De gladiatoren begroeten de keizer.

Alles over het Colosseum – de bloedigste plek in het Romeinse Rijk

In het jaar 80 werd het grootste en modernste amfitheater uit die tijd ingewijd met bloedige spelen die 100 dagen duurden. De 50.000 wildenthousiaste toeschouwers waren daar getuige van de slachting van 1000 mensen en 9000 wilde dieren.

In het jaar 80 werd het grootste en modernste amfitheater uit die tijd ingewijd met bloedige spelen die 100 dagen duurden. De 50.000 wildenthousiaste toeschouwers waren daar getuige van de slachting van 1000 mensen en 9000 wilde dieren.

Polfoto/Ullstein bild

Voor deze doelen werd het Colosseum gebruikt, en zo werd het grootste Romeinse amfitheater gebouwd.

Ontdek het via onze vele illustraties en lees over de gruwelijke schouwspelen waar de Romeinen van konden genieten in het Colosseum.

De inwijding van het Colosseum

Heel Rome had vrij. Eindelijk was de dag aangebroken waarop de trots van de stad ingewijd zou worden. Midden in de stad verrees een gebouw als geen ander in de hele wereld.

Straatventers verkochten er fruit en koude dranken, duizenden toeschouwers zochten hun plaats op. Ze zaten goed. Hoog, met een prachtig uitzicht over de arena­.

In de arena werd het zand nog eens geharkt, klaar om het bloed op te nemen – veel bloed. Vijf jaar kostte het om het enorme amfitheater te bouwen dat nu – in het jaar 80 – klaar was.

In de keizersloge zat Titus, heerser over het uitgestrekte Romeinse Rijk en daarmee meester over leven en dood. Toen de keizer opstond om de 50.000 toeschouwers te groeten, werd hij onthaald op een luid gebrul. Titus had de Romeinen een 100 dagen durend feest beloofd als het af was, en nu kon het beginnen.

Dieren vallen mensen aan in het Colosseum

De wilde dieren hadden dagenlang niets te eten en te drinken gehad. Ze vielen dan ook alles en iedereen aan.

© Scanpix/akg-images

Dieren en gladiatoren in de arena

De muziek schalde en in de arena verscheen een enorme hoeveelheid wilde dieren: leeuwen, beren en exotische neushoorns.

De dieren hadden dagen niets gegeten en gedronken. Ze waren wanhopig en dat verhoogde de spanning als de jagers binnenkwamen om ze te doden – het liefst met veel fantasie.

De wilde jacht begon en het publiek joelde. Al gauw was het zand rood van bloed, maar tijdens de middag werd er weer een nieuwe laag op gestrooid.

Feiten over het Colosseum

De afmetingen van het Colosseum.
© Mary Evans

De naam Colosseum werd later bedacht

  • Het ellipsvormige Colosseum mat 189 meter aan de lange zijde en 156 meter aan de korte zijde.
  • Het amfitheater was 52 meter hoog – net zo hoog als een gebouw van 17 etages.
  • De bouw van het amfitheater werd in 75 n.Chr. gestart.
  • Het Colosseum werd in 80 n.Chr. ingewijd.
  • De Romeinen noemden het theater ‘Amphitheatrum Flavium’.
  • De aanduiding ‘Colosseum’ ontstond pas na de val van het rijk.

Dood, dood dood!

De gladiatorgevechten waren het hoogtepunt en de trompetten tetterden toen de optocht van gladiatoren langs keizer Titus marcheerde. Voor zijn tribune hieven ze het zwaard en riepen ze: ‘Wij die gaan sterven, groeten u.’

Daarna begonnen de gevechten op leven en dood, en het publiek riep in de maat ‘dood, dood, dood’ of juist ‘genade, genade, genade’ als een gladiator van zijn tegenstander verloor maar verder wel dapper had gestreden. ’s Middags werden er stapels lijken de arena uit gesleept.

De burgers van Rome waren zeer enthousiast. Zelfs vanaf de bovenste plaatsen in het grote amfitheater konden ze de gevechten zien en horen als in geen andere arena in Rome. Gedurende het feest van 100 dagen werden er op z’n minst 1000 mannen en 9000 dieren gedood.

