Chinese keizer verbrandde boeken

De eerste Chinese keizer, Qin Shi Huangdi, leefde in angst om de macht te verliezen. Hij maakte genadeloos jacht op zijn critici, en zijn paranoia kwam de Chinezen duur te staan.

De eerste Chinese keizer, Qin Shi Huangdi, leefde in angst om de macht te verliezen. Hij maakte genadeloos jacht op zijn critici, en zijn paranoia kwam de Chinezen duur te staan.

Imageselect

Donkere rook stijgt op uit de oplaaiende vreugdevuren in de Chinese hoofdstad Xianyang.

De keizer heeft na acht jaar heerschappij bevolen alle boeken van de filosoof Confucius te laten verbranden, en nu zijn de soldaten druk bezig de ene na de andere klassieker in het vuur te gooien.

De vlammen krijgen snel vat op de werken, want in 213 v.Chr. bestaan Chinese boeken uit bamboe of zijde.

Boven in zijn paleis kijkt Qin Shi Huangdi tevreden toe hoe zijn bevelen worden uitgevoerd. De keizer wil het verleden van China vernietigen en plaatsmaken voor de toekomst.

Voor de dictatoriale heerser is alleen het verbranden van duizenden boeken niet genoeg.

Ook de Chinese geleerden, de auteurs van de verboden werken, moeten er binnenkort aan geloven, omdat de paranoïde keizer vindt dat ze hem lafhartig verraden hebben.

De keizer vindt filosofie overbodig

Keizer Qin Shi Huangdi heette eerst Ying Zhen, toen hij in 247 v.Chr. het Westelijk-Chinese Qin-rijk erfde.

In de loop van de volgende 26 jaar veroverde hij zijn buurstaten Han, Zhao, Wei, Yan, Chu en Qi en stichtte daarmee het eerste verenigde China.

Andere koninklijke families werden geëxecuteerd, en Ying Zheng gaf zichzelf in 221 v.Chr. de naam Qin Shi Huangdi: ‘eerste verheven Qin-keizer.’

De 38-jarige heerser stond voor de enorme opgave om het rijk, dat bestond uit 30 miljoen door 200 jaar oorlog verdeelde mensen, te verenigen.

Om zijn macht in het nieuwe rijk zeker te stellen, zette de keizer een hervorming in gang die 2000 jaar lang invloed zou hebben op de Chinezen.

China’s vroege koninkrijken waren vervuld van filosofische gedachten over goedheid, streven naar vrede en harmonie bij de machtsverdeling.

Vooral de morele lessen van Confucius over wederzijdse verantwoordelijkheid en vertrouwen in de hiërarchie – van boer tot koning – hadden de bestuursvorm van de koninkrijken beïnvloed.

Hoe lang een heerser aan de macht kon blijven, was volgens Confucius afhankelijk van het zogeheten Hemels Mandaat van de monarch, dat alleen naar de deugdzame, rechtvaardige en waardige heerser ging.

Maar Qin Shi Huangdi gaf niets om filosofie. Zijn voorvaders en hij leefden niet volgens het confucianisme maar het zogeheten legalisme, dat voorschrijft dat de heerser moet streven naar effectiviteit.

In vredestijd bereidde hij zich voor op oorlog, in oorlogstijd ging hij voor de overwinning, en daarna realiseerde hij vrede door zich op te maken voor oorlog.

Stabiliteit was de basis, en dat krijg je alleen door genadeloos leiderschap.

Respect voor oude dynastieën, eigendomsrecht en individualisme remden een effectief bestuur, vond de keizer.

Hoewel Qin Shi Huangdi meteen na de oprichting van het keizerrijk maatregelen had getroffen, bleven de deugden uit het verleden hem achtervolgen.

China kreeg één schrift en meeteenheden werden gestandaardiseerd.

Het feodale systeem werd opgeheven, oude familiedynastieën verloren hun landgoederen en werden vervangen door ambtenaren die de wet moesten handhaven en belasting moesten innen.

Rond 260 v.Chr. bestond China uit zeven militair gelijkwaardige koninkrijken.

© Shutterstock

Qin-rijk slokt zijn buren op

China bestond uit zeven onafhankelijke koninkrijken totdat Qin Shi Huangdi in 247 v.Chr. zijn zinnen zette op de verovering van buurstaten.

Wisselende allianties zorgden er honderden jaren lang voor dat geen enkele Chinese koning de hele regio kon overheersen.

Maar de jonge Qin Shi Huangdi nam een imperium over dat door veroveringen versterkt was.

Terwijl andere koninkrijken elkaar met invallen hadden uitgeput, had het Qin-rijk zich richting het zuiden en westen uitgebreid door stukken land te veroveren die daarvoor niet in handen van de Chinezen waren geweest.

