Fenicië was een grote zeemacht

De Feniciërs – Heersers van de Middellandse Zee

Eeuwen voordat de Grieken en Romeinen hun eigen land verlieten, heerste een van de kleinste volken uit de geschiedenis – de Feniciërs – over de Middellandse Zee. Op zoek naar nieuwe markten en grondstoffen voeren ze rond Afrika en bereikten ze zelfs Engeland.

Eeuwen voordat de Grieken en Romeinen hun eigen land verlieten, heerste een van de kleinste volken uit de geschiedenis – de Feniciërs – over de Middellandse Zee. Op zoek naar nieuwe markten en grondstoffen voeren ze rond Afrika en bereikten ze zelfs Engeland.

Mary Evans

De Feniciërs woonden in stadstaten langs de oostkust van de Middellandse Zee. De Fenicische cultuur ontstond rond 1200 v.Chr. in het huidige Libanon en bleef bestaan tot 332 v.Chr., toen [Alexander de Grote] (https://historianet.nl/oorlog/grote-namen-uit-de-oorlog/alexander-de-grote-was-geboren-voor-succes) de belangrijkste Fenicische steden veroverde.

De Feniciërs waren uitstekende handelaren en zeelieden. Ze stichtten talloze koloniën langs een groot deel van de Middellandse Zee, waar ze hun kostbare handelswaren vandaan haalden.

Lees hier meer over de opkomst en ondergang van Fenicië.

Op een warme zomerdag rond 600 v.Chr. vertrekt een kleine groep schepen vanuit een Egyptische haven aan de Rode Zee naar het zuiden.

De Egyptische farao Necho II heeft besloten een expeditie te sturen om te kijken of het mogelijk is om rond Afrika te varen.

Op die manier wil hij een route vinden die hij zowel strategisch als economisch kan benutten.

Voor deze belangrijke, maar gevaarlijke opdracht heeft de farao daarom een speciale bemanning uitgekozen van de allerbeste zeelieden van die tijd: Fenicische zeelieden, ervaren door hun ontelbare reizen over alle – toen bekende – oceanen.

De schepen varen naar het zuiden, omzeilen de Hoorn van Afrika en vervolgen hun weg langs de kust voorbij de evenaar. Als de herfst komt, gaan ze voor anker en slaan hun kamp op voor de winter.

Ze zaaien graan en terwijl ze wachten, repareren ze hun schepen om klaar te zijn voor de volgende zomer. Als het graan rijp is, oogsten ze en varen ze verder met hun nieuwe voorraad.

Ze volgen de kustlijn rond het continent tot ze drie jaar later de vertrouwde wateren langs de Atlantische kust van Noord-Afrika bereiken. Even later varen ze door de Straat van Gibraltar bij Spanje en volgen de kust terug naar Egypte.

De zon was het bewijs

Het verhaal van de Fenicische ronding van Afrika wordt 150 jaar later beschreven door de Griekse historicus Herodotus.

‘Ze vertelden – ik geloofde het natuurlijk niet, anderen wel – dat zij de zon aan hun rechterhand hadden terwijl ze rond Libië (Afrika) reisden,’ schreef Herodotus.

De beschrijving van de Feniciërs over de stand van de zon is echter het sterkste bewijs dat hun verhaal klopte en dat ze echt helemaal rond Afrika gevaren zijn. Ze wisten toen nog niet dat de zon op het noordelijk halfrond altijd ten zuiden van het zenit voorbijkomt – dus links, terwijl de zon op het zuidelijk halfrond altijd ten noorden ervan voorbijkomt – dus rechts.

De Feniciërs rondden dus het hele Afrikaanse continent, 2100 jaar voordat de Portugese ontdekkingsreiziger Vasco da Gama dat namens de Europeanen deed.

Een ooggetuigenverslag van de Fenicische expeditie zou tegenwoordig van onschatbare waarde zijn. Maar zoals zo vaak schreven de geheimzinnige Feniciërs geen woord over de expeditie.

Slakken maakten de Feniciërs steenrijk

De kleurstof paars wordt gewonnen uit de murex-zeeslak

De Feniciërs maakten een paarse kleurstof van de murex-zeeslak.

© dk-images

De naam ‘Feniciërs’ is afgeleid van de kostbare paarse kleur die ze uit zeeslakken haalden.

