Keizer Diocletianus – belastinginning

Belastingdienst ontwricht Rome

Keizer Diocletianus neemt in 284 een verzwakt Romeins Rijk over. Om het te redden voert hij een hervorming door, waarmee hij de hele bevolking tot slaaf maakt.

Keizer Diocletianus neemt in 284 een verzwakt Romeins Rijk over. Om het te redden voert hij een hervorming door, waarmee hij de hele bevolking tot slaaf maakt.

Index Fototeca/Bridgeman Images, Scala Archives & Dea/G. Dagli Orti/Getty Images

Er gaat al urenlang een onheilspellend gerucht door het Romeinse expeditieleger: de jonge keizer van Rome, Numerianus, die de Perzen verslagen heeft, is dood. Naar verluidt is hij vermoord door de leider van de pretoriaanse garde, de keizerlijke lijfwacht.

De soldaten, die op 17 november 284 bijeen zijn in de stad Nicomedia in het huidige Turkije, zijn echter niet verrast. In slechts tien jaar zijn er vijf keizers vermoord, vaak door hun eigen soldaten of door een rivaal.

Er stijgt een geroezemoes op van de exercitieplaats als de hoge officieren verschijnen, aangevoerd door de 40-jarige bevelhebber van de keizerlijke elitecavalerie, Gaius Diocletianus. Hij is een strenge carrièresoldaat die in de onrustigste uithoeken van het rijk heeft gevochten.

Met een generaal bestijgt Diocletianus een podium, waar de van moord beschuldigde leider van de garde, Lucius Aper, geketend staat. De generaal maakt bekend dat de officieren Diocletianus hebben uitgeroepen tot nieuwe keizer. Hij roept: ‘Zijn jullie het daarmee eens?’

Het antwoord van de soldaten is duidelijk: ze slaan op de maat met hun zwaard tegen hun schild. Enthousiast scanderen ze ‘Augustus, Augustus’ – de titel van de heerser.

Portret van keizer Diocletianus

Diocletianus was van bescheiden komaf, maar werd de machtigste man ter wereld.

© akg-images/De Agostini Picture Lib./M. Seemuller

De kersverse keizer stapt vastberaden naar voren en zweert met opgeheven zwaard dat hij niets te maken heeft met de moord op zijn voorganger – in tegenstelling tot de geketende gardeleider. Dan steekt Diocletianus zijn zwaard in het lichaam van de weerloze Aper.

Verbluft slaan de soldaten het bloederige schouwspel gade. Ze zijn onder de indruk van de besluitvaardigheid van de nieuwe vorst. Vanaf het podium kijkt Diocletianus naar de soldaten, de wapperende vaandels en de blinkende wapens.

In een paar uur is hij opgeklommen van cavaleriecommandant naar de heerser van een wereldrijk. Als zoon van een vrijgelaten slaaf heeft hij de hoogste, maar ook de gevaarlijkste positie bereikt. Diocletianus beseft dat hij flink zijn best zal moeten doen om niet net als zijn voorgangers in een plas bloed te eindigen.

Om het verzwakte en door oorlog geteisterde Romeinse Rijk te redden – en het leven niet te verliezen – zal hij het roer rigoureus moeten omgooien.

Niemand kan nog bevroeden dat de hervormingen van de keizer de Romeinen tot slaven van de staat zullen maken en het begin zullen vormen van een uitzichtloze tijd.

Romeinse keizer vermoord

Diocletianus wilde niet eindigen zoals zijn voorgangers, die bijna allemaal waren vermoord.

© Isadora/Bridgeman Images

Zoon van een slaaf vocht voor het rijk

Het lag niet voor de hand dat Diocletianus ooit over het rijk zou heersen toen hij in 243 werd geboren in Salona in het huidige Kroatië. Hij groeide op in arme omstandigheden in het huis van senator Annularis, waar zijn vader, een bevrijde slaaf, als schrijver werkte.

