Our website does not support Internet Explorer.

To get the best experience on our website and of our content, please use a more modern browser like Edge, Chrome, Safari or similar.

Keizer had gevaarlijkste beroep van Rome

De keizer van Rome was de machtigste man ter wereld en leefde in ongekende luxe. Maar hij moest wel zien te overleven. Op het moment dat hij de troon besteeg, werd hij namelijk het doelwit van sluipmoordenaars – die hem altijd wisten te vinden.

Gyula Havancsák/Historie

We schrijven 182 n.Chr. en de jonge keizer Commodus is in een stralend humeur. Hij heeft zojuist een fantastische avond gehad in het grootste amfitheater van het keizerrijk: het Colosseum.

De labiele keizer vindt niets leuker dan toekijken hoe twee gladiatoren elkaar als beesten te lijf gaan. Maar nu is het tijd om naar huis te gaan.

Net als Commodus de arena verlaat, doemt er een duistere figuur uit de schaduw op met een dolk in zijn hand.

‘De senaat stuurt je dit wapen!’ roept hij met schelle stem.

Maar zijn theatrale geschreeuw is een blunder. De lijfwachten van de keizer horen hem en hij wordt snel overmeesterd. Hij blijkt lid te zijn van de senaat – de ooit zo machtige adviesraad van Rome.

Tijdens zijn verhoor vertelt de gevangene dat de aanslag bedacht is door de zus van de keizer, Lucilla.

De man die de aanslag pleegde wordt geëxecuteerd en Lucilla wordt verbannen. Maar Commodus is er nog niet klaar mee.

Tussen de dood van keizer Augustus in 14 n.Chr. en de opdeling in 395 had het Romeinse Rijk maar liefst 70 keizers. Slechts 20 van hen stierven een natuurlijke dood.

© HISTORIA

Door de aanslag is hij doodsbang geworden.

Vanaf nu denkt hij dat iedereen hem wil vermoorden en dus laat hij honderden mensen executeren, in een wanhopige poging om ze een stap voor te zijn. Maar hoe meer mensen hij laat vermoorden, hoe meer vijanden hij krijgt.

Vlak nadat de eerste Romeinse keizer, Augustus, in 27 v.Chr. op de troon kwam, werd duidelijk hoe gevaarlijk het was om heerser van het grootste rijk op aarde te zijn.

Van de 11 eerste Romeinse keizers werden er zeven vergiftigd, neergestoken of door eigen hand van het leven beroofd.

Alleen al in 69 n.Chr. werden er binnen een paar maanden drie keizers op gruwelijke wijze omgebracht.

Dit was echter niets vergeleken bij de slachtpartijen waar de latere keizers mee te maken kregen. En het begon bij de krankzinnige keizer Commodus.

Keizer Vitellius dacht dat hij veilig was, maar werd in 69 n.Chr. door de inwoners van Rome vermoord.

© Sven Hauk/Georges-Antoine Rochegrosse

Iedereen wil de keizer neersteken

Om zijn hachje te redden moest de keizer van Rome veel verschillende groepen te vriend zien te houden.

  • De lijfgarde

    was een van de grootste kopzorgen van de keizer. Zodra deze soldaten niet genoeg geld kregen, kwamen ze in opstand.

  • Legersoldaten

    waren gek op keizers die hen naar de overwinning leidden. Maar als de keizer geen oorlog wilde voeren, benoemden ze hun eigen keizer.

  • De senaat

    vormde een constante bedreiging, omdat veel senatoren uit waren op een republiek. En dus liet de keizer zo veel senatoren vermoorden dat bijna alle oude senatorfamilies worden uitgeroeid.

  • Familie

    kon ook het einde van de keizer betekenen. De broers en zussen van de keizer hadden vaak hun eigen ambities en moesten goed in de gaten worden gehouden.

  • Handlangers

    werden door de regent ingehuurd om het vuile werk op te knappen. Maar naarmate ze meer macht kregen, vormden ook zij vaak een bedreiging.

