farao zuilen

Klimaatverandering maakte Egypte tot supermacht

Een oase van duizenden kilometers lang zou er niet moeten kunnen zijn in de Sahara, maar 7000 jaar geleden trad de Nijl steeds vaker buiten zijn oevers. En rond de lange rivier creëerden de Egyptenaren een rijk dat zijn weerga niet kende.

Een oase van duizenden kilometers lang zou er niet moeten kunnen zijn in de Sahara, maar 7000 jaar geleden trad de Nijl steeds vaker buiten zijn oevers. En rond de lange rivier creëerden de Egyptenaren een rijk dat zijn weerga niet kende.

Werner Forman Archive/Shutterstock/Ritzau Scanpix & Shutterstock

In september 2018 deden archeologen een bijzondere vondst in de Nijldelta, zo’n 140 kilometer ten noorden van Caïro. Onder de kleigrond in het vlakke grasland troffen ze fundamenten van huizen aan. Niet veel later werden er ook potten en stenen gereedschappen ontdekt, en gaandeweg kreeg tussen de duizend jaar oude resten van huizen een verhaal vorm over een beschaving.

De vondsten tonen aan dat zich hier minstens 7000 jaar geleden mensen vestigden, en dat ze hier gedurende een periode van honderden, misschien zelfs duizenden jaren leefden. Een aantal diepe gaten waarin eten werd bewaard, duidt erop dat de bewoners genoeg voedsel hadden en georganiseerd en vooruitziend genoeg waren om een deel ervan op te slaan voor de toekomst. De gaten waren een soort koelkasten, buiten het bereik van de brandende Egyptische zon. Hier konden de inwoners voedseloverschotten bewaren voor in de winter of voor jaren met een slechte oogst.

Tell el-Samara

Bij de opgravingen in Tell el-Samara zijn 7000 jaar oude bergplaatsen voor eten gevonden. Dat getuigt ervan dat de beschaving meer voedsel had dan ze kon opeten.

© Shutterstock

Het gebied Tell el-Samara, dat in 2018 door een team van Egyptische en Franse archeologen werd opgegraven, is een van de oudste in zijn soort. Door dierenbotten en plantenresten van de nederzetting te analyseren, konden de archeologen het ontstaan ervan dateren tot 5000 v.Chr. – 1500 jaar voordat Egypte rond 3100 v.Chr. werd verenigd onder één farao, en 2500 jaar voordat de grote piramiden bij Gizeh werden gebouwd.

De vondst sterkt het vermoeden dat de Egyptische beschaving lang voor de tijd van de farao’s het licht zag, en dat ze ontstond aan de oever van de Nijl.

Vrouwenbeeldje uit de Badari-cultuur

Tijdens de zogeheten Badaricultuur van 4400 tot 4000 v.Chr. maakten de Egyptenaren kleine figuurtjes van hout. Dit beeldje van een vrouw is goed bewaard gebleven.

© Louvre Museum

Oeroude bloedsteen onder de grond

De vondst bij Tell el-Samara is de meeste recente in een reeks ontdekkingen van de laatste jaren die de vroege geschiedenis van Egypte in kaart helpen brengen. Er zijn onder andere werktuigen en pijlpunten opgegraven van steen, bot en hematiet – ook wel bloedsteen genoemd –, die wel 42.000 jaar geleden zijn gemaakt.

Verder zijn er resten aangetroffen van primitieve draagbare hutten, die ervan getuigen dat de bevolking van het huidige Egypte duizenden jaren lang als nomaden en jager-verzamelaars rond de vruchtbare Nijl leefde. 42.000 jaar geleden was het Egyptische klimaat lang niet zo droog als nu. Grote gebieden waren bedekt met lage bomen, en de eerste mensen leefden als jagers in de savanneachtige woestijn.

Egyptisch werktuig steen

Enkele van de oudste werktuigen uit Egypte zijn puntige stenen. Volgens archeologen werden die geworpen tijdens de jacht.

© Michel-Georges Bernard & Shutterstock

Rond 6000 v.Chr. veranderde er echter veel. De nomaden gingen op één plek wonen, en hoewel uit maaltijdresten in de vorm van dierenbotten blijkt dat het dieet nog steeds vooral uit wild en vis bestond, gingen de kolonisten ook technieken ontwikkelen voor het verbouwen van graan.

