Galenus had weinig op met de meeste geneeskundeleraren, maar gaf zelf wel graag een lesje ten beste.

© Bridgeman

Geniale betweter transformeerde de geneeskunde

In het Romeinse Rijk dacht elke arts als enige te weten hoe het zat. Rivalen ruzieden met elkaar over de rug van patiënten en maakten elkaars theorieën belachelijk op de pleinen van Rome. De grootste opschepper met de scherpste tong was Galenus. En met recht: zijn effectieve behandelingen werden 1400 jaar lang toegepast.

11 oktober 2016 door Kasper Schlie
De Griekse arts Galenus haast zich door de straten van Rome naar een villa. Hier vecht een 25-jarige man voor zijn leven. Hij heeft hoge koorts, en het advies van andere artsen om niets te eten of drinken heeft zijn toestand juist verergerd.

Galenus gaat snel te werk. Hij neemt de pols van de man op en stelt vast dat hij een ‘doodsmasker’ heeft: zijn gezicht is ingevallen. Galenus is er daarom van overtuigd dat de man binnenkort weer een koortsaanval zal krijgen en voeding nodig heeft om die te overleven.

‘Ik ga onmiddellijk havermoutpap maken,’ noteert hij.

Een paar uur later is de koortsaanval daar en ligt de patiënt te kronkelen in zijn bed. Een week lang brengt de arts hem elke dag pap en granaatappels, waarna de aanvallen afnemen. Maar de andere artsen zijn niet overtuigd. Vasten had ook geholpen, mopperen ze. Dat is tegen het zere been.

‘Ik kan hun geklets niet langer aanhoren,’ schrijft Galenus in zijn aantekeningen. Hij besluit zijn collega’s uit te nodigen bij het ziekbed van zijn jonge patiënt.

Galenus ontzegt de man drinken en eten en vraagt zijn rivalen het resultaat te observeren van de behandeling die zij adviseerden. Al snel krijgt de patiënt geen adem meer en wordt hij koud.

‘De artsen worden echter nog kouder en bleker dan de patiënt en willen zich snel uit de voeten maken,’ noteert hij.

Galenus laat de deuren echter op slot doen en leest hun de les in het bijzijn van de arme patiënt. Net voor het te laat is wrikt de arts de mond van de man open en voert hij hem via een slangetje wat gerstsoep. Als de man even later bijkomt, is hij er een stuk beter aan toe. Galenus heeft zijn vele rivalen in Rome weer eens het nakijken gegeven.

Jonge Griek leert alles zelf

Tot de 2e eeuw was de geneeskunde vooral gebaseerd op een mengeling van oeroude, op bijgeloof gestoelde Griekse principes, natuur­geneeskunde en wat willekeurige aannames.

Galenus had weinig op met die conservatieve kwakzalverij en geloofde meer in het ontwikkelen van theorieën op basis van anatomisch onderzoek en klinische ervaringen.

 Galenus werd in 129 n.Chr. geboren in de Griekse stad Pergamon. Zijn vader Nicon was een succesvolle architect, die het zich kon veroorloven zijn zoon de best mogelijke opleiding te geven.

Een paar leeftijdgenootjes klaagden eens dat de slimme jongen nooit wilde spelen, waarop Galenus zei dat kennis belangrijker was dan spelletjes en dat hij geen tijd had voor kinderachtig gedoe.

 Toen Galenus’ vader in een droom een visioen kreeg dat zijn zoon arts zou worden, stortte de jongen zich fanatiek op de studie medicijnen. Op zijn 19e verloor Galenus zijn vader, die hem zijn hele vermogen naliet.

‘Mijn vader heeft me geleerd om de waarheid hoger te achten dan aanzien of eer,’ schreef hij.

 Galenus verliet zijn geboorteplaats om geneeskunde te gaan studeren aan de universiteit van Alexandrië – een van de beste in het rijk. Maar hij had geen hoge pet op van de docenten.

