In 1833 stuurde Frederic Tudor een schip met 200 ton ijs naar India. De meeste Indiërs hadden nog nooit ijs gezien. Sommigen dachten zelfs dat het aan bomen groeide.
© Scanpix/AKG-Images, Museum of Fine Arts, Boston & Shutterstock

IJsman wilde de tropen laten afkoelen

Iedereen lachte Frederic Tudor uit toen hij in 1805 ijs uit de meren van Boston zuidwaarts ging brengen. Het ging hem bepaald niet voor de wind, maar hij gaf niet op – hij zou desnoods zelf wel een behoefte aan ijs creëren.

5 augustus 2016 door Jan Ingar Thon
De korte winterdag was voorbij in de Amerikaanse staat Massachusetts. In het schijnsel van fakkels waren honderden mannen in de weer met ijsbijlen en zagen. De fakkels wierpen 

flikkerende schaduwen op het bevroren meer. 

De mannen konden het zich niet veroorloven om er de brui aan te geven. Als het plotseling zou gaan dooien waren ze een vermogen kwijt.

Ze hakten het ijs in blokken, die naar New Orleans en Charleston gingen, of naar nog 

exotischer oorden als Havana, Calcutta en Singapore.

Op de oever stond een gedrongen man met een dikke bontjas aan. Hij haalde een notitieboek uit zijn jaszak. In een sierlijk handschrift schreef hij: ‘De vorstbloemen staan op de ramen, de wielen kraken, de jongens rennen, de winter heerst, en 50.000 dollar aan ijs drijft voor mij op 

het Fresh Pond-meer.’

De man heette Frederic Tudor, en het enorme dichtgevroren meer waar hij op uitkeek was zijn domein. Jaren eerder, in 1805, had iedereen de draak met hem gestoken toen hij voorstelde om ijs uit het meer in het warme zuiden te verkopen. Maar nu lachte niemand de IJskoning meer uit.  

Kind van de vrijheidsoorlog

Toen Frederic Tudor in 1783 als telg van een vermogende advocatenfamilie werd geboren, 

was het kanongebulder van de Onafhankelijkheidsoorlog nog nauwelijks verstomd. 

De jongen was net zo ambitieus als de jonge natie. Op 13-jarige leeftijd werd Tudor naar het gymnasium gestuurd, maar hij kwam er snel achter dat hij geen boekenwurm was. Hij wilde het echte leven buiten de schoolmuren proeven.

Zijn ouders gaven hem zijn zin. Hij ging in de leer bij een winkelier, maar ook daar kon hij zijn 

ei niet kwijt. 

Hij probeerde het een tijdje als uitvinder, en ontwikkelde een lenspomp die schepen onzinkbaar zou maken. Deze uitvinding werd geen succes.

Toen Tudor 17 jaar was, moest zijn broer William naar een kuuroord op Cuba. Frederic, een avonturier in hart en nieren, ging mee. In het voorjaar was Cuba een tropisch paradijs met 

exotische vruchten, witte zandstranden en verkoelende golven. 

Maar in de zomer was het verzengend heet en waren er malariamuggen. Op de terugweg bracht Tudor een paar weken door in Charleston, South Carolina. Hier was het zelfs nog benauwder.

‘Mijn tong hing uit mijn mond van de hitte’, schreef hij in zijn dagboek.

De drankjes waren er lauw, en hij kreeg heimwee naar Massachusetts met zijn strenge winters en het heldere, verfrissende ijs van de bevroren meren. Een idee begon post te vatten.

Tudor bouwde grote opslagplaatsen voor zijn ijs in India, zoals dit ijshuis in Madras, waar het maanden goed bleef. Later werd het ijshuis een paleis.

© Sathish Kumar

IJsman kan geen schepen huren

Eenmaal thuis in Boston kocht Tudor een groot opschrijfboek. Op de voorkant tekende hij een ijshuis van het soort waar de buren van het vakantiehuis van zijn familie ijsblokken in 

bewaarden. 

Op de eerste bladzijde schreef hij: ‘Wie bij de eerste tegenslag opgeeft, zal nooit succesvol zijn, en zal nooit een held worden in liefde, oorlog of zakenleven.’