Zo was het Colosseum ingericht

Amfitheater brak alle records

Keizer Vespasianus had tien jaar eerder besloten het enorme amfitheater te laten bouwen. Na vele jaren van onrust heerste er weer vrede en nu wilde hij een permanente plek voor de gladiatorengevechten waar men in Rome zo van hield.

Zijn motto was ‘Rome zal uit zijn as herrijzen’ en al was het amfitheater niet het eerste in zijn rijk, het moest wel het grootste worden. En heel solide.

Er waren eerder amfitheaters van hout gemaakt, maar dat was diverse keren misgegaan. Door bouwfouten stortten de tribunes in en een enkele keer werden er zelfs duizenden toeschouwers doodgedrukt.

Vespasianus eiste dus dat het nieuwe amfitheater in Rome uit steen opgetrokken zou worden. Hij stelde hoge eisen aan de kwaliteit en droeg zelf ook een steentje bij aan de bouw.

Als bouwlocatie werd een meer aangewezen dat de gehate keizer Nero had aangelegd. Dat leidde tot praktische problemen maar de symbolische waarde was duidelijk: weg met alle herinneringen aan Nero.

Drie keizers bouwden grootste amfitheater ooit

Materiaal afgevoerd met ossenkar

De eerste taak van de ingenieurs was om een riviertje te verplaatsen en het zes meter diepe meer te draineren, wat met grote leidingen gebeurde. Daarna ging het de diepte in.

Een amfitheater van steen met een gewicht van miljoenen tonnen heeft een solide fundering nodig en daarom moest er nog eens zes meter grond met de hand weggeschept worden. De kleigrond werd vervolgens afgevoerd op grote ossenkarren.

Op de bodem van het enorme gat legden de arbeiders een laag vulkanisch steen en beton. Beton, een Romeinse vinding, maakte het mogelijk om nog hoger en stabieler te bouwen. Er waren 20.000 tot 30.000 arbeiders nodig voor de bouw van dit gigantische theater.

Voor al het zware werk werden slaven ingezet die geen noemenswaardige opleiding hadden, maar verreweg het meeste werk vereiste toch vakkennis, waardoor er veel lokale ambachtslieden werden ingezet die ook naar behoren werden betaald voor hun diensten.

Christenen in het Colosseum.

Het Colossseum was voor de christenen het symbool­ van het heidense barbarisme van Rome.

© bridgeman & polfoto/corbis

Amfitheater zo hoog als torenflat

Het duurde niet lang of de fundering was gelegd en geweldige hoeveelheden bouwmateriaal werden naar het gebied vervoerd. Kalksteen, bakstenen, marmer, ijzeren pennen, beton en specie werden op door ossen voortgetrokken karren naar de bouwplaats versleept.

Vespasianus moest hiertoe een eerder verbod op rijdend verkeer door de smalle straten van Rome opheffen. Naarmate de muren hoger werden, kwamen er ook meer kranen aan te pas.

Met takels, touwen en veel zweet werden de loodzware kalksteenblokken verplaatst.

Keizer Vespasianus inspecteerde vaak de bouwplaats, waar de gevel nu zijn uiteindelijke hoogte van 52 meter had bereikt, zo hoog als een flat van 17 verdiepingen.

De vele galerijen, gangen en binnentrappen kregen hun vorm, en het wemelde er nog van de arbeiders en ambachtslieden. Sommigen werkten aan de details, zoals de ornamenten bij de trappen, anderen waren nog bezig met de wat grovere werkzaamheden.

Een bouwtechnisch wonder

Zoon van keizer neemt het over

De oude keizer Vespasianus werd in het jaar 79 ernstig ziek. Hij werd op zijn eigen verzoek naar het amfitheater in aanbouw gedragen, en vanaf zijn brancard gaf hij het immense bouwwerk de naam ‘Het Flavische Amfi­theater’, naar zijn familienaam Flavius.

Pas veel later werd het theater bekend onder de naam Colosseum.

De meeste historici menen dat het is vernoemd naar een groot standbeeld van keizer Nero in de buurt, dat in de volksmond de kolos heette.

