JA voor kinderen van hoogbegaafde en gegoede families, zoals Harriet, die in 1913 de ‘better babies’-wedstrijd in Louisiana won.

© American Philosophical Society

Gedwongen sterilisatie moest domme kinderen voorkomen

Geen criminaliteit of armoede meer. Begin 20e eeuw namen overheden drastische maatregelen om de maatschappij te verbeteren. Goede burgers moesten veel kinderen krijgen, ‘ongeschikte’ mensen werden onvrijwillig gesteriliseerd. Ideeën over rasverbetering bereikten zelfs Europa.

23 januari 2017 door Hans Henrik Fafner

Op een lentedag in 1932 ging de sheriff van Montgomery County op weg. In een klein konvooi reed hij naar de bouwvallige huisjes op Brush Mountain. Voor de arme mensen die hier woonden, be­tekende zijn bezoek niet veel goeds; die dag voerde hij zes broers weg.

Brush Mountain lag in de Appalachen, een gebergte in de Amerikaanse staat Virginia. De bergbewoners waren trots, maar leefden er in grote armoede. Ze waren ondervoed en hun huizen stonden op instorten. 

De omgeving noemde ze ‘white trash’ of ‘hillbillies’. De broers werden afgevoerd naar een staatsziekenhuis, waarschijnlijk een omgebouwde psychiatrische instelling, waar de zes werden onderworpen aan ‘moraaltherapie’, een ander woord voor gedwongen sterilisatie.

Een ander slachtoffer, de 15-jarige Buck Smith uit Lynchburg, Virginia, vertelde als volwassene over de ingreep: ‘Tegenstribbelen had geen zin. Ik kreeg pillen zodat ik slaperig werd en daarna reden ze me de operatiekamer binnen.’ 

Hier wachtte een arts hem op en vertelde glimlachend dat de behandeling voor zijn eigen bestwil was. Slaperig, maar bij bewustzijn zag Buck hoe er een klein sneetje in zijn scrotum werd gemaakt, zijn zaadleiders werden doorgesneden en alles weer snel werd dichtgemaakt.

‘Ik zag het allemaal gebeuren. Ik was de hele tijd bij bewustzijn’, vertelde Buck. ‘Er was niets mis met me, af­gezien van een gebrek aan opleiding.’

Meestal vertelden de dokters niet eens wat de ingreep precies inhield. Ze zeiden iets over weefselmonsters, of dat de patiënten problemen hadden met hun blindedarm. 

Ook de zes broers uit Brush Mountain wisten van niets: ze werden gesteriliseerd en weer naar huis gebracht. Pas tientallen jaren later kregen ze te horen waarom ze geen kinderen konden krijgen.

Jonge mensen, soms zelfs meisjes van nog maar 11 jaar, werden tot sterilisatie gedwongen.

© Getty Images/Ullstein Bild

Armoede was genetisch bepaald

De jongens uit Virginia waren niet de enigen. Duizenden arme Amerikanen, Afro-Amerikanen, indianen en anderen van wie de Amerikaanse overheid vond dat ze een ‘zwak gemoed’ hadden, ondergingen dit lot. 

Hun armoede zou komen door een genetische afwijking, en om tegen te gaan dat deze op de volgende generatie overging, moest belet worden dat deze mensen kinderen kregen. Ze speelden de hoofdrol in een duistere episode in de geschiedenis: die van de rasverbetering, of eugenetica.

Al sinds de Griekse oudheid bestaan ideeën om actief in te grijpen in het menselijk ras, maar pas begin 20e eeuw kwam de eugenetica in de VS tot bloei. Volgens aanhangers waren de problemen in de maatschappij te wijten aan genetische afwijkingen onder bepaalde bevolkingsgroepen. 

Armoede bijvoorbeeld, maar ook alcoholisme en criminaliteit werden eraan toegeschreven. Op basis van deze opvatting voerde een aantal staten gedwongen sterilisatie in als oplossing voor bepaalde sociale problemen. Zoals Virginia, waar het niet eens noodzakelijk was dat een rechter een uitspraak in dergelijke zaken deed.