  • Burgers

    waren niet echt een probleem voor de keizer. Maar ze konden wel gevaarlijk worden, als ze bijvoorbeeld genegeerd werden en gemanipuleerd door andere rivalen van de keizer.

Toen Commodus keizer werd, had het rijk net een rustige periode achter de rug onder leiding van de zogenoemde vijf goede keizers, die ook geen van allen vermoord werden.

Het bijzondere aan deze vijf was dat ze op basis van hun kwaliteiten waren uitgekozen door hun voorgangers. De laatste in deze rij was Marcus Aurelius die, ondanks dat het een slimme man was, toch zijn zoon Commodus tot keizer benoemde.

Zijn zoon haatte het leven aan het front en besloot direct na Aurelius’ dood om te stoppen met de oorlogen tegen de Germanen, die zijn vader zijn hele leven had bestreden. Commodus hield meer van feesten in Rome.

‘Ik leef nog steeds!’
Keizer Caligula nadat hij werd neergestoken door officieren van de lijfgarde. 30 messteken zorgden ervoor dat dit zijn laatste woorden waren.

Maar veel mensen waren tegen de wapenstilstand die hij sloot, wat leidde tot de aanslag bij het Colosseum in 182. Nu draaide de keizer helemaal door. Hij liet de prefect, het hoofd van de keizerlijke garde, executeren en liet het bestuur van het imperium over aan de nieuwe prefect, Perennis.

Uit angst voor nieuwe aanslagen ruimde de keizer nog meer mogelijke vijanden uit de weg.

Terwijl Perennis regeerde, ging de keizer van feest tot feest en vermaakte hij zich met gladiatorengevechten. Commodus dacht dat hij de reïncarnatie van Hercules was, en dus trad hij in een leeuwenvel op in het Colosseum, waar hij tegen mannen en dieren vocht.

Volgens de senator Dio Cassius verzamelde de gestoorde keizer alle mannen van Rome die door ziekte hun voeten hadden verloren.

© Getty Images & Collection of Hermitage Museum & Gardens, Norfolk, Virginia

Commodus was uitermate trots op zijn gespierde lichaam en liet heel veel standbeelden maken. Hij werd afgebeeld als de Griekse held Hercules, die zijn vijanden verslaat met een knuppel.

© Getty Images

Zij werden verkleed als slangachtige monsters en moesten door het stof kruipen totdat de keizer ze doodde met zijn knuppel. Een andere keer vermaakte hij zich door bij struisvogels de kop eraf te schieten met pijl en boog.

Volgens Dio Cassius liet hij trots een van de afgeschoten koppen zien aan de senatoren.

‘Hij zei niets, maar knikte lachend om duidelijk te maken dat hij met ons hetzelfde zou doen.’

Niet veel later viel ook Perennis in ongenade en werd hij vermoord. De keizer was nu zo paranoïde dat niemand meer veilig was. Honderden mensen werden gedood. Commodus liet ook regelmatig de leiders van zijn garde elimineren, zodat ze niet te machtig werden.

Het keizerlijke geweld bleef echter niet zonder gevolgen. De nieuwste prefect, Laetas, wist dat hij – om te voorkomen dat hij ook het loodje zou leggen – als eerste moest toeslaan.

Hij sloot daarom een pact met de minnares van de keizer, die toegang had tot zijn privévertrekken. Hij vergiftigde Commodus’ wijn, maar daar werd de keizer alleen wat misselijk van.

En dus betaalden ze de misdadiger Narcissus om het karwei af te maken.

‘Narcissus wierp zich op de vergiftigde keizer, pakte hem bij de keel en wurgde hem,’ schrijft de Romeinse schrijver Herodianus.

Iedereen was opgelucht toen de keizer dood was – behalve één iemand: zijn opvolger.

Direct na Commodus’ dood vroegen zijn moordenaars aan de Romeinse stadsprefect Pertinax of hij de nieuwe keizer wilde worden. De 66 jaar oude Pertinax werd voorgesteld aan de lijfgarde – de zogenoemde praetorianen – om hun steun te krijgen.

De lijfgarde was niet onder de indruk, maar liet zich overhalen toen bleek dat elke soldaat een smak geld zou krijgen.