Die woorden werden zijn lijfspreuk. Een paar dagen later noteerde hij zijn grote plan: ‘Boston, 1 augustus 1805. William en ik hebben vandaag besloten om al ons geld te steken in ons project: het brengen van ijs naar het Caribisch gebied de komende winter.’
Ze zouden beginnen met het eiland Martinique. Tudor stuurde zijn broer vooruit om afspraken te maken met de plaatselijke bevolking. Ondertussen bereidde Tudor zich voor door te lezen over het snijden, bewaren en vervoeren van ijs. Vervolgens haalde hij een paar ton ijs uit een 

meer in de buurt.

Toen wilde hij een schip huren, maar de rederijen verklaarden hem voor gek. Ze wilden geen lading vervoeren die kort na vertrek zou smelten en daardoor hun schepen en de rest van de 

lading zou kunnen aantasten.

Tudor kocht daarom voor 4000 dollar de brik Favourite. Een paar dagen na zijn vertrek schreef de krant Boston Gazette: ‘Dit is geen grap. Er is een vaartuig bij de douane gesignaleerd met een lading ijs voor Martinique. Laten we hopen dat dit project niet over één nacht ijs gaat.’

Handel begint in de Cariben 

In het voorjaar van 1806 bereikte Tudor Martinique. Een groot deel van het ijs was onderweg gesmolten, maar Tudor liet zich niet uit het veld slaan en ging meteen reclamefolders uitdelen om het ijs dat de reis naar het zuiden wel had overleefd aan de man te brengen.

‘Vandaag, 7 maart, en de komende dagen zullen we een partij ijs verkopen, die vanuit Boston naar deze haven is gebracht. Let op: u kunt het beste een lap stof meenemen om het ijs in te pakken zodat u het langer kunt bewaren.’

De broers hadden gehoopt dat de bevolking in groten getale zou komen opdraven om ijs te kopen voor in hun drankjes, maar er verscheen maar een handjevol mensen, en de meesten van hen hadden geen idee wat ze met het smeltende ijs aan moesten.

‘De mensen hier bewaren het ijs op de gekste plekken. Ze dragen het in de brandende zon over straat of leggen het buiten in een schaal en gaan dan lopen mopperen als het smelt. Anderen doen het in een emmer water of zelfs in het zout!’, schreef Tudor verontwaardigd aan zijn zwager in de VS.

Hij wist echter zeker dat zijn ijs aan zou slaan. Hij moest alleen nog de potentiële klanten overtuigen van het nut ervan. En ver vooruit denken.

Tudor leverde daarom gratis ijs aan de lokale bars, zodat ze koude drankjes konden serveren. Als de gasten daar eenmaal aan gewend waren, zouden ze nooit meer genoegen nemen met lauwe drankjes, hoopte hij.

Tudor leed 4500 dollar verlies op zijn reis naar Martinique. Toch was hij ervan overtuigd dat de wereld uiteindelijk van zijn ijs zou gaan houden. 

Als kind zag Frederic Tudor hoe ijs werd opgeslagen in ijshuizen. Maar In de tropen was een betere isolatie nodig.

© Polfoto/Corbis

Tudor wordt zakenman

In 1807 voer Frederic Tudor nogmaals naar de Cariben met een vracht ijs. Dit keer was de 

bestemming Cuba, waar het idee geboren was. 

Het ging niet van een leien dakje. Tijdens een ontmoeting met de gouverneur weigerde de tolk te vertalen wat hij zei – hij vond het voorstel te dwaas om de gouverneur mee lastig te vallen. Maar Tudor kreeg toch een deal: een monopolie van zes jaar op de ijshandel in Cuba.

Nu kon hij investeren in de bouw van een aantal ijshuizen waar hij het ijs kon opslaan. Hij moest hoge leningen afsluiten, maar hij had er altijd rekening mee gehouden dat hij de eerste 

jaren veel verlies zou lijden.

Niet iedereen had echter zoveel geduld. In 1812 sleepte een schuldeiser hem voor de rechter.

