Specerijenkaart van de Indische Archipel uit 1592 met nootmuskaat, kruidnagel en kaneel.

© Collectie Maritiem Museum Rotterdam

Specerijen waren goed voor de spermaproductie

Weet jij al wat er op het kerstmenu staat? Stoofpeertjes met kaneel? Een varkenshaasje met pepersaus? De decembermaand ruikt altijd extra lekker. Kruidnagel, peper, nootmuskaat en kaneel dampen door de keuken. Waar komen deze winterse specerijen vandaan?

8 december 2016 door Marleen Stavenuiter / Het Scheepvaartmuseum Amsterdam

Het antwoord op die vraag brengt ons naar de zeilreizen in Aziatische wateren en het jaar 1602. Vlak voor het einde van de winter verleenden de Staten-Generaal de Verenigde Oost-Indische Compagnie het monopolie op alle Nederlandse handel en scheepvaart op Azië. Dit betekende dat er niemand meer buiten de VOC om specerijen uit Azië mocht importeren naar Nederland. 

Om het inzamelen van deze specerijen te vergemakkelijken vestigde de VOC zich in de loop van de Gouden Eeuw op een groot aantal plaatsen in Azië. Er waren een aantal plekken in Azië van grote strategische waarde voor de Hollanders. Zo waren de Molukken destijds het enige productiegebied van kruidnagel en nootmuskaat. 

De verovering van deze regio betekende grip op plantages, en controle op de handel. Iets later veroverde de Compagnie het kaneeleiland Ceylon (het huidige Sri Lanka). En in Indonesië gingen onze voorvaderen (met minder succes) op zoek naar een monopolie op de invoer van peper. 

Zo werd de ingrediëntenlijst van een gemiddelde decemberstoofpot bij elkaar gesprokkeld. In kardemom, gember en kurkuma (geelwortel) was minder interesse en dus was de handel daarin voor de VOC niet de moeite waard.

Duizelingwekkende winst

Omstreeks 1685 had de VOC zo’n 20 kantoren in verschillende landen met zo’n 16.000 dienaren. Kortom: de VOC had een gigantisch internationaal handelsnetwerk bij elkaar gezeild. De inkomsten waren duizelingwekkend. 

De specerijen waren goud waard en zorgden voor winsten van meer dan 1000 procent. Kruidnagels en nootmuskaat hadden een vaste prijs van 3,75 gulden per pond. Een brutowinst van 1400 tot 7400 procent! Het aanbod op de Nederlandse markt moest streng gereguleerd worden zodat de prijs kon worden opgedreven. 

Een vakkundig stukje economisch denken, maar de manier waarop dit goud is gewonnen en geïmporteerd naar de toenmalige Republiek is niet op zachtzinnige wijze gegaan. 

 

De compagnie als machtige koopman in Azië. In het midden van de beelden zie je de VOC afgebeeld als koningin (het logo van de VOC is afgebeeld op haar borst) die de scepter zwaait over het oostelijk halfrond van de wereldbol, die naast haar op de grond ligt. De troon van de koningin wordt gedragen door de Hollandse leeuw. Op de achtergrond zie je schepen en mensen die de VOC producten aanbieden. 

© Collectie Het Scheepvaartmuseum

Een ware roep om kaneel

De decembermaand zonder kaneel is als een tosti zonder kaas. Kaneel is de gedroogde binnenbast van de kaneelboom die in repen van de stam af wordt gesneden. Handel in het heerlijk ruikende goedje bleek niet eenvoudig te zijn en de creativiteit van de Hollanders werd sterk op de proef gesteld. De kaneelplant kon namelijk pas na zeven jaar voor het eerst geschild worden. 

Daarnaast bleek kaneel een zeer kwetsbare specerij te zijn die veel reuk en smaak verloor als hij te lang onderweg was. De zeezeilers probeerden dit probleem terug te dringen door kaneel te verpakken in leren zakken gemaakt van koehuiden. 

Smaakverlies was niet het enige probleem met de kaneelhandel. De VOC moest ook rekening houden met het strenge kastensysteem van de lokale bevolking op Ceylon waarbij alleen bepaalde stammen de kaneel mochten kappen en schillen. De stammen hadden op die manier een zekere macht over de VOC die vaak uitgebuit werd en een hogere prijs impliceerde. 

Omgekeerd deed de VOC er ook alles aan om de lokale boeren uit te buiten, dus laten we niet spreken van Hollandse lieverdjes. De roep om kaneel leidde tot een ware kaneeloorlog met uitputting van de grond tot gevolg. In de eerste helft van de achttiende eeuw verdiende de VOC ongeveer 1,3 miljoen gulden met de handel in kaneel. 

Het bleef namelijk niet bij import alleen. De Hollanders maakten zich ook de export eigen door kaneel vanuit de Republiek te verkopen aan Europese kolonisten in Latijns-Amerika. Zo zeilden zij het bolletje rond met exotische waar die inmiddels overal gewild geworden was. 

VOC-stuiver, geslagen op Ceylon.

© Collectie Het Scheepvaartmuseum

Kaneelstokken en baby’s

Toch eindigde kaneel toentertijd niet standaard in stoofpotjes of pepernootjes. Kaneel werd gebruikt als surrogaat voor de dure pruimtabak of als ontstekingsremmer. Ook zou kaneel werken tegen een slechte adem en de spermaproductie van de man stimuleren. 

Het blijven speculaties en overpeinzingen van de redactie; maar zou dit inzicht iets te maken kunnen hebben met het ontstaan van de kaneelstok? En zou het toeval zijn dat vandaag de dag de meeste baby’s worden geboren in augustus en september?

Om even terug te komen op het onderwerp: we zijn benieuwd naar wat er bij jullie op het menu staat. Fijne kerstdagen!


Bron: Els M. Jacobs. Koopman in Azië. De handel van de Verenigde Oost-Indische Compagnie tijdens de 18de eeuw. Bibliotheek van Het Scheepvaartmuseum.

Bekijk ook ...