De 24-jarige Caligula palmde bij zijn inauguratie als keizer iedereen in. Hij was dol op gladiatorengevechten en begreep dat politiek slim was het volk te vermaken. Dat hadden zijn impopulaire voorgangers verzuimd.

© Scanpix/AKG Images

Keizer Caligula regeerde met terreur

Caligula was geliefd bij het gewone volk, dat hij tevreden hield met gladiatorengevechten, executies en paardenrennen. Ook ging hij vaak op het dak van de Basilica Julia staan om de Romeinen geld toe te werpen. Maar achter die perfecte façade ging pure boosaardigheid schuil.

20 februari 2019 door Jannich Kofoed

 ‘Ons licht! Onze zoon!’ klinkt het uit duizenden kelen van Romeinse burgers die zich langs de Via Appia opgesteld hebben om een glimp van de lange jongeman op te vangen, die hen hopelijk uit deze periode van duisternis zal leiden. 

Toortsen verlichten de weg van de havenstad Misenum naar Rome, het reisdoel van Gaius Julius Caesar Germanicus, bekend als Caligula. Hij is op weg naar de hoofdstad om de macht over te nemen van ’s werelds grootste en sterkste rijk.

Als teken van rouw heeft Caligula een donkere, eenvoudige toga aan, want hij voert ook het lijk van Tiberius mee, die twee weken eerder stierf – op 16 maart 37 n.Chr. Maar overal klinkt het: ‘In de Tiber met Tiberius!’

Quintus Macro, hoofd van de keizerlijke lijfwacht – de pretoriaanse garde – had de machtsovername voorbereid. Meteen na de dood van Tiberius maakte hij de lange reis van het keizerlijk verblijf op het eiland Capri naar Rome om de senaat over te halen Caligula als nieuwe keizer te benoemen. 

Ondertussen verzekerden Macro’s gezanten zich van steun voor Caligula van legerleiders en gouverneurs in de gewesten. Dus toen Caligula op 28 maart in Rome aankwam, was zijn bedje gespreid. Hij trad aan voor de senaat, hield een gloedvolle rede en werd als keizer ingehuldigd.

In de wieg gelegd voor macht

Caligula was een piepjonge keizer – slechts 24 jaar oud. Hij had geen enkele ervaring als veldheer of politicus, maar was een telg van het Julisch-Claudische huis, dat met Julius Caesar aan de macht kwam en bovendien de eerste keizer van Rome leverde, Augustus.

Caligula’s ouders, Germanicus en Agrippina, waren de achterneef en kleindochter van keizer Augustus. Zij waren een machtig stel. 

Germanicus was een uitstekend legerleider, alom
geëerd en geliefd bij het volk. Hij was de aangenomen zoon van keizer Tiberius en was diens gedoodverfde opvolger voor de keizerlijke troon.

Agrippina was een spin in het web van intriges in Rome, en met haar negen kinderen had ze veel kandidaten voor het keizersambt geleverd.

Als tweejarige was Caligula al op pad, samen met zijn ouders tijdens de veldtocht van zijn vader tegen Germaanse stammen. Agrippina doste haar zoon uit als een kleine centurion, en daarom hadden de soldaten hem de koosnaam Caligula – soldatensandaaltje – gegeven, naar het schoeisel van de legionairs.

Gewoonlijk nam een Romeinse veldheer niet zijn vrouw mee op veldtocht, maar Agrippina kreeg een kick van heftige dramatiek. 

Historici vermelden dat zij eens – met de kleine Caligula op de arm – het hoofd koel hield terwijl de Romeinse soldaten tijdens een terugtrekking over de Rijn in paniek raakten.

Het gezin trok ook met Germanicus mee Klein-Azië in, waar de veldheer in Antiochië in Syrië plots onder verdachte omstandigheden stierf. Het gerucht ging dat keizer Tiberius hem om politieke redenen had laten vergiftigen.

Agrippina voer terug naar Italië, waar ze met veel vertoon aan land ging in de havenstad Brundisium, met de urn van haar man in haar armen en haar kinderen om zich heen. Ze was vastbesloten om één van haar kinderen de volgende Romeinse keizer te laten worden.