Vespasianus behield zijn humor tot aan het eind. Volgens de legende zou hij, toen hij erge pijn leed, op zijn doodsbed hebben gezegd:

‘Au, ik geloof dat ik een god aan het worden ben’. Dit was een verwijzing naar de traditie dat de Romeinse keizers tot god werden verheven als ze deze wereld verlieten. De oude keizer stierf op 23 juni 79.

De zoon van Vespasianus nam de keizerstitel over. Hij had zijn vader beloofd om het Colosseum af te maken en in het jaar 80 waren de werkzaam­heden zo ver gevorderd dat de openings­ceremonie kon plaatsvinden.

Zeeslag in het Colosseum.

Sommige historici menen dat een zeeslag in de arena onmogelijk was. Maar niemand die het zeker weet.

© Virtual Roma

Het Colosseum gebruikt voor een zeeslag op het vasteland

Bij de inwijding van het Colosseum in 80 door keizer Titus zou er een grote zeeslag in de arena hebben plaatsgevonden.

Volgens de Romeinse historicus Dio Cassius werd de vloer in de arena verwijderd en liep de arena vol met miljoenen liters water. Galeien vol gladiatoren vochten een zeeslag uit.

Sommigen menen echter dat Dio Cassius zich vergiste en niet het Colosseum bedoelde maar de arena Naumachia, die uitsluitend daartoe diende.

Publiek kwam van heinde en verre

Het Colosseum werd al gauw een belangrijk onderdeel van het bestaan, niet alleen voor de inwoners van Rome, maar voor het hele rijk. Mensen kwamen uit alle uithoeken om het spectaculaire gebouw met eigen ogen te mogen aanschouwen en de bloedige gevechten in de arena mee te maken.

De evenementen waren een hoogtepunt waar iedereen naar uitkeek, en er was een run op de gratis plaatsen – gesponsord door de keizer of de rijken.

Zij wisten maar al te goed dat gratis eten en vermaak de eenvoudigste middelen waren om hun populariteit vast te houden.­

Het was er een drukte van jewelste. Wachters hadden hindernissen opgesteld om de menigte in goede banen te leiden.

Er werden weddenschappen gesloten, en fanclubs juichten bij het zien van hun favoriete gladiator. Op de uitgedeelde programma’s kon het publiek een ‘V’ noteren voor overwinning, een ‘M’ voor verslagen maar niet gedood, en een ‘’ – de Griekse letter theta – voor ter dood gebracht.

Het Colosseum was vanbinnen zo ingericht dat de toeschouwers in een paar minuten hun plaats vonden terwijl ze zich naar binnen wrongen langs venters die allerlei lekkernijen of souvenirs aanboden.

De prostituees kwamen er snel achter dat de gewelfde gangen prima plekken waren om klanten binnen te halen, zeker omdat er veel mannen waren.

Er waren in het publiek ook wel vrouwen aanwezig; zij kwamen echter niet voor de bloedige gevechten maar voor de gespierde bovenlijven.

De kelder van het Colosseum

Krijgsgevangenen in pauze gedood

Het was op de steile stenen trappen in het Colosseum soms zo dringen dat er wel eens iemand over het randje drie meter naar beneden viel. Velen overleefden een dergelijke val niet, maar de dood heerste vooral in de arena zelf.

Vaak werd de middagpauze gebruikt om de krijgsgevangenen terecht te stellen. Die waren vanuit de oorlogs­gebieden langs de grenzen met het Romeinse Rijk naar Rome gebracht.

Later werden er onder luid gejuich van het publiek ook christenen in groten getale in de arena omgebracht.

Het ging er vaak beestachtig aan toe, want de organisatoren stonden continu onder grote druk om elkaar te overtreffen in het aantal doden of de manier waarop de doden vielen.

Man tegen krokodil was een populaire variant, maar mensen levend verbranden was ook een gegarandeerd succes. Een ter dood veroordeelde werd soms in een doek gewikkeld die met olie werd overgoten en aangestoken.

Zijn laatste taak was om rond te dansen als een levende fakkel, wat voor grote hilariteit zorgde. Een ander geliefd schouwspel waren Griekse tragedies en mythen, waarin ter dood veroordeelden de hoofdrol speelden.