Rond 5500 v.Chr. hadden kleine stammen in het Nijldal een aantal samenlevingen gevormd die leefden van de graanteelt. Dat weten we door de vondst van graanresten en van uit vuursteen gehouwen sikkels met een heft van takken van de tamarisk – een groenblijvende, houtige plant. In relatief korte tijd kwamen er langs de Nijl honderden dorpen op.

Egyptische stenen bijl

Nieuwe vondsten in Egypte laten zien dat de stenen bijl een van de vroegste werktuigen is die de mens heeft gemaakt.

© Shutterstock

Stenen bijlen getuigen van de eerste inwoners

De vroegste sporen van mensen – of de voorouders van de huidige mens – in Egypte zijn van circa 250.000 jaar geleden.

In afzettingen nabij Aboe Simbel in Zuid-Egypte en in het zand van de Westelijke Woestijn zijn primitieve bijlen gevonden. Deze gebieden liggen niet ver van de Nijl en getuigen ervan dat de rivier toen al mensen aantrok. Dat er juist bijlen zijn gevonden, is niet verrassend. We weten dat het favoriete gereedschap van de mensen uit die tijd de handbijl was, een ovale steen (bijvoorbeeld vuursteen) waarvan een bijlkop was gemaakt.

Het werktuig was scherp en lag goed in de hand. Later gingen de inwoners van de regio de bijlkoppen op een houten schacht plaatsen, waardoor de bijl met meer kracht kon worden gehanteerd.

Klimaatverandering schept kansen

We weten dat de Egyptenaren in de duizenden jaren voor de bouw van de eerste nederzettingen landbouwmethoden ontwikkelden, maar waarschijnlijk was landbouw in de delta van de Nijl überhaupt niet mogelijk geweest zonder de klimaatveranderingen die aan het einde van de laatste ijstijd in het gebied hebben plaatsgevonden.

De vruchtbare delta die de basis vormde voor landbouw en kleine dorpen, was dan namelijk nooit ontstaan. Volgens klimaatwetenschappers verklaren de veranderingen dat juist hier, in het oosten van Noord-Afrika, de eerste beschavingen zijn ontstaan.

Toen de laatste ijstijd 18.000 jaar geleden zijn hoogtepunt bereikte, lag het niveau van de Middellandse Zee in verhouding tot het land eromheen zo’n 125 meter lager dan nu. Door dat lage waterpeil stroomde het water van de Nijl steil omlaag naar zee. Het snelstromende water liet alleen silt – fijnkorrelige deeltjes van gesteente en mineralen die het water meevoerde – achter bij de monding van de rivier, die zich in die tijd 50 kilometer noordelijker bevond dan de huidige kustlijn.

Nijl luchtfoto

Het vruchtbare land langs de Nijl is duidelijk te zien op deze satellietfoto.

© Earth Science and Remote Sensing Unit, NASA Johnson Space Center

Door de weinige sedimenten was alle overige grond arm en moeilijk te bewerken. Pas toen het waterpeil door het smeltende ijs slechts 16 meter onder het huidige kwam te liggen, werden er in de hele delta en de vertakkingen daarvan silt en modder afgezet en werd de grond overal langs de Nijl vruchtbaar.

De Amerikaanse geoarcheoloog en paleobioloog Daniel Stanley van het Smithsonian Institution heeft boorkernen van de bodem onderzocht. Die laten een dwarsdoorsnede van de bodemlagen zien, en daaruit blijkt dat de afzetting van silt bij de monding van de Nijl begon tussen 6500 en 5500 v.Chr. – precies de tijd waarin jager-verzamelaars op één plek gingen wonen. De vruchtbare grond maakte het mogelijk om het nomadische bestaan op te geven en de grond te gaan bewerken, concludeert Stanley.

Video: Bekijk de vruchtbare Nijl van dichtbij

Dat is een plausibele theorie, omdat we weten dat de geleidelijke stijging van het zeeniveau na de ijstijd ook delta’s vormde in Mesopotamië en langs de rivier de Jangtsekiang – plekken waar in dezelfde tijd belangrijke beschavingen ontstonden. En er vonden in die jaren nog meer veranderingen plaats.