Vervolgens werd de oude man naar de senaat gebracht, waar hij volgens Dio Cassius duidelijk maakte dat hij liever geen keizer wilde zijn.

‘Door mijn leeftijd, gezondheid en de huidige situatie heb ik geen interesse in de troon,’ verklaarde Pertinax, en hij bood zijn positie aan andere senatoren aan. Maar die weigerden.

Dus werd Pertinax benoemd tot keizer.

‘Want hij was niet alleen het meest eervol, maar had ook een goede gezondheid – hij was alleen slecht ter been,’ schrijft Dio Cassius.

De goudeerlijke Pertinax ging heel anders te werk dan zijn voorganger.

Commodus had kapitalen verspild aan sieraden, meisjes van plezier, goud en ivoor. Nu werd alles verkocht om geld in de staatskas te krijgen. De keizer maakte ook een einde aan de uitgebreide banketten – en als de zuinige keizer dan eindelijk mensen uitnodigde, kregen ze halve artisjokken voorgeschoteld.

Daarnaast zorgde Pertinax ervoor dat zijn vrouw en zoon van hun privégeld leefden – niet van overheidsgeld.

De inwoners en de senaat waren dolenthousiast, maar Pertinax had geen rekening gehouden met de praetorianen. En zij waren allesbehalve blij. Zij konden zich namelijk niet meer verrijken op kosten van de bevolking.

En dus werd, twee maanden en 25 dagen na de troonopvolging, het paleis ingenomen door 300 boze soldaten. Volgens Cassius had de keizer kunnen vluchten, maar hij probeerde de meute te overtuigen. En dat hielp niet.

Pertinax, die nog nooit iets fouts of oneerlijks had gedaan, werd in stukken gesneden.

Ten slotte werd hij onthoofd en werd zijn hoofd op een spies geplaatst. Maar als de Romeinen dachten dat dit het toppunt van bloedigheid was, dan hadden ze het mis.

Een paar uur na Pertinax’ dood boden zijn moordenaars de keizerstitel te koop aan.

‘Alsof het een markt of een veiling was werden de stad en het rijk geveild aan de hoogste bieder,’ schrijft Cassius geïrriteerd.

Twee van de rijkste mannen van Rome deden meteen mee, want de keizer had onbeperkt toegang tot de staatskas en andere lucratieve inkomsten.

De ene was Didius Julianus, die na een heftige biedronde de overwinning in zijn zak stak. Hij had namelijk elk lid van de garde, die uit duizenden soldaten bestond, 30.000 sestertiën gegeven – ongeveer 10 jaar soldij.

Nadat hij de verbijsterde senatoren had verteld dat hij nu de nieuwe keizer was, werd hij naar het paleis gebracht.

Volgens Dio Cassius vond Julianus het grappig dat het middageten van de vermoorde Pertinax nog steeds op tafel stond.

‘Hij begon zich vol te proppen, terwijl het lijk van zijn voorganger nog in het gebouw lag. Daarna ging hij dobbelen.’

De nieuwe keizer liet ook zijn vrouw en jonge dochter komen, die behoorlijk overstuur waren. Overal in de stad waren namelijk rellen uitgebroken toen de mensen over de schandalige veiling hadden gehoord.

Maar Julianus maakte zich geen zorgen. Hij waande zich veilig – vooral omdat hij de trouw van de lijfgarde had gekocht.

Maar al konden de burgers en de senaat Julianus niets maken, de keizer was even vergeten dat de wereld groter is dan Rome. En met zijn veiling had hij bewezen dat iedereen keizer kon worden, als je maar geld of soldaten genoeg had.

Toen de generaals buiten de stad hoorden van het schandaal in Rome kwam o.a. Septimius Severus in opstand en trok hij met zijn leger op naar de hoofdstad.

‘Wat heb ik verkeerd gedaan?!’
De laatste woorden van keizer Julianus, vlak voordat hij werd vermoord door de garde.

Julianus haastte zich naar de praetorianen om ze te vragen de stad te verdedigen. Maar omdat de keizer hen niet meer geld kon bieden, stonden ze er niet bepaald om te popelen.