Volgens eugenetici was deze ingreep in het belang van de maatschappij en velen waren het hiermee eens. Rasverbetering werd gezien als een moderne, proactieve wetenschap, een antwoord op de problemen waar de veranderde Amerikaanse samenleving voor stond.

Rond 1900 was er een nieuwe immigrantenstroom op gang gekomen. De meeste arme vluchtelingen kwamen uit achtergebleven gebieden in Oost-Europa en Rusland. In hun nieuwe land was echter een enorme industrialisatie aan de gang. 

De lopende band en massa­productie stelden hoge eisen aan de werknemers en veel immigranten konden hier niet aan voldoen. Ze vervielen tot armoede. En dan was het nog maar een heel klein stapje om deze mensen ongeschikt te verklaren voor het krijgen van kinderen. 

‘Vroeger kregen we de beste mensen uit Europa. Tegenwoordig krijgen we alleen de allerslechtste’, klaagde een Amerikaans tijdschrift. En velen deelden deze opvatting.

‘Sommigen zijn geboren om anderen tot last te zijn.’ De eugenetici ontmoedigden bepaalde mensen om kinderen te krijgen.

© American Philosophical Society

Sterilisatie voor een op de tien Amerikanen

De opmars van de Amerikaanse eugenetica werd een handje geholpen door mensen als Harry Hamilton Laughlin, een in 1880 geboren plantengeneticadeskundige. 

Toen hij werkzaam was bij de American Breeders’ Association (ABA) ontstond het idee dat als mensen de landbouw kunnen bevorderen door genetische veredeling, iets soortgelijks ook zou moeten werken bij mensen zelf. 

De ABA ging serieus met dit idee aan de slag en in 1909 stichtte zij in het stadje Cold Spring Harbor, vlak buiten New York, het Eugenics Record Office.

Laughlin, eigenlijk deskundige op het gebied van bolgewassen, kreeg de leiding. Meteen ging hij vol vuur aan de slag. Doordat de financiële middelen snel toenamen, kon hij onderzoekers naar gevangenissen en psychiatrische instellingen sturen om de bewoners en hun families te registreren. 

Ze brachten stambomen in kaart om statistisch bewijs te vinden voor de verspreiding van genetische afwijkingen van generatie op generatie. Al snel boekten ze resultaten; Laughlin meende bijvoorbeeld het bewijs te kunnen leveren dat epilepsie het gevolg was van armoede.

Zijn werkgebied breidde zich steeds verder uit. Zo onderzocht hij de christelijke amishgemeenschap, die vanwege haar gezonde levenswijze, geloof en arbeidsmoraal als voorbeeldig beschouwd kon worden. 

Maar Laughlin wantrouwde hun radicale pacifisme en kwam tot de conclusie dat hun ‘incestueuze relaties een genetische afwijking hadden veroorzaakt’. Ook arme mensen werden nauwkeurig onderzocht. 

Laughlin was even kritisch tegenover kleurlingen als tegenover blanken, maar had vooral een afkeer van Italianen, die hij als inferieur aan Scandinaviërs beschouwde.

Gesteund door de statistieken presenteerde Laughlin in juni 1911 een rapport waarin hij tien ‘sociaal ongeschikte groepen’ identificeerde. Hij raadde aan hen te ‘elimineren’, een ander woord voor gedwongen sterilisatie, die volgens Laughlin één op de tien Amerikanen moest ondergaan. 

Dit zou betekenen dat zo’n tien miljoen Amerikanen gesteriliseerd zouden worden, van wie zeven miljoen ‘grensgevallen’ die ‘zulk slecht bloed hebben en zo op het randje zitten van nog grotere afwijkingen dat ze totaal niet geschikt zijn om ouders of nuttige burgers te worden’.