Toen het klimaat 5000 à 6000 jaar geleden warmer werd, verruilden de mensen de woestijn, die te heet en te onvruchtbaar werd, voor gebieden met een betere toegang tot water, zoals het Nijldal en Mesopotamië. De migratie droeg bij aan deze ontwikkeling en legde de kiem voor het Egyptische rijk.

Egyptische wandschildering

Duizenden jaren lang verbeeldden de Egyptenaren o.a. de reis naar het dodenrijk in hun grafkamers, wat ons inzicht geeft in hun beschaving.

© Francesco Raffaele & Shutterstock

Van stenen bijlen tot machtselite

250.000 v.Chr.

De voorouders van de moderne mens leefden in het gebied dat nu Egypte heet. In de woestijn gevonden handbijlen getuigen van de eerste bewoners.

7000 v.Chr.

Mensen vestigen zich met zekerheid in Egypte. Ze laten sporen achter, waaronder paalgaten voor hutten, graanschuren, vuurplaatsen en gereedschap voor het malen van graan.

5000 v.Chr.

De nieuwe inwoners van de Nijlregio leggen ten noorden van het huidige Caïro de permanente bebouwing Tell el-Samara aan. Het is een van de oudste vaste nederzettingen van Egypte.

4500 v.Chr.

De Egyptenaren geven hun doden nu voorwerpen mee voor in het hiernamaals, waaronder bruine en rode schalen. Dat blijkt uit vondsten die zijn gedaan bij het huidige Badari in het zuiden van Egypte.

3800 v.Chr.

Er wonen steeds meer mensen langs de Nijl. Hierakonpolis in Zuid-Egypte wordt de belangrijkste stad. De bewoners van de regio leven van landbouw en veeteelt, aangevuld met jacht en visserij.

3600 v.Chr.

Het groeiende aantal inwoners maakt het nodig samenlevingen te organiseren langs de Nijl. Vondsten van graven met kostbare voorwerpen en machtssymbolen getuigen van de opkomst van een machtselite.

Op zoek naar antwoorden in Ethiopië

Daarnaast speelde de moesson een grote rol. Elk jaar valt deze hevige regen in juni op plekken waar zee en land bij elkaar komen in het tropische klimaat rond de evenaar. De moessonwind van zee waait dan over het Ethiopische Hoogland ten oosten van de Nijl, en verder over het vasteland.

Door het verschil in temperatuur en luchtdruk tussen de lucht van zee en de lucht boven land, ontstaan er extreme regenbuien, waardoor er in moessongebieden 6000 tot 12.000 millimeter regen per jaar valt.

Voor de Ethiopische kust beukt de wind, die veel vocht uit de Indische Oceaan bevat, tegen de bergen, die op sommige plekken wel 4550 meter hoog zijn. Als de moesson op de bergen en de koudere lucht van het hoogland stuit, valt er een stortvloed van regen boven de omringende groene vlakten en het Tanameer, een enorm meer in het noordwesten van het land. Vanuit dit meer stroomt het water de Blauwe Nijl in en verder noordwaarts naar Egypte, waar de rivier samenkomt met de Witte Nijl.

Nijl

Dankzij de Nijl was er een groene, vruchtbare strook in de dorre woestijn, waar een beschaving kon ontstaan.

© Shutterstock

De twee waterwegen gingen in de oudheid – vóór de aanleg van de Aswandam ten noorden van het Nassermeer de enorme natuurkracht inperkte – als één voortdurend aanzwellende rivier verder, die op den duur buiten zijn oevers trad en uiteindelijk 6800 kilometer van de oorsprong uitmondde in de Middellandse Zee.

Het vele water zette grote gebieden maanden onder water. Als het water zich uiteindelijk terugtrok, bleef er een dikke laag aarde achter die rijk was aan voedingsstoffen – ideaal voor het kweken van gewassen.

De Egyptenaren leerden al snel de overstromingscyclus optimaal te benutten. Doordat de Nijl elk jaar in dezelfde tijd overstroomde volgens een voorspelbaar patroon, konden ze hun landbouwpraktijk erop afstemmen. Het waterpeil van de rivier steeg in augustus en september en trok zich terug in oktober – het moment om de gewassen te planten. De planten groeiden en rijpten dan tot maart, wanneer in goede jaren de oogst begon. In slechtere jaren kon de oogst tot april of mei worden uitgesteld.

