augusta. Maar het antwoord was een speer in zijn borst.

Na de dood van Pertinax toog de ambitieuze Julianus naar de kazerne van de praetorianen om hun steun te vragen om keizer te worden. Maar toen hij daar aankwam, merkte hij dat iemand anders al op hetzelfde idee was gekomen.

‘Julianus riep dat hij de praetorianen alles zou geven wat hun hartje begeerde, en dat hij kisten vol goud en zilver had,’ meldde de schrijver Herodianus. Dat aanbod was te mooi om af te slaan. De garde liet Julianus binnen, huldigde hem in en zette zijn rivaal de deur uit.

Deze daad vormde echter het begin van een bloedige burgeroorlog, en voor 193 voorbij was, was Rome vijf keizers verder.

En de praetorianen betaalden de prijs voor de chaos die ze veroorzaakt hadden. Voortaan was het lidmaatschap van het prestigieuze korps niet meer voorbehouden aan burgers van de stad Rome, en moesten rekruten ervaring hebben als legionair. Dit hield echter niet in dat de lijfwachten van de keizer meer loyaliteit aan de dag legden.

Onbetrouwbaar tot het bittere einde

Gedurende zijn hele bestaan was de praetoriaanse garde onmogelijk te hervormen. Welke straffen de keizers ook bedachten en wie ze ook vervingen, het korps bleef een dodelijke bedreiging voor de man die het moest beschermen.

250 jaar lang waren de praetorianen de ergste vijanden van de keizer, totdat Constantijn het korps in 312 versloeg bij een veldslag even buiten Rome en de overblijfselen ophief.

De praetoriaanse garde ging de geschiedenis in als de meest deloyale lijfwacht aller tijden.

Lees ook:

Romeinse Rijk

Val van Rome legde Europa in puin

11 minuten
Romeinse Rijk

Keizer Augustus kwam met leugens aan de macht in Rome

13 minuten
Romeinse Rijk

Kwijlende sukkelaar werd keizer van Rome

15 minuten

Log in

Fout: Ongeldig e-mailadres
Wachtwoord vereist
ToonVerberg

Al abonnee? Heb je al een abonnement op ons tijdschrift? Klik hier

Nieuwe gebruiker? Krijg nu toegang!