In de buik van Leonardo’s leeuw zat een boeket lelies verstopt.

Bizarre mechanische uitvindingen

Een automatische eend die graan at en kon poepen. Een robotkind dat de god Amor tekende. En een mechanische pop die beter schaakte dan Napoleon. De renaissance wemelde van de mechanische wonderen – het ene nog gekker dan het andere.

16 april 2015 door Dorete Skjerning Høy
In de Europese renaissance werd de kunst herontdekt. Beeldhouwers, schilders en architecten rukten zich los uit het middeleeuwse keurslijf en experimenteerden naar hartelust met natuurgetrouwe, harmonieuze kunst. Maar soms lieten ze hun fantasie de vrije loop voor een ander kunststukje: ogenschijn­lijk dode dingen in gezang, spel of dans laten uitbarsten. Rijken en edelen tastten graag diep in de buidel voor mechanische wonderen als lopende poppen of mechanische monniken. De eerste robotbouwers in de 16e eeuw brachten hun speelgoed tot leven met primitief drijfwerk en grote tandwielen. Maar naarmate horlogemakers en uitvinders de mechanieken verfijnden, werden de robots beter en konden ze bijvoorbeeld portretten tekenen. Later vormde de techniek achter de robots de inspiratie tot de machines die halverwege de 18e eeuw duizenden industriearbeiders zouden vervangen – zoals het automatische weefgetouw.

Thema

Bekijk ook ...