Het woord ‘Feniciërs’ komt uit het Grieks en betekent ‘de roden’. Dit verwijst naar de paarse kleur die handelaren vanaf de kust van het huidige Libanon naar de hele mediterrane wereld exporteerden.

De kleurstof kwam uit een kleine zeeslak en werd voornamelijk gebruikt om stoffen te verven. De kleur was zo gewild dat hij zijn gewicht in zilver waard was. Zo werd paars een symbool van rijkdom en macht in het hele Middellandse Zeegebied.

Een legende vertelt dat de kleur werd ontdekt toen een herder zijn hond uitliet in de buurt van de stad Tyrus.

De hond beet in een slak, waarop zijn bek verkleurde. De Feniciërs noemden zichzelf geen Feniciërs, maar Kanaänieten.

Feniciërs noodgedwongen de zee op

De Feniciërs waren vanaf het begin verbonden met de zee.

De eerste keer dat dit geheimzinnige volk van zich liet horen, was rond 1200 v.Chr., toen een aantal steden langs de oostkust van de Middellandse Zee samen gingen werken en uiteindelijk uitgroeiden tot een van de belangrijkste handelscentra tussen oost en west.

‘Alle zeeschepen kwamen naar u toe om handel te drijven vanwege uw rijkdom.’ De profeet Ezechiël over Fenicië

De drie belangrijkste Fenicische steden, Tyrus, Sidon en Byblos, lagen langs de kustlijn van wat nu Libanon is, ingeklemd tussen de zee en de bergketens een paar kilometer landinwaarts.

Aan de andere kant van de bergen heersten de twee grootmachten van die tijd: het Hettitische Rijk in het huidige Irak en de machtige Egyptenaren langs de Nijl. Toen de Fenicische bevolking groeide, ontstond er een tekort aan landbouwgrond en moesten de Feniciërs de zee op.

Fenicisch steenreliëf van een schip

De Feniciërs schreven nauwelijks over zichzelf. Maar archeologen hebben wel veel Fenicische steenreliëfs gevonden die vertellen over hun avontuurlijke leven op zee.

© Lessing Archive

Het gebied dat Fenicië werd genoemd was erg vruchtbaar, maar beschikte over gewilde handelswaren zoals cederhout uit de bossen in de bergen en een paarse kleurstof die gewonnen werd uit zeeslakken.

Hiermee – naast een geavanceerde textielproductie, sierlijke metalen voorwerpen, glas en keramiek – konden de Feniciërs een handelsnetwerk opbouwen dat tot zich ver buiten de grenzen van de in die tijd bekende wereld uitstrekte.

Ben je geïnteresseerd in historische beschavingen? Lees dan ook ons artikel over de Azteken.

De beste zeelieden van de Middellandse Zee

Vanwege de opvallende ligging en constante dreiging van buitenaf moest het volk al zijn technische inzicht en mentale reserves aanboren om te overleven.

Hierdoor ontwikkelden ze zich tot de beste scheepsbouwers van het Middellandse Zeegebied.

De Feniciërs waren vooral bekend om hun grote vrachtschepen, die vanwege hun ronde vormen ook wel ‘badkuipen’ werden genoemd.

Feniciërs varen met boomstammen van cederhout

De cederbossen in Libanon waren een goudmijn voor de Feniciërs, die het hout naar hun buurlanden exporteerden. Hier zie je een Fenicisch schip dat houtstammen (gele pijl) sleept.

© Ullstein Bild

De houten schepen konden tot 30 meter lang en zes of zeven meter breed zijn. De grootste konden tot 50 ton vracht over lange afstanden vervoeren.

Ze werden voortbewogen door een groot vierkant zeil en hadden een gemiddelde snelheid van 2-3 knopen. Als de wind goed stond, konden ze 150 kilometer per dag afleggen.

De voorsteven van Fenicische schepen was altijd versierd met een figuur, om het schip te beschermen tegen zeemonsters.

In dezelfde tijd ontwikkelden de Feniciërs een oorlogsgalei, lang en smal met twee rijen banken voor de roeiers. De bemanning van deze bliksemsnelle galeien hing de schilden aan de buitenkant van het schip – net als de Vikingen later.

Fenicië wordt een handelsimperium

Fenicische handelsschepen verschenen al snel langs de hele Middellandse Zee.

Volgens Herodotus legden de Fenicische handelaren hun goederen op het strand als ze een onbekende kust bereikten. Daarna gingen ze weer aan boord en staken een vuur aan waar veel rook bij vrijkwam.

