Schilderingen uit een Azteekse tempel in Teotihuacan

De Azteken - wie waren de Azteken?

De Azteken bouwden enorme piramiden en offerden wel 20.000 mensen per jaar aan hun bloeddorstige goden. In dit rijk in het huidige Mexico woonden miljoenen mensen, maar enkele tientallen jaren na de komst van de Spanjaarden in 1519 was er niets meer van het Azteekse Rijk over.

De Azteken bouwden enorme piramiden en offerden wel 20.000 mensen per jaar aan hun bloeddorstige goden. In dit rijk in het huidige Mexico woonden miljoenen mensen, maar enkele tientallen jaren na de komst van de Spanjaarden in 1519 was er niets meer van het Azteekse Rijk over.

Shutterstock

Wie waren de Azteken?

De Azteken waren een indianenvolk dat van de 14e eeuw tot de 16e eeuw heerste over grote gebieden in Mexico.

Volgens hun legenden waren de Azteken in de 13e eeuw weggetrokken uit hun thuisland Aztlan, in het noorden van Mexico.

De exacte locatie van Aztlan is nog steeds onbekend, maar de Azteken keerden hun geboortestad de rug toe en zochten een nieuwe plek in het zuiden.

Archeologen denken nu dat Aztlan getroffen werd door een enorme droogte, waardoor de stammen gedwongen werden te vertrekken.

Mexcaltitan

Het kunstmatige eilandje Mexcaltitán aan de westkust van Mexico is volgens archeologen Aztlan, de bakermat van de Azteken. Mexcaltitán heeft archeologische kenmerken gemeen met de beroemde hoofdstad van de Azteken, Tenochtitlan.

© Luis Méndez Covarrubias

In 1325 kwamen de Azteken aan in een vruchtbare vallei rond het huidige Mexico-Stad. Hier lag een moerassig eiland omringd door het meer Texcoco.

Ze zagen hier een teken van hun oorlogsgod, Huitzilopochtli: een adelaar op een cactus met een slang in zijn klauwen, en ze besloten hier hun nieuwe hoofdstad, Tenochtitlan, te stichten.

Wanneer leefden de Azteken?

Van 1325 tot 1521 groeide het Azteekse Rijk uit van een kleine stadstaat tot een grootmacht.

Kaart van het Azteekse Rijk

Het Azteekse Rijk groeide rap in de laatste helft van de 15e eeuw en het begin van de 16e eeuw, vooral onder de twee heersers Moctezuma I (1440-1469) en Moctezuma II (1502-1519).

© Maunus

De Azteken grepen pas echt de macht in 1427. Hun heerser Itzcoatl vormde een bondgenootschap met nabijgelegen steden en hij verdreef de Tepanecs, de machtigste stam rond het Texcocomeer.

Gedurende de volgende 100 jaar werd het Azteekse Rijk groter en groter.

Hun hoofdstad, Tenochtitlan, groeide vast aan de naburige stad Tlatelolco en werd het handelscentrum voor de hele regio. Iedere dag kwamen er zo’n 60.000 mensen om handel te drijven op de markt.

Er woonden ongeveer 200.000 Azteken permanent in Tenochtitlan. Ter vergelijking: in Londen, de dichtstbevolkte stad van Europa, woonden toen nog geen 100.000 mensen.

Welke religie hingen de Azteken aan?

De Azteken vereerden meer dan 200 goden.

Dee belangrijkste waren de oorlogs- en zonnegod Huitzilopochtli, de regengod Tlaloc en de godin van de dood Mictecacihuatl, voor wie de Azteken elk jaar een lang feest hielden.

De Azteekse god Huitzilopochtli

De Azteekse god Huitzilopochtli afgebeeld in de Codex Telleriano Remensis.

© Wikicommons

De wereld van de doden bestond uit verschillende koninkrijken.

Als een man sneuvelde in de strijd, kwam hij terecht in de prestigieuze dodenwereld voor soldaten. Hier gingen ook vrouwen heen die stierven in het kraambed, omdat ze eervol waren gestorven op hun eigen slagveld.

‘Er gaat niets boven sterven in de strijd, er gaat niets boven een mooie dood. Het behaagt hem die leven geeft,’ zo leerden de Azteken op school.

Waarom offerden de Azteken mensen?

20.000. Zoveel mensen offerden de Azteken volgens archeologen jaarlijks aan hun hogere machten toen het rijk op zijn hoogtepunt was.

Er werd bloed vergoten boven op de reusachtige stenen piramiden in de hoofdstad Tenochtitlan en de oudere ruïnestad Teotihuacan.

Een van de meest beestachtige rituelen was ter ere van de zon- en oorlogsgod Huitzilopochtli.

Slachtoffers moesten in totaal 114 treden beklimmen aan de voorzijde van de grote piramide Templo Mayor in het hart van Tenochtitlan. Eenmaal boven sneed een priester het hart van de levende slachtoffers eruit, waarna het dode lichaam weer van de trap af werd gegooid.

De mensenoffers van de Azteken

De Azteken plaatsten de hoofden van de slachtoffers op een houten standaard, een ‘tzompantli’. Volgens Andrés de Tapia, die deelnam aan de verovering van het Azteekse Rijk in 1519-1521, stonden er 136.000 schedels tentoongesteld in het centrum van de hoofdstad Tenochtitlan.

© John Carter Brown Library

In de op één na grootste stad van het Azteekse Rijk, Teotihuacan, werden ook offers gebracht aan de goden.

Hier stonden grote piramiden gewijd aan o.a. de zon en de maan. De trappen waren iedere dag rood van het bloed.

Krijgsgevangenen eindigden meestal op de bloedige altaren van de Azteken.

Soms hadden de Azteken echter geen gevangenen meer en dan organiseerden ze een ‘bloemenoorlog’, waarbij krijgers vrijwillig tegen elkaar streden en de verliezers werden geofferd.

Na de mensenoffers werden de ingewanden van de doden aan dieren gegeven, terwijl het lichaam soms in een rituele ceremonie werd opgegeten door de krijger die het slachtoffer gevangen had genomen.

Waarom stierven de Azteken uit?

De beestachtige offers aan de goden werden nieuws in Europa toen de Spaanse ontdekkingsreiziger Hernán Cortés en een leger van ongeveer honderd man in 1519 in de hoofdstad van de Azteken aankwam.

De Spanjaarden zagen met eigen ogen hoe bij mensen de borstkas werd opengesneden en hun hart eruit werd gerukt.

Hernán Cortés was naar het nieuwe continent gereisd om de heidenen te dwingen het christendom te omarmen – en hun rijkdommen te stelen.

De Spaanse veroveraar sloot al snel bondgenootschappen met een aantal vijanden van de Azteken en in slechts twee jaar veroverde hij het hele Azteekse Rijk.

De Azteken stierven echter niet door de wapens van de Spanjaarden. De Europeanen brachten onbewust bacteriën en micro-organismen mee, en het resultaat was rampzalig.

Ziekte in het Azteekse Rijk

Een van de ziektes waar de Azteken zwaar door werden getroffen, waren de pokken. Deze ziekte hield in 1520 vreselijk huis in Tenochtitlan, waar in slechts één jaar tijd 40% van de bevolking overleed.

© Shutterstock

Niet lang na aankomst van de Spanjaarden was meer dan 90% van de oorspronkelijke 25 miljoen inwoners van het Azteekse Rijk door ziekten weggevaagd.