Rond 270 ging de jonge Diocletianus het leger in, waar hij snel opklom in rang. Hij werd uiteindelijk bevorderd tot commandant van de elitecavalerie van de keizer.

Deze positie bracht Diocletianus dicht bij de eeuwige machtsstrijd, waarin de ene keizer na de andere het loodje legde. Toen hij in 284 de macht greep, had hij dan ook een plan om het rijk waar hij zo van hield te herstellen – zonder te eindigen zoals zijn voorgangers.

Rijk aan de rand van de afgrond

Keizer Diocletianus zag zich geconfronteerd met een stevige crisis. De vijanden van het rijk waren sterker dan ooit: langs de hele noordelijke grens gingen Germaanse stammen telkens opnieuw in de aanval.

‘De Germaan die voor zijn vrijheid vecht, blijkt een veel dodelijker vijand dan zelfs de gewelddadige Pers.’ De geschiedschrijver Tacitus

Bijna 300 jaar eerder had keizer Augustus geprobeerd Germanië in te lijven bij het rijk, maar het verzet was zo fel dat de Romeinen moesten afdruipen.

‘De Germaan die voor zijn vrijheid vecht, blijkt een veel dodelijker vijand dan zelfs de gewelddadige Pers,’ noteerde de schrijver Tacitus rond 100.

In de tijd van Diocletianus hadden de Germaanse stammen sterke bondgenootschappen gevormd. Hoewel de Romeinen technologisch en organisatorisch superieur waren, stond hun hele samenleving niet, zoals die van de Germanen, in het teken van oorlog. Elke Germaanse man was een geoefend strijder. Een vloedgolf van Germaanse krijgers was dan ook moeilijk te stoppen voor de Romeinse legionairs, die ook moesten vechten tegen de Perzische aartsvijanden in het oosten.

‘We worden afgeperst en uitgeknepen door degenen die de publieke welvaart zouden moeten beschermen.’ Burgers in een brief aan de keizer uit 245

En de dreiging van binnenuit was misschien nog groter. Vanwege alle onrust waren de soldaten zo machtig geworden dat ze steeds meer geld eisten in ruil voor hun loyaliteit. Een keizer die weigerde, werd vermoord, waarna de soldaten een nieuwe heerser uitriepen. Alleen al in de 50 jaar voordat Diocletianus op de troon kwam, werden 15 keizers om zeep geholpen.

In de zwaar geteisterde grensgebieden waren de inwoners niet alleen bang voor invallers, maar ook voor de eigen legionairs, die hun buiken en beurzen vulden ten koste van de bevolking.

‘We worden afgeperst en uitgeknepen door degenen die de publieke welvaart zouden moeten beschermen,’ klaagden burgers in 245 tegen de keizer.

Als gevolg van de vele invasies en plundertochten van de soldaten liepen de grensgebieden leeg. Er zijn nog altijd sporen van deze tragedie te vinden. Archeologen legden skeletten van vermoorde Romeinen, uitgebrande villa’s en begraven schatten van gevluchte burgers bloot.

Om de grenzen te bewaken, was er een groot aantal nieuwe troepen nodig.

Het Romeinse leger bleek slecht toegerust om de dreigingen van migratie en invasie in de 3e eeuw het hoofd te bieden. Huurlingen en zeer mobiele eenheden waren de oplossing, geloofde keizer Diocletianus.

Het leger was georganiseerd om veldslagen te leveren buiten de grenzen van het rijk. Maar dat werkte niet toen in de 3e eeuw stammen over een breed front aanvielen.

Er waren te weinig soldaten aan de grens, en versterkingen lieten op zich wachten. Daarom zette Diocletianus een nieuw leger op. De grens werd bewaakt door slecht getrainde limitanei.

Verder landinwaarts waren er mobiele elitetroepen – comitatenses – die snel oproepbaar waren. Vaak bestonden zij uit barbaren, van wie de keizer geen opstand hoefde te duchten.