Een misdadiger kon bijvoorbeeld als de beroemde Griekse Orfeus uitgedost worden, die volgens de legende dieren met zijn fluit kon betoveren. Terwijl hij zo nietsvermoedend op zijn fluit zat te spelen, werd er opeens een leeuw uit de keldergewelven onder de arena omhoog gehesen zonder dat hij er erg in had.

Het publiek genoot van het moment dat de leeuw hem doodde. De Romeinen waren gek op dat soort morbide humor.

Leeuwen en venatores in het Colosseum.

Zelfs goed getrainde venatores lukte het niet altijd de wilde dieren te doden.

© Scanpix/akg-images

Wilde dieren uit de hele wereld

Vanuit het hele rijk werden wilde dieren naar Rome vervoerd, want er was altijd vraag naar nieuw bloed, en als er een nog niet eerder gebruikte diersoort binnenkwam, was het steevast bingo.

Dat was ook het geval toen de eerste hyena’s het Colosseum betraden. Het optreden van de vele wilde dieren in de arena vereiste veiligheidsmaatregelen.

Een circa vier meter hoge muur scheidde daarom de onderste tribunes van de arena. Voor de muur was een groot net gespannen, zodat de beesten niet over de muur konden springen.

Als het een dier toch lukte achter het net bij de bovenkant van de muur te komen, stuitte het daar op grote ivoren rollers.

Door die rollers kreeg het dier geen grip, omdat ze gingen draaien.

Als laatste veiligheidsmaatregel waren er boogschutters langs de onderste muur opgesteld. De ochtendshow met dieren werd in de pauzes afgewisseld met artiesten die jongleerden, op stelten liepen of aan acrobatiek deden. Rond het middaguur volgden de executies, maar de grootste trekpleisters waren toch de gladiatorengevechten in de middag.

Het grootste succes: gladiatorengevechten

Sculptuur van een gladiatorengevecht.

Een keur aan wapens en vechtstijlen van de gladiatoren gaven het gevecht sjeu.

© Lessing archive

Dieren en mensen werden vermoord als volksvermaak

In de bijna 450 jaar dat het Colosseum werd gebruikt werden duizenden mensen en dieren op beestachtige wijze afgeslacht. Hoe bloediger en gruwelijker de voorstellingen, des te enthousiaster de toeschouwers.

Gladiatoren vochten met drietand en zwaarden

In het Colosseum keken de Romeinen het liefst naar de gladiatorengevechten.

Ze genoten van al die gladiatoren die wanhopig voor hun leven vochten. Er waren zeker 16 soorten gladiatoren, die de Romeinen herkenden aan hun attributen: van een drietand en een visnet tot en met een traditioneel zwaard en schild.

Als een gladiator zijn tegenstander in de arena had gedood, was het gevecht ten einde. Maar was de ander slechts gewond, dan kon hij zijn vinger opsteken ten teken dat hij gespaard wilde worden. De keizer bepaalde dan of hij mocht blijven leven.

Vaak liet hij het publiek kiezen. Als de toeschouwers de gladiator niet mochten, drukten ze hun duim tegen hun borst om aan te geven dat hij een zwaard door het hart moest krijgen.

Als ze hem wel mochten omdat hij dapper had gestreden, hielden ze hun duim omlaag: de winnaar moest zijn zwaard laten vallen.

Gladiatoren trainden jarenlang

De meeste gladiatoren waren slaven of krijgsgevangenen, onvrijen dus. Maar er zaten ook vrije mannen bij die vrijwillig hun diensten aanboden. Sommigen hadden liever een prestigebaan als gladiator dan een saaie legerfunctie.

Een goede gladiator was waardevol. Talentenscouts zochten steeds nieuwe thema’s als een groep krijgsgevangenen in Rome aankwam of als er een slavenmarkt werd gehouden.

Daarna trainden de onvrijen jarenlang in een van de vele gladiatorenscholen in Rome. De grootste en bekendste was de Ludus Magnus, net ten oosten van het Colosseum.

De gladiatoren oefenden in diverse gevechtstechnieken en bij echte gevechten werd een tegenstander van gelijke kracht gezocht.

