7 Chinese uitvindingen veranderden de wereld

China was duizenden jaren lang ’s werelds uitvinderswerkplaats. Naalden hielpen legers hun weg te vinden, rupsen zorgden voor zachte kleding en papier maakte het toiletbezoek makkelijker.

China was duizenden jaren lang ’s werelds uitvinderswerkplaats. Naalden hielpen legers hun weg te vinden, rupsen zorgden voor zachte kleding en papier maakte het toiletbezoek makkelijker.

Shutterstock

In het begin van de 17e eeuw schreef de Engelse filosoof en wetenschapper Francis Bacon dat de maatschappij op een keerpunt stond. De oorzaak was de uitvinding van het buskruit, het kompas en de boekdrukkunst.

In de tijd van Bacon waren deze drie uitvindingen relatief nieuw in Europa, maar in China waren ze al ingeburgerd. In feite was de Chinese beschaving, met haar focus op onderwijs en technologie, de bakermat van eindeloos veel culturele en technologische innovaties.

Naast de klassieke vier uitvindingen – kompas, papier, buskruit en boekdrukkunst – bedachten de Chinezen de kruiwagen, het smeedijzer en lucifers.

De Chinese vindingrijkheid werd pas na de Tweede Wereldoorlog in het Westen bekend. Toen begon de wetenschapper Joseph Needham met de publicatie van een reeks boeken over de geschiedenis van de Chinese wetenschap.

Needham werd aanvankelijk kritisch bejegend omdat hij wel heel erg veel uitvindingen toeschreef aan China, maar later bleken alles toch te kloppen.

Sir Francis Bacon (1561-1626) was een Engelse filosoof, jurist en politicus.

Europa verlangde naar China

Heel lang had China een grote technologische voorsprong. En sommige wetenschappers beweren zelfs dat het land tot halverwege de 18e eeuw het economisch centrum van de wereld was.

Toen Europese handelaren naar China gingen, beseften ze al snel dat hun producten zich niet konden meten met de Chinese. De kooplieden moesten gewoon met zilver en goud betalen.

Maar die situatie zou snel veranderen. Terwijl in heel West-Europa de industriële revolutie uitbrak, stagneerde China. Hoe dat kwam, is nog steeds niet duidelijk.

Er is beweerd dat het Chinese schrift te ingewikkeld was en de wetenschappelijke vooruitgang zou hebben afgeremd. Er zijn ook wetenschappers die zeggen dat de Chinese filosofie te conservatief was in vergelijking met de westerse cultuur. Maar die theorie wordt weerlegd door de huidige economische ontwikkelingen.

Overschot aan goedkope arbeiders

Inmiddels denken wetenschappers dat de economische structuur van het enorme rijk de ontwikkelingen tegenhield. China had, in tegenstelling tot Europa, een overschot aan goedkope arbeidskrachten, waardoor het zijn economie niet hoefde te hervormen.

Inmiddels is China weer uitgegroeid tot een economische grootmacht en is het trots op zijn innovatieve geschiedenis.

Het boeddhistische geschrift de Diamantsoetra uit 868 wordt gezien als het oudste gedrukte boek ter wereld.

© History Archive

1. DRUKKUNST: Boekdrukkunst veel ouder dan Gutenberg

In Europa wordt de Duitser Johannes Gutenberg gezien als de uitvinder van de boekdrukkunst, maar die bestond al veel langer – in China. Misschien heeft Gutenberg zich er zelfs wel door laten inspireren.

Historici weten in ieder geval dat er in de 10e eeuw veel vraag was naar allerlei soorten gedrukte boeken – van religieuze schriften tot technische handleidingen. Het oudste gedrukte boek dat bewaard is gebleven, is de Diamantsoetra: een boeddhistische tekst uit 868.

En er werden zelfs al in de 7e eeuw boeddhistische teksten in China gedrukt. De meeste Chinese boekdrukkers gebruikten de blokdruktechniek, waarbij elke bladzijde uit één blok was gesneden.

Zo’n houten drukplaat kon dus maar één bladzijde afdrukken; bij aanpassingen moest er een nieuw blok gesneden worden. Ervaren drukkers waren echter zo snel dat ze tot in de 19e eeuw nog konden concurreren met de drukpers.

In de 13e eeuw gebruikten de Chinezen vuurpijlen met buskruit als vuurwapens.

© Getty Images

2. BUSKRUIT: Jacht op eeuwig leven resulteert in dodelijk wapen

Er bestaan verschillende legenden over het ontstaan van het buskruit. Tegenwoordig denken veel wetenschappers echter dat het in de 9e eeuw in China is ontdekt door alchemisten.

Zij zochten waarschijnlijk naar een elixer voor het eeuwige leven toen ze ontdekten dat een mix van salpeter, houtskool en zwavel explosief was.