De weken daarna veranderde Rome in een groot fort met overal soldaten. Volgens Dio Cassius was iedereen in paniek, alhoewel de inwoners wel moesten lachen toen de keizer zich in het paleis barricadeerde en alle sloten liet vervangen om de vijand buiten te houden.

‘Het was weliswaar een stuk moeilijker geweest om Pertinax te doden als hij de deuren op slot had gedaan, maar Julianus leek te geloven dat ze hem met rust zouden laten als hij zich maar opsloot.’

Intussen trok generaal Severus verder op naar Rome. Een paar dagen voordat hij de stad bereikte, stuurde hij bericht naar de lijfgarde en beloofde hen gratie als ze hem Julianus zouden uitleveren.

Maar de praetorianen hadden geen zin om voor de keizer te sterven en gingen naar de senaat om de kwestie te bespreken.

Julianus bleef alleen achter en hoorde alleen nog zijn eigen stem door de gangen van het paleis echoën. Intussen besloot de senaat om hem af te zetten.

Niet veel later bestormde de lijfgarde het paleis en werd de keizer in zijn badkuip onthoofd. Nadat hij de troon had gekocht, was Julianus slechts 66 dagen keizer – misschien wel de slechtste deal uit de geschiedenis.

Naar verluidt waren zijn laatste woorden:

‘Wat heb ik verkeerd gedaan?! Wie heb ik vermoord?’

De vrouw van keizer Claudius, Messalina, smeedde een complot tegen haar man. Dat werd haar fataal.

© Imageselect

Hofdames waren levensgevaarlijk

De Romeinse keizers waren vooral bang voor andere machtige mannen. Maar soms waren hun eigen vrouwen of zussen veel gevaarlijker.

  • Messalina

    De derde vrouw van keizer Claudius, Messalina, was een ambitieuze vrouw die er via valse beschuldigingen voor zorgde dat haar man al haar vijanden uit de weg ruimde.

    Ook stond deze vrouw bekend om haar talloze buitenechtelijke affaires.

    Ze bedroog Claudius met iedereen die maar wilde, tot ze op een dag, toen de keizer weg was, in het openbaar trouwde met senator Gajus Silius.

    In eerste instantie wilde ze de keizer uit de weg ruimen, maar toen Claudius terugkwam, werd ze gedood door zijn lijfwachten.

  • Agrippina de Jongere

    Na Messalina’s dood trouwde keizer Claudius met zijn nichtje, Agrippina de Jongere, die al eerder had samengezworen om haar broer, keizer Caligula, te vermoorden.

    Deze gemene vrouw had een zoon, Nero, die door Claudius werd geadopteerd.

    De keizer had echter al een zoon die hem zou opvolgen.

    Agrippina nam daarom maatregelen en vermoordde Claudius met giftige paddenstoelen.

    Later werd ze op haar beurt vermoord door haar zoon, keizer Nero.

  • Annia Lucilla

    Keizer Commodus had vier zussen, en zag hun mannen als mogelijke rivalen.

    Zijn oudste zus, Annia Lucilla, vond dat ze een betere positie aan het hof had verdiend. Maar haar broer was het daar niet mee eens.

    Toen Commodus steeds minder populair werd, sloot Lucilla een pact met een aantal senatoren en het hoofd van de lijfgarde om Commodus te vermoorden, zodat zij en haar man de macht konden grijpen.

    De aanslag werd een fiasco en Lucilla werd in 182 n.Chr. verbannen naar het eiland Capri, waar ze datzelfde jaar nog werd geëxecuteerd.

Na zijn overwinning op Julianus werd Septimius Severin uitgeroepen tot keizer. Hij regeerde 18 jaar lang, totdat hij in 211 aan een ziekte overleed tijdens een veldtocht in Groot-Brittannië.

Voor zijn dood gaf hij zijn zoons, die hem samen zouden opvolgen, advies over het keizerschap: ‘Zorg ervoor dat jullie het met elkaar eens zijn, denk aan de soldaten en de rest is niet belangrijk.’

