Sommige patiënten van Walter Freeman stierven aan een hersenbloeding na een lobotomie.

Heroïne helpt tegen hoesten

Mummiepoeder tegen maagzweren, wormeneitjes tegen overgewicht en heroïne tegen hoesten. Aan creativiteit geen gebrek wanneer artsen en kwakzalvers de strijd tegen ziekten aangaan.

21 april 2013

Heroïne hielp tegen hoesten

Rond 1900 was heroïne bij de meeste apotheken vrij verkrijgbaar.

© Corbis/Polfoto/Bayer AG

Toen heroïne in 1898 op de markt kwam, was het volgens de Duitse geneesmiddelenfabrikant Bayer een probaat en goedkoop middel tegen hoesten, verkoudheid en pijn.

Ook kon heroïne de vele mensen die verslaafd waren geraakt aan de pijnstiller morfine hiervan afhelpen.

In de laboratoria van Bayer had een team scheikundigen onder leiding van Heinrich Dreser in 1895 ontdekt dat de stof diacetylmorfine een betere en sterkere pijnbestrijder was dan morfine.

Het wondermiddel werd heroïne genoemd, naar het Griekse woord heros (held), omdat de gebruikers na inname moedig en kwiek werden.

De stof werd onder meer gebruikt tegen bronchitis en bij kinderen met een vastzittende hoest.

Met name in de VS sloeg het middel al snel aan, en de firma Bayer verdiende een fortuin. Maar de patiënten begonnen te klagen over verslaving.

In het lichaam bleek diacetylmorfine in morfine  omgezet te worden. In 1914 werd het gebruik van heroïne in de VS aan banden gelegd, en in 1925 werd het verboden als geneesmiddel.

Werking: Diacetylmorfine is pijnstillend, maar sterk verslavend bij regelmatig gebruik. Een overdosis kan tot de dood leiden.

Vocht uit ontstoken longen afgevoerd

Door wat ribben weg te halen konden pus en vloeistof uit de longen afgevoerd worden.

© Natl. museum of health & Medicine/Otis Historical Archives

Longontsteking kan leiden tot een opeenhoping van vocht in de longen. Dit maakt ademhalen moeilijk, en zonder behandeling kunnen patiënten hieraan overlijden.

De vader van de geneeskunde, de Griek Hippocrates, bedacht daarom een manier om het vocht uit de longen te laten lopen door de borstkas open te snijden.

Ruim 2000 jaar later deden Europese en Amerikaanse artsen inspiratie op bij Hippocrates toen ze een middel tegen de griep zochten, die in 1917 en 1918 wereldwijd 50 à 100 miljoen slachtoffers had gemaakt.

In de Eerste Wereldoorlog verspreidde de ziekte zich snel op Amerikaanse militaire bases, en de artsen moesten een methode vinden om het vocht vlot uit de longen van grieppatiënten te krijgen.

Hiertoe verwijderden ze eenvoudigweg de ribben die in de weg zaten.

Werking: De longen werden gedraineerd, maar de meeste patiënten stierven aan een klaplong.

Gloeiend ijzer tegen aambeien

Middeleeuwse monniken werkten vaak als arts.

© Archives Charmet/Bridgeman

De oude Grieken noemden roodgloeiend ijzer al rond 400 v.Chr. als mogelijke behandeling tegen aambeien.

Een verhitte ijzeren staaf werd in de anus gebracht, en de patiënt werd aangeraden om hard te schreeuwen, zodat de darm zich verwijdde en de arts er beter bij kon.

Ruim 1000 jaar later bedacht de Ierse monnik Fiacrius een iets humanere behandelwijze. Hij ontdekte dat hij minder last had van zijn aambeien als hij op een warme steen zat.

De patiënten stroomden toe, en na zijn dood in 670 werd hij heilig verklaard. Aambeien werden bekend als ‘de vloek van Sint-Fiacrius’.

Ondertussen was de gloeiende ijzeren staaf weer in zwang geraakt, en aambeien worden soms
nog steeds onder verdoving weggebrand.

Werking: Gloeiend ijzer kan brandwonden en infecties veroorzaken.

Schedelboring genas krankzinnigen

De schedelboor lijkt op een gewone handboor en heeft een gekartelde kop
om het bot los te krijgen.

© Corbis/Polfoto

Al sinds de jonge steentijd, vanaf 3000 v.Chr., maakt men gaatjes in de schedel. Hiermee werden kwaad bloed en boze geesten verdreven.

In het hippocratische geschrift Over letsel aan het hoofd uit 400 v.Chr. wordt trepanatie of schedelboring aanbevolen voor patiënten die hun hoofd bezeerd hadden.