Vooral de oostelijke delen van de dichtbevolkte landbouwregio Sichuan maakten het Qin-rijk welvarend, en het koninkrijk was in staat om een beroepsleger van honderden soldaten te betalen.

Toen Qin Shi Huangdi in 230 v.Chr. de laatste fase van de strijd inluidde, kon niemand hem meer tegenhouden.

Gedurende negen jaar veroverde hij heel China, en hij riep zichzelf uit tot keizer.

Kritiek leidt tot vervolging

Acht jaar lang werd China met harde hand omgevormd, alleen gunstig voor de keizer zelf. De hervorming was onpopulair, maar er was weinig protest.

Tijdens een banket in 213 v.Chr. in het keizerlijke paleis kwam de kritiek tot een hoogtepunt.

Hoge ambtenaren en uitverkoren geleerden hielden lovende toespraken voor de keizer, maar een van de geleerden waagde het iets anders dan lovende woorden uit te spreken.

Hij merkte op dat de keizer brak met het oude feodale systeem, waar regenten altijd land toebedeelden aan hun zoons, broers en loyale ministers.

Hij ging verder met een duister vooruitzicht.

‘Een bewind dat breekt met oeroude tradities houdt het niet lang vol!’

De keizer moest zich beheersen om geen gezichtsverlies te lijden, maar zijn loyale en brutale eerste minister, Li Si, schreeuwde boos tegen de afvallige spreker: ‘Zijne majesteit heeft alles onder de zon verenigd, maar er zijn nog steeds mensen die hem willen bekritiseren omdat ze over andermans mening hebben gelezen. En ze zijn er nog trots op ook! Als zulk gedrag niet verboden wordt, wordt de keizerlijke autoriteit in de hogere kringen ondermijnd, en ontstaan er groepjes in de lagere kringen.’

Na het banket stelde Li Si voor om Chinese poëzie, historische werken en filosofische teksten te verbieden, en de straf voor overtreding moest zwaar zijn.

‘Wie het waagt het Boek der Liederen (klassieke poëzie, red.) of het Boek der Documenten (klassieke geschiedenis, red.) te noemen, wordt in het openbaar geëxecuteerd. De familie van hen die de geschiedenis bij het heden betrekken, wordt gedood. Een ambtenaar die misdaden verzwijgt, is medeplichtig.’

De keizer maakte zo met slechts één pennenstreek potentiële onruststokers van de Chinese geleerden. Denkbeelden vormden een bedreiging voor het jonge keizerrijk, dus het vrije woord moest worden ingedamd.

Er startte een jacht op verboden boeken: die moesten zo snel mogelijk verbrand moesten worden.

Keizer Qin Shi Huangdi droomde tijdens zijn 11 jaar op de troon van eeuwig leven. Hij moest genoegen nemen met zijn nalatenschap.

© Shutterstock

De Chinese muur

De Chinese koninkrijken hadden al honderden jaren vóór Qin Shi Huangdi muren in het noorden gebouwd.

Die moesten de rijken beschermen tegen Mongoolse stammen, die Chinese steden regelmatig plunderden.

Ook kwamen er muren richting de andere Chinese rijken. Om de heerschappij over heel China te behouden, liet Qin Shi Huangdi alle binnenmuren neerhalen en meerdere noordelijke muren met elkaar verbinden.

Daarmee ontstond de Chinese Muur, die volgens recent onderzoek 21.000 kilometer lang was.

© Shutterstock

Lingqukanaal

Om transport van goederen – en in het bijzonder zijn enorme leger – makkelijker te maken, startte Qin Shi Huangdi een gigantisch project om de rivieren de Xiang en de Li met elkaar te verbinden: een 36 kilometer lang kanaal.

Zo konden schepen via de Yangtze en de Zhujiang de 200 kilometer lange afstand tussen het noordelijke Peking en het zuidelijke Hongkong afleggen.

© Shutterstock

Terracottaleger

Qin Shi Huangdi kreeg ter bescherming in het hiernamaals een leger van terracottasoldaten mee in zijn graf.

8000 levensgrote soldaten, 130 strijdwagens met 520 paarden en 150 ruiters werden gevormd, gebrand en geverfd.

Er zouden 700.000 mensen hebben meegewerkt aan de bouw de 98 km² grote necropolis. Hier staan de soldaten nog altijd paraat om het keizerlijke mausoleum te bewaken.

Geleerden worden levend begraven

Alle verboden boeken werden uit de keizerlijke bibliotheek gehaald en door het hele land werden huizen van geleerden, ambtenaren, filosofen en dichters doorzocht om boeken in beslag te nemen.

Overal was aan de vreugdevuren te zien dat de Chinese geschiedenis in rook was opgegaan. Maar de boekverbranding gaf de keizer geen gerust hart. Zijn paranoia werd steeds erger.