‘Ze waren saai, betweterig of domweg incompetent,’ was het harde oordeel van Galenus, en hij vervolgde: ‘Ik keek neer op veel van mijn leraren.’

 Hij vond het niks dat ze de studenten leerden op oude teksten te vertrouwen in plaats van zelf theorieën te vormen door te werken met zieken of kadavers.

 In de drukke, chaotische straten van de hete stad ging Galenus op zoek naar dode beesten, en hij legde zijn bevindingen uiterst nauwkeurig vast.

Aap wordt geopereerd

Op zijn 27e keerde Galenus terug naar zijn geboorteplaats met een hoofd vol nieuwe geneeskundige inzichten. 

Als jonge arts in Pergamon wilde hij zichzelf in de kijker spelen. Daarom nodigde hij de lokale artsen en welgestelde burgers uit voor een ‘anatomieshow’.

Galenus sneed de buik open van een vastgebonden, levende makaak. Hij haalde voorzichtig de organen uit het krijsende dier en daagde de aanwezigen uit ze terug te plaatsen. Het publiek had zoals verwacht geen flauw benul. Alleen Galenus zelf wist hoe het moest.

 Toen sneed de arts een van de bloedvaten van de aap door. Terwijl het bloed eruit spoot, vroeg hij de aanwezigen het bloedvat te hechten voordat de aap zou sterven. Het publiek durfde nauwelijks te kijken, laat staan iets te doen, dus Galenus pakte zelfverzekerd naald en draad en voerde de ingreep zelf uit.

 ‘Zo maakte ik de intellectuelen duidelijk dat degene die verantwoordelijk is voor de gewonden van de stad, moet kunnen wat ik kan.’

Niet lang na deze demonstratie stelde de plaatselijke gladiatorschool Galenus aan om de wonden van de kostbare slavenkrijgers te verzorgen.
Galenus spoelde de diepe wonden van de gladiatoren grondig met wijn, waarna hij een verband aanlegde.
© Bridgeman

Gladiatoren blijven langer in leven

De jonge arts stortte zich enthousiast op zijn taak, want hij had maar zeven maanden om te bewijzen wat hij waard was. Hij gaf de gladiatoren gerst en bonen, zodat ze wat vet op de botten kregen en een zwaard niet zo snel een spier zou raken.

 Als dat toch gebeurde, hechtte hij de spieren met behulp van de nieuwste technieken uit Alexandrië. En als de darmen door een grote buikwond naar buiten puilden, duwde hij ze terug zodat hij de wond kon dichten.

Door deze methode verbeterden de overlevingskansen van de gladiatoren, die elke keer dat ze de arena in liepen het risico liepen om te sterven. Vol trots schreef Galenus dat er tijdens zijn ambtstermijn slechts twee krijgers stierven, terwijl zijn voorganger er 16 verloor.

 Dankzij dit succes werd hij vier keer herkozen voor deze functie. Na drie jaar praktijkervaring te hebben opgedaan, was Galenus toe aan de volgende stap: zich bewijzen tegenover de beste artsen in de hoofdstad van het rijk.

Artsen kibbelen als kleine kinderen

Met torenhoge ambities vertrok de 32-jarige Galenus naar Rome. Daar bleek de concurrentie niet mals te zijn.

 Nieuwkomers werden vaak flink aan de tand gevoeld door erkende artsen, die zelf in het bijzijn van de patiënten met elkaar kibbelden. Galenus barstte van het zelfvertrouwen en had een scherpe tong. Hij mengde zich dan ook fanatiek in het debat om zijn naam en ideeën te vestigen.

Hij was nog niet lang in de stad toen hij hoorde over een 21-jarige edelvrouw die al lange tijd niet meer ongesteld was geworden en hevig hoestte. Haar conservatieve, gerespecteerde artsen – onder leiding van ene Martianus – wilden geen aderlating doen, terwijl Galenus ervan overtuigd was dat dit de onbalans in haar lichaam herstellen zou.


Toen de vrouw stierf, ontaardde het debat tussen de artsen bijna in een handgemeen, waarna een woedende Galenus Martianus ‘kwaadaardig en twistziek’ noemde.