In de VS hielden welgestelde families wedstrijden wie het beste kroost had gekregen. Met speciale tabellen werden hun genetische voordelen uitgewerkt.

© Polfoto/Corbis

Sterke sterft, zwakke leeft voort

Aanhangers van de eugeneticabeweging beweerden dat mensen degenereren als ze langere tijd hun hand ophouden. Dit argument werd serieus genomen en de ene staat na de andere ging bezuinigen op de toch al karige steun die arme mensen kregen. 

Bij veetentoonstellingen en op markten werd propaganda gevoerd voor rasverbetering. De beweging organiseerde ‘better babies’-wedstrijden en kinderen met de beste erfelijke eigenschappen konden een prijs winnen.

De acties leidden er ook toe dat de VS en Canada hun toelatingseisen voor immigranten aanscherpten. Zo moesten immigranten kunnen bewijzen dat ze een korte tekst in hun eigen taal konden lezen voor ze werden toegelaten. 

Dit hield in dat duizenden mensen terug naar huis werden gestuurd vanwege genetische ongeschiktheid, terwijl ze gewoon nooit hadden leren lezen.

Toen de VS in 1917 soldaten voor de Eerste Wereldoorlog wierven, werd de hulp ingeroepen van eugenetici om de sollicitanten te testen. Er werden twee vragenlijsten ontwikkeld. Een gewone met meerkeuzevragen met drie antwoorden, en een voor mensen die geen Engels konden lezen of schrijven. 

Deze bevatte tekeningen waarop fouten moesten worden ontdekt. De vragen waren zo bedacht dat sollicitanten uit de stedelijke middenklasse er de minste moeite mee hadden. 

Weinig jongens uit het geïsoleerde en agrarische midwesten of zwarten uit de getto’s van de grote stad hadden ooit een tennisbaan gezien en zagen dus niet dat op een tekening het net ontbrak. Het resultaat was geen verrassing: ‘47% van de blanken en 89% van de negers heeft de mentale capaciteiten van een 13-jarige.’ 

De eugenetici concludeerden dan ook dat Amerika tijdens de oorlog op grote schaal gebruik moest maken van imbeciele soldaten.

Tot de Eerste Wereldoorlog zagen eugenetici pacifisme als een genetische afwijking, maar dit veranderde snel toen ze in de gaten kregen hoe enorm veel mensen er sneuvelden in de Europese loopgraven. 

Dit verlies van goede genen was de keerzijde van een oorlog. De arts David Starr Jordan constateerde in 1915 in War and the Breed (Oorlog en het nageslacht, red.): ‘De sterke en dappere jonge mannen sneuvelen op het slagveld, terwijl de lafaards, lichamelijk ongeschikten en biologisch zwakken overleven en zich voortplanten.’ 

Veetentoonstellingen waarop het beste dier van het jaar werd gekozen, waren de perfecte plaats om rasverbetering te promoten.

© American Philosophical Society

Genie onderzocht eigen familie

De moderne variant van rasverbetering was 50 jaar eerder in Engeland ontstaan. Wetenschapper Francis Galton bestudeerde vanaf 1860 de theorie over natuurlijke selectie van zijn verre neef Charles Darwin. Volgens Galton betekende selectie dat de sterken overleven en de zwakken ten onder gaan.

Hij vermoedde dat dit ook opging voor de mens en begon een genetisch onderzoek naar zijn eigen familie.

Galton beschouwde zichzelf als een genie en dat gold ook voor Darwin. Hij ontdekte binnen zijn familie generaties van hoog­begaafde personen. Ook onderzocht hij families die wetenschappers of grote kunstenaars hadden voortgebracht en hij constateerde een patroon.

Op basis van zijn observaties stelde Galton voor om huwelijken tussen hoog­begaafde mannen en vrouwen te arrangeren om een ‘geslaagd mensenras’ te creëren. Maar de gedreven wetenschapper ging nog verder. 

