Romeinse keizers die hun lijfwacht niet in de watten legden, betaalden met hun leven.

Een goede keizer vreest zijn garde

De Romeinse praetoriaanse garde en de Ottomaanse janitsaren lieten zien dat een heerser zijn lijfwacht soms maar beter kon vrezen.

7 mei 2014 door Esben Mønster-Kjær

Romeinse keizers waren hun leven niet zeker

In 41 v.Chr. werd de gestoorde keizer Caligula vermoord door officieren van zijn eigen lijfwacht, de praetoriaanse garde. Ze vonden de tijd rijp voor een nieuwe baas.

De bloeddorstige lijfwachten rekenden af met de ene keizer na de andere, tot ze eindelijk helemaal van ze af wisten te komen - na 250 jaar van moord en intriges.

Eiltetroepen eisten luxe

De praetoriaanse garde werd gekopieerd door de Ottomaanse sultan, die het janitsarenkorps in het leven riep. Het korps begon als een slagvaardige elite-eenheid, maar de soldaten wenden te veel aan hun luxeleven in Constantinopel. Als de sultan niet goed voor hen zorgde, vervingen ze hem door iemand die dat wel deed.

Lees meer over moorden en paleisrevoluties in het artikel over de praetoriaanse garde uit Historia 4/2015:

Bekijk ook ...