Vader van het cynisme drijft de spot met iedereen

‘Ga uit mijn zon,’ zei een oude zwerver toen Alexander de Grote bij hem op bezoek kwam. De filosoof Diogenes schoffeerde de rijken waar hij kon – niet voor de grap, maar als onderdeel van een uitgekiend plan.

‘Ga uit mijn zon,’ zei een oude zwerver toen Alexander de Grote bij hem op bezoek kwam. De filosoof Diogenes schoffeerde de rijken waar hij kon – niet voor de grap, maar als onderdeel van een uitgekiend plan.

Art Gallery of New South Wales

De zon staat te bakken op de Griekse stad Korinthe. Het is 336 v.Chr. Leunend tegen een grote amfoor zit een vieze oude zwerver te dommelen als een man plotseling naar voren stapt en in zijn zon gaat staan.

De oude man knijpt zijn ogen dicht en kijkt naar de voornaam geklede heer – het is Alexander zelf, de pas gekroonde koning van Macedonië, die in de komende 10 jaar de halve wereld zal veroveren.

‘Diogenes,’ verkondigt de machtige legerleider. ‘Zeg me wat je wilt en ik geef het je.’

Zelfbewust wacht hij op het antwoord van de vuile filosoof, wiens kijk op het leven hij bewondert.

Maar de filosoof bijt hem toe: ‘Ga uit mijn zon!’

De terechtgewezen Alexander roept uit: ‘Als ik Alexander niet was, zou ik willen dat ik Diogenes was.’

Gevat antwoordt de filosoof: ‘Als ik Diogenes niet was, zou ik óók willen dat ik Diogenes was.’

Verschillende antieke bronnen noemen de ontmoeting tussen Diogenes en Alexander de Grote, maar het is de vraag wat ervan waar is.

© University of California Libraries

Fraude gaf carrière een kickstart

Hoewel de ontmoeting tussen de veroveraar Alexander en de cynicus Diogenes in veel bronnen beschreven wordt, vragen geschiedkundigen zich af wat ervan waar is. Maar de anekdote beschrijft perfect de botte zonderling die nooit concessies deed aan zijn principes en die de vader werd van een nieuwe richting in de Griekse filosofie.

Toen Diogenes een kind was, wees niets erop dat hij ooit in een lemen vat zou wonen. Hij werd rond 413 v.Chr. geboren in de Griekse kolonie Sinop in Anatolië aan de Zwarte Zee. Zijn vader, Hicesias, was bankier, en het gezin behoorde waarschijnlijk tot de hogere klasse, wat betekende dat Diogenes een prima opleiding kreeg.

Zijn vader mocht zelfs de munten van de stad slaan, maar hij werd betrapt op gesjoemel en in de gevangenis gezet. Diogenes, die zijn vader geholpen had, werd verbannen en ging naar Athene.

Onderweg bezocht hij het orakel van Delphi. ‘Wat moet ik doen om beroemd te worden?’ vroeg hij het orakel. ‘Verander de munteenheid!’ luidde het antwoord. Diogenes moest er even over nadenken, maar begreep uiteindelijk de betekenis: het was zijn lot om de waarde van de dingen te veranderen en de maatschappij op zijn kop te zetten.

Alle Grieken konden in principe voor advies terecht bij het Orakel van Delphi, maar één persoon per maand was het maximum.

© J. Paul Getty Museum

In de leer als filosoof

Voor zijn 40e kwam Diogenes in Athene aan, vastbesloten om een radicaal ander leven te beginnen. Rond 366 v.Chr. ontmoette hij de filosoof Antisthenes, die een leerling van Socrates was geweest.

Antisthenes leerde al zijn volgelingen dat maatschappelijke gemakken leidden tot een onwaarachtig leven. Zelf leefde hij zeer sober in afzondering. Maar nu stond die lastige kerel uit Sinop erop zijn leerling te worden, en hij negeerde alle pogingen van de meester om hem weg te krijgen.

Toen Antisthenes op een dag woedend naar hem uithaalde met zijn stok, stak Diogenes hem zijn hoofd toe: ‘Sla maar, want je zult geen stok vinden die sterk genoeg is om me van je af te houden.’

Antisthenes gaf het op en leerde de jaren daarop zijn leerling te leven en te denken zoals hij. Samen grondvestten ze het cynisme, een stroming waarin het simpelste leven het gelukkigst was en alle conventionele verlangens naar rijkdom, macht en roem verworpen moesten worden.

Antisthenes was de eerste bekende filosoof van Griekenland die ascetisch leefde.

© Marie-Lan Nguyen

Als onderdeel van zijn cynisme deed Diogenes afstand van vrijwel al zijn bezittingen. Hij liep op blote voeten en woonde in een grote lemen amfoor, bedoeld voor water of graan. Hier kon hij ’s nachts in wat hooi slapen en wegrollen als hij dat wilde.