Egypte schildering oogst

De Egyptische beschaving kon ontstaan dankzij de jaarlijkse overstroming van de Nijl, waardoor landbouw mogelijk werd in de hete woestijn.

© Maler der Grabkammer des Sennudem

Om nog meer te kunnen profiteren van de Nijl legden de Egyptenaren irrigatiesystemen aan. Met behulp van simpele technieken en kanalen werd water van de overstroomde gebieden naar drogere regio’s geleid. Zo konden de boeren meer grond bebouwen en was er ook verder van de Nijl drinkwater beschikbaar.

Dankzij deze irrigatie konden de nederzettingen en het rijk groter worden. De vroegste afbeelding van een irrigatiesysteem komt voor op een reliëf op een stenen knotskop uit 3100 v.Chr., waarop de toenmalige farao, Schorpioen II, met een hak officieel een kanaal in het irrigatiesysteem opent.

Nijl maakt het leven voorspelbaar

Dankzij de regelmatige moesson had het Nijldal – anders dan de buurlanden, die afhankelijk waren van grilligere rivieren als de Eufraat en de Tigris – zelden te kampen met hongersnood of andere problemen door een tekort of teveel aan overstromingen. Bleef de regen een jaar uit, dan was dat echter een ernstige zaak.

Een berekening laat zien dat door een daling in de waterstand van slechts twee meter een derde van de Nijlvlakte droog bleef. Om erachter te komen hoe de Egyptenaren met jaren met weinig neerslag omgingen, onderzochten de wetenschappers de vroege nederzettingen. In een aantal ervan, zoals in Tell el-Samara en bij een meer in Fajoem in het noorden van Egypte, zijn ondergrondse voorraadkamers of silo’s opgegraven.

In Fajoem hebben de meeste silo’s een diameter van circa 1 meter en zijn ze 30 centimeter tot 1 meter diep – groot genoeg om flink wat eten in te bewaren en diep genoeg om dit effectief tegen zon en hitte te beschermen. Er zijn ook stevige, van stro gevlochten manden aangetroffen, waarin mogelijk voorraden graan en andere gewassen werden bewaard.

Inscripties en vondsten van piramiden en andere grootse bouwwerken uit de tijd van de farao’s laten er geen twijfel over bestaan dat het Egyptische rijk zich in korte tijd extreem goed ontwikkelde op het gebied van politiek en technologie.

De tijd vóór de eerste farao, de Proto-dynastieke Periode, kennen we pas goed dankzij opgravingen van de laatste jaren en nieuwe, geavanceerde technieken voor onder meer de datering en de analyse van organisch materiaal. We kunnen de ontwikkeling nu volgen vanaf het ontstaan van de boerensamenleving rond 5000 v.Chr. tot aan de eerste farao.

Opgravingen bij Fajoem en Merimde ten westen van de Nijldelta laten zien dat de eerste eenvoudige huizen waren opgetrokken uit vlechtwerk. Later werd er modder door het vlechtwerk gemengd, waardoor er een stevig, mortelachtig materiaal ontstond dat de Egyptenaren gebruikten als sterk fundament voor het onderste deel van de muren van het huis.

Clusters van huizen groeiden geleidelijk uit tot echte steden, en naar deze vroegste steden wordt nu wetenschappelijk onderzoek gedaan.

Egypte mand bewaren voorraad

Stromanden zijn een van de vroegste bewijzen dat de Egyptenaren overtollig voedsel bewaarden. Voorraden zijn cruciaal voor de groei van een beschaving.

© Shutterstock

300.000 potten op voorraad

Een van de steden die de onderzoekers interesseren is Hierakonpolis of Nechen in Zuid-Egypte. Dit was de hoofdstad van het eerste verenigde Egyptische rijk, dat in 3100 v.Chr. werd gesticht. De stad werd in het Westen beroemd toen de Fransman Vivant Denon in 1798 het gebied bereikte met de troepen van Napoleon.

