Rotabuggy: de vliegende jeep.

10 waanzinnige wapens uit de Tweede Wereldoorlog

Lees over de tien meest waanzinnige wapens die in de Tweede Wereldoorlog zijn uitgevonden. In het beste geval waren ze onpraktisch, in het slechtste geval levensgevaarlijk voor de gebruiker!

24 november 2016 door Hans Henrik Fafner

1. De vliegende jeep

Britse ingenieurs monteerden een staartroer en een rotor op een Willys-jeep en dachten zo een nieuw, effectief wapen te hebben gemaakt. 

In tegenstelling tot bij een helikopter was de rotor niet gemotoriseerd, maar hield hij de jeep in de lucht als deze door een vliegtuig omhoog getrokken werd. Als de lijn werd doorgesneden kon de ‘Rotabuggy’ dankzij de rotor naar beneden zweven en meteen als jeep doorrijden.

In 1943 was het prototype klaar. Het vloog, maar bij een snelheid van meer dan 60 km/uur begon het voertuig hevig te schudden en het landen bleek erg moeilijk te zijn. Men bleef eraan werken, maar de vliegende jeep werd nooit in gebruik genomen.

2. Duiven vuurden raketten af

In 1944 ontwikkelde de Amerikaanse gedragspsycholoog Burrhus F. Skinner de theorie dat duiven raketten konden besturen. Hij overtuigde het Amerikaanse leger, dat 25.000 dollar uittrok voor Project Pigeon. 

Burrhus ontwikkelde een capsule die voorin een raket moest worden aangebracht. De capsule bevatte drie ruimtes met in elk een duif en een venster. 

De duif moest met zijn snavel op het venster pikken zodra het doelwit in zicht kwam. Het venster was gekoppeld aan een besturingssysteem, zodat de raket zijn doel zou raken.

‘Ons probleem was dat niemand ons serieus wilde nemen’, zei Skinner toen het leger het project op den duur afdankte als ‘onpraktisch’.

3. Een onverwoestbaar vliegdekschip van ijs

Als je zaagsel vermengt met water en dit mengsel bevriest, ontstaat er een zeer hard materiaal. Dat ontdekte de Britse ingenieur Geoffrey Pyke, en hij noemde de stof pykrete. 

Hij stelde voor om schepen te bouwen met een romp van ijs, die door de dikte niet kon worden doorboord door Duitse torpedo’s in de Atlantische Oceaan.

Zijn droom was het vliegdekschip Habakkuk te bouwen, dat volgens zijn berekeningen 4000 voet lang kon zijn – bijna vier keer zo lang als het grootste vliegdekschip nu, de USS Nimitz. 

Premier Winston Churchill was enthousiast, maar omdat het niet lukte om de benodigde Amerikaanse steun te krijgen, werd het project afgelast.

Sovjet-trainingskamp voor legerhonden, Moskou 1931

4. Naaimachinenaalden op oorlogspad

Van 1941 tot 1944 werkten de Britten aan een geheim project – een bom met 30.600 naalden, die bij de val of inslag alle kanten op zouden vliegen. 

Naaimachinenaalden bleken zeer geschikt te zijn, en elke naaldpunt moest in gif worden gedoopt. De gifstof antrax werd aanbevolen, omdat deze ook zonder contact met de vitale organen dodelijk is. 

Maar uiteindelijk werd het project bestempeld als onrendabel: de naalden konden geen massavernietiging veroorzaken, doordat de daken en gevels in de Duitse steden de slachtoffers tegen de giftige naalden zouden beschermen.

5. Honden met springladingen

Sovjethonden maakten korte metten met 300 Duitse tanks, aldus de communistische propagandamachine. De methode was simpel. Honden werden getraind om voedsel te zoeken onder tanks. 

En na een paar dagen te zijn uitgehongerd, werden ze losgelaten op het slagveld met springstof op hun rug. Uit de bom stak een houten pin, die omboog en de bom tot ontploffing bracht wanneer de hond ergens onderdoor liep – bij voorkeur een Duitse tank.