Bij een klap op het hoofd ontstonden er volgens de oude Grieken opeenhopingen van bloed, die zich tot pus ontwikkelden, en die verwijderd konden worden door een gaatje te maken met een trepaan, een klein boortje.

In China werd hoofdpijn tijdens de Han-dynastie (168-280) bestreden met schedelboring, en van de middeleeuwen tot de 19e eeuw werden geesteszieken en epileptici aan deze behandeling blootgesteld omdat er steentjes of lucht in hun hoofd zouden zitten.

Slechts 10 procent van de patiënten overleefde de ingreep: velen stierven aan een infectie.

Trepanatie komt nog steeds voor bij sommige Afrikaanse stammen, en ook in het Westen zijn er aanhangers, zoals de Amerikaan Peter Halvorsen, die in 1972 zijn depressie bestreed met een schedelboring.

Werking: Als de hersenen onder druk staan, is trepanatie soms nuttig, maar het helpt niet tegen bijvoorbeeld depressiviteit.

Stroomstoten tegen impotentie

De elektrische riem gaf het onderlijf een stroomstoot.

© The Skeptiseum

Toen de klanten van het Amerikaanse warenhuis Sears, Roebuck & Co. in 1900 in de catalogus bladerden, viel hun oog op een nieuw, modern apparaat: de Heidelberg Electric Belt.

De riem produceerde een ‘constante, rustgevende wisselstroom, die de zwakke punten versterkt, systemen opbouwt en de circulatie bevordert’.

Iemand die het apparaat om zijn geslachtsdelen en middel droeg, werd genezen van zo ongeveer alles: moeheid, jicht, ischias, rugpijn, slapeloosheid, nier- en leveraandoeningen en een zwak hart.

De Heidelbergriem hielp bovendien tegen ‘vrouwelijke zwakheid’, en bij mannen werd impotentie aangepakt ‘door het herstellen van de kracht na de schadelijke effecten van masturbatie’.

De Heidelberg Electric Belt was niet het enige toestel in zijn soort. Vanaf 1892 konden Londense vrouwen die het zich konden veroorloven een elektrisch korset kopen, en The Electric Belt Company en Addisons Galvanic Electric Belt profiteerden van de nieuwsgierigheid naar de moderne elektriciteit.

Werking: Elektrische impulsen kunnen pijnstillend werken en helpen bij de heropbouw van spiermassa na letsel aan het ruggenmerg, maar het is niet bewezen dat ze impotentie genezen.

Geslachtsziekte met kwik bestreden

Syfilislijders ademden dagenlang kwikdampen in in een soort ovens.

© PR/Scanpix

Levende worm als afslankkuur

In de 12e eeuw werd kwik aangeprezen als wondermiddel tegen melaatsheid. Maar het metaal werd pas echt populair toen er in 1493 een nieuwe epidemie uitbrak in Europa: syfilis.

Waarschijnlijk brachten de Spaanse ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus en zijn mannen de geslachtsziekte mee uit Haïti.

Binnen een paar jaar kwam syfilis in heel Europa voor en liepen er overal mensen rond met verminkte gezichten en geslachtsdelen. Velen verloren hun verstand, waarna ze stierven.

Artsen stonden machteloos, tot ze in 1495 kwik gingen gebruiken. Als het metaal ingespoten of op de huid aangebracht werd, zou syfilis genezen worden, zo werd gezegd.

Vooral de Zwitserse arts Paracelsus (1493-1541) omarmde de behandeling.

In de 20e eeuw werd bekend dat bacteriën de boosdoener waren, en vanaf 1941 werd de ziekte effectief bestreden met penicilline.

Werking: Kwikverbindingen zijn uiterst giftig voor het lichaam. De methode hielp niet tegen syfilis – sterker nog, patiënten bezweken bij bosjes aan kwikvergiftiging.

Lintwormkuren zijn in veel landen verboden, maar in Mexico komen ze nog voor.

© Science Photo Library

De lintworm, die zes meter lang kan worden, en zijn legsel vormden begin 20e eeuw een geliefd middel tegen overgewicht.

De wormen of hun eitjes werden als pil of in vloeibare vorm ingenomen, waarna de parasiet zich tegoed deed aan het voedsel dat zijn gastheer at. Het resultaat was een spectaculair gewichtsverlies.

Als het streefgewicht bereikt was, nam de patiënt een wormendodend middel en werd de gulzige gast via de ontlasting afgevoerd.

De pillen waren populair en werden aangeprezen als de ‘natuurlijke vijand van overgewicht’, en dat klopte op zichzelf, maar de gebruikers kregen last van ondervoeding, overgeven, diarree, misselijkheid en cysten vol vocht, die schade aan organen en bloedsomloop aanrichtten en epileptische aanvallen veroorzaakten.