Hij tekende de ruïnes en schreef zijn observaties op. Zijn verslagen leidden tot een golf van interesse voor het oude Egypte. De tekeningen verschenen in boeken en werden als motief gebruikt op de dinerborden van de latere keizer. De expeditie van Napoleon ontketende sowieso een haast manische belangstelling voor alles wat met het oude Egypte te maken had.

Bijna honderd jaar later was archeologie volop in de mode en gingen wetenschappers in drommen naar Egypte – onder andere naar Hierakonpolis – om naar meer sporen van de Egyptische beschaving te graven.

Pot gevonden bij de Nijl

Archeologen hebben bij de Nijl 7000 oude potten gevonden. Dat toont aan dat mensen zich hier permanent hebben gevestigd.

© Royal Pump Room & Shutterstock

De opgravingen in Hierakonpolis gaan nog steeds door, en dankzij moderne methoden is nu pas goed te zien hoe uitgebreid de stad ruim 5000 jaar geleden al was. Zo vonden Amerikaanse archeologen bij de laatste reeks opgravingen restanten van een pottenbakkerswoning. Het huis is waarschijnlijk door een ongeval bewaard gebleven. Volgens de wetenschappers is het vuur vanuit de oven in de werkplaats als gevolg van een harde windstoot naar het huis overgeslagen, dat daarop in brand zou zijn gevlogen.

Het vuur verhardde de aarde en de stenen van klei die het onderste deel van het huis vormden en veranderde palen en matten in houtskool en as, waar archeologen nu studie van kunnen maken.

Er werden ook resten gevonden van een groot aantal potten. De onderzoekers schatten dat er in totaal zo’n 300.000 moeten hebben gestaan, waarvan de pottenbakker een deel verkocht. De meeste waren kruiken of kookpotten van modder, dat in de buurt van de werkplaats voorhanden was.

Op sommige potten stond een halve maan, die met een vinger in de natte klei was getekend. Mogelijk was dit het waarmerk van de pottenbakker en zijn de tekens een voorloper van het schrift, de hiërogliefen, dat in de loop van het 4e millennium v.Chr. ontstond. Het huis is met behulp van koolstof 14-analyse gedateerd op circa 3600 v.Chr., en alles wijst erop dat er in Hierakonpolis al veel eerder dan gedacht op professionele, winstgevende wijze potten en kruiken werden geproduceerd.

Bierbrouwerij van formaat

Behalve de pottenbakkerswoning werd in de ruïnes van Hierakonpolis ook de eerste industriële bierbrouwerij ontdekt. Bier speelde een grote rol in het Egyptische rijk, waar de drank werd gebruikt om de dorst te lessen, een deel van het salaris vormde bij onder meer de bouw van de piramiden en bij belangrijke religieuze rituelen werd gedronken. In de brouwerij, die eveneens uit circa 3600 v.Chr stamt, stond een aantal enorme biervaten.

Ze bevatten nog steeds een glanzende, bruine substantie, die is onderzocht. Uit chemische analyses blijkt dat het gaat om resten bier dat werd gemaakt van gemoute, gebroken emmer met wat gerst, gezoet met fruit van de Ziziphus spina-christi, een groenblijvende plant uit de wegedoornfamilie met geelgroene bloemen en eetbare steenvruchten.

Egypte archeologische vondst bier

Uit vondsten blijkt dat er al rond 3800 v.Chr. bier werd gedronken in Egypte.

© DEA/G. NIMATALLAH/Getty Images & Shutterstock

De ontdekking getuigt niet alleen van een vrij geavanceerde beschaving, maar verrast ook op andere manieren. De bierresten hebben namelijk het beeld van de Egyptische brouwmethoden veranderd. Voorheen werd gedacht dat de Egyptenaren het bier lieten gisten door licht gebakken brood toe te voegen aan een mengsel van grofgemalen, in water geweekt graan.

Die theorie was gebaseerd op schilderingen uit het oude Egypte en de manier waarop in Egypte nu nog de lokale alcoholische drank bouza wordt gebrouwen. De vondsten in Hierakonpolis laten zien dat brood helemaal niet nodig was – de inwoners pasten een brouwproces toe dat doet denken aan brouwmethoden van nu. In grote vaten werd het graan gemout en gekookt, en door de warmte kwamen de suikers in het fruit vrij, wat het gistingsproces op gang bracht. Na de gisting werd het vocht gezeefd.