Een goede tip, want met het leger achter zich stond de keizer sterk. Helaas luisterden zijn zoons, Caracalla en Geta, niet.

Ze hadden de grootst mogelijke hekel aan elkaar en Caracalla, de oudste van de twee, was al een paar keer van plan geweest om zijn broer te doden, omdat hij populairder was bij de soldaten dan hijzelf.

Toen de twee kersverse keizers vanuit Groot-Brittannië naar Rome kwamen, verdeelden ze het paleis in tweeën – uit angst voor elkaar.

‘Ze barricadeerden de binnendeuren en deelden alleen de buitendeuren, en ze hadden beiden hun eigen lijfwachten,’ vertelt de Romeinse schrijver Herodianus.

Volgens Dio Cassius was de belangrijkste reden dat Caracalla zijn broer nog niet had vermoord, dat Geta in het openbaar altijd omringd was door soldaten.

Caracalla haalde daarom zijn moeder, Julia Domna, over om de broers uit te nodigen voor een verzoeningsmaaltijd in haar kamer. Geta ging er zonder lijfwachten heen en werd overmeesterd door Caracalla en een stel gewapende handlangers.

Dio Cassius vertelt dat Geta naar zijn verbijsterde moeder rende en haar om de hals vloog, terwijl hij in stukken werd gesneden: ‘Moeder, moeder – ik word vermoord’ waren zijn laatste woorden.

Caracalla lokte zijn jongere broer Geta, die ook keizer was, naar zijn moeder. Daar werd Geta vermoord.

© AKG-Images

Toen Julia Domna begon te huilen, dwong Caracalla haar om te lachen – anders zou hij haar vermoorden. Vervolgens haastte de keizer zich naar de praetorianen, die hij wijsmaakte dat Geta hem had aangevallen en dat hij zijn broer had gedood uit zelfbescherming. Zijn mannen waren niet overtuigd, maar slikten het voor zoete koek toen ze allemaal loonsverhoging kregen.

Hij vertelde hetzelfde verhaal aan de senaat en stuurde vervolgens zijn troepen eropuit om aanhangers en vrienden van Geta op te sporen.

Senatoren, officieren en hofdienaren werden gedood in een slachtpartij die ongeveer 20.000 levens kostte.

Het jaar daarop werd de keizer nog gewelddadiger. Alle mensen die ergens in uitblonken, konden uit de weg geruimd worden, omdat Caracalla bang was dat ze een bedreiging zouden vormen.

Maar hij had het advies van zijn vader onthouden om zijn troepen tevreden te houden, en dus verhoogde hij hun loon zozeer dat de staatskas ineens leeg was.

De paranoia van de keizer zou hem uiteindelijk fataal worden. Op een dag voorspelde een waarzegger namelijk dat het hoofd van de lijfgarde, Macrinus, keizer zou worden.

Helaas was het diezelfde Macrinus die de brieven van de keizer moest lezen. Hij kon wel raden wat Caracalla zou doen als hij de voorspelling zou lezen, en dus besloot hij om hem een stap voor te zijn.

De prefect van de garde betaalde een soldaat om de keizer te vermoorden.

Caracalla was op dat moment op reis in Klein-Azië en tijdens een avondwandeling sloeg de moordenaar toe. Toen de keizer even alleen was, stak de soldaat een dolk in zijn hart.

Direct daarna riep Macrinus zichzelf uit tot keizer, maar hij sneuvelde twee maanden later in een gevecht tegen een van Caracalla’s familieleden, Elagabal, die nu keizer werd – de meest extravagante in de hele Romeinse geschiedenis.

Keizers werden vaak vermoord door de Praetoriaanse Garde, die de vorst eigenlijk moest beschermen.

© Imageselect

Lijfwachten waren oppermachtig

De keizerlijke lijfwacht, de Praetoriaanse Garde, bestond uit duizenden elitesoldaten die de keizer moesten beschermen.

Maar vaak waren ze zijn ergste vijanden.