De nieuwbakken Romein besefte echter terdege dat hij er niet alleen zou komen door de andere artsen van de stad te bekritiseren. Het was tijd dat hij liet zien waartoe hij in staat was.
Galenus’ theorie: Aderlating kan veel ziekten genezen. 
© Shutterstock

Anatomielessen

Daarom nodigde de Griek ook hier de elite uit voor een van zijn dramatische anatomieshows.

 Het idee was dat het publiek hem zou uitdagen complexe ingrepen op de vastgebonden dieren te verrichten. Hij had bewust varkens en geiten uitgekozen, omdat die hard kunnen schreeuwen. Galenus wilde namelijk aantonen dat hij de zenuwen rond het strottenhoofd kon beheersen.

Toen hij uitlegde wat de bedoeling was, kwam er protest van de filosoof Alexander van Aphrodisias, die eiste dat er eerst een filosofisch debat zou worden gevoerd over de zintuigen.

Deze filosoof had Galenus eerder een ‘ezelskop’ genoemd, en de Griekse arts verliet nu beledigd het podium, mompelend dat hij niet wist dat er vulgaire sceptici in het publiek zaten.


Uiteindelijk liet de trotse Galenus zich overhalen om terug te komen. Met een scalpel maakte hij een snee in de nek van een levend varken.

Terwijl hij voorzichtig tot aan het strottenhoofd sneed, legde hij precies aan zijn toehoorders uit wat hij aan het doen was.

Ten slotte bond hij een draad om de larynxzenuwen, en toen hij het draad met zijn bebloede vingers aantrok, verstomde het gekrijs van het varken onmiddellijk.

‘Er zijn er niet veel die dit kunnen,’ zei Galenus onbescheiden.

 Toen hij het draad losmaakte, klonk het gegil weer door de ruimte. Het publiek stond paf, maar dit was nog maar het begin. In de dagen daarop vertoonde de Griek zijn kunsten door alles te doen waar zijn toeschouwers om vroegen.


Ze daagden hem uit om spieren en organen te lokaliseren, en bij elke correcte ingreep rees Galenus’ ster bij de Romeinse elite.

De eigenwijze kemphaan nodigde zijn rivalen ook uit voor een openbaar paneldebat ‘over de hartslag van de mens’ bij het forum van Vespasianus. De felle woordenwisseling liep uit op een vuistgevecht.

Ster vreest voor zijn leven

Na vijf jaar had Galenus zijn doel bereikt. Zijn unieke vaardigheden werden alom gerespecteerd. Maar zijn snoeverij en zijn neiging om rivalen de grond in te boren, hadden hem ook veel machtige vijanden opgeleverd, die hem om zijn succes benijdden.

 Bovendien was een particulier smaadschrift tegen zijn rivalen uitgelekt, en daarom vreesde Galenus dat er nu een aanslag op hem zou worden beraamd. In 166 n.Chr. besloot de Griek om die reden de stad te ontvluchten.

 ‘Ik doe net alsof ik naar Campania ga,’ schreef hij in zijn notities.
Galenus gaf een slaaf opdracht om zijn huis in Rome te verkopen en ging zelf naar zijn geboorteplaats Pergamon.

Twee jaar leefde de geneesheer een teruggetrokken bestaan. Hij schreef veel en behandelde zieke landgenoten. Toen kreeg Galenus op een dag een brief van het hoogste gezag, waarin hij bij de keizers werd ontboden.

Keizers Marcus Aurelius en Lucius Verus, die de macht over het Romeinse Rijk deelden, waren onderweg naar de Germanen en vroegen Galenus naar Aquileia in Noord-Italië te komen.

‘Ik had geen andere keuze dan te gaan,’ schreef de Griek.

Na een lange, zware reis bereikte hij het legerkamp. Kort daarna gebeurde er iets wat de plannen voor een offensief tegen de Germanen doorkruiste.