De lokale bevolking kwam dan naar het strand en legde goud bij de goederen, waarna ze weer verdwenen. De Feniciërs zeilden vervolgens terug naar de kust om het goud te inspecteren.

‘Als ze het goud genoeg vonden voor hun producten, namen ze het mee. Zo niet, dan gingen ze weer aan boord van hun schip en wachtten. Dan kwamen de lokale bewoners weer terug en legden meer goud neer, tot het genoeg was.’

Zo werd het eerste contact gelegd, en niet veel later waren de zeehandelaren langs de hele Middellandse Zee bekend – en werden de steden in Fenicië steenrijk.

‘Alle zeeschepen kwamen naar u toe om handel te drijven vanwege uw rijkdom. Mensen uit Perzië, Lydië en Put zaten als soldaten in uw leger en gaven u glans,’ schrijft de profeet Ezechiël in het Oude Testament.

Feniciërs vonden het alfabet uit

Fenicisch alfabet.

De Feniciërs moesten hun boekhouding op een simpele manier vastleggen. Daarom vonden ze een alfabet uit – zonder klinkers – waaruit ons huidige alfabet is ontstaan.

© Shutterstock

Alfabet met 22 tekens

De belangrijkste bijdrage van de Feniciërs aan de wereldgeschiedenis was hun alfabet.

Fenicisch is een ontwikkeling van vooral het Egyptisch.

Het lukte de Feniciërs echter om de ontelbare tekens van de Egyptenaren terug te brengen tot slechts 22 – één voor elke medeklinker.

Deze vereenvoudigde schrijftaal was ideaal voor een mobiele, zeevarende natie. Hiermee werd het veel eenvoudiger om een boekhouding bij te houden van alle producten die ze overal verkochten.

Na verloop van tijd lieten verschillende volkeren waarmee de Feniciërs contact hadden zich inspireren door dit alfabet.

Het Aramees nam het Fenicische medeklinkersysteem over en breidde het uit met een aantal klinkers. Het Aramees zou later een belangrijk basis worden voor de ontwikkeling van het Arabische alfabet.

Ook de Grieken kenden het Fenicische alfabet en pasten dezelfde methode toe op hun eigen alfabet – ook hier weer met de toevoeging van klinkers.

Via het Latijn, dat zowel direct als indirect is afgeleid van het Grieks, maakt deze ingenieuze en pragmatische uitvinding van de Feniciërs nu ook deel uit van onze taal.

Toen de handelsroutes langer en langer werden, en zich uiteindelijk uitstrekten van Fenicië in het oosten tot Spanje in het westen, beseften de Feniciërs dat ze steunpunten langs de Middellandse Zeekust nodig hadden.

En dus stichtten ze rond 820 v.Chr. de kolonie Kition op Cyprus, waar grote kopermijnen lagen.

Maar het eiland was ook een belangrijk knooppunt met het westen. Kition werd dan ook een van de eerste van de meer dan 300 kolonies en handelsposten die de Feniciërs de eeuwen erna langs de Middellandse Zeekust vestigden.

Kaart van de Fenicische gebieden langs de Middellandse Zee

De Fenicische gebieden en koloniën lagen verspreid langs grote delen van de Middellandse Zee.

© HISTORIA

Feniciërs heersten over de Middellandse Zee

De Feniciërs verzamelden kostbare grondstoffen duizenden kilometers van hun thuisland.

Fenicië was het thuisland

De Fenicische expansie begon rond 1200 v.Chr. in Fenicië – het huidige Libanon. Hiervandaan begonnen ze de Middellandse Zee te verkennen en koloniën te stichten.

Carthago werd een grootmacht

Rond 800 v.Chr. stichtten de Feniciërs de kolonie Carthago, die uitgroeide tot een absolute grootmacht. En dus ging Carthago de strijd aan met de Grieken en Romeinen.

Het Spaanse Fenicië

De Feniciërs stichtten ook een aantal belangrijke koloniën in Spanje, waar ze zilver en koper wonnen.

Handel met Oost-Afrika

De Feniciërs haalden goederen uit o.a. Somalië via Egyptische havens langs de Rode Zee.

Handel met Egypte

De Feniciërs hadden een nauwe band met de Egyptenaren, die veel Fenicisch hout importeerden.

Handel met West-Afrika

Langs de Afrikaanse westkust lagen Fenicische koloniën.