Het kieskeurige publiek van het Colosseum wilde spannende gevechten zien, niet alleen moordpartijen. En als een gladiator goed vocht, wilde het publiek of de keizer hem wel sparen, ook al had hij verloren. Sommige
gladiatoren overleefden zo lang dat ze hun vrijheid terugkregen of instructeur op een gladiatorenschool werden.

Ben je nieuwsgierig naar gladiatoren, lees hier dan meer over de vele verschillende soorten gladiatoren, hun eetpatroon, hun vakbond en andere verrassende weetjes over gladiatoren.)

De gladiatorenschool Ludus Magnus.

Twee gladiatorenscholen van keizer Domitianus lagen bij het Colosseum. ‘Ludus Magnus’ was de grootste en ook de meest prestigieuze.

© scanpix/akg-images

Veel gladiatorenscholen rond het Colosseum

Keizer Domitianus was gek op gladiatorengevechten. Hij nam alle gladiatorenscholen in Rome over en richtte vier nieuwe op bij het Colosseum.

Hier waren talloze wapensmeden, trainers, masseurs en artsen werkzaam. De grootste school was ‘Ludus Magnus’, een minikopie van het Colosseum.

De school stond in verbinding met het Colosseum via een 60 meter lange ondergrondse tunnel.

Venatores – de dieren de baas

Naast scholen voor gewone gladiatoren liet keizer Domitianus een school bouwen voor jagers – de venatores. Dat waren gladiatoren die werden getraind in het vechten met dieren.

Vaak droegen ze geen maliënkolder of helm maar alleen een speer of een zwaard en schild.

Doden aan vleeshaak weggesleept

De kans dat het slecht afliep met een gladiator was groot. Een enkele keer deed een gevallen gladiator alsof hij dood was. Dat trucje werkte echter bijna nooit.

Als de gladiator na een gevecht in de arena bleef liggen, prikte een als Charon – een Etruskische doodsdemon uit de onderwereld – verklede man met gloeiende ijzers in de dode. De schedel van alle mannen die zich dood hielden, werd verbrijzeld met een grote hamer.

Hierna werd de dode aan een grote vleeshaak de arena uit getrokken en naar de lijkkapel – ‘Spoliarium’ – gebracht waar het wapen verwijderd werd.

In tegenstelling tot christelijke martelaren en misdadigers kregen gladiatoren wel een begrafenis. Het gezicht van de misdadigers en de christenen werd verminkt, waarna ze in een massagraf belandden.

Het vlees van de gedode dieren werd gebruikt als dierenvoer – of door mensen opgegeten. We weten dat er ooit een olifantenhart op het keizerlijke menu heeft gestaan.

Bliksem legt Colosseum plat

Het Colosseum is enkele eeuwen in gebruik geweest. Grofweg waren de gevechten in de arena gedurende het hele Romeinse imperium populair, maar het Colosseum had ook vaak te kampen met tegenslagen, waardoor het enige tijd niet bruikbaar was.

En soms raakte het beschadigd door aardbevingen en blikseminslagen.

De ergste ramp was in het jaar 217. Door een zware blikseminslag vatten de houten constructies boven in het gebouw vlam, en noch de hevige regens noch het water dat razendsnel uit de aquaducten werd gehaald, konden de brand blussen.

De hitte van de brand was zo enorm dat veel stenen barstten toen ze met het koude bluswater overgoten werden. Het duurde vijf jaar voordat het Colosseum weer openging.

De christenen brachten rust

De christenen riepen de gladiatorengevechten een halt toe.
© Bridgeman & Polfoto/Corbis

Het Colosseum was ‘tempel van demonen’

Ondanks de vervolgingen kreeg het christendom steeds meer aanhangers in het hele Romeinse Rijk, wat van grote betekenis bleek voor het Colosseum.

De christenen verafschuwden alles waar het voor stond – des te meer omdat er zo veel christenen waren vermoord. Ze noemden daarom het amfitheater ‘een tempel van demonen’.

Volgens hun legendes werd de monnik Telemachus door de toeschouwers gestenigd toen hij een gladiatorengevecht probeerde tegen te houden.

In 326 verbood keizer Constantinus de gladiatorengevechten, maar ze vonden toch her en der plaats.