‘Toen ik in Aquileia kwam, brak daar juist een hevige epidemie uit. De keizers vluchtten naar Rome,’ zei Galenus.

De ziekte veroorzaakte zwarte uitslag, wonden en builen. Lucius Verus stierf eraan op weg naar de hoofdstad.

De epidemie beperkte zich echter niet tot het leger, maar brak ook uit in Rome. Galenus haastte zich naar de stad om de helpende hand te bieden.

Hij probeerde allerlei behandelingen: melk uit de streek rond de Vesuvius, aarde uit Armenia en urine van kleine jongetjes. Maar niets hielp.

‘Als een beest doodde de epidemie niet slechts enkelen – complete steden werden geveld,’ noteerde hij.

Dat was niet overdreven. Historici schatten dat zo’n 15 miljoen van de in totaal 60 miljoen inwoners van het Romeinse Rijk het leven lieten in de 15 jaar dat de epidemie regelmatig de kop opstak.

Op grond van Galenus’ beschrijvingen van de symptomen denken wetenschappers dat het ging om pokken, een ziekte die vooral wordt verspreid via fysiek contact.

De epidemie maakte Marcus Aurelius alleenheerser over het Romeinse Rijk. Hij wilde graag terug naar het front om tegen de Germanen te vechten, maar niet zonder de beste lijfarts van het rijk.

De academische Griek hield echter niet van oorlog – daarin kon je zomaar doodgaan. Hij zei daarom dat Asklepios, de god van de geneeskunde, hem in een droom had verboden om te gaan.

De religieuze keizer gaf Galenus zijn zin en droeg hem op voor zijn achtjarige zoon Commodus te zorgen.

Deze jonge erfgenaam woonde in prachtige villa’s verspreid over Italië, en de geneesheer zag het wel zitten: een luizenbaantje in een mooie omgeving, met alle tijd om boeken te schrijven.

Commodus wordt ernstig ziek

Maar terwijl Galenus lekker aan het schrijven was, werd de jonge Commodus ziek. ‘Ze zeiden dat hij de best mogelijke behandeling kreeg,’ sneerde Galenus, ‘maar die bewering raakt kant noch wal.’

De prins had koorts. Andere artsen zeiden dat hij moest vasten. Galenus stond er echter op dat Commodus eten, drinken en rust zou krijgen. Hij kon de koortsaanvallen op een paar uur nauwkeurig voorspellen, en toen de jongen snel opknapte, was zijn gelijk bewezen

‘Ze zeiden dat Commodus de best mogelijke behandeling kreeg, maar die bewering raakt kant noch wal,’ sneerde Galenus.

Wol en olie genezen de keizer

In 176 n.Chr. keerde Marcus Aurelius eindelijk terug naar Rome. Niet lang daarna werd hij geveld door buikpijn.


Galenus was al trots op zijn succes bij de ziekte van Commodus, maar ‘wat er met de keizer zelf gebeurde, was helemaal verbluffend,’ pochte hij.

Marcus Aurelius had last van pijnlijke buikkrampen en diarree. De keizer had twee lijfartsen, die hem pap gaven, maar toen dat niet hielp werd Galenus ingeschakeld om de keizer te genezen.

‘Zijn klachten komen door wat hij heeft gegeten,’ schreef hij daarna – een sneer naar de lijfartsen van de keizer.

Galenus’ diagnose was een gok, maar de behandeling – wol die was gedoopt in warme nardusolie – had al snel het gewenste effect. Marcus Aurelius was zo opgelucht dat hij verklaarde:

‘U had het volkomen bij het rechte eind!’ en ‘We hebben maar één echte arts.’

In een later schrijven voegde Galenus eraan toe: ‘Zoals u weet, zei hij altijd dat ik de beste was van alle artsen.’

De genezing van de keizer was het hoogtepunt van zijn carrière. In de 40 jaar daarop bleef Galenus zijn kennis verspreiden door boeken te schrijven. Die werden tot in de renaissance gebruikt, en academici noemden Galenus ‘de vorst van de geneeskunde’.

Bekijk ook ...