Archeologen schatten dat het in totaal zo’n twee dagen duurde voor de troebele, roodbruine drank klaar was. Het bier had waarschijnlijk een andere smaak dan nu, aangezien de Egyptenaren geen hop kenden. Wetenschappers vermoeden dat het bier eerder smaakte zoals wijn en dat het een heel laag alcoholpercentage had.

Bier was duizenden jaren lang een belangrijk alternatief voor water, dat vaak vervuild was en ziekten kon veroorzaken. Dat gold ook voor de Egyptenaren, die vermoedelijk al vóór de eenwording van Egypte in grote hoeveelheden bier produceerden.

De vondst in Hierakonpolis, de hoofdstad van Opper-Egypte, getuigt van een flinke bierproductie. In elke installatie stonden zes tot 16 vaten met een capaciteit van circa 75 liter. Daarmee kon zelfs de kleinste installatie elke twee dagen minstens 450 liter bier produceren – genoeg om 200 mensen van de lekkere, gezonde drank te voorzien.

Egypte bier brouwen

Graan was onontbeerlijk om te overleven. Maar de Egyptenaren brouwden er ook al vroeg bier mee. Het graan werd gemalen en geweekt om te gisten. De drank ging in potten.

© Egyptian Ministry of Antiquities & Shutterstock

Graan verenigt het rijk

In de tijd dat in Hierakonpolis al dat bier werd gebrouwen, waren de steden en dorpen in het Nijldal vergroeid tot een lint van bebouwing.

Niet lang daarna zou Egypte één rijk worden. Hoe dat ging, weten we nog niet precies. De meeste onderzoekers denken echter dat het contact tussen de steden en inwoners toenam doordat ze graan van plek naar plek vervoerden. Die behoefte ontstond onder meer als lokale voorraadschuren niet toereikend waren.

Waarschijnlijk hebben de mensen rond de Nijl al vroeg gemeenschappelijke, centrale graanschuren gebouwd, en we weten dat de tempels een soort distributiecentra waren, vanwaar overtollig graan naar plekken werd gestuurd waar een gebrek aan eten was. Het transport verliep meestal via de Nijl, die, afgezien van karavaanwegen, de enige route was via welke de Egyptenaren grote transporten konden laten verlopen. Het verkeer op de Nijl versterkte de band tussen de bevolking, zo vermoedt egyptoloog Fekri Hassan van het University College London.

Nubiërs piramiden

De Nubiërs kopieerden de Egyptische piramiden, maar in een kleiner formaat.

© Shutterstock

Hoe het ook zij, uit vondsten blijkt dat Egypte in het 4e millennium v.Chr. steeds eenvormiger werd. Van oudsher hadden het noorden en zuiden van het land een andere cultuur. In het noorden leefde de bevolking meer zoals haar buren. Veel mensen hadden huizen die waren ingegraven in de grond, net zoals in Palestina.

En import uit Syrië getuigt van een levendige handel met culturen uit het Middellandse Zeegebied. In Zuid-Egypte waren de bewoners meer geïsoleerd van de omgeving en ontwikkelden ze de cultuur die later karakteristiek zou worden voor Egypte.

In de loop van 1000 jaar groeiden de kleine boerensamenlevingen uit tot sterke beschavingen in respectievelijk Opper- en Neder-Egypte. In het zuiden handelden de Egyptenaren met Nubië, in het noorden met de andere rijken rond de Middellandse Zee.

We weten maar weinig over de gebeurtenissen die leidden tot de vereniging van Egypte en de erkenning van de eerste gemeenschappelijke farao. Maar aan de hand van vondsten kan een deel van het proces worden gereconstrueerd. Aan de grafgeschenken is te zien dat er in het zuiden gaandeweg een elite opkwam. Voorwerpen als beeldjes, beschilderde keramiek, hoogwaardige decoratieve stenen vazen, stenen paletten voor cosmetische producten en sieraden van goud, lapis lazuli en ivoor waren populair bij de voornaamste families van de Naqadacultuur, die rond 3800 v.Chr. in de omgeving van Hierakonpolis ontstond.

Eén rijke man in de stad werd zelfs begraven met wat volgens onderzoekers een particuliere dierentuin moet zijn geweest. Onder andere twee olifanten, twee krokodillen en een luipaard vergezelden de dode in het graf.