Qin Shi Huangdi was doodsbang om te sterven, en om onsterfelijk te worden was hij op zoek naar het legendarische ‘levenselixer,’ dat hem eeuwig leven zou moeten geven.

Tijdens talloze expedities moest men zoeken naar exotische ingrediënten als bloedsteen en cinnaber en onsterfelijke mannen die in Chinese legendes werden beschreven. Geen van de expedities slaagde, en sommige leden ervan keerden nooit meer terug.

Qin Shi Huangdi huurde talrijke chemici in om het elixer te brouwen, maar het lukte ze niet. De keizer werd steeds wanhopiger. In 212 v.Chr. was hij al 47 en begon zijn lichaam almaar meer sporen van ouderdom te vertonen.

De chemici beweerden dat er kwade geesten moesten zijn die het maken van het elixer voor de keizer dwarsboomden. Qin Shi Huangdi moest zich verstoppen zodat de geesten zijn plannen niet konden verijdelen.

De keizer liet alle paden in zijn paleistuinen overkappen, zodat niemand hem kon volgen.

Bovendien stond er de doodstraf op het verraden van zijn verblijfplaats. Qin Shi Huangdi zonderde zich af in zijn paleizen en liet zich alleen bij bijzondere officiële ceremoniën zien.

Op een dag hadden twee chemici die aan het ‘levenselixer’ werkten genoeg van het leven in constante angst voor de keizer. Ze vluchtten, en maakten Qin Shi Huangdi daarmee woedend.

Hij liet alle geleerden in keizerlijke dienst arresteren en verhoren. Allemaal werden ze beschuldigd van het lezen van verboden boeken, kritiek op de keizer en het verraden van zijn verstopplek.

Vooral confuciaanse filosofen werden het doelwit van de beschuldigingen, want de keizer vond dat zij het keizerrijk ondermijnden.

In een wanhopige poging zichzelf te redden, beschuldigden de meesten elkaar van misdaden. Meer dan 460 mensen werden door de keizer veroordeeld tot een wrede straf.

De geleerden werden levend begraven in een diepe kuil. Qin Shi Huangdi wilde voor eens en voor altijd duidelijk maken wat degenen die de keizer verraden te wachten stond.

Historici twijfelen aan zijn waanzin

Het verhaal over Qin Shi Huangdi’s waanzin kennen we van de Chinese historicus Sima Qian, die ongeveer 100 jaar na Qin Shi Huangdi leefde.

In Optekeningen van de hofhistoriograaf schreef hij over de hele geschiedenis van China, van de mythologische heersers tot de Han-dynastie.

Het werk werd door latere historici geprezen als een nuchter en betrouwbaar verslag, maar inmiddels worden er toch vraagtekens gezet bij het portret van keizer Qin Shi Huangdi.

Veel moderne historici denken dat Sima Qians schets van een boekenverbrandende gek die op de troon zat een verholen manier van kritiek moet zijn geweest op de destijds heersende keizer Wu van de Han-dynastie (206 v.Chr. tot 220 n.Chr.).

Sima Qian zou directe kritiek op keizer Wu nooit overleven, dus beschreef hij hoe de vroegere keizer zíjn macht misbruikte.

Latere Chinese keizerdynastieën verspreidden het verhaal over de gekke Qin Shi Huangdi maar al te graag, want een oude dynastie die van zijn voetstuk viel, versterkte de heersende dynastie.

Sommige moderne historici vragen zich af of de boekverbranding en executies wel hebben plaatsgevonden. De Amerikaanse onderzoeker Michael Nylan wijst erop dat Qin Shi Huangdi nog wel degelijk confuciaanse geleerden aanstelde aan zijn hof.

Ze heeft ook aanwijzingen gevonden dat meerdere confuciaanse werken de verbranding overleefden, en dat ze werden gelezen toen Qin Shi Huangdi nog leefde. Andere historici denken dat Chinese geleerden de krankzinnige bevelen van de keizer negeerden en geheime kopieën hadden.

Wat er 2232 jaar geleden precies gebeurde, zullen we wel nooit te weten komen, maar het verhaal over de boekverbranding werd nog honderden jaren erna gebruikt als argument om China’s geschiedenis te koesteren.

Het is geen verrassing dat het Qin Shi Huangdi niet lukte de dood te slim af te zijn. Volgens de legende versnelde hij het proces juist door kwik te drinken, waarvan de Chinezen wisten dat het de ontbinding van een lijk kon stoppen.

Qin Shi Huangdi ging er daarom vanuit dat de giftige stof hem het eeuwige leven kon schenken, maar hij stierf op slechts 49-jarige leeftijd in 210 v.Chr.