Het buskruit werd gebruikt om vuurwerk te maken, o.a. voor religieuze ceremoniën. Maar al gauw werd het ook voor andere doelen gebruikt.

Tot aan de 13e eeuw hadden de Chinezen eenvoudige kanonnen en geweren van bamboeriet. Maar ze maakten ook bommen, die werden gelanceerd met een katapult, of zelfs raketten die de vijand op grote afstand konden treffen.

Dat kruit op grote schaal gebruikt werd, bleek toen in 1280 een kruitdepot in de stad Weiyang ontplofte. Honderden omwonenden kwamen om en brokstukken van het totaal verwoeste gebouw werden kilometers verderop teruggevonden.

Met de Mongoolse veroveringen in de 13e en 14e eeuw verspreidde het buskruit zich naar Europa. De laatste jaren hebben verschillende Indiase historici de theorie gelanceerd dat het buskruit niet in China, maar in India is uitgevonden.

Zij baseren zich op eeuwenoude hindoeïstische teksten, waarin wordt verteld over verschillende ‘vuurspuwende’ wapens. Keiharde bewijzen voor deze theorie zijn echter nog niet gevonden.

Het kompas werd tijdens de Han-dynastie uitgevonden.

© Ullstein

3. KOMPAS: Naald wees legerleiders en ontdekkingsreizigers de weg

Aan het eind van de 13e eeuw namen Italiaanse zeelieden een merkwaardig voorwerp in gebruik – het kompas.

Met dit navigatie-instrument konden ze veel veiliger de Middellandse Zee oversteken. Voorheen waren ze afhankelijk van helder weer om te kunnen navigeren op de zon en de sterren.

Een zekere Flavio Gioia uit Amalfi wordt gezien als de uitvinder. Maar het kompas was in China al lang bekend. In teksten van voor onze jaartelling staat beschreven hoe jadeverzamelaars een ‘zuidwijzer’ gebruikten om niet te verdwalen.

Deze wijzer bestond uit een lepelvormige ‘naald’ van magnetiet die op een koperen plaat werd geplaatst en zich vrij kon bewegen.

Dit eenvoudige kompas werd later verbeterd. In de 8e eeuw magnetiseerden de Chinezen ijzeren naalden door ze tegen magnetiet aan te wrijven en ze op water te laten drijven of aan een zijden draad te hangen.

Dat het kompas veel gebruikt werd in die tijd blijkt uit een militair handboek waarin staat dat legerleiders zich in het donker moeten verplaatsen en zich
kunnen oriënteren met een ‘zuidwijzer’.

Volgens historici werd het kompas in de 13e eeuw door moslims van China naar Europa gebracht, waar het steeds betrouwbaarder werd.

Het Europese kompas bestond uit een doosje met een naald erin. Die naald zat vast op een kompasroos die de wereld in 16 windstreken verdeelde. Dit type zou later gebruikt worden door alle westerse ontdekkingsreizigers.

Thee werd in de 18e eeuw een belangrijk Chinees exportproduct.

© ShutterstocK

4. THEE: Heet water met smaakje werd hit in Europa

Een Chinese legende vertelt dat keizer Shen Nong rond 2700 v.Chr. onder een boom was gaan zitten om gekookt water te drinken, toen er een paar blaadjes in zijn kopje vielen. Het water verkleurde en Shen Nong proefde ervan. Hij vond het lekker en voelde zich als herboren.

Dit verhaal is vast een fabeltje, maar wetenschappers hebben de oorspronkelijke theeplant, Camellia sinensis, kunnen traceren. De plant is afkomstig uit het noorden van Birma en de provincies Yunnan in het zuiden en Sichuan in het midden van China.

De Chinezen drinken al duizenden jaren thee, waarschijnlijk in eerste instantie als medicijn. Thee werd een belangrijk onderdeel van de Chinese cultuur.

De drank werd gezien als iets waar mensen rustig, ontspannen en slimmer van werden. In 59 v.Chr. schreef Wang Bao het eerste bekende boek over thee, waarin hij ook uitlegde hoe je thee moet zetten.

De wereldwijde opmars van thee begon in de 7e eeuw n.Chr. toen boeddhistische monniken de drank meenamen naar Japan. In de 18e eeuw brak thee pas in Europa door, toen de handel met China goed op gang was.

Thee werd vooral in Engeland heel populair. Na een succesvolle campagne van de East India Company werd de eerst nagenoeg onbekende drank binnen 100 jaar de lievelingsdrank van de hele Britse bevolking.

Van eenvoudige schalen tot elegante vazen en beeldjes, in China was alles van porselein.

© Viveca Olsson/Kulturen

5. PORSELEIN: Niemand wilde uit glas drinken

Historici weten niet precies wanneer de Chinezen begonnen met het maken van porseleinen voorwerpen.