Romeins leger onder keizer Augustus
© Shutterstock

Het leger in Augustus’ tijd (27 v.Chr.-14 n.Chr.)

Aantal: De legers van keizer Augustus telden zo’n 300.000 man. Circa 125.000 van hen waren legionairs, evenveel waren hulptroepen. Daarnaast waren er speciale troepen.

Samenstelling: Het leger bestond vooral uit zwaarbewapende infanteristen. Omdat ze over de grens vochten, hadden ze een zware bepakking en waren ze traag. Zo’n 20 procent van de troepen bestond uit cavalerie.

Herkomst: In de vroege keizertijd konden alleen Romeinse burgers in het reguliere leger. De hulptroepen werden buiten het rijk gerekruteerd en konden na hun diensttijd burger worden.

Organisatie: Onder Augustus bestond een legioen uit ruim 5000 zwaarbewapende legionairs. Daarnaast was er een klein aantal speciale troepen zoals boogschutters en cavalerie.

Romeinse leger onder keizer Diocletianus
© Shutterstock

Het leger in Diocletianus’ tijd (284-305)

Aantal: Het leger van Diocletianus telde zo’n 600.000 man. 260.000 van hen waren reguliere troepen, terwijl er 250.000 hulptroepen waren. Daarnaast waren er speciale troepen.

Samenstelling: Diocletianus vond mobiliteit belangrijk. Zijn infanterie vocht aan de grens en hoefde geen voorraden mee te slepen. Bovendien bestond zo’n 35 procent uit cavalerie.

Herkomst: Diocletianus vulde de gelederen vooral met buitenlandse huurlingen, vaak Germaanse voormalige vijanden. Maar deze soldaten waren effectief en loyaal, zolang ze betaald kregen.

Organisatie: Onder Diocletianus werden de legioenen verkleind, vermoedelijk om hun mobiliteit te vergroten. Daarom kregen veel meer soldaten een paard.

Belastinginners vluchten

Diocletianus wist dat het risico groot was dat generaals tegen hem in opstand zouden komen om de troon te bemachtigen. Daarom hield hij de machtigste officieren vanaf het begin dicht bij zich, zodat hij ze in de gaten kon houden.

Vervolgens benoemde hij zijn meest loyale generaal, Maximianus, tot medekeizer. Beide heersers gebruikten de titel ‘Augustus’, die naar de eerste keizer van Rome verwees. Diocletianus heerste over het oostelijke deel van het rijk, terwijl Maximianus het westen kreeg.

‘Ze keken op tegen Diocletianus als een vader, of zoals je opkijkt tegen een machtige god.’ De Romeinse schrijver Aurelius Victor

Om het landsbestuur nog overzichtelijker te maken, besloot Diocletianus dat hij en Maximianus ieder een erfgenaam met een militaire achtergrond zouden aanwijzen. Diocletianus koos voor zijn schoonzoon Galerius, en Maximianus wees op zijn beurt ook zijn schoonzoon aan, Constantius. De twee onderkeizers kregen de titel ‘Caesar’, en beide keizers zagen erop toe dat ze uiterst toegewijd waren.

‘Ze keken op tegen Diocletianus als een vader, of zoals je opkijkt tegen een machtige god,’ aldus de geschiedschrijver Aurelius Victor, die iets later leefde.

De vier Romeinse tetrarchen

Op het beroemdste beeld van de nieuwe heersers staan de vier keizers met de rug tegen elkaar om elkaar te beschermen.

© akg-images/Bildarchiv Steffens

Hierna nam Diocletianus het leger onder handen. Het werd bijna verdubbeld: van 300.000 tot een kleine 600.000 troepen. Deze forse uitbreiding was echter niet gratis, en er was maar één manier om voldoende geld binnen te halen: belastingen heffen. Diocletianus liet een legertje ambtenaren alles van waarde in het rijk inventariseren.

