De verovering van de Zilvervloot in de Baai van Matanca of Matanza.

Kapers: kapitaaljagers van de staat

Pirates of the Caribbean heeft net zijn vijfde film gelanceerd en de Nederlandse marine bewaakt internationale wateren. Piraten spreken tot de verbeelding. Of moeten we spreken van kapers? En wat is eigenlijk het verschil? 5 weetjes om wijs uit de hoek te komen op verjaardagen!

2 mei 2017 door Marleen Stavenuiter/Het Scheepvaartmuseum

1. Kaper: een heuse baan

Kapers en piraten. Deze twee woorden worden vaak door elkaar gebruikt, maar dat zou niet moeten. 

Het zijn van een kaper was in de Gouden Eeuw namelijk een echte baan in opdracht van de regering. Piraten daarentegen waren niet in dienst van de overheid maar waren individuele goudzoekers die voeren voor hun eigen geluk. 

Piraten hielden er illegale praktijken op na, waar kapers binnen de kaders van de wet plunderden. Een schip dat erop uit werd gestuurd om vijandelijke schepen leeg te roven, mocht dat doen als hij een kaperbrief aan boord had, uitgegeven door het hoogste gezag in het land. 

In die brief werd officieel toestemming gegeven voor kaperij, en je diende hem altijd aan boord te hebben. Je zou dus kunnen zeggen dat kapers legale piraten waren. 

2. Koopvaart versus kaapvaart

Het Nederland van de Gouden Eeuw was zeer succesvol in de koopvaardij, vooral richting Azië. Handel drijven en het importeren van specerijen en porselein was het voornaamste doel en dat bracht de Republiek behoorlijke welvaart. 

Vooral Amsterdam profiteerde hiervan. In dezelfde tijd was er ook sprake van actieve kaapvaart. Aan de zuidkant van ons landje blonken vooral de Zeeuwen uit in kaapvaart. Alhoewel er veel minder geld binnen kwam door kaapvaart dan door de koopvaardij, bracht het toch behoorlijk wat poen en bijzondere snuisterijen in het laatje. 

Vooral de West-Indische Compagnie (WIC) maakte hier strategische plannen voor. Vanaf de Tweede Engelse Oorlog waren zo’n 50.000 Nederlanders betrokken bij kaperij.  

Portret van Piet Hein.

© Het Scheepvaartmuseum

3. Was zijn naam nu klein of groot?

De meest bekende Hollandse kaper? Jep: Piet Hein. 

Voordat hij een grote naam werd, heeft hij het behoorlijk zwaar gehad. Zo werd hij meerdere keren gevangengenomen door de Spanjaarden en werd hij zelfs aan het werk gezet als slaaf. Piet Hein ging daarna voor de WIC varen en kreeg de opdracht om afbreuk te doen aan de Spaanse economische overheersing in de West. 

In 1628 vertrok Piet Hein met 31 schepen en 3800 man richting de Amerika’s en verovert de Spaanse Zilvervloot. Een gigantische buit werd meegenomen naar Holland: 177.000 pond zilver, suiker, parels, en sinaasappels, oftewel ‘appeltjes van oranje’. 

4. Toeval of strategisch meesterschap?

Tsja. Eigenlijk was er sprake van een beetje toeval. Piet Hein hoefde de Spaanse vloot voor de Caribische kust alleen maar op te wachten. 

Er schijnt zelfs geen schot te zijn gelost, omdat de Spaanse schepen zo afgeladen vol lagen met zilver en artefacten dat zij niet meer in staat waren om terug te vechten. Overvallen, inladen en wegwezen. 

Bij de terugkeer in Holland was de bevolking uitzinnig. Maar Piet Hein bleef er mild onder. Voor hem voelde het vreemd: hij had in het verleden meer geleden en gestreden dan nu en kreeg daar nooit de waardering voor. Dit keer was het anders, terwijl de strijd minder groot was geweest.

Penning naar aanleiding van de dood van Piet Hein

© Het Scheepvaartmuseum

5. Muitende bemanning

Piet Hein is nooit ontzettend rijk geworden van de Zilvervloot. Het totaal aan waarde van de verovering was zo’n 11,5 miljoen gulden, want naast de buit werden er ook Spaanse galjoenen (schepen) mee op sleeptouw genomen de oceaan over. 

Piet Hein hield 6000 gulden aan de expeditie over. Een prima bedrag, maar het stond niet in verhouding met de opbrengst van zijn daden. 

Maar toch, Piet Hein was een simpel man en vond dat men normaal moest doen. Zijn bemanning daarentegen was het niet eens met hun beloning: Piet Hein werd zelfs bedreigd en moest lijfwachten inhuren om zich te beschermen. 

Door de zilvervloot werd hij een held, maar lang kon hij niet genieten van deze status. Hij zou een jaar later aan zijn einde komen door een kogel in zijn schouder. Piet Hein was op slag dood en kreeg zoals het een echte held betaamt een praalgraf in Delft. 

Piet zelf had vast nooit gedacht dat zijn naam nog eeuwen zou doorklinken in schoolliedjes ...

Bekijk ook ...