Joseph Wright uit Derby schilderde amateur-experimenten in de Midlands in de 18e eeuw.
© Bridgeman

Geniale gentlemen veranderden de wereld

De stoommachine, de evolutietheorie en massaproductie zijn allemaal bedacht aan een Britse eettafel. In de 18e eeuw richtten amateurwetenschappers een genootschap op dat een ware revolutie ontketende.

12 september 2016 door Esben Mønster-Kjær
Groot-Brittannië maakte een grote sprong voorwaarts in de 18e eeuw. Doorbraken op wetenschapsgebied waren aan de orde van de dag, en uitvindingen maakten het onmogelijke mogelijk.

Deze vooruitgang was echter geen vooropgezet plan. De regering stelde geen strategieën op, de universiteiten speelden maar een bescheiden rol en de grootste doorbraken vonden niet plaats in Londen, dat Groot-Brittannië voor en na die tijd aan de gang hield.

De revolutie werd in gang gezet door gewone ambachtslieden, handelaren en gentlemen uit de Midlands – de leden van de Lunar Society in Birmingham, die overdag gewoon werkten, maar ’s avonds amateurwetenschap bedreven. Ze studeerden en experimenteerden bij kaarslicht, en uit hun nieuwsgierigheid kwam een nieuwe wereld voort. 

Op zoek naar de oorsprong van leven

De Lunar Society was een gemêleerd gezelschap van mannen die één ding gemeen hadden: ze hunkerden naar kennis. Vanaf de jaren 1750 kwamen ze regelmatig bijeen om ontdekkingen en ideeën uit te wisselen, samen na te denken en experimenten uit te voeren.

De spil van het genootschap was de arts Erasmus Darwin. Hij behoorde tot de Britse landadel en had gestudeerd in de Schotse hoofdstad Edinburgh, een kraamkamer voor genieën. In 1757 ging Darwin in Lichfield in het midden van Engeland wonen, waar hij heel goed verdiende aan het behandelen van de ingebeelde ziekten van de elite.

Hij was een middelmatige arts, maar had vrije tijd te over, die hij wijdde aan poëzie en wetenschap, met name biologie. In zijn tijd was amateurwetenschap hipper dan hip.
Erasmus Darwin heeft in meerdere opzichten naam gemaakt. 


Hij was een lekkerbek en werd zo dik dat hij een uitsparing voor zijn buik moest maken in zijn eettafel. Maar vooral was hij een vrijdenker, die alles in twijfel trok en op zoek was naar nieuwe inzichten.

Evolutietheorieën waren aan een opmars bezig binnen de biologie, en voor Darwin vormden zij een nieuwe manier om de wereld te begrijpen. 

Als een van de eersten betwijfelde hij of alle zoogdieren in hun bestaande vorm waren geschapen door God, zoals de Bijbel en de kerk verkondigden, en vroeg hij zich af of ze geen gezamenlijke stamvader hadden. Dat idee werd later uitgewerkt door zijn kleinzoon Charles Darwin in diens werk On the Origin of Species. 

Erasmus Darwin hoorde bij de Lunar Society en was de grootvader van Charles Darwin. Hij stelde dat de mens niet door God geschapen is, maar het resultaat is van evolutie. Zijn kleinzoon werkte dat denkbeeld later uit.

© Bridgeman

Alle kennis wordt gedeeld

Erasmus Darwin trouwde in 1757, en via de familie van zijn vrouw vond hij een zielsverwant. Matthew Boulton uit Birmingham had niet gestudeerd en werkte in de werkplaats van zijn vader, die gespen maakte. Net als Darwin was de jonge metaalbewerker echter in de greep van de tijdgeest. Hij voerde experimenten uit en zoog kennis op, hoewel hij nauwelijks las.

‘Mr. B is het bewijs dat je heel veel kennis kunt opdoen zonder te studeren, maar door praktische proeven te doen, snel van begrip te zijn en iets van mechanica te weten,’ schreef een vriend.

‘Hij dankte veel van zijn kennis aan de grootste leermeester die er is: het
gesprek met geleerden,’ zei iemand anders. Boulton en Darwin ontmoetten andere hobbywetenschappers en sloten zich aan bij de Republic of Letters, een informeel wetenschapsnetwerk in de VS en Europa. In de 18e eeuw waren brieven hét medium om kennis te verspreiden, ideeën uit te wisselen en advies te vragen.

