Nadat de rots met dynamiet was gevormd, werden de fijnere gezichtstrekken uitgehouwen met hamer en beitel.

© Library of congress

Mount Rushmore: Excentrieke beeldhouwer leefde zich uit op graniet

In 1925 neemt South Dakota een beruchte beeldhouwer in de arm om een uniek monument te maken, Mount Rushmore, dat toeristen naar de staat moet lokken. Maar een economische crisis, een wereldoorlog en de heetgebakerde beeldhouwer zelf dreigen een stokje te steken voor deze droom.

2 maart 2016 door Else Christensen

Beeldhouwer Borglum is onder indruk van Mount Rushmore

Betoverend is een groot woord. Maar het was precies wat Gutzon Borglum dacht toen hij in september 1925 voor het eerst de 1745 meter hoge granieten rots Mount Rushmore beklom.

De berg was anders dan de omliggende rotsen, dat was hem meteen opgevallen. Het oppervlak was rond en glooiend, alsof de gezichten die Borglum er in opdracht van de staat South Dakota in zou gaan uithakken, er al in verborgen lagen.

Vanaf de top keek Borglum uit over vijf staten, en zo ver het oog reikte zag hij bos en velden – een overweldigend uitzicht. De rots was perfect gelegen. ‘Alleen de Almachtige kan mij nog beletten deze klus te klaren,’ verklaarde de beeldhouwer opgewonden.

Hij zou zijn enthousiasme hard nodig hebben. Want de vervaardiging van het gigantische monument voor vier van de beroemdste presidenten van de VS zou bepaald niet zonder slag of stoot gaan.

Afbrokkelende rotsblokken, de grootste economische crisis in de geschiedenis van de VS en een dreigende wereld-oorlog waren slechts een paar van de beproevingen die Borglum doorstond in de 16 jaar die het hem kostte om dit nationale pronkstuk te bouwen.

Toeristen voor Mount Rushmore moeten de staat redden

Mount Rushmore was geen voor de hand liggende keuze om een nationaal monument te worden. Tot vijftig jaar terug hoorde de berg niet eens bij de VS, want volgens een verdrag uit 1868 zou het gebied ‘voor eeuwig’ in bezit zijn van de lokale Sioux-indianen.

‘Voor eeuwig’ bleek echter te duren tot er goud werd gevonden. Kolonisten stroomden toe, en al snel zat de plek vol met het slechtste wat het Wilde Westen te bieden had. Moord, berovingen en prostitutie heersten in de steden, waar onder andere ‘Wild Bill’ Hickok en

‘Calamity Jane’ Canary huishielden. Toen Borglum halverwege de jaren 1920 er zijn entree maakte, had South Dakota die episode echter allang achter zich gelaten.

Het was nu een saaie boel in de verarmde staat. De goudmijnen waren uitgeput en de toeristen, die juist in deze jaren de weg op gingen in hun nieuwe auto’s, meden South Dakota, dat behalve de mooie natuur weinig bijzonders te bieden had.

‘Toeristen krijgen snel genoeg van mooie landschappen en blijven weg, tenzij een plek nog iets anders te bieden heeft,’ aldus Doane Robinson, de staatshistoricus van South Dakota.

Hij dacht aan een grote sculptuur in de bergen en ging op zoek naar een bekwame beeldhouwer. Een van de kunstenaars met wie Robinson contact opnam, was Gutzon Borglum, die op dat moment al naam had gemaakt met zijn pompeuze, patriottische werken.

‘Zeer geïnteresseerd in uw voorstel. Fantastisch plan. Houd eraan vast,’ antwoordde de beeldhouwer Robinson in een telegram uit augustus 1924.

Borglum verpandt noodgedwongen zijn huis

De stevige, kalende Borglum met zijn doordringende ogen en borstelige snor straalde kordaatheid en wilskracht uit. Robinson en senator Peter Norbeck waren er dan ook van overtuigd dat hij geknipt zou zijn voor de opdracht.

‘Borglum is een van ’s werelds beste beeldhouwers, zo niet dé beste,’ aldus Norbeck op een persconferentie De beeldhouwer was er klaar voor ‘monumentale werken na te laten, die voor altijd zouden blijven bestaan’.

Borglums artistieke talent was niet het enige wat de senator aansprak. De beeldhouwer stond bekend om zijn goede connecties met de beau monde – zelfs met presidenten – en had bij de eerste kennismaking duidelijk laten doorschemeren dat hij geld zou kunnen regelen voor het Mount Rushmore-
project, dat nog niet was gefinancierd.

Borglum had laten vallen dat hij vele vrienden had die wel ‘een paar miljoen dollar achter de hand hadden’.

Al snel bleek dat Borglum voor zijn beurt had gesproken, want zijn bedelbrieven bleven allemaal onbeantwoord. Om genoeg geld te hebben om zelfs maar aan de slag te kunnen, moest Borglum zijn eigen huis verpanden.