‘Velden werden nauwkeurig opgemeten, wijnranken en bomen werden geteld, alle soorten vee werden geregistreerd en elk lid van de bevolking werd beschreven,’ meldde de christelijke schrijver Lactantius, die geen fan was van Diocletianus.

Tot dan toe waren de belastingen geïnd door decuriones, leden van plaatselijke besturen die gekozen werden onder grondbezitters. Vóór de crisis, toen de belastingen laag waren, hadden de meeste decuriones hun taak met trots uitgevoerd.

Maar tijdens de crisis waren de rijksten de steden ontvlucht om zich op hun landgoed te vestigen. Het gevolg was dat de steden in verval raakten en de belastingopbrengst daalde. Diocletianus schroefde de belastingen op en eiste dat de decuriones – onbezoldigd – de bedragen inden die de ambtenaren van de keizer hadden berekend op basis van hun inventarisatie.

Het systeem hield alleen geen rekening met mislukte oogsten en ander onheil. De belasting moest geïnd worden, en als de decuriones hun doelstelling niet haalden, moesten ze het bedrag uit eigen zak aanvullen.

Dit leidde ertoe dat de decuriones massaal op de vlucht sloegen. Maar dat had de militair Diocletianus zien aankomen, en hij nam geen halve maatregelen.

In de crisisjaren kon één keizer niet alle regio’s overzien en voorkomen dat ambitieuze gouverneurs in opstand kwamen. Diocletianus loste dat probleem radicaal op met een verdeling van het rijk.

Al in het begin stelde Diocletianus de zogeheten tetrarchie – viermanschap – in, waarbij twee opperkeizers elk een onderkeizer hadden.

Diocletianus verdeelde het rijk in vier regio’s, prefecturen, waarvan elke heerser er één onder zijn hoede had.

De prefecturen waren onderverdeeld in 12 diocesen, die weer bestonden uit provincies. In totaal telde het rijk onder Diocletianus 101 provincies, het dubbele van het aantal daarvoor.

Om opstanden te voorkomen, werd elk van de 12 diocesen bestuurd door een vicarius, die verantwoordelijk was voor het burgerlijke leven, terwijl een dux de troepen van het gebied leidde. Die twee bestuurders waren volledig afhankelijk van elkaar. De regeling zorgde ervoor dat geen van beiden de kans kreeg genoeg macht te verwerven om de keizers uit te kunnen dagen.

Het Romeinse Rijk onder keizer Diocletianus
© Wayne Southwell/HISTORIA

Keizers verdeelden rijk onderling

Diocletianus verdeelde het rijk in vier prefecturen om het bestuur te vergemakkelijken en opstanden te voorkomen. Elke prefectuur werd bestuurd door een van de vier keizers. Een prefectuur bestond uit 12 diocesen.

Opdeling van het rijk onder Diocletianus
© Wayne Southwell/HISTORIA

Diocletianus hield Perzen op afstand

Diocletianus had de leiding over de oostelijkste prefectuur, die grensde aan het Perzische Rijk – de aartsrivaal van Rome. Hij koos Nicomedia, dicht bij de belangrijke Dardanellen, als zijn hoofdstad.

Opdeling van het rijk onder Dioceltianus
© Wayne Southwell/HISTORIA

Maximianus beschermde Rome

Maximianus kreeg het gezag over het zuidwesten van het rijk en Italië zelf. Om dicht bij de onrustige noordelijke grens te zijn, zetelde hij in Milaan, dat na verloop van tijd Rome volledig overschaduwde.

Opdeling van het rijk onder Diocletianus
© Wayne Southwell/HISTORIA

Galerius bewaakte de Donau

Onderkeizer Galerius regeerde de Balkan vanuit zijn hoofdstad Sirmium. Het gebied was herhaaldelijk door barbaren aangevallen, maar Galerius kon eenvoudig de hulp inroepen van Diocletianus en Maximianus.