‘Maandag werd ik opgepakt en in de gevangenis van Boston gegooid. Dat was vast onvermijdelijk, maar mijn zaken zien er na zeven jaar ploeteren veelbelovend uit, dus ik had 

gehoopt dat het niet zo ver zou komen.’

Met wat hulp van zijn vrienden kon hij de schuld afbetalen en werd hij vrijgelaten. De moed was hem niet in de schoenen gezonken, en nu wilde hij de steden in de zuidelijke VS 

veroveren.

In 1817 opende hij een ijshuis in Charleston en een jaar later een in Savannah. Hij ging op dezelfde manier te werk als op Martinique en bracht zijn handel met goede aanbiedingen aan 

de man. 

In zijn folders schreef hij bijvoorbeeld dat je het ijs het best in een deken kon vervoeren: ‘Deze zijn in het ijshuis in verschillende formaten te koop.’

Frederic Tudor was uitgegroeid tot een echte zakenman. 

Indiërs dol op ijs uit Boston

In 1819 bezat Tudor een groot aantal ijshuizen in de VS, Cuba en Martinique. Hij schreef aan een vriend dat hij alleen al in het begin van het jaar voor 30.000 dollar aan ijs had verkocht, en dat hij nog eens 8000 dollar zou verdienen.

Maar een paar maanden later moest hij vaststellen dat zijn hele vermogen in rook was opgegaan vanwege een warme winter en een slechte economie: ‘Ik heb geen dollar meer over. Het is voorbij,’ schreef hij terneergeslagen.

Drie jaar later was hij echter weer boven jan en kon hij zijn ijsimperium uitbreiden. Nu had hij zijn zinnen gezet op India. Hij droomde al jaren van een ijshandel in dat land, want hij wist
zeker dat de Britse kolonialen zaten te springen om ijs om hun drankjes en sandwiches te 

koelen.

In 1833 werd het schip Tuscany in de haven van Bosten geladen met 200 ton ijs. De bestemming was Calcutta, en de reis duurde vier maanden, waarbij het schip twee maal de evenaar passeerde. 100 ton ijs kwam behouden aan.

Het Amerikaanse ijs werd een groot succes. Niet alleen de kolonialen, maar ook de Indiërs stroomden toe. ‘Als er hier een echte luxe is, dan is het dit wel,’ schreef een historicus uit India vol bewondering.

Voor sommigen was het een hele belevenis: ‘Eén Indiër durfde het ijs aan te raken, maar hij dacht dat hij zich eraan brandde, trok zijn hand terug en maakte zich snel uit de voeten, 

gevolgd door de andere omstanders,’ schreef de kapitein van de Tuscany.

De bevolking van Calcutta zamelde zelfs geld in om een opslagplaats te bouwen voor het ijs.
‘De gedachte aan ijs dat het hele jaar beschikbaar is, is onweerstaanbaar,’ schreef iemand. 
150 jaar na de dood van Tudor worden er in India nog steeds ijsblokken gebruikt. Arme mensen hebben vaak geen koelkast.
© Polfoto/Corbi

Iedereen wil ijs

Met het geld dat hij in India verdiende kon Tudor al zijn schuldeisers betalen. In Boston zagen steeds meer zakenlieden in dat de ijshandel geen dwaze onderneming was, maar een potentieel zeer winstgevende business. 


In 1855 waren er 12 ijsbedrijven in Boston, en steeds meer mensen hadden een koelbox in huis, waarin één ijsblok eten en drinken dagenlang koel hield.


Alle concurrentie ten spijt was Frederic Tudor een tevreden man. Hij had zijn droom, het verkopen van ijs in warme streken, verwezenlijkt. In 1864 overleed hij, 80 jaar oud en steenrijk.

Na de dood van Tudor ging de ijshandel op volle sterkte door. Alleen al in 1879 en 1880 

kochten Amerikanen ruim 5 miljoen ton ijs. 

Pas toen in de jaren 1920 de koelkast opkwam, was het avontuur voorbij. Het laatste ijshuis van Massachusetts sloot in 1942 zijn deuren. En vandaag de dag kunnen toeristen de verlaten ijshuizen in de havenplaatsen van India nog steeds bewonderen – als herinnering aan de ijskoning die niet van opgeven wist.   

Bekijk ook ...