De Atheners noemden hem kuon, ‘hond’, omdat hij vuil was, alles vrat en onhandelbaar was als een zwerfhond. Maar Diogenes gebruikte het als geuzennaam. Zijn latere volgelingen werden kunikos, ‘cynici’, genoemd, maar hij had er niet veel, omdat het zijn filosofie was om iedereen te bespotten.

Op een dag riep hij mensen op om naar hem te komen luisteren. Maar toen zich een menigte verzameld had, haalde hij met zijn stok naar hen uit: ‘Ik vroeg om mannen, niet om pummels!’

Met zijn vele beledigingen probeerde Diogenes de Grieken te bevrijden van hun zelfingenomenheid, die volgens hem niet tot een goed leven kon leiden.

© Nagel Auktionen

Iedereen kon rekenen op zijn hoon, zoals toen hij eens op klaarlichte dag met een lantaarn door de stad zwierf. Toen iemand hem vroeg wat hij zocht, antwoordde hij: ‘Een eerlijk mens.’

Toch won de zonderling na verloop van tijd het respect van de Atheners. Toen een kwajongen uit balorigheid Diogenes’ vat met een steen kapotsloeg, lieten de stedelingen hem geselen en gaven ze de filosoof een nieuw vat.

Diogenes zag de hond, met zijn zorgeloze leventje en zijn instinct om vriend en vijand uit elkaar te houden, als een voorbeeld.

© Walters Art Museum

Diogenes’ ergste beledigingen

Zijn slachtoffers stonden met hun mond vol tanden. Met zijn felle uithalen en lompe gedrag maakte Diogenes zich onsterfelijk als de meest irritante filosoof uit de geschiedenis.

Gelukkig als de koning van Perzië

Diogenes verafschuwde werk en deinsde er niet voor terug om te bedelen. Hij vond dat hij alle toehoorders iets waardevols teruggaf met zijn wijze woorden. Maar op de rijken keek hij neer.

Op een dag wilde een rijke man weten waarom hij Diogenes geld zou moeten geven. Diogenes gaf hem lik op stuk:

‘Als ik je ergens toe kon overhalen, dan zou het zijn om jezelf zo snel mogelijk op te hangen.’

Diogenes ging prat op zijn armoede. Hij was een dakloze bedelaar, maar even gelukkig als de koning van Perzië. Want hij leidde het juiste leven, zo dicht mogelijk bij dat van een dier. Muziek, literatuur en wetenschap beschouwde hij als tijdverspilling, en bovenal had hij een hekel aan hoogdravende filosofie.

‘Zie hier: Plato’s mens!’ Diogenes mocht Plato graag treiteren.

De ster aan de Griekse filosofische hemel was Plato – Socrates’ beroemdste leerling en Diogenes’ favoriete doelwit.

Ooit had Plato een mens gedefinieerd als ‘een tweebenig, ongevederd schepsel’. Diogenes zag meteen zijn kans schoon, plukte een kip en bracht die naar Plato’s school, de Academie:

‘Zie hier: Plato’s mens!’

Vernederd moest Plato de woorden ‘met brede, platte nagels’ aan zijn definitie toevoegen.

In het bijzonder was Diogenes gekant tegen Plato’s abstracte filosofie. Op een dag, toen Plato zijn volgelingen vertelde over het idee achter een beker, stond Diogenes op in de kamer en merkte droogjes op:

‘Ik kan de beker zien, maar het idee van de beker wat minder.’

Maar Plato liet niet over zich heen lopen. Toen hij na het feest van Dionysus enkele vrienden bij hem thuis uitnodigde, kwam ook Diogenes. De morsige filosoof struikelde over Plato’s mooie tapijt en schreeuwde:

‘Ik val over Plato’s zelfvoldaanheid!’

Het vermoeide antwoord van de gastheer: ‘Hoe zelfvoldaan is het niet om te doen alsof je niet zelfvoldaan bent, Diogenes?’

En toen hem gevraagd werd Diogenes te beschrijven, zei Plato: ‘Socrates, als hij zijn verstand verloren had.’

Plato grondvestte in 385 v.Chr. de eerste academie van het Westen, waar filosofische kwesties werden besproken. Diogenes was lid, maar weigerde op Plato’s voorwaarden te discussiëren.

© Akg-Images/Ritzau Scanpix

Van de grond eten

Ondanks zijn onbeschofte gedrag werd Diogenes vaak uitgenodigd voor een diner door de hogere klassen van Athene. Die vonden zijn opmerkingen vaak grappig. De feestjes verliepen echter niet altijd even soepel.

Toen enkele gasten zich amuseerden door botten naar hem te gooien alsof hij een hond was, ging hij erop af en plaste hij erop zoals een hond zou doen.

Dagelijks at de dakloze filosoof wat hij maar te pakken kon krijgen – vaak restjes voedsel die hij op de markt vond.