In 438 schafte keizer Valentinus III ze volledig af en 100 jaar later waren ook dierengevechten verleden tijd. Hierna werd het Colosseum een populair pelgrimsoord voor christenen. Ze namen aarde mee uit de arena waar zo veel christelijke martelaren waren gedood.

De interesse voor gevechten daalt

Naarmate het christendom langzaam maar zeker in Rome meer terrein won, groeide het verzet tegen de gladiatoren­gevechten.

De christenen noemden het Colosseum ‘een tempel voor demonen’ en zelfs bij de Romeinse keizers nam de interesse voor de systematisch uitgevoerde moorden af.

Marcus Aurelius, keizer van 161-180 n.Chr., toonde zijn scepsis door stapels werk mee te nemen naar zijn loge in het Colosseum.

Tot grote ergernis van de Romeinse burgers zat hij liever te lezen, brieven te schrijven of met vrienden te praten in plaats van naar de gevechten te kijken.

Een mooi overblijfsel.

Het grote gangenstelsel onder de arena was het laatste wat de archeologen in de jaren 1870 blootlegden. Nu is het amfitheater een grote toeristische attractie.

© webshots

Laatste evenement: dierenjacht

In 324 werd het christendom officieel erkend in het Romeinse Rijk en twee jaar later werden gladiatorengevechten verboden.

In veel andere steden van het rijk gingen ze gewoon door, maar het ging slechter met het Romeinse Rijk en daarmee met het Colosseum.

Na 438 vonden er alleen kleine dierenjachten en openbare terechtstellingen plaats in het Colosseum. Het gebouw werd keer op keer geplunderd, de dure loden pijpleidingen werden ontvreemd en tot slot werd het onderhoud gestaakt.­

In 523 viel het doek definitief. Het laatste evenement was een dierenjacht en daarna ging het hard bergafwaarts. Stenen en andere materialen werden meegenomen.

Hoe en wanneer viel Rome eigenlijk? Lees hier het hele verhaal en ontdek hoe het Romeinse Rijk ten onder ging.

Een mooi overblijfsel.

Het Colosseum werd eeuwen als steengroeve gebruikt. In 1749 verklaarde de paus het gebied heilig en hielden de plunderingen op.

© Bridgeman

De arena van de dood weer ontdekt

Halverwege de 18e eeuw trok Rome veel kunstenaars en acteurs die waren gefascineerd door de glorietijden van de stad.

Het onderste gedeelte van het Colosseum – de arena en de kelder – was toen bedekt met aarde en puin. In 1806 begonnen archeologen het amfitheater uit te graven en de bouwvallige muren te restaureren.

Pas in 1871 hadden de archeologen alle aarde en begroeiing verwijderd die het Colosseum de voorgaande eeuwen hadden bedekt. In 1874 werd ook het omvangrijke gangenstelsel onder het Colosseum zichtbaar.

Tijdens de werkzaamheden zijn er duizenden skeletresten van dieren gevonden.

Sommige stenen werden voor de bouw van de Sint-Pieterskerk gebruikt, voordat de paus in 1749 het Colosseum heilig verklaarde omdat er zoveel christenen in het amfitheater waren gestorven. Hierna werd het een rijksmonument.

Het Colosseum maakt vandaag – ruim 1900 jaar later – nog steeds indruk op miljoenen toeristen. Velen staan ervan versteld dat zo’n mooi gebouw eeuwenlang diende voor dodelijk vermaak.

De exotische bloemen die in het Colosseum groeiden.
© Smithsonian

Het Colosseum werd een exotisch plantenparadijs

Naarmate het Colosseum verviel, kreeg de natuur de overhand. De ruïnes waren dan ook overwoekerd toen botanici zich in de 19e eeuw begonnen te interesseren voor de flora.

Ze ontdekten dat het Colosseum een unieke verzameling planten bevatte met zeldzame exemplaren die verder niet in Rome voorkwamen, sommige zelfs niet in Europa.

Waarschijnlijk hadden de vele toegestroomde mensen en dieren die soms van duizenden kilometers ver kwamen, nietsvermoedend zaadjes meegenomen.