Egypte begrafenisritueel

Bij rijke graven met veel grafgiften denken we nu vooral aan farao’s, maar de traditie gaat terug tot de tijd voordat Egypte bijeengebracht werd onder één farao.

© The Granger Collection/Ritzau Scanpix

In de stad Hierakonpolis is bovendien de tot op heden oudste grafkamer met schilderingen ontdekt, van een begrafenisstoet en diverse symbolische scènes, zoals een man die een vijand neerslaat. Dit motief zou een thema worden in afbeeldingen van toekomstige farao’s.

Er zijn ook sterke aanwijzingen dat de eerste farao, Narmer, uit Hierakonpolis kwam. Volgens Manetho, een Egyptische priester die in de 3e eeuw v.Chr. een lijst van Egyptische dynastieën maakte, werden de twee delen van Egypte verenigd rond 3100 v.Chr. Het verhaal gaat dat dit het werk was van de gedreven krijger Narmer, die het hele land onderwierp en zichzelf uitriep tot de religieuze en wereldlijke leider van het rijk.

We kennen Narmer van het zogeheten Narmerpalet. Dit is een grote versie van de stenen paletten die de Egyptenaren gebruikten om kleurpoeders voor make-up te mengen, en volgens archeologen had het waarschijnlijk een ceremoniële functie in de tempel.

Op het palet staat Narmer, met op de ene kant de witte kroon die traditioneel bij het zuiden van Egypte hoort en op de andere kant de rode kroon van het noorden. Archeologen en egyptologen interpreteren de twee afbeeldingen zo dat Narmer uit Hierakonpolis in het zuiden van Egypte het noorden onderwierp en de twee rijken tot één maakte.

Egypte ivoren beeldjes van vrouwen met kinderen

Uit deze ivoren beeldjes van vrouwen met kinderen blijkt hoe bekwaam de kunstenaars van het vroege Egypte al waren.

© Gary Todd from Xinzheng, China & Shutterstock

Dit weten we zeker:

De Nijl was essentieel

  • Het land was al vóór de tijd van de farao’s rijk en vruchtbaar.

  • De mensen waren georganiseerd. Zo bewaarden ze graan voor slechte tijden.

  • De bewoners van het Nijldal waren goede ambachtslieden en kunstenaars.

  • De Egyptenaren gebruikten de Nijl om het land en de mensen te verbinden.

  • Delen van Egypte waren al vóór de farao’s politiek georganiseerd met een aantal machtige lokale heersers.

  • Rond 3000 v.Chr. werd Egypte naar alle waarschijnlijkheid één toen Opper- en Neder-Egypte werden verenigd onder dezelfde farao.

Vereniging levert meteen winst op

Het Narmerpalet werd door de Britse egyptoloog James E. Quibell gevonden bij opgravingen in Hierakonpolis in 1897 en 1898 en is rond de tijd dat Narmer leefde gemaakt. In 1993 ontdekte de Duitse egyptoloog Günter Dreyer bovendien in de stad Abydos een jaarlabel met hetzelfde motief als het Narmerpalet.

Jaarlabels werden in de eerste jaren van het Egyptische rijk gebruikt om potten of kisten met goederen te identificeren en bevatten naast een beschrijving van de inhoud ook de naam van de zittende farao en een beschrijving van een kenmerkende gebeurtenis uit dat jaar. Het jaarlabel bevestigt wat op het Narmerpalet staat: dat het rijk rond 3100 v.Chr. onder een farao werd verenigd.

Sommige onderzoekers denken dat de eenwording vreedzaam verliep, maar het Narmerpalet vertelt een ander verhaal. Op het palet staan diverse vijanden afgebeeld die door de soldaten van de nieuwe farao zijn gedood of geknecht.

Het 5000 jaar oude zogeheten Narmerpalet bevat enkele van de vroegste hiërogliefen en is een cruciale archeologische vondst. Het vertelt hoe Opper- en Neder-Egypte werden verenigd tot één rijk onder dezelfde farao.

© Creative Commons

Voorzijde

Op de ene kant staat Narmer met de witte kroon die Opper-Egypte symboliseert. Rechts van hem knielt een gevangene onder papyrusbloemen – het symbool voor het zuiden van Egypte, waar Narmer regeerde.