Darwin en Boulton waren in vele briefwisselingen met knappe koppen verwikkeld en bezochten bijeenkomsten met andere amateuronderzoekers in de Midlands. 

Het maangenootschap krijgt vorm

Aanvankelijk bestond de Lunar Society uit acht wetenschapsfanaten die bijeen- kwamen voor de gezelligheid, om te discussiëren, te experimenteren en uitvindingen te doen, van meetapparatuur tot slimme gereedschappen. Zo waren ze een tijdje bezig om verbeteringen aan te brengen aan de paard-en-wagen om hem comfortabeler te maken.

De vrienden kwamen bijeen op een zondag rond vollemaan. Later, toen zich dominees bij het genootschap aansloten, werden de ontmoetingen naar maandag verplaatst. Ze kwamen om 14.00 uur aan bij de gastheer, die een overvloedige maaltijd opdiende, waarna vrouwen en kinderen zich terugtrokken. 

Dan haalden de mannen hun maatbekers, meetinstrumenten en bouwtekeningen tevoorschijn en begon het onderzoek.

De wijn vloeide rijkelijk terwijl de mannen proeven deden en de raadselen des levens bespraken. Om 20.00 uur of later was het tijd om afscheid te nemen. Ze waggelden naar hun paarden of koetsen en reden in het schijnsel van de volle maan naar huis.

In het begin was het een informele bedoening, maar omdat ze het vanwege hun succes alsmaar drukker kregen, werden de bijeenkomsten steeds vaster omlijnd. Vanaf 1765 noemden ze zich Lunar Circle (maancirkel), en 10 jaar later werd officieel de Lunar Society opgericht, met regels voor toelating.

Het brainstormen tijdens de bijeenkomsten werd voor de leden van het
genootschap de sleutel van het succes.

Netwerk verlegde grenzen

De Lunar Society telde genieën in alle takken van wetenschap en techniek. De 18e-eeuwse gentleman had een brede belangstelling.

  • Matthew Boulton. Metaalwarenfabrikant Bedacht de fabriek met seriële productie naar het principe van de lopende band.
  • James Watt. Ingenieur Bouwde de eerste efficiënte machine op stoom. 
  • Joseph Priestley. Dominee Ontdekte zuurstof en vond de prik uit toen hij water mengde met kooldioxide.
  • Josiah Wedgwood. Porseleinmaker Bedacht moderne verkoopmethoden met branding, reclame en garantie op de waren. 
  • Erasmus Darwin. Arts. Poneerde dat de mens niet door God geschapen is, maar het resultaat is van evolutie. Zijn kleinzoon Charles bouwde een theorie rond dat idee.

Fabrieken komen op

Matthew Boulton zette de eerste stap op weg naar beroemdheid toen hij
de metaalwerkplaats van zijn vader in Birmingham verruilde voor de fabriek Soho Manufactory. Daar maakte hij niet alleen gespen, maar ook luxeproducten van zilver en goud. Er was plaats voor 400 smeden en leerlingen, die dankzij massaproductie sneller en goedkoper werkten dan al hun concurrenten.

Boulton deelde de werkzaamheden op, zodat iedereen een stukje van het artikel maakte in plaats van het hele product. En hij kocht slimme machines die de eenvoudigste taken van de werknemers konden overnemen.

De bijeenkomsten van het maangenootschap waren vaak bij Boulton thuis, en de principes van zijn fabriek werden overgenomen door de pottenbakker Josiah Wedg­wood. In 1769 opende hij een fabriek in Stoke, 70 kilometer ten noorden van Birmingham.

Wedgwood combineerde zaken en hobby door met nieuwe materialen te experimenteren. En dankzij Boulton kon hij in hoog tempo produceren. Hij werd echter vooral beroemd vanwege zijn baanbrekende marketing.

De porseleinfabrikant deed er alles aan om bestellingen van het koninklijk huis in de wacht te slepen. En toen hij daar eindelijk in was geslaagd, gebruikte Wedgwood zijn connecties aan het hof om nieuwe klanten te werven, die voor weinig geld hetzelfde servies konden kopen als waar de koning van at. Zijn producten stonden binnen de kortste keren op elke Britse eettafel.