Opdeling van het rijk onder Diocletianus
© Wayne Southwell/HISTORIA

Constantius verdedigde de Rijn

Het noordwestelijke deel werd bestuurd door onderkeizer Constantius. Vanuit zijn hoofdstad Augusta Treverorum – nu Trier – beschermde hij de grensrivier de Rijn tegen de Germanen.

Van vader op zoon

De keizer maakte bekend dat iedereen die 25 iugerum (53.000 m2) grond bezat, als decurion moest dienen en belasting moest innen. Eerdere regels voor vrijstelling van het ambt golden niet meer.

Anders dan vroeger konden nu zelfs slaven, analfabeten, prostitués en gladiatoren aangewezen worden als decurion. Bovendien werd bepaald dat grondbezitters hun geboorteplaats niet meer mochten verlaten en dat het beroep van vader op zoon zou overgaan. Vluchten was dan niet meer mogelijk.

Eenieder die zich aan deze verplichting probeerde te onttrekken, werd gestraft. Dat gold ook voor burgers die zich bij het leger meldden om niet als decurion te hoeven werken.

‘Sommige mannen hebben hun geboorteplaats verlaten en zich aangesloten bij de keizerlijke troepen, de pretoriaanse garde of misschien zelfs de elitecavalerie of de ambtenarij van de keizer. Wij geven opdracht om deze mannen terug te sturen naar hun geboorteplaats,’ stond er in een officieel document.

Rond 300 vormden christenen een grote, vrij onopvallende minderheid in het Romeinse Rijk. Maar volgens Diocletianus waren ze gevaarlijk.

Tientallen jaren hadden keizers christelijke onderdanen vrij hun god laten aanbidden. Maar Diocletianus eiste dat alle Romeinen de oude goden zouden aanbidden die hem, volgens de mythe, als heerser hadden aangesteld. Hiermee trof hij de grote christelijke minderheid, die weigerde andere goden te vereren.

Volgens de christenen waren zij alleen verantwoording verschuldigd aan hun god en niet aan de keizer. Daarom begon Diocletianus de ergste christenvervolgingen in de Romeinse geschiedenis.

Zeker 3000 christenen vielen ten prooi aan de wreedheden van Diocletianus, maar diens poging om hen in het gareel te krijgen mislukte.

Martelaar Romanus van Caesarea
© Album/Ritzau Scanpix

Martelaar raakt tong kwijt

Van Romanus van Caesarea werd de tong afgesneden en hij werd later gewurgd omdat hij Christus de ware god noemde.

Martelaar Agnes van Rome
© Mondadori Portfolio/Electa/Bridgeman Images

Tiener werd doodgestoken

Agnes van Rome was pas 12 toen ze tot de brandstapel werd veroordeeld omdat ze christen was. Maar toen het vuur uitdoofde, werd ze doodgestoken.

Martelaar Euphemia, christen
© Zvonimir Atletić/Imageselect

Roofdieren verscheurden christen

Euphemia kreeg in het huidige Turkije de doodstraf omdat ze niet aan de Romeinse goden wilde offeren. Ze werd voor de wilde dieren gegooid.

Martelaar, christen, Leocadia
© Fototeca Storica Nazionale./Getty Images

Martelaar stierf in cel

In 304 werd Leocadia gemarteld door de Romeinen. Ze weigerde haar geloof af te zweren en bezweek in de cel aan haar verwondingen.

Martelaar, christen, Sebastiaan
© Imageselect/Prisma

Romeinse soldaat hielp christenen

De officier Sebastiaan zou door een boogschutter worden geëxecuteerd voor hulp aan christenen. Hij overleefde het en werd doodgeslagen.

Steeds meer beroepsgroepen werden van staatswege verplichtingen opgelegd. Zo hadden de keizers vóór Diocletianus zelfstandige schippers ingehuurd om graan in konvooien over de Middellandse Zee te varen. Maar Diocletianus vond niet dat de staat hoefde te betalen, en voortaan moesten schepen goederen van de staat gratis vervoeren.