Daarnaast zat er veel amfetamine in de pillen, een zeer verslavende stof.

Werking: Gebruikers vallen vlot af, maar er zijn veel bijwerkingen die chronisch kunnen worden. Soms is het snelle gewichtsverlies zo belastend voor het lichaam dat organen als de ogen uitvallen, met blindheid tot gevolg.

Hakken in de hersenen

De ijspriem kon de hersenen ernstige schade toebrengen.

© Wellcome Library, London & Corbis/polfoto

Patiënten met een psychose liepen in de 20 eeuw het risico verdoofd te worden met stroomstoten en via het oog een priem in de hersenen te krijgen.

Door met de priem op en neer te wrikken sneed de arts de zenuwen naar de frontale kwab door, die het gedrag bepaalt.

De methode werd in de jaren 1930 ontwikkeld door de Portugese arts Egas Moniz, die in 1949 de Nobelprijs voor de Geneeskunde won.

Op 17 januari 1946 ‘verfijnde’ de Amerikaanse arts Walter Freeman de behandeling. Hij pakte een ijspriem uit zijn keuken en ramde die langs het oog van de 29-jarige patiënt Ellen Ionesco.

Vóór de operatie was ze suïcidaal, maar nadien kon ze de inrichting verlaten om weer bij haar gezin te gaan wonen. Freeman noemde zijn methode transorbital lobotomy of ijspriemlobotomie.

Tot 1957 opereerde Freeman 2400 patiënten, en wereldwijd kregen tienduizenden mensen een lobotomie in de jaren 1950 en 1960 – onder wie 40.000 in de VS en 17.000 in
Groot-Brittannië.

In 1950 werd de stof chloorpromazine in gebruik genomen, de zogeheten chemische lobotomie, en in de jaren die volgden werd de chirurgische ingreep vervangen door psychofarmaca.

Werking: Lobotomie nam angsten weg, maar maakte veel patiënten apathisch en gedesoriënteerd en leidde tot geheugenverlies en epilepsie.

Tbc-patiënten krijgen balletjes in longen

De balletjes van plastic of plexiglas hadden een diameter van 2,5 cm.

© St. Luke's Intl. Hospital, Tokyo

In de 19e en 20e eeuw was tuberculose een belangrijke doodsoorzaak.

Medici zochten naarstig naar een geneeswijze, en toen de Italiaanse arts Carlo Forlanini in de jaren 1880 ontdekte dat de constante beweging van de longen tijdens het ademhalen slecht is voor het genezingsproces, was de volgende stap snel gezet: het aangetaste deel van de long moest rust krijgen.

Dit deed men door een kunstmatige klaplong te veroorzaken in het zieke gedeelte. Zo kon het orgaan rusten en genezen. Er waren verschillende methoden om een klaplong op te wekken.

Bij een veelgebruikte behandelwijze werd een deel van de long gevuld met plastic balletjes, die het gebied in elkaar lieten klappen.

Vanaf de jaren 1940 en 1950 kon tbc met geneesmiddelen behandeld worden en werd de kunstmatige klaplong niet meer toegepast.

Doorgaans werden de balletjes na de ingreep niet verwijderd, en soms kwamen ze 40 jaar later ineens tot verrassing van de artsen tevoorschijn op een röntgenfoto.

Werking: De behandeling slaagde regelmatig, maar helaas waren de bijwerkingen ernstig. Veel patiënten kregen longinfecties of kanker.

Doden konden genezen

 

Poeder van mummies kon hoofdpijn, maagzweren en nog veel meer genezen. 

© Getty/Allover

Met name in de middeleeuwen werd aan oude mummies een genezende werking toegeschreven.

Gemummificeerde mensen en dieren werden tot poeder vermalen, dat een geliefd medicijn was in Europa en het Midden-Oosten.

De uitgedroogde lichamen werden uit Egypte gehaald, waar grafrovers er goud geld aan verdienden. De mummies stamden niet altijd uit de tijd van de farao’s, maar daar merkte je niks meer van als ze eenmaal verpulverd waren.

Het poeder, dat in flesjes en blikjes verkocht werd, zou helpen tegen maagzweren en hoofdpijn, en op gezwellen werd een verband met bevochtigd mummiepoeder aangebracht.

Het was zo populair en geaccepteerd dat elke serieuze apotheker tot ver in de 17e eeuw het wondermiddel op voorraad had.

Ook in andere tijden werden ziekten bestreden met onderdelen van het menselijk lichaam.

Bloed en vet van lijken gelden al vanaf de oudheid als geneeskrachtig. De oude Romeinen dronken het bloed van omgekomen gladiatoren om hun kracht en moed over te nemen, en in de middeleeuwen was mensenvet een magisch geneesmiddel.