© Creative Commons

Achterzijde

De naam van de farao, Narmer, staat in hiërogliefen geschreven en hij draagt de rode kroon van Neder-Egypte (het noorden). Beide rijken aanbaden leeuwengoden met een slangenkop. Twee goden met verstrengelde nekken symboliseren de eenwording.

Als er een bloedige oorlog nodig was om Egypte te verenigen, was dat het de koning uit het zuiden wel waard. Zijn rijk was dan wel goed georganiseerd en welvarend en handelde met Nubië in het zuiden, de oases in de Westelijke Woestijn en culturen in het oosten van het Middellandse Zeegebied en het Nabije Oosten, maar er ontbrak één belangrijk aspect: toegang tot de Middellandse Zee.

Expansie naar het noorden van Egypte zou de steeds machtigere heersers rechtstreekse controle opleveren over de lucratieve handel met andere regio’s in het oosten van het Middellandse Zeegebied. En het was met name van belang om de controle te krijgen over de Nijl en het verkeer over de rivier. Dat creëerde de mogelijkheid om belasting te heffen op exotische grondstoffen, luxegoederen uit het zuiden en fraai handwerk – een noodzakelijke inkomstenbron voor heersers in het zuiden van het land.

Hoofdstad verhuist naar het noorden

Toen de eenwording een feit was, verplaatste Narmer de hoofdstad naar Thinis in het noorden. Deze stad is nog steeds een mysterie, want er zijn nog geen sporen van gevonden. Maar hij heeft naar alle waarschijnlijkheid wel bestaan, want hij wordt door relatief betrouwbare bronnen beschreven, zoals de historicus Manetho uit de 3e eeuw v.Chr., die Thinis het ‘centrum van de confederatie’ noemt.

Thinis werd de regeringszetel van de Egyptische farao’s. De eerste farao waarvan fysieke sporen zijn gevonden, is Hor Den. Zijn graf ligt in de buurt van Abydos, en hij was de eerste die zichzelf ‘koning van Neder- en Opper-Egypte’ noemde. De regering van Hor Den was het begin van de Egyptische dynastieën, die duizenden jaren zouden heersen. Zijn naam betekent ‘hij die water brengt’. De Nijl was definitief het fundament van het nieuwe rijk geworden.

Egypte Farao Hor Den

Farao Hor Den is de eerste van wie we zeker weten dat hij regeerde over een verenigd Egypte. Hier zie je hem een invasie neerslaan van een steppevolk uit het oosten.

© Creative Commons

Weer later werd de hoofdstad verplaatst naar Memphis, en toen begon de echte bloeitijd van Egypte. De tijd staat in de Egyptische geschiedenis bekend als het Oude Rijk en overspant vijf eeuwen vanaf circa 2700 v.Chr. In deze periode krijgt het Egypte dat we kennen uit de geschiedenisboeken, vorm.

Het mummificeren wordt geperfectioneerd, de hiërogliefen ontwikkelen zich en de Egyptische godenwereld krijgt een grote rol in de samenleving. Het meest kenmerkend voor het Oude Rijk is dat toen de tijd van de piramiden begon. De steeds machtigere en rijkere farao’s wilden grafmonumenten bouwen die die van hun voorgangers overtroffen.

De bouw van de piramiden vergde zo veel rijkdom, arbeidskrachten en organisatievermogen dat ze hét bewijs vormen dat Egypte van een simpele nomadische samenleving met kleine stammen langs de Nijl uitgroeide tot een van de eerste en machtigste beschavingen op aarde – dankzij klimaatverandering, ambitie en het vermogen om voedsel op te slaan. Op basis van die drie dingen brak er een nieuwe tijd aan. Verenigd onder de farao bloeide er een grote, rijke beschaving op, met prachtige bouwwerken, graven en paleizen langs de Nijl en in de woestijn.

Het Egyptische rijk was een feit.

© HISTORIA

MYSTERIES

Dit artikel komt uit de reeks MYSTERIES. Elk deel duikt in raadsels uit het verleden, van de tempeliers tot de occulte wereld van de nazi’s.

Bekijk alle titels en bestel ze hier: www.historianet.nl/mysteries