Hij deed uitgebreid onderzoek naar konijnen en ontdekte de keerzijde van zijn conclusie: de mens kon ook van generatie op generatie achteruitgaan door slechte huwelijken. Hij achtte deze theorie bevestigd na een bezoek aan de Londense sloppenwijken.

In deze periode daalde in deze wijken de kindersterfte aanzienlijk door de introductie van vaccins. Dit vond Francis Galton een zeer verontrustende ontwikkeling, al heeft hij nooit voorgesteld om gedwongen sterilisatie te gebruiken om te voorkomen dat armen kinderen kregen. 

Hij bepleitte alleen dat mensen met de beste genetische eigenschappen zoveel mogelijk kinderen zouden krijgen. Galton gaf de nieuwe wetenschap een naam. Hij gebruikte hiervoor de Griekse woorden ‘eu’ (goed) en ‘genes’ (geboorte), en vormde het woord ‘eugenetica’.

De ideeën van Galton waren de drijvende kracht achter de Britse ontwikkeling die in de 20e eeuw de naam ‘positieve eugenetica’ kreeg: de bovenklasse moest meer kinderen krijgen. De Amerikaanse variant, die de zwaksten hun recht om kinderen te krijgen ontnam, kreeg de naam ‘negatieve eugenetica’.

Het duurde tot in de jaren 1930 voor het Britse parlement met een wetsvoorstel over gedwongen sterilisatie kwam. Dit was het resultaat van een jarenlange Amerikaanse lobby met Harry Laughlin zelf in de hoofdrol. 

In de jaren 1920 bezocht hij Engeland meerdere malen om potentiële immigranten te testen voor ze begonnen aan hun reis naar de VS. Laughlin vond de hulp aan armen in het land onverantwoord en was verontrust over het feit dat het aantal ‘geestelijke afwijkingen’ volgens zijn statistieken was toegenomen van 156.000 in 1909 tot meer dan 300.000 in 1929.

Kleurenblind betekent sterilisatie

De ideeën over rasverbetering vonden overal ter wereld weerklank. Meestal werd het Amerikaanse systeem van gedwongen sterilisatie ingevoerd, maar de regeringen verschilden van land tot land zeer van mening over wie hier­­­voor in aanmerking kwam. 

In Japan bijvoorbeeld werden kleurenblinden gesteriliseerd, omdat ze beschouwd werden als gevaarlijke excentriekelingen van wie nageslacht ongewenst was.

In Zwitserland waren de slachtoffers meestal vrouwen van wie de overheid vond dat ze seksueel te actief waren. 

August Forel, het boegbeeld van gedwongen sterilisatie in dit land, meende dat vrouwen ‘veroverd, gestuurd en onderdrukt’ moesten worden om hun nationale plicht tot voortplanting te kunnen vervullen. Seksueel uitdagende vrouwen waren niet te vertrouwen.

In Frankrijk waren de grootste voorstanders van eugenetica de socialisten. Zij stelden voor dat mensen eerst een gezondheidstest moesten afleggen voordat ze mochten trouwen.

6000 Denen gesteriliseerd

In Europa gingen de Scandinavische landen het verst. In Zweden bleef het bij een debat en de sterilisatiewet van 1934 was een vrijwillige optie voor mensen met een psychische stoornis. De Deense regering ging verder en begon in 1912 met de gedwongen sterilisatie van doofstommen, zwakzinnigen en mensen met andere ‘afwijkingen’. 

In 1929 werd de wet op gedwongen sterilisatie aangenomen en de regering kreeg meteen grote donaties van de Rockefeller Foundation voor onderzoek naar ras­verbetering uit de VS. ‘Onze bevolking wordt van binnenuit bedreigd door een toenemende aanwas van genetisch ongeschikten of mislukt erfelijk materiaal’, zei een Deense professor. 

Tot de afschaffing van de wet in 1967 werden zo’n 6000 Denen gesteriliseerd.