Het gezin trof bij terugkeer in Rome een slangenkuil van samenzweringen, achterklap, gifmoorden, ontrouw, verhoren, martelingen, schijnprocessen en gedwongen zelfmoorden aan.

Agrippina was niet vies van intriges, en vocht als een leeuwin om haar zoons in stelling te brengen voor de keizerlijke troon, al begon de op leeftijd gekomen Tiberius langzamerhand haar vrienden en bondgenoten te vervolgen.

Tiberius besloot Agrippina’s vertrouwen in hem op de proef te stellen. Na een maaltijd aan het hof reikte hij haar een appel aan, maar ze weigerde haar tanden erin te zetten. Agrippina werd nooit meer uitgenodigd en beweerde dat Tiberius haar had willen vergiftigen.

In 29 n.Chr. werden Agrippina en twee van Caligula’s oudere broers aangehouden en op vrij magere gronden aangeklaagd voor samenzwering.

Agrippina werd vastgehouden op het eilandje Pandateria, en vanwege haar opstandige gedrag kreeg een centurion bevel haar met de zweep gehoorzaamheid bij te brengen, waarbij ze een oog verloor. 

Ze weigerde te eten, en al probeerden haar bewakers haar tot eten te dwingen, in 33 stierf ze van de honger. Caligula’s broers Drusus en Nero waren toen al in gevangenschap overleden.  

Caligula’s moeder verdacht keizer Tiberius ervan achter de dood van haar man in Syrië te zitten. Ze kwam met zijn urn en de kinderen met veel vertoon aan land in Italië.

© Scala Picture Library

Geadopteerd door kwelgeest

Caligula had gezien hoe Tiberius zijn familie te grazen had genomen, maar toen de keizer hem in 31 aan het hof op Capri ontbood, kwam hij toch.

De keizer – oud en der dagen zat –had zijn zoon verloren en had geen erfgenaam. Hij deed iedereen versteld staan door Caligula aan te nemen als zijn zoon en daarmee als mogelijke erfopvolger voor de keizerlijke troon – naast zijn eigen kleinzoon Gemellus, die nog te jong was voor het keizerambt.

Caligula bracht bij Tiberius nooit het lot van zijn familie te berde. De twee mannen spraken met elkaar alsof er niets gebeurd was. Lang na Tiberius’ dood vertelde Caligula zelf dat hij destijds met een dolk diens slaapvertrek was binnengeslopen, maar er toch maar van afgezien had hem te vermoorden.

Op Capri kreeg Caligula de opvoeding die bij een lid van de elite hoorde, en hij ontwikkelde zich tot een begenadigd redenaar. Tiberius prees hem om zijn plichtsbesef en goede karakter, en Caligula sprak zijn bewondering uit voor de wijsheid en kennis van Tiberius.

Tijdens zijn zesjarig verblijf aan het hof op Capri kon Caligula zijn liefde voor poëzie en toneel botvieren. Hij trad op in vele voorstellingen en genoot ervan om in het middelpunt van de belangstelling te staan.

Aan het hof maakte Caligula ook kennis met de seksuele uitspattingen. Geschiedschrijvers maken melding van wilde orgieën van Tiberius, waarbij de keizer steevast een schare zeer jonge meisjes en jongens inzette om aan zijn seksuele gerief te komen.

Ook Caligula lustte er wel pap van en had verhoudingen met tal van vrouwen – getrouwd of niet.

Nieuwe keizer viel in de smaak

Niemand had het Caligula in het minst kwalijk genomen als hij na de troonsbestijging Tiberius’ nagedachtenis bezoedeld had, uit wraak voor het lijden van zijn moeder en zijn broers. Maar dat deed hij niet. Caligula betoonde Tiberius alle eer en liet de urn meteen in het mausoleum van Augustus bijzetten.

Maar hij maakte wel een eind aan enkele gehate aspecten van diens beleid. Hij kreeg de senaat mee toen hij officieel alle rechtszaken schrapte die Tiberius tegen vermeende dan wel echte verraders voerde. 

Overal in het Romeinse Rijk slaakte de heersende klasse een zucht van verlichting. Het rijk had kennelijk een keizer gekregen die met een schone lei wilde beginnen.