De keizer bepaalde niet alleen dat de schippers met hun eigen geld garant moesten staan voor de graanleveringen, maar ook dat het beroep van vader op zoon overging. Voor een groot aantal beroepen, zoals wever, molenaar en bakker, werden dezelfde regels ingevoerd. Een tijdlang schreef de wet zelfs voor dat wie een molenaarsdochter trouwde, zelf molenaar moest worden.

‘Het aantal mensen dat door de staat betaald werd, was veel groter dan het aantal belastingbetalers.’ Lucius Lactantius, Romeinse christen

De vrije beroepskeuze werd dus afgeschaft. Bovendien werd besloten dat de beroepsgroepen zich moesten organiseren in gilden, waardoor de staat meer controle kon uitoefenen.

In Diocletianus’ nieuwe, centraal geleide economie moest iedereen gratis voor de staat werken. De enigen die geen dwangarbeid hoefden te verrichten, waren de medewerkers van de staat zelf, waardoor het aantal ambtenaren de pan uitrees – iedereen met geld kocht een baan bij de overheid.

‘Het aantal mensen dat door de staat betaald werd, was veel groter dan het aantal belastingbetalers,’ mopperde Lactantius.

Gouden munt met keizer Diocletianus

Om het enorme leger te financieren, moest keizer Diocletianus de belastingen flink opschroeven.

© Dea/G. Dagli Orti/Getty Images & Shutterstock

Boeren worden slaven

Dankzij de belastinghervormingen begon de schatkist weer vol te raken, en de strenge controle stabiliseerde de productie van benodigdheden voor het leger. Maar voor de burgers waren de gevolgen rampzalig.

In de steden, waar de middenklasse vrijwel was weggevaagd door de belastingen, lag de handel stil, en op het platteland hadden de coloni – boeren die land van grondbezitters pachtten – het zwaar.

‘De boeren werden uitgeknepen en de boerderijen liepen leeg. Overal heerste ellende.’ Lucius Lactantius, Romeinse christen

De pachters konden de huur van het land niet meer opbrengen en waren niet meer vrij om te verhuizen. Ze werden in de praktijk lijfeigenen die door een hoge schuld aan één plaats gebonden waren. Dat gold ook voor kleine, zelfstandige boeren die bijvoorbeeld trekdieren en olijfpersen huurden van grootgrondbezitters.

‘De boeren werden uitgeknepen en de boerderijen liepen leeg. De grond raakte overwoekerd en overal heerste ellende,’ aldus Lactantius.

‘Coloni die overwegen te vluchten, kunnen geketend worden als slaven.’ Decreet van keizer Constantijn

De staat trad hard op tegen boeren die probeerden te vluchten, want ze werden gezien als het eigendom van de grondbezitters. In de jaren daarna haalde de keizer de teugels nog verder aan. Onder Constantijn, die van 306 tot 337 regeerde, kon een gevluchte boer zelfs tot slaaf gemaakt worden.

‘Iedereen die in het bezit is van een colonus die van een ander is, moet deze colonus niet alleen terugsturen, maar ook belasting betalen voor de tijd die deze man bij hem doorbracht,’ schreef de wet voor. Er stond ook een straf op het beramen van een vlucht:

‘Coloni die overwegen te vluchten, kunnen geketend worden als slaven, zodat ze onder deze omstandigheden gedwongen kunnen worden de plichten van een vrij man uit te voeren.’

Keizer bepaalt de prijzen

Met de hoge belastingopbrengst kon Diocletianus nieuwe troepen inhuren, en met zijn drie medekeizers wist hij de talrijke vijanden van het rijk terug te drijven. En al gauw stortte hij zich op een ander probleem.

Om aan meer geld te komen hadden zijn voorgangers de valuta regelmatig gedevalueerd door munten met steeds minder edelmetaal te slaan. Rond 270 zat er nog maar 0,02 procent zilver in een Romeinse denarius.