Beulen verdienden een goede boterham met het verkopen van het vet van terechtgestelde misdadigers, dat ze aan mensen sleten die last hadden van onder meer kiespijn, spierpijn of tuberculose.

Het geloof in de werking van vet leefde voort tot in de jaren 1960, toen crèmes met vet uit placenta’s in zwang raakten.

Werking: Waarschijnlijk geen.

Orgasme rekent af met vrouwelijke hysterie

Hysterische vrouwen werden door vingervlugge artsen tot rust gebracht. Later kwam de vibrator op de markt voor dit doel.

© SSPL/Polfoto/Brooke Clarke

Al sinds de oudheid wordt gedacht dat veel vrouwen aan ‘hysterie’ lijden, een chronische aandoening waar ze onhandelbaar van worden.

In de 2e eeuw stelde de Griekse arts Galenus dat hysterie bij vrouwen veroorzaakt wordt door seksuele onthouding.

En in de 10e eeuw suggereerde de Perzische arts en filosoof Avicenna een ‘wrijfkuur’, die de zieke vrouwen ‘rust’ zou geven.

Met wat olie op zijn vingers masseerde hij de vagina, waarbij het verlossende ‘paroxysme’ optrad – een orgasme.

Omdat deze behandeling tijdrovend was en de arts er een lamme hand van kreeg, waren veel genezers erg blij met de komt van de elektrische vibrator in de jaren 1880.

De Britse arts Joseph Mortimer Granville patenteerde de uitvinding. Het was algemeen bekend en geaccepteerd dat vrouwen seksueel genot konden ontlenen aan het mannelijk geslachtsorgaan – en daarom was het niet onethisch voor dokters om hen een ‘handje te helpen’ op de behandeltafel.

Tot de jaren 1920 werd de Vibratile volop verkocht, tot de vibrator als onbetamelijk werd afgeserveerd.

Werking: De diagnose ‘hysterie’ wordt sinds de jaren 1950 niet meer gesteld, en de vibrator geldt dan ook niet langer als een geneeskundig instrument.

Huilende baby’s aan de morfine

Volgens de reclame was Winslow’s
Syrup goed voor kinderen.

© Corbis/Polfoto

In de hele 19e eeuw werden Amerikaanse consumenten bestookt met reclame voor geneesmiddelen, waarvan de inhoud en werking vaak niet bekend waren.

Kwakzalvers brachten ‘medicijnen’ aan de man met behulp van kleurrijke verpakkingen, die vol kwik en drop zaten, vermengd met cannabis, alcohol, morfine of cocaïne.

Een van de populairste middelen was Mrs. Winslow’s Soothing Syrup. In de VS en Engeland werden miljoenen flesjes verkocht, want volgens de slogan werkte het verzachtend voor mens en dier.

De vroedvrouw Charlotte Winslow maakte reclame voor haar drankje in kranten en met kalenders en kaartjes.

Het goedje bevatte onder meer morfine, soda, alcohol en ammoniak, en een paar druppeltjes van het medicijn zouden voldoende zijn om kinderen de hele nacht te laten doorslapen.

Regelmatig stierven er kinderen aan een overdodis, en het product kreeg een slechte naam toen de Amerikaanse artsenorganisatie AMA – American Medical Association – in 1911 een lijst van twijfelachtige geneesmiddelen publiceerde.

Onder het kopje Baby Killers stonden onder meer Koop’s Baby’s Friend, dat morfine bevatte, en Mrs. Winslow’s Soothing Syrup.

De rustgevende siroop werd in 1930 van de markt gehaald.

Werking: In het beste geval geen, in het slechtste leidde het tot de dood.

Een bloedige kuur tegen alles

Een aderlating ging meestal door tot de patiënt flauwviel.

© Giraudon/Bridgeman

Van oudsher wordt zo’n beetje alles behandeld met aderlating, van verkoudheid tot de builenpest.

Volgens de Griek Galenus (129-199 n.Chr.) moesten de vier lichaamssappen – bloed, slijm, gele gal en zwarte gal – in een gezond lichaam in balans zijn.

Als er een onbalans vastgesteld werd, werd de patiënt adergelaten om de verhouding tussen de sappen te herstellen.

Tot in de 19e eeuw was deze methode algemeen, en veel mensen lieten zich voor de zekerheid af en toe aderlaten om van ‘kwade sappen’ af te komen.

Maar de behandling was niet zonder risico. De Amerikaanse president George Washington kreeg een aderlating tegen keelontsteking, en overleed aan het bloedverlies.

Werking: Aderlating kan helpen tegen polycythemie, waarbij te veel rode bloedlichaampjes worden aangemaakt.

Bekijk ook ...