Ook het gewone volk had reden tot vreugde. Zo’n 200.000 Romeinen werden tijdens de eerste dagen na de inhuldiging van Caligula getrakteerd op de grootste paardenrennen ooit en circusvoorstellingen met alles erop en eraan, waar 400 beren, leeuwen en andere roofdieren werden gedood.

De vrekkige Tiberius, die toch nooit in de hoofdstad verbleef, had flink het mes gezet in openbare vermakelijkheden, maar met Caligula’s aantreden brak een nieuwe, vrolijke tijd aan, meenden de Romeinen.

Caligula kondigde aan dat hij ook alle grote bouwprojecten wilde afmaken waar keizer Augustus aan begonnen was, maar die Tiberius geschrapt had. Voorlopig speelde geld geen rol, en onder Caligula kwam de aanleg van wegen, aquaducten en havens snel op gang.

De nieuwe Romeinse keizer toonde zich bescheiden doordat hij geen standbeelden van zichzelf liet oprichten.

Ook de intellectuelen kregen meer ruimte toen keizer Caligula het verbod op een aantal
geschriften ophief en de schrijvers terugriep die Tiberius uit het rijk had laten verbannen.

De pretoriaanse garde, wiens leider de weg gebaand had voor Caligula, werd rijkelijk beloond. En zo had de nieuwe keizer in korte tijd zijn macht van een stevig fundament voorzien.

In het begin van zijn regering wilde de bescheiden Caligula liever niet dat er standbeelden van hem opgericht werden. Later eiste hij dat hij als een levende god aanbeden werd.

© Scanpix/Mary Evans

Caligula in de rouw na dood zuster

Caligula hield het niet droog toen hij een maand na zijn aantreden naar de eilanden reisde waar zijn moeder en broers de dood ingejaagd waren. 

Hij vond hun gebeente, verbrandde het en bracht de as terug naar Rome. Daar groeide de rouwstoet aan tot een grote menigte, die toekeek hoe Caligula, de rouwende zoon, de stoffelijke resten bijzette in het mausoleum van Augustus.

Het herinnerde de Romeinen eraan hoe Caligula’s moeder 17 jaar eerder de as van haar man, de grote Germanicus, naar huis gebracht had. En dat was ook precies de bedoeling.

Met deze bijzetting kwam er nog geen einde aan Caligula’s tragische familiesaga. De keizer overlaadde zijn drie nog levende zusters met eerbetuigingen en weelde, maar al in juni 38 pakten donkere wolken zich samen. 

Zijn lievelingszus Drusilla werd ziek en overleed, waarna Caligula zich geheel in het zwart stak. Hij was zo gebroken dat hij niet aan de uitvaart kon deelnemen.

Hij droeg de senaat op om Drusilla de status van godin te geven. Haar naam diende in gebeden en eedafleggingen genoemd te worden, en overal verschenen standbeelden van haar. 

Voorts eerde Caligula zijn zuster met grote circusvoorstellingen. Tijdens één daarvan werd een groot portret van haar met een span olifanten door de arena gereden.

Keizer legde bijna het loodje

In oktober 37 werd Caligula ernstig ziek, wat volgens de historici Philo en Suetonius het hele rijk zowat in een depressie stortte. 

Horden Romeinen waakten bij het paleis om het laatste nieuws te vernemen, en in alle uithoeken van het rijk offerden en baden de mensen voor het leven van de vorst. En op een ochtend stond een nieuwe en boosaardige Caligula op uit zijn ziekbed.

Tijdens de ziekte van Caligula had een edelman beloofd als gladiator te vechten als de keizer het haalde. Toen Caligula dat hoorde, hield hij de man aan zijn woord. Hij moest meermaals de arena in voor Caligula het genoeg vond.

Slechter verging het de edelman die zijn leven aan de goden aangeboden had om Caligula te redden. De keizer liet hem zonder pardon van een klif duwen. Dit zou andere hielenlikkers een lesje kunnen leren, vond hij.

Caligula was nu lekker op dreef en ging achter Tiberius’ kleinzoon aan. 

Tiberius had in zijn testament Gemellus en Caligula als erfopvolgers op gelijke voet gesteld, maar dat had Quintus Macro, hoofd van de pretoriaanse garde, in de senaat ongeldig laten verklaren. In plaats daarvan had Caligula naar oud gebruik Gemellus als zoon aangenomen.