Ze weten wel dat keramiek, en dan de soort die wij tegenwoordig porselein noemen, met kaolien erin voor de dichtheid en stevigheid, al 2000 jaar geleden volledig ontwikkeld was.

Toen de Arabische koopman Suleiman in 851 de Tang-dynastie bezocht, schreef hij: ‘In China hebben ze een fijne klei, waarmee ze vazen maken die dun zijn als glas. Je kunt erdoorheen kijken.’

In die tijd maakten de Chinezen alle mogelijke voorwerpen van porselein – van simpele kopjes en schalen tot elegante vazen en standbeelden.

Porselein was veel gewilder dan glas. Dat materiaal kenden ze in China ook wel, maar werd weinig gebruikt omdat het van inferieure kwaliteit zou zijn.

Toen het contact tussen het Westen en China vanaf de 17e eeuw toenam, werd porselein immens populair. En dus probeerden knappe koppen in Europa erachter te komen hoe ze het materiaal zelf konden maken.

In 1709 lukte het twee Duitsers, Johann Friedrich Böttger en Ehrenfried Walther von Tschirnhaus, om dit Chinese geheim te ontrafelen.

Kleding van zijde was duizenden jaren lang een statussymbool.

© Ritzau Scanpix, Bridgeman Images

6. ZIJDE: Rups was een kostbaar geheim

Zijde werd duizenden jaren geleden in China ontdekt. Volgens de overlevering zat keizerin Leizu op een dag thee te drinken in haar tuin toen de cocon van een zijderups uit een moerbeiboom in haar kopje viel. Toen de cocon oploste, zag de keizerin een dunne en bijzonder mooie draad, die zo lang was als de hele keizerlijke tuin.

Volgens de legende ontwikkelde Leizu vervolgens manieren om zijderupsen in gevangenschap te kweken en bedacht ze technieken om zijde te kunnen weven.

Dit verhaal is zeer waarschijnlijk een verzinsel, maar historici weten wel dat zijde een statussymbool was in het oude China. Sporen van zijde-eiwitten in graven wijzen erop dat deze stof 8500 jaar geleden al werd geproduceerd. Ook hebben archeologen lijkwaden van zijde gevonden die dateren van 3630 v.Chr.

Historici denken dat vroeger alleen de keizer en de allerhoogste adel zijde droegen, maar dat het gebruik zich na verloop van tijd ook verspreidde naar andere lagen van de samenleving.

De productie van zijde werd gezien als een Chinees staatsgeheim, en op de smokkel van zijderupseitjes stond dan ook de doodstraf.

Een populair verhaal gaat over twee missionarissen die halverwege de 6e eeuw de eitjes van de zijderups via een geheime holte in hun wandelstok vanuit China naar keizer Justinianus I in Constantinopel brachten. Het geheim van de zijdeproductie had zich toen al verspreid naar Korea en India.

Ruim 100 jaar voor onze jaartelling werd in China al papier gemaakt, o.a. om op te schrijven.

© Mary Evans

7. PAPIER: Mix van visnetten, hennep en schors

Trillend van de zenuwen presenteerde de eunuch Cai Lun in 105 n.Chr. zijn uitvinding aan de Chinese keizer: een totaal nieuwe manier om papier te maken. Hij legde de schors van een moerbeiboom in een pulp van hennep, textiel en visnetten in de week.

Toen het mengsel was ingedroogd, ontstond er een dun, mooi en sterk stuk papier. Voor deze belangrijke ontdekking kreeg Cai Lun een fikse beloning en kwam zijn naam in alle Chinese geschiedenisboeken.

Het verhaal over Cai Lun is misschien wat overdreven. Archeologen hebben namelijk aangetoond dat de Chinezen al in de 1e eeuw v.Chr. papier van redelijk goede kwaliteit kenden.

We weten dat de Chinezen vanaf het begin van onze jaartelling op grote schaal papier gingen gebruiken: om op te schrijven, om cadeaus in te pakken of als zakdoek, servet of toiletpapier.

Dat laatste viel een Arabische handelsreiziger op. Hij beklaagde zich over de gebrekkige hygiëne van de Chinezen, omdat ze zich niet wasten met water ‘maar zich alleen afdrogen met papier’.

Volgens de overlevering werden er twee Chinese krijgsgevangenen in de 8e eeuw naar de stad Samarkand gebracht, waar ze de mensen leerden om goed papier te maken. Vandaar uit verspreidde de kennis zich, om uiteindelijk ook Europa te bereiken.

Rond 1000 n.Chr. begonnen de Chinezen zelfs briefgeld te drukken. In 1661 was Zweden het eerste land in de westerse wereld dat papiergeld introduceerde.