De Duitsers zetten vlammenwerpers in tegen de honden, maar in 1942 loste het probleem zichzelf op. Een troep hongerige honden brak los en rende naar de tanks van de Sovjettroepen zelf! Hierna werd het wapen buiten gebruik gesteld.

6. Op afstand bestuurbare rupsvoertuigen met springstof

In de loop van de oorlog produceerde Duitsland 7564 Goliathmijnen. Dit waren kleine, onbemande rupsvoertuigen, die tot 100 kilogram springstof konden bevatten. Maar het dunne pantser en de maximumsnelheid van 9,5 km/uur maakten de Goliath kwetsbaar tegenover vijandelijke kogels. 

Bovendien reed het lage voertuig zich snel vast op het slagveld. De Duitsers vonden het succes beperkt, maar ze zagen vooral af van de Goliath vanwege de relatief hoge productiekosten. Wel werd de Goliath-techniek baanbrekend voor de latere ontwikkeling van geleide wapens.

7. Kamikazevleermuizen

Het idee was om boven Japanse steden grote aantallen capsules te laten vallen. Elke capsule bevatte een vleermuis. Nadat de capsule met een parachute veilig was geland, ging hij open en was de vleermuis vrij. 

Elk dier had een brandbom van elf gram bij zich, die zou detoneren wanneer de vleermuis zich onder een dak in een van de brandbare Japanse steden had verstopt.

De man achter de kamikazevleermuizen was een tandarts. Hij kreeg het idee toen hij hoorde over de Japanse aanval op Pearl Harbor van 7 december 1941, dezelfde dag dat hij de grotten met de grote vleermuiskolonies bij Carlsbad in Californië had bezocht. 

Het uiterst geheime project bleek te werken, maar voordat het in gebruik kon worden genomen hadden andere onderzoekers de eerste atoombommen al ontwikkeld.

Een Amerikaanse soldaat fotografeerde het neerschieten van een Japanse brandbomballon bij Attu op de Aleoeten, 1945.

8. Gebruiksvriendelijke handgranaat was levensgevaarlijk

De BEANO T-13 was een Amerikaanse handgranaat. Hij had precies dezelfde afmetingen en woog bijna net zo veel als een honkbal. 

Omdat honkbal de nationale sport van de VS was, zou elke Amerikaanse man zo’n bal optimaal kunnen gooien, was de gedachte. Maar het ontstekingsmechanisme was zo gevoelig dat een aantal handgranaten te vroeg ontplofte.

De BEANO T-13 heeft de twijfelachtige eer dat hij meer Amerikaanse soldaten dan vijanden heeft gedood. Op 29 maart 1945 werd hij uit gebruik genomen en werden de nog ongebruikte granaten vernietigd.

9. Ballonnen met brandbommen

De Japanners experimenteerden ook. In 1944 en 1945 lieten ze zo’n 9000 ballonnen met brandbommen op. Vanaf de oostkust van het eiland Honshu werden de ballonnen in de straalstroom gebracht, die ze over de Grote Oceaan voerde op weg naar Amerikaanse of Canadese bossen. 

Maar het wapen stelde teleur. De Amerikanen registreerden slechts 300 ballonnen. Historici schatten dat er misschien maar 1000 bommen aankwamen. Ook richtten de bommen weinig schade aan.

Op verzoek van de regering schreef de Amerikaanse pers niet over de ballonnen. Slechts in één geval noemde een krant een ballon in Nebraska. Met zo’n geringe successcore besloten de Japanners de ballonaanvallen te staken.

10. Het windkanon

De Duitsers bouwden een machine die een straal perslucht hoog de lucht in kon schieten. Experimenten toonden aan dat de straal op 200 meter afstand een 25 millimeter dikke houten plaat kon doorboren. Het idee was het windkanon in te zetten tegen vijandelijke jachtvliegtuigen. 

Al snel bleek echter dat een stilstaand doel gemakkelijker te raken was dan een snel vliegtuig. Tegen het einde van de oorlog werd echter één windkanon opgesteld op een brug over de Elbe, maar het raakte nooit iets.

Bekijk ook ...