Doordat de munten vrijwel waardeloos waren, liep de inflatie uit de hand. Voor een hoeveelheid Egyptische tarwe die vóór de crisis zo’n 8 drachme kostte, moesten de Romeinen in de tijd van Diocletianus 120.000 drachme ophoesten – een inflatie van 15.000 procent.

‘Voor hun producten vragen ze prijzen die niet vier of acht keer zo hoog zijn als vroeger, maar zelfs zo hoog dat de menselijke taal het niet kan uitdrukken.’ Keizer Diocletianus over inhalige handelaren

De keizer probeerde dit probleem aan te pakken door nieuwe munten te slaan met iets meer edelmetaal. Dit moest de inflatie bestrijden, maar toen die niet daalde, werd Diocletianus woedend en beschuldigde hij de kooplieden ervan de prijzen verhoogd te hebben.

‘We weten allemaal dat wanneer het leger voor de hele gemeenschap in actie komt, de profiteurs in de rij staan om de burgers schaamteloos uit te buiten. Voor hun producten vragen ze prijzen die niet vier of acht keer zo hoog zijn als vroeger, maar zelfs zo hoog dat de menselijke taal het niet kan uitdrukken,’ klaagde Diocletianus.

Hij liet zijn ambtenaren een lijst opstellen van 1000 producten en diensten, waar een maximumprijs aan werd verbonden. De prijs van bijvoorbeeld geitenvlees en ondergoed van hazenbont lag wettelijk vast. Op overschrijding van de maximumprijs stond de doodstraf.

Prijslijst keizer Diocletianus

In 301 stelde keizer Diocletianus een lijst op van maximumprijzen voor goederen in een wanhoopspoging om de inflatie te beteugelen.

© DeAgostini Picture Library/Scala, Florence

Vanaf het allereerste begin was deze wet een faliekante mislukking. De prijzen waren zo laag dat handelaren erbij inschoten als ze iets verkochten. Daarom stuurden velen hun producten niet meer naar de markt, met als gevolg dat de handel stilviel. Anderen riskeerden de doodstraf door hun waren op de zwarte markt te verkopen.

‘Er werd veel bloed vergoten vanwege kleine, goedkope spullen. De mensen waren zo bang om iets te koop aan te bieden dat de schaarste toenam en de tekorten groter werden dan ooit,’ verzuchtte Lactantius.

Zelfs Diocletianus moest uiteindelijk toegeven dat de wet een wangedrocht was, en na een paar jaar werden de vaste prijzen stilletjes losgelaten.

Keizer leeft in weelde

Terwijl de bevolking leed, leefden Diocletianus en zijn medekeizers in weelde. Eerder was de keizer vooral de ‘eerste onder zijns gelijken’ geweest, maar Diocletianus liet zich aanbidden als een godheid. Naar eigen zeggen waren hij en zijn medekeizers door de goden aangewezen.

‘Hij voerde gebruiken in die meer deden denken aan het gedrag van een koning dan aan dat van een vrijheidslievende Romein. Hij droeg de mensen op hem eer te betonen door plat op hun buik voor hem te gaan liggen. Alle andere keizers verlangden slechts een groet,’ meldde de Romeinse schrijver Eutropius.

Daarmee had Diocletianus het overwegend republikeinse en vrijheidsgezinde rijk omgevormd tot een despotie waarin iedereen een afstandelijke heerser diende die in enorme paleizen vol bewakers, eunuchen en jaknikkers leefde. En dat alles was mogelijk gemaakt door een enorme ambtenarij die alles en iedereen in de gaten hield.

Paleis Diocletianus in Split

In het huidige Split in Kroatië liet keizer Diocletianus een enorm paleis bouwen. Grote delen ervan staan er nog.

© akg-images/Ritzau Scanpix

De keizer zette ook overal in het rijk grote bouwprojecten op touw, zo vertelde Lactantius.