De zwakke Gemellus vormde geen echte bedreiging, maar Caligula kreeg ingefluisterd dat Gemellus hem dood wilde. 

Dat was genoeg. Caligula beval zijn aangenomen zoon zelfmoord te plegen en overhandigde hem een zwaard. Toen Gemellus tegenstribbelde moest een soldaat hem een handje helpen.

Nu was Macro, Caligula’s steun en toeverlaat, aan de beurt. De gardeleider stond alom bekend als een machtig man, raadsheer en leidsman van de onervaren, jonge keizer.

‘Niemand leest mij de les!’ snauwde Caligula toen dit hem ter ore kwam.

Hij verzon zulke zware aanklachten tegen Macro dat deze met zijn vrouw Emma zelfmoord pleegde om tenminste de erfenis voor hun kinderen te redden. De staat legde meestal beslag op het vermogen van een veroordeelde. 

Maar omdat kinderen volgens het Romeinse recht niet verantwoordelijk gehouden konden worden voor de daden van hun ouders, en omdat het familievermogen de kinderen toeviel als de ouders dood waren, verkozen Romeinse patriciërs vaak zelfmoord boven een rechtsgang.

In 39 joeg Caligula de senatoren de stuipen op het lijf. Hij maakte hen uit voor huichelaars en jaknikkers. Ook kwam hij met oude beschuldigingen, die alleen konden stammen van aanklachten voor verraad die hij, naar de senatoren meenden, twee jaar eerder voor hun ogen verbrand had.

Tal van zaken werden nu heropend en vele vooraanstaande senatoren ter dood veroordeeld of verbannen. Vooral de rijksten liepen gevaar, want Caligula had geld nodig. Het recht om veroordeelden te onteigenen was de eigenlijke oorzaak van de zuiveringsgolf.

Caligula verbraste miljarden

Tiberius had 2,7 miljard sestertiën bij elkaar geharkt – een onvoorstelbaar vermogen in een land waar een gezin van vijf personen een jaar lang rond kon komen van 1000 sestertiën. Niettemin wist keizer Caligula het geld er binnen één jaar doorheen te jagen.

Een deel van het geld was besteed aan nuttige bouwwerken, ‘wonderen’ volgens Plinius de Oudere, maar de onnodige luxeprojecten kostten een godsvermogen.

 Zo liet Caligula twee gigantische schepen bouwen, drijvende paleizen met marmeren vloeren, zuilen en hele boomgaarden aan boord.

Paarden waren een van Caligula’s grote liefdes: de stal van zijn lievelingspaard was ingericht met marmer en ivoor. In zijn paleis liet hij een luxebordeel aanleggen. Ook at hij zich elke dag ongans aan exotische gerechten.

Toen de erfenis van Tiberius op was, liet Caligula rijke families ‘giften’ aan hem doen of dwong hij hen grote vermogens aan hem te vermaken. Bij een van zijn meer wanhopige pogingen om aan geld te komen, veilde hij de bezittingen van zijn zussen, waarbij hij zelf meebood om de prijzen op te drijven.

De keizer voerde nieuwe heffingen in op rechtszaken, scheidingen, prostitutie en slavenhandel. Tevens liet hij de gladiatoren die bij openbare spelen moesten vechten, bij opbod veilen. 

De rijke Aponius viel tijdens een zo’n veiling in slaap en ontwaakte als ongelukkige eigenaar van 13 gladiatoren voor maar negen miljoen sestertiën.

Keizer wilde aanbeden worden

Toen hij net keizer was, gedroeg Caligula zich bescheiden en zonder poeha, maar allengs begon hij verkleed als de goden Apollo, Hermes, Hercules – en als de godin Venus – rond te lopen. 

Sommigen zagen dit aanvankelijk als een gevolg van zijn uit de hand gelopen liefde voor het toneel, maar al snel werd duidelijk dat er meer aan de hand was.

Caligula sprak steeds vaker over zichzelf als godheid en liet de tempel van Castor en Pollux op het Forum Romanum wijden voor zijn eigen verering.

Caligula’s grootheidswaan ging vooral ten koste van de senatoren. Hij noemde hen ‘mannetjes die evengoed slaven konden zijn’. Als ze niet geruïneerd of zelfs gedood werden, dan werden ze wel vernederd. 