Zo werd het servies van Wedgwood, altijd gemerkt met ‘JW’, de eerste brand ter wereld. Zijn borden, vazen en potten waren niet alleen gewild omdat ze mooi waren en lang meegingen, maar ook vanwege het logo op de onderkant.

Nadat Wedgwood de Britse markt had veroverd, wilde hij meer.

‘Op pad, mijne heren, om de Fransen te verslaan op het gebied van smaak.’ Zo stuurde hij zijn verkopers de deur uit. Gerenommeerde Franse, Nederlandse en Duitse aardewerkfabrikanten werden tot faillissement gedreven. 

Engeland krijgt vloeibare snelwegen

De fabrieken van Boulton, Wedgwood en anderen in de Midlands draaiden op volle toeren. Het ging ze zo voor de wind dat vervoer een probleem werd.

De 18e-eeuwse wegen waren niet geschikt voor zwaar verkeer, en vooral niet voor breekbare artikelen als aardewerk. De enige optie was transport over de rivier de Trent, maar die was deels niet diep genoeg voor schuiten, en goederen konden alleen naar de Noordzee in het oosten worden gebracht. 

In 1765 was Erasmus Darwin een van de eersten die met een uiterst ambitieuze oplossing kwamen: een kanaal. Het moest 150 kilometer lang worden en het bevaarbare deel van de Trent verbinden met de havenstad Liverpool aan de Britse westkust.

Het was een project van ongekende omvang en stuitte op veel weerstand bij plaatselijke handelaren, die niet zaten te wachten op de concurrentie die zou ontstaan als goederen plotseling van kust tot kust vervoerd konden worden.

Wedgwood was echter een groot pleitbezorger voor het kanaal, want het zou zijn export veel makkelijker maken.

‘Ik moet goed nadenken voor ik weer weet of ik nu grondbezitter, ingenieur of pottenbakker ben,’ schreef hij in een drukke tijd, toen hij zijn aandacht moest verdelen tussen het kanaal en zijn zaak. In 1766 begon het graafwerk, en 11 jaar later werd het Trent and Mersey Canal geopend voor de scheepvaart – met wel 70 sluizen.

Al snel werd het land door kanalen doorkruist, die vele jaren voor de komst van de spoorlijnen massatransport van goederen mogelijk maakten

Het stoomtijdperk begint

Het kanaal was een grote sprong voorwaarts, net als een nieuw product dat Boulton in 1775 lanceerde. Hij ging een samenwerking aan met een Schot die grootse plannen had, maar niet het geld om ze te verwezenlijken.

James Watt wilde een stoommachine bouwen die goed werkte. Machines dreven al pompen in mijnen aan, maar die waren bij lange na niet efficiënt genoeg.

Met de financiële steun van Boulton en hulp van de smeden van de Soho-
fabriek wist Watt een sterk verbeterde versie te maken, die vier keer zo veel energie uit kolen en water haalde. De stoommachine van James Watt zou van Groot-Brittannië de toonaangevende industriële natie ter wereld maken.

Boultons Soho Manufactory was er als de kippen bij. In 1788 kreeg hij een contract van de staat voor het slaan van munten, en zijn machines spuwden 70 tot 80 identieke munten per minuut uit.  

De eerste efficiënte stoomachine werd ontwikkeld door de ingenieur James Watt. 

© Bridgeman

Genootschap sterft met leden

Een aantal leden van de Lunar Society werden opgenomen in de prestigieuze Royal Society – ook Boulton, ondanks zijn gebrek aan opleiding. 


De mannen hadden het druk en sommigen waren verhuisd, maar ze probeerden nog steeds geregeld bijeen te komen.

Erasmus Darwin stierf in 1802, 70 jaar oud. Zijn vriend Matthew Boulton leefde tot 1809, het laatste jaar dat er ontmoetingen van de Lunar Society zijn geweest. In 1813 verlootten de leden de boeken van hun bibliotheek, waarmee de club van geniale amateurs uit de geschiedenis verdween. 


Een groepje vrienden had Groot-Brittannië, Europa en de wereld ingrijpend veranderd.

Bekijk ook ...