Tin uit Engeland

Rond 500 v.Chr. zeilden de Feniciërs helemaal naar Engeland om tin te kopen.

De Grieken en Romeinen haatten de Feniciërs

De Grieken en Romeinen werden na verloop van tijd geduchte concurrenten van de Feniciërs. Dit leidde uiteindelijk tot een ‘wereldoorlog’.

Schepen navigeren op de Poolster

Maar het succes van de Feniciërs kwam hun niet aanwaaien. Hun expedities op de 2,5 miljoen vierkante kilometer grote Middellandse Zee, die voor hen net zo onbekend was als het maanoppervlak voor ons, kostte ongetwijfeld talloze zeelieden het leven.

Feniciërs bereiken haven met goederen

De Fenicische schepen zaten vol goederen die de meeste mensen nog nooit hadden gezien. Maar de Feniciërs vertelden niet waar hun spullen vandaan kwamen. Zelfs als de Feniciërs hun reizen beschreven, waren ze zo vaag dat het onmogelijk was om te raden waar ze waren geweest.

© Mary Evans

Om zo min mogelijk te verdwalen, voeren de Feniciërs meestal langs de kust.

Zo konden ze gemakkelijker hun weg vinden en vermeden zij de gevaren van de open zee. Toch werden de Feniciërs regelmatig gedwongen om de open zee op te gaan, bijvoorbeeld om naar Sicilië of Cyprus te varen – een reis die dagen en nachten kon duren.

De Feniciërs stonden bekend als uitstekende zeelieden omdat ze, onder andere, ook ’s nachts konden varen – en daarvoor moesten ze de nachthemel kennen.

Veel wetenschappers denken daarom dat de Feniciërs de eersten waren die op de Poolster navigeerden. Dit wordt ondersteund doordat de ster in de Griekse oudheid ‘phoinike’ werd genoemd, wat verwijst naar het Griekse woord voor Feniciërs: phoinikes.

Feniciërs tegen de Grieken

Aan het einde van de 9e eeuw v.Chr. hadden de Feniciërs permanente koloniën langs de hele Noord-Afrikaanse kust, op Sicilië, Sardinië en vooral in Spanje.

Hier bevond zich de belangrijkste Fenicische kolonie, Gadir, nu Cádiz in het zuidwesten van Spanje. De kolonie, even buiten Gibraltar – of zoals het in de oudheid bekend stond, de Zuilen van Hercules – groeide uit tot een schitterende stad.

Dit kwam niet alleen door het feit dat het een belangrijke haven was voor de export van Spaans koper en zilver, maar ook doordat ze vanwege de ligging, samen met de kolonie Lixus aan de Afrikaanse kant, de toegang tot de Straat van Gibraltar controleerde.

Zo konden de Feniciërs hun concurrenten buiten het westelijke deel van de Middellandse Zee houden. Dat gold vooral voor de Grieken, met wie de Feniciërs vanaf de 8e eeuw v.Chr. een kolonisatiewedloop voerden.

De Griekse emigranten richtten zich in het begin echter vooral op Zuid-Italië en Sicilië. Op Sicilië leidde dit regelmatig tot conflicten tussen Griekse en Fenicische kolonisten, waarna de Grieken rond 580 v.Chr. probeerden om de Feniciërs voorgoed van het eiland te verdrijven.

De Fenicische koloniën konden nauwelijks weerstand bieden aan de agressieve Grieken.

Ze waren gebouwd voor de handel, niet voor oorlog. En de Fenicische koloniën konden niet rekenen op hulp van hun thuisland. De nieuw-Babylonische koning Nebukadnezar was met zijn leger Fenicië binnengevallen en bedreigde de Fenicische steden.

Maar toen wierp een nieuwe speler zich plotseling in de strijd om Sicilië – de Fenicische kolonie Carthago.

Carthago wordt een grootmacht

Net als veel andere Fenicische steden werd Carthago in de jaren 800 v.Chr. gesticht door de Fenicische stad Tyrus. De kolonie lag in het huidige Tunesië en kreeg de naam Qart Hadasht, wat ‘de nieuwe stad’ betekent.

In de eeuwen daarna groeide de stad snel in omvang, invloed en – zeker niet onbelangrijk – in rijkdom.

In tegenstelling tot de andere Fenicische koloniën was Carthago nooit afhankelijk geweest van de hulp van de moedersteden in Fenicië, maar had het systematisch een eigen leger van huurlingen opgebouwd.