Sommigen moesten hun vrouw afstaan, anderen werd hun oude, voorname familienaam ontnomen. Zelfs vertegenwoordigers van de elite moesten plat op hun buik gaan liggen voor de keizer en zijn voeten kussen.

Meermaals liet Caligula senatoren hun eigen familieleden vonnissen en eigenhandig doden, terwijl ze angstig hun kwelgeest bedolven onder loftuitingen. 

De senator Titus Rufus was een van de weinigen die samen met ambtgenoten tegen Caligula in verzet kwamen. Toen dat niets opleverde, zag hij geen andere uitweg dan zelfmoord te plegen.

Sommigen namen weliswaar deel aan samenzweringen tegen Caligula, maar de eerste verzetsgroepen werden opgerold voor ze konden toeslaan. 

De keizer had alle reden om voor zijn leven te vrezen en loofde grote bedragen uit voor verklikkers. Ze kregen een achtste deel van het vermogen van de ‘verraders’, dus er werd volop geklikt.

Caligula liet onder meer zijn verwant Ptolemaeus, koning van Mauretanië, en zijn zwager Lepidus, weduwnaar van Caligula’s lievelingszuster, ombrengen. Zijn twee overgebleven zussen verdacht hij ervan tegen hem samen te spannen, dus die liet hij verbannen. 

Caligula werd zo vaak met zwaarden en dolken gestoken dat hij stuiptrekkend doodbloedde.

© Scanpix/AKG Images

Angst leidde tot een opstand

Op 24 januari 41 offerde Caligula in de ochtend een flamingo en bezocht later een toneelvoorstelling op de Palatijnse heuvel. Rond enen verliet hij in klein gevolg het theater door een nauwe uitgang, die naar de keizerlijke woning leidde. Daar sloegen zijn vijanden toe.

Onverhoeds stak Cassius Chaerea, hoofd van de pretoriaanse garde, zijn zwaard in de hals of de kaak van Caligula, die kreunend van pijn trachtte weg te komen. De bronnen vertellen eensluidend dat hij niet meteen dood was, en dat anderen hem nog verschillende wonden wisten toe te brengen.

‘Ik leef nog!’ zou Caligula geroepen hebben terwijl hij doodbloedde.

De historicus Josephus vertelt dat de gardeleider die de eerste slag toebracht, altijd door Caligula werd bespot om zijn piepstem, en door hem bovendien ‘flikker’ werd genoemd. Maar de aanslagplegers vonden elkaar vermoedelijk vooral in de angst dat ze weldra zelf aan de beurt waren om weggezuiverd te worden.

De moord werd terstond gewroken. Caligula’s eigen lijfwachten, zorgvuldig gekozen Germaanse strijders, snelden toe en maakten enkele samenzweerders af. 

De anderen wisten te ontkomen. Tijdens hun vlucht zochten ze Caligula’s vrouw Caesonia op en sloegen haar dood. De schedel van de tweejarige Julia Drusilla, Caligula’s enige kind, werd tegen een muur verbrijzeld.

Cassius Chaerea had zich niet van steun bij zijn mannen in de garde verzekerd. Die bleven net als de Germaanse lijfwachten trouw aan de keizer.

De gewone burgers, die lang niet zo veel geleden hadden als de senatorenklasse, hadden ook niet veel op met de aanslagplegers; sterker nog, ze eisten straf. Binnen een paar uur werden ze
allemaal opgepakt en terechtgesteld.

In een korte, chaotische vergadering besprak de senaat of de republiek heringevoerd moest worden, maar besloot toch om de plaats van Caligula door zijn oom Claudius in te laten nemen.

Caligula’s lijk werd diezelfde avond even buiten de stad verbrand tijdens een bescheiden plechtigheid, die zijn naaste vrienden hadden georganiseerd. Toen zijn twee zusters terugkeerden, zetten ze zijn urn bij in het mausoleum van Augustus, de laatste rustplaats van zijn hele ongelukkige familie.

Lees ook

Arther Ferrill: Caligula — Emperor of Rome, Thames and Hudson Ltd., 1991. Anthony A. Barrett: Caligula – The Corruption of Power, Guild Publishing, 1989.

Bekijk ook ...