Alleen de garde mocht namelijk wapens dragen, en als de keizer hen te weinig betaalde of te zwak was, sloegen de praetorianen toe en vermoordden ze hem.

Vanwege alle intriges besloot keizer Constantijn in 312 om de garde op te heffen.

Elagabal verstopt zich in een kast

Op 14-jarige leeftijd werd Elagabal keizer van het Romeinse Rijk. Hij was verre familie van de overleden Caracalla, maar zijn moeder beweerde dat Caracalla zijn vader was en dat hij dus recht had op de troon.

De jonge keizer, die in zijn geboorteplaats in Syrië een priester was voor de zonnegod Heliogabal, wist dat Rome de afgelopen 25 jaar zes keizers had gehad, van wie er slechts één niet was vermoord. Maar dat kon hem weinig schelen.

Elagabal zag de keizerstitel vooral als vrijbrief – om te leven in ongekende luxe en elke fantasie te verwezenlijken.

Volgens Dio Cassius was het moeilijk om te zeggen of de keizer een man of een vrouw was.

‘Hij spon wol, droeg een haarnetje en gebruikte make-up,’ schrijft hij. Ook vertelt hij dat de keizer zijn baard en lichaamshaar liet verwijderen om meer op een vrouw te lijken.

‘Moeder, moeder – ik word vermoord.’
Laatste woorden van keizer Geta voordat hij, voor de ogen van zijn moeder, werd neergestoken door zijn broer.

Hij benoemde een danser tot hoofd van de lijfgarde en ook andere hoge posities gingen naar mannen van wie de grootte van hun geslachtsorgaan de enige kwalificatie was.

Deze keizer trouwde volgens de overlevering met een mannelijke slaaf, maar deelde ook met andere mannen het bed. En hij vond het opwindend om betrapt te worden.

‘En dus werd hij vaak afgestraft door zijn “echtgenoot” en liep hij een blauw oog op,’ vertelt Dio.

Maar zijn relatie met de soldaten verliep moeizaam. Als de feminiene regent een legerkamp bezocht, moest hij zijn oma meenemen – anders nam niemand hem serieus. Zijn familie wist dat een goede verhouding met het leger essentieel was en besloot daarom Alexander Severus, de jonge neef van Elagabal, tot medeheerser te benoemen.

Zijn neef was ook een tiener, maar leek niet op een meisje en was geliefd onder de soldaten.

Elagabal was razend vanwege deze benoeming, en dus probeerde hij zijn neef te vermoorden. Maar de aanslag mislukte en maakte veel woede los in het leger. Elagabal werd steeds banger dat hij zelf omgebracht zou worden.

En die angst was gegrond. Niet veel later smeedde zijn tante – de moeder van Alexander Severus – een complot met een aantal officieren. Zij bestormden het paleis en doodden Elegabals moeder.

De keizer werd gevonden in een kast, bevend van angst. De officieren staken hem dood en gooiden zijn lijk in het riool. Toen het lichaam vast bleef zitten, haalden ze hem weer naar boven en dumpten ze Elagabal uiteindelijk in de Tiber.

Alexander Severus werd in 222 op 13-jarige leeftijd keizer en wordt gezien als de tegenpool van Elagabal.

Hij was ijverig, beheerst en dapper, en geïnteresseerd in militaire tactieken en filosofie. Met hulp van zijn moeder gooide hij alle jaknikkers van Elagabal uit het paleis en verving hen door mensen met een bewezen staat van dienst.

Bij het leger ging hij extra zorgvuldig te werk. Hij bezocht persoonlijk de gewonden en kon de hele nacht opblijven om een veldtocht te organiseren.

De soldaten waren dan ook dol op hem. Maar volgens Herodianus had Severus één probleem.

‘Hij vond zijn moeder inhalig en was haar voortdurende jacht naar goud meer dan beu.’

Keizer Severus en zijn moeder werden vermoord door soldaten.

© AKG-Images

13 jaar lang werd Rome geregeerd door deze strenge, maar rechtvaardige keizer. Maar de hebberigheid van zijn moeder zou uiteindelijk tot zijn val leiden.