‘De provincies moesten het ontgelden, zodat er loon voor arbeiders en kunstenaars kwam en wagens en andere benodigdheden werden geleverd. Hier werd een openbare hal gebouwd, daar een circus, een munterij of een werkplaats voor oorlogstuig.’

Een van de bouwwerken van Diocletianus was zijn eigen paleis in Split in het huidige Kroatië, waar hij vandaan kwam. Het was deels vestingwerk, deels keizerlijke residentie, en het was het indrukwekkendste van de bouwprojecten van de keizer.

‘Als je de groente zag die ik met mijn eigen handen in mijn tuin verbouw, zou je ophouden met dat geneuzel over het rijk.’ Diocletianus na een oproep om weer keizer te worden

Diocletianus bracht zijn laatste jaren door in het paleis. In 303 bezocht hij Rome om te vieren dat hij 20 jaar op de troon zat. Op de terugweg werd hij ziek, en in mei 305 trok hij zich terug. Maximianus deed hetzelfde, waarna de twee onderkeizers het roer overnamen.

In de jaren daarna hield Diocletianus zich afzijdig en was hij vooral met zijn moestuin bezig. Toen hem in 308 werd gevraagd om de macht weer op zich te nemen, weigerde hij met de woorden:

‘Als je de groente zag die ik met mijn eigen handen in mijn tuin verbouw, zou je ophouden met dat geneuzel over het rijk.’

Willem de Veroveraar, hertog

Een typische middeleeuwse hertog was Willem van Normandië, die Engeland veroverde.

© Look and Learn/Bridgeman Images

Diocletianus’ hervormingen schiepen de middeleeuwen

De hervormingen van Diocletianus drukten niet alleen hun stempel op het dagelijks leven in het Romeinse Rijk, maar werkten tot ver in de middeleeuwen door. Na de val van het West-Romeinse Rijk namen vorsten veel ideeën van de keizer over.

1. Heerser uit naam van God
Vanaf Diocletianus was de keizer niet meer de ‘eerste onder zijns gelijken’, maar een door de goden aangewezen heerser op afstand. Middeleeuwse vorsten namen dat beeld over.

2. Erfelijke beroepen
Beroepen gingen onder Diocletianus van vader op zoon over. Dat bleef zo in de middeleeuwen, toen gilden erop toezagen dat ambachten binnen families bleven.

3. Herenboer met lijfeigenen
Coloni, een soort pachters, moesten na de hervormingen van Diocletianus zwoegen voor een grondbezitter zonder zelf in aanmerking te komen voor grond of vrijheid. Zo leefden ook de lijfeigenen van de middeleeuwen, die moesten werken voor een herenboer.

4. Machtige hertogen en graven
De troepen van Diocletianus werden plaatselijk geleid door een dux of comes, de wortel van de Engelse woorden duke (hertog) en count (graaf). Die titels bleven in stand in de middeleeuwen, toen hertogen en graven de sterkste heersers waren als het centrale gezag zwak was.

Maar helemaal gelukkig kan Diocletianus zich niet hebben gevoeld tijdens zijn pensioen. Door rivaliteit onder zijn opvolgers begon zijn systeem te kraken, en na de dood van Constantius in 306 braken er weer burgeroorlogen uit. De afgezwaaide keizer zag wellicht in dat hij gefaald had. In 312 overleed hij.

Met zijn draconische maatregelen had Diocletianus het rijk voor even gered, maar de prijs was hoog geweest. Het Romeinse Rijk was zijn ziel kwijt. Het bloeiende burgerleven, waaruit grootse uitvindingen, kunstwerken en gebouwen waren voortgekomen, had plaatsgemaakt voor apathie en een totaal gebrek aan innovatie en sociale mobiliteit.

De hele samenleving werd nu aangestuurd door strenge wetten, gehandhaafd door geüniformeerde bureaucraten en een geheime politie. Nog geen 100 jaar later werd het rijk in tweeën gedeeld, en het West-Romeinse Rijk was geen lang leven beschoren.