‘Als er niets mis is met een maaltijd, is er ook niets mis mee om die van de grond op te eten,’ vond hij.

Er zijn standbeelden van Diogenes in de Turkse plaats Sinop en de Griekse stad Korinthe.

© Shutterstock

Diogenes’ enige doel in het leven was het verspreiden van zijn filosofie. Hij reisde veel en beschreef zichzelf als een wereldburger. Maar het noodlot sloeg toe toen de filosoof op weg was naar het Griekse eilandje Aegina, ten zuiden van Athene.

Het schip waarmee hij voer werd door piraten gekaapt, en de passagiers wisten dat ze als slaaf verkocht zouden worden. Diogenes nam de situatie echter kalm op.

Toen hem op de slavenmarkt van Kreta gevraagd werd wat zijn beroep was, antwoordde hij overmoedig: ‘Mensen in bedwang houden.’ Dus vroeg Diogenes om verkocht te worden aan een man die een meester nodig had.

De filosoof kwam terecht bij de Korinthiër Xeniades, die een geleerde nodig had om te helpen bij de opvoeding van zijn twee zonen. De jongens kregen les in paardrijden en boogschieten, maar ook in Diogenes’ filosofie: ze leerden voor zichzelf te zorgen en tevreden te zijn met water en een eenvoudig maal.

Na Xeniades’ dood bleef Diogenes in Korinthe, waar hij weer op straat ging leven en iedereen schoffeerde. Hij hing veel rond bij een gymnasium met de naam ‘Schedel’ – de plaats waar Alexander de Grote hem naar verluidt zou hebben opgezocht.

Christelijke kluizenaars als Antonius de Heilige (251-356) waren geïnspireerd door Diogenes’ cynisme en kozen voor een leven zonder materiële bezittingen en de verlokkingen van de maatschappij.

© Museo del Prado

Romeinse Rijk veranderde de Grieken in cynici

Toen Griekenland, het meest beschaafde land van Europa, rond het jaar 1 een Romeinse provincie werd, begonnen de verbitterde Grieken weer aan cynisme te doen. De filosofie verspreidde zich over het hele Romeinse Rijk.

Na Diogenes’ dood raakte het cynisme in de vergetelheid, maar toen de Romeinen bijna 300 jaar later Griekenland bij hun rijk inlijfden, bloeide de belangstelling voor Diogenes’ filosofie weer op. Op de straathoeken van Athene, en later in de andere steden van het Romeinse Rijk, begonnen zelfverklaarde cynici te bedelen en te verkondigen wat een geluk het was om een arm, eerlijk mens te zijn.

De Griekse satiricus Lucianus klaagde dat ‘elke stad omkomt in de cynische snotneuzen die hulde brengen aan Diogenes en zich aansluiten bij het hondenleger’. De filosofie won vooral terrein in de gebieden die Rome had onderworpen. Dit kwam doordat de Grieken, die in de oudheid nog vooropliepen in de wetenschap, politiek en filosofie, zich machteloos voelden..

Het cynisme werd tot in de 3e eeuw beoefend, ook omdat het paste bij de ascetische levensstijl van de vroege christenen met hun afkeer van rijkdom en valse waarden. Maar toen het christendom de dominante godsdienst werd, was er geen plaats meer voor vrijdenkers.

De dood van de oercynicus

Volgens bronnen vond Diogenes in zijn laatste jaren in Korinthe een groep vrienden en volgelingen. Op een ochtend in 323 v.Chr. vonden ze hem in zijn mantel gewikkeld, dood. Hij was rond de 90 jaar geworden.

De filosoof had zijn volgelingen al verteld dat hij na zijn dood gewoon over de stadsmuur gegooid wilde worden, zodat zijn lichaam door wilde dieren kon worden opgegeten. Maar zó cynisch waren de volgelingen niet – ze begroeven hem buiten de stadsmuur.

Bij zijn graf richtten ze een standbeeld van een hond op, met het opschrift: ‘Zeg me, o hond, wie is deze man wiens monument je bewaakt? Hij is niemand minder dan de Hond zelf!’

Op Rafaëls beroemde schilderij De school van Athene neemt Diogenes een prominente plek in – hij ligt op de trap vlak voor Plato en Aristoteles.

© Vatican Museums

Hoewel Diogenes zelf geen geschriften naliet, overleven de oude verslagen van zijn verbale geselingen en rauwe filosofie van de waarheid al meer dan 2000 jaar. Hij inspireerde filosofen als Nietzsche en Foucault. Diogenes’ filosofische oriëntatie, het cynisme, is nu veranderd in een algemeen wantrouwen tegenover traditionele opvattingen. Studies tonen aan dat deze manier van denken terrein wint in de westerse wereld.

De vervelendste man van de oudheid doet nog steeds een onbeleefde duit in het zakje.