In 232 werd het rijk aangevallen door de Germanen. De situatie was zo wanhopig dat Severus, tot verbazing van de soldaten, besloot om een vredesovereenkomst te sluiten.

In deze lastige tijd besloot zijn moeder om te bezuinigen door de soldaten minder loon te geven. Dat zou de jonge keizer fataal worden.

Zijn troepen weigerden te gehoorzamen aan een man die niet wilde vechten of ze fatsoenlijk zou betalen.

Op een koude nacht in 235 werd Severus in zijn tent door soldaten overmeesterd. De jonge keizer wist meteen wat er aan de hand was.

‘Hij schreeuwde dat zijn moeder schuldig was aan zijn dood, bedekte zijn hoofd met een capuchon en ontblootte zijn nek voor de moordenaars,’ schrijft Herodianus.

Keizer Gordianus hing zichzelf op toen hij hoorde dat zijn zoon dood en zijn leger verslagen was.

© Scala Archives

Keizers pleegden liever zelfmoord

Volgens de Romeinen was zelfmoord heldhaftiger dan vermoord te worden door je vijanden.

En dus pleegden veel keizers zelfmoord. Zo maakte Nero een einde aan zijn leven toen hij hoorde dat hij ter dood was veroordeeld door de senaat.

Keizer Elegabal bestelde gif en vergulde zwaarden, zodat hij zelfmoord zou kunnen plegen als de vijand in aantocht was.

Hij liet zelfs een toren bouwen waar hij vanaf zou kunnen springen. Maar toen zijn moordenaars zich eindelijk aandienden, verstopte hij zich in een kast.

De moord op Alexander Severus was gepland door de veldheer Maximinus Thrax.

Hij was een boerenzoon uit Tracië, in het huidige Bulgarije, en was opgeklommen in het leger. Thrax, die zelf een keizer had laten vermoorden, was ervan overtuigd dat daadkracht en geweld de beste manieren waren om aanslagen te voorkomen.

Deze reusachtige man had ooit met één klap de tanden uit de bek van een paard geslagen en zou wel 25 liter bier per dag kunnen drinken.

Volgens Herodianus ging Thrax direct na de moord aan de slag met enorme militaire operaties tegen de Germanen.

‘Zo probeerde hij te bewijzen dat zijn bezwaren tegen de lafheid van Severus terecht waren.’

Thrax versloeg de Germanen en organiseerde nieuwe veldtochten. Tegelijkertijd begon hij een klopjacht tegen zijn vijanden, die duizenden levens zou opeisen. Zijn veldtochten kostten een vermogen, dat hij bijeen bracht door beslag te leggen op de bezittingen van rijke mensen overal in het rijk.

In 238 kwamen Romeinse grondbezitters in Noord-Afrika in opstand en benoemden ze de 80-jarige gouverneur Gordianus tot tegenkeizer, ook al had hij er weinig zin in. Hij had echter geen keuze: hij kon de positie accepteren óf sterven.

Gordianus koos zijn zoon, Gordianus II, als medeheerser en stuurde hem met een leger eropuit om een opstand van Thrax’ volgelingen neer te slaan.

Zijn zoon sneuvelde, en toen Gordianus dit hoorde, wist hij dat ook zijn dagen geteld waren.

‘Volkomen van de kaart ging hij naar zijn slaapkamer om te rusten: hij hing zich op met zijn sjaal,’ schrijft Herodianus.

Gordianus was slechts 21 dagen keizer. Meteen benoemde de senaat, die Gordianus had gesteund, twee nieuwe keizers, Maximus en Balbinus. En zij kozen de 13-jarige kleinzoon van Gordianus, Gordianus III, als mederegent.

De keizers vertrokken met een leger om de vierde keizer, Thrax, te verslaan, die zich ergens bij de Germaanse grens bevond. Thrax werd maandenlang belegerd en uiteindelijk vermoord door zijn eigen, uitgehongerde soldaten.

Maximus en Balbinus konden echter niet lang van hun overwinning genieten. Ze kregen ruzie en werden niet veel later gedood door de Praetoriaanse Garde.