De stad was dus sterk genoeg om de beschermende rol van de Fenicische moedersteden in het westen van de Middellandse Zee over te nemen.

In de eeuwen daarna golfde de strijd om het strategisch belangrijke Sicilië op en neer tussen de Grieken en de Carthagers – zonder dat deze werd beslist.

Hoewel Carthago in veel opzichten oorlogszuchtiger was dan de steden in Fenicië, bleef het zijn handelsimperium uitbreiden.

Terwijl ze vocht tegen de Grieken, vergrootte de stad haar invloed op de handel in het westelijke Middellandse Zeegebied. Maar de nieuwe supermacht had nog grotere ambities.

Feniciërs ontdekten Afrika

Rond 500 v.Chr. vertrokken twee grote ontdekkingsreizen vanuit Carthago op zoek naar nieuwe inkomstenbronnen. Een van deze expedities werd geleid door koning Hanno, die met zijn schepen langs de westkust van Afrika zocht naar goud.

Fenicische expeditie rond Afrika en koning Hanno’s reis naar Gabon

De Feniciërs verkenden het Afrikaanse continent via het land en via de zee.

© HISTORIA

Ze kwamen waarschijnlijk niet veel verder dan rond de evenaar bij het huidige Gabon. Maar ze hadden een avontuurlijke reis, zoals we kunnen lezen in de beschrijving op de stele die Hanno zelf bij zijn terugkeer liet maken.

In de tekst vertelt Hanno hoe de expeditie aankwam op een eiland met een meertje, waar een aantal merkwaardige wilde mannen rondliepen.

‘Ze hadden harige lichamen en de tolken noemden ze ‘‘gorilla’s’’. We achtervolgden ze, maar we konden de mannen niet pakken. Zij ontsnapten allemaal door steile hellingen te beklimmen en zich met stenen te verdedigen. Maar we vingen drie vrouwen die hun bewakers beten en krabden, en weigerden ons te volgen. Dus doodden we ze, vilden ze en namen ze mee terug naar Carthago.’

Tekening van gorilla
© Alamy

Koning Hanno’s reis naar Gabon

Rond 500 v.Chr. voer de Carthaagse Hanno langs West-Afrika. Hier kwam hij een dier tegen dat ‘gorilla’ werd genoemd.

Standbeeld van de Griekse historicus Herodotus
© Wikimedia Commons

Fenicische expeditie van farao Nechos

Volgens Herodotus voeren de Feniciërs rond 600 v.Chr. rond Afrika – meer dan 2000 jaar vóór Vasco da Gama.

Wetenschappers weten niet of het echt om gorilla’s ging, of dat de Carthagers bijvoorbeeld pygmeevrouwen hebben vermoord. Maar toen zoölogen de grote primaten in hun systemen moesten passen, gaven ze die de naam die Hanno in zijn verslag had genoemd.

Rond dezelfde tijd beschrijft de Carthaagse kapitein Himilco zijn reis naar wat volgens wetenschappers de Britse eilanden moeten zijn geweest.

Hij vertelt over zeemonsters en andere uitdagingen – genoeg om Griekse concurrenten ervan te weerhouden de reis zelf te maken. Met deze reis wilde hij namelijk een nieuwe handelsroute vinden om tin naar Carthago te halen.

Het einde van de Fenicische handelaren

Carthago beheerste de Middellandse Zee tot 241 v.Chr. Toen werd de stad verslagen door de nieuwste mediterrane macht, Rome, in de eerste Punische Oorlog. Na de nederlaag moest Carthago Sicilië en Sardinië opgeven.

‘Overigens ben ik van mening dat Carthago vernietigd moet worden.’ Cato de Oudere, Romeinse senator

In 218 v.Chr. kwamen de twee machten opnieuw met elkaar in conflict, waarbij Carthago Spanje verloor.

Maar de stad was zo machtig dat de Romeinse senator Cato de Oudere 60 jaar later besloot dat de stad nog steeds een bedreiging voor Rome was. Daarom sloot hij al zijn toespraken in de Romeinse senaat af met de woorden: ‘Overigens ben ik van mening dat Carthago vernietigd moet worden.’

In 146 v.Chr. kreeg Cato eindelijk zijn zin – een groot Romeins leger maakte Carthago met de grond gelijk. Hiermee kwam een einde aan het avontuurlijke verhaal van de mysterieuze Feniciërs – heersers van de Middellandse Zee.