Finland voerde in 1935 een wet in die vrouwen met ‘ongewenste erfelijke aanleg’ verbood te trouwen, tenzij ze zich vrijwillig lieten steriliseren. Noorwegen nam een jaar eerder al een wet op gedwongen sterilisatie aan. 

Hier werden 41.000 mensen het slachtoffer van gedwongen sterilisatie, van wie 75% vrouwen. De Noorse wet was van kracht tot 1977, en werd toen omgezet in een vrijwillige mogelijkheid.

Duitse rasverbetering in opmars

Duitsland was echter het centrum van Europese rasverbetering. De arts Alfred Ploetz had vlak na de eeuwwisseling het woord ‘Rassenhygiene’ geïntroduceerd. 

Hij was groot voorstander van betere woningen voor arbeiders en kortere werkdagen, maar bepleitte drastische maatregelen als euthanasie om de be­volkingsgroei, die het gevolg zou zijn van de hogere levensstandaard, tegen te gaan. 

Doordat de levensverwachting toenam en meer mensen chronische ouderdomsziekten kregen, werd ‘het recht om te sterven’, zoals voorstanders het noemden, een belangrijk onderwerp in het maatschappelijke debat.

Euthanasie is geen eugenetica, maar de begrippen raakten verstrengeld toen Ploetz zich voorstander betoonde van actief overheidsingrijpen om de zwaksten te elimineren. 

Hij stond niet alleen met dergelijke ideeën, zoals blijkt uit de titel van een veelgelezen boek uit 1920: Die Freigabe der Vernichtung lebensunwerten Lebens (Toestemming tot het beëindigen van onwaardig leven, red.).

In 1923 was in Duitsland gedwongen sterilisatie aan de orde van de dag en algauw werd ook euthanasie dagelijks toegepast. Maar Ploetz, gesteund door de Duitse communisten, nam duidelijk afstand van antisemitisme. 

Joden vond hij meer Arisch dan semitisch. Toch nam de latere Führer Adolf Hitler zijn ideeën over, versmolt ze met eugenetica en beschreef zijn eigen rassentheorie in Mein Kampf, dat in 1925 uitkwam. 

De Duitse vorm van rasverbetering betekende het einde voor miljoenen joden.­

© Ullstein Bild

Hitler gebruikte het werk van Laughlin en andere Amerikaanse eugenetici om zijn ideeën over rasverbetering te onderbouwen. Joden, homoseksuelen, zigeuners en zijn politieke tegenstanders waren volgens hem ‘entartete Menschen’ (ontaarde mensen, red.). 

Toen hij in 1933 aan de macht kwam, eiste hij dat de erfelijke eigenschappen van Arische Duitsers onderzocht werden.

Met zijn oorlogsverklaring aan Polen op 1 september 1939 vaardigde hij een decreet over euthanasie uit. Hij liet 30 centra bouwen voor kinderen die niet aan de eisen van het Derde Rijk voldeden. 

Geen van hen overleefde. Ze stierven de hongerdood, maar dat stond niet op het overlijdensattest dat hun ouders kregen. Toen de waarheid over de centra zich echter onder de bevolking verspreidde, moest Hitler ze sluiten. 

Al vanaf december 1941 werden in de gaskamers van vernietigingskampen de ideeën over rasverbetering vergaand uitgevoerd. Met kille precisie werden miljoenen mensen vermoord opdat hun erfelijk materiaal niet werd doorgegeven.

Het fascisme luidde de ondergang van de eugenetica in. Toen na de oorlog de rechters in Neurenberg de verschrikkelijke gevolgen van Hitlers theorieën over rasverbetering blootlegden, wisten de meeste aanhangers niet hoe snel ze zich hiervan moesten distantiëren. 

Het duurde echter nog jaren voor er een einde kwam aan gedwongen sterilisatie. In Virginia werd het pas in 1960 verboden. Toen werden de archieven openbaar en konden de zes broers uit Brush Mountain eindelijk begrijpen waarom ze geen kinderen hadden gekregen.

Bekijk ook ...