De jonge Gordianus III bleef op de troon zitten en vocht dapper tegen de Goten in het noorden en de Parthen in het zuiden. Tijdens de laatste veldtocht werd Gordianus III vermoord – waarschijnlijk door het hoofd van de garde, Philippus I Arabs, die in 244 keizer werd.

Sinds de moord op Commodus een halve eeuw eerder waren de Romeinen gewend geraakt aan omgebrachte keizers en een constante stroom van nieuwe heersers.

Maar niemand was voorbereid op de slachtpartijen die tussen 235 en 285 plaatsvonden. In deze periode van 50 jaar werden er 26 heersers benoemd, waarvan er slechts drie aantoonbaar een natuurlijke dood stierven.

De rest werd vermoord door hun eigen troepen, de lijfgarde of sneuvelde in hun strijd met tegenkeizers, die vervolgens zichzelf weer uitriepen tot keizer.

Pas toen Diocletianus in 284 de troon opeiste, kwam er althans tijdelijk een einde aan het bloedbad. Deze keizer was ook de enige die vrijwillig afstand deed van de troon – en dus het gevaarlijkste beroep van Rome overleefde.

Rijk verdeeld tussen vier keizers

Keizer Diocletianus hervormde zijn positie om een einde te maken aan de voortdurende machtsstrijd.

Toen Diocletianus in 284 tot keizer werd benoemd, nadat hij de tegenkeizer Carinus op het slagveld had gedood, lag het imperium in puin.

Na bijna 100 jaar strijd om de keizerlijke macht verlangden zelfs de legers in de provincies naar vrede. Diocletianus besefte dat zijn rijk te groot was om door één man bestuurd te worden.

En dus droeg hij de macht over het westelijke deel van het rijk over aan zijn beste generaal, Valerius Maximianus, die daarmee medekeizer werd.

Ze kregen beiden de naam ‘Augustus’. Diocletianus en Maximianus kozen vervolgens ieder een legerleider, die de titel ‘Caesar’ kreeg.

De vier mannen heersten ieder over hun deel en zo lukte het hen om het hele rijk onder controle te krijgen.

Shutterstock

Imperium kreeg vier hoofdsteden

Diocletianus deelde het rijk op in vier zogenoemde prefecturen, die bestuurd werden door een keizer. Elke prefectuur kreeg zijn eigen hoofdstad.

Shutterstock

De prefectuur van Constantius

Keizer Constantius werd verantwoordelijk voor Gallië en Brittannië. Hij koos Trier als hoofdstad.

Shutterstock

De prefectuur van Maximianus

Het grootste deel van het westelijke imperium ging naar keizer Maximianus, die Milaan als hoofdstad koos, waardoor Rome minder belangrijk werd.

Shutterstock

De prefectuur van Galerius

Griekenland en grote delen van de Balkan werden overgedragen aan keizer Galerius. De Griekse stad Thessaloniki werd de hoofdstad van zijn prefectuur.

Shutterstock

De prefectuur van Diocletianus

Keizer Diocletianus was verantwoordelijk voor het oostelijke deel van het rijk, dat het meest kwetsbaar was. Zijn hoofdstad was Nicomedia.

Shutterstock

Lees ook:

Romeinse Rijk

Wraakzuchtige Romein wil Germanen wegvagen

16 minuten
Romeinse Rijk

Circus Maximus herrijst in Rome

2 minuten
Romeinse Rijk

Val van Rome legde Europa in puin

11 minuten

Log in

Ongeldig e-mailadres
Wachtwoord vereist
Toon Verberg

Al abonnee? Heb je al een abonnement op ons tijdschrift? Klik hier

Nieuwe gebruiker? Krijg nu toegang!

Reset wachtwoord

Geef je mailadres op, dan krijg je een e-mail met aanwijzingen voor het resetten van je wachtwoord.
Ongeldig e-mailadres

Voer je wachtwoord in

We hebben een mail met een wachtwoord gestuurd naar

Nieuw wachtwoord

Enter a password with at least 6 characters.

Wachtwoord vereist
Toon Verberg