Pas toen een lokaal Congreslid president Calvin Coolidge ertoe verleidde op vakantie te gaan in South Dakota, en Borglum hem overhaalde om in augustus 1927 te spreken bij de start van het project, kwam de financiering van de grond.

In een vlaag van patriottisme zamelde South Dakota in korte tijd 42.000 dollar in. Dat hoge bedrag noopte president Coolidge ertoe om Mount Rushmore bij zijn terugkeer in Washington op te nemen in de federale begroting.

Beweeg de muis over de rode rondjes en lees meer over de beroemde gezichten op het monument.

Werk op Mount Rushmore vereist stalen zenuwen

De sculptuur, waarmee in oktober 1927 werd begonnen, zou vier presidenten gaan voorstellen: George Washington, Thomas Jefferson, Theodore Roosevelt en Abraham Lincoln. De vier moesten vanaf hun middel worden afgebeeld,
alsof ze oprezen uit de berg.

Tegen de herfst had Borglum op de berg een compleet dorp gevestigd. Er waren keukens, eetzalen en latrines voor de arbeiders en loodsen met onder meer een smederij, acht takels en compressoren voor de drilboren.

Boven op de berg stonden Borglums kantoor en het huis van de ‘aanwijzer’ – een medewerker die er met behulp van een vindingrijk systeem voor zorgde dat de sculpturen goed werden uitgevoerd in verhouding tot de modellen.

Als eerste werden er rotsblokken opgeblazen om vorm te geven aan het hoofd van Washington. De springstof werd ’s ochtends verpakt en geplaatst, om als de arbeiders gingen schaften tot ontploffing te worden gebracht. In de middag werd de procedure herhaald.

In de volgende fase verwijderden de mannen met drilboren het graniet tot op 15 centimeter van het te boetseren gezicht. De boren wogen zo’n 40 kilo en trilden zo hard dat ze een eigen leven leken te leiden.

Om de boor te sturen zette de arbeider hem tussen zijn beide voeten, die hij naar de rots richtte. Dan leunde hij achterover, slechts overeind gehouden door een enkele kabel van 1,5 centimeter dik, die een collega vasthad.

Het voelde alsof je zweefde. De meeste arbeiders wenden eraan, maar sommige kregen er nachtmerries van. ‘Toen ik het een dag of drie, vier deed, werd ik ’s nachts wakker en greep ik uit alle macht mijn bed vast uit angst om van de berg te vallen,’ vertelt er een.

Gezicht van Washington trekt toeristen naar Mount Rushmore

Langzaam maar zeker kreeg het gezicht van Washington vorm, en op 4 juli 1930 kon de eerste sculptuur op Mount Rushmore worden onthuld.

De interesse voor het monument bleek enorm, en in de maanden daarop bezochten duizenden belangstellenden de plek. Aangespoord door dit succes verklaarde Borglum dat de rest van de beelden al in 1934 af zou zijn.

Maar het liep anders, want in de loop van 1931 kreeg het werk op Mount Rushmore een aantal tegenslagen te verduren.

Volgens het oorspronkelijke ontwerp zou Lincoln links en Jefferson rechts van Washington komen. De werklui waren al aan het hoofd van Jefferson begonnen toen Borglum in 1931 op reis ging en het werk overliet aan zijn assistenten.

Bij thuiskomst wachtte hem een nare verrassing. In Borglums afwezigheid had zijn assistent Hugo Villa zich vooral beziggehouden met wijn drinken en vrouwen versieren.

En dat had invloed op de kwaliteit van zijn werk: Jeffersons voorhoofd was te plat geworden en zijn neus 15 centimeter te kort. Borglum was woest en beweerde dat je de fouten van kilometers afstand kon zien.

Hij beschuldigde Villa van grove nalatigheid en ongehoorzaamheid. Nijdig besloot Borglum een nieuw beeld van Thomas Jefferson uit te hakken – nu ter rechterzijde van Washington.

De mislukte sculptuur werd opgeblazen. Ook op de nieuwe plek ging het niet van een leien dakje met Jefferson. Toen Borglum aan de neus van de president begon, ontdekte hij een verontrustend grote scheur bij het rechterneusgat.

Uit angst dat er vocht in de kier zou komen, waardoor de neus er ’s winters af kon vriezen, liet Borglum het gezicht in zijn geheel een paar graden noordwaarts draaien en iets naar achteren kantelen, zodat de scheur niet over de neus liep.

 

President Franklin D. Roosevelt woonde in 1936 de onthulling van het hoofd van Thomas Jefferson bij.

© ap/polfoto

Crisis redt Mount Rushmore

Al snel zou echter blijken dat Borglum grotere problemen had dan Jeffersons neus. Twee jaar eerder, in oktober 1929, was de economische bloei in één klap tenietgedaan door een diepe depressie, toen de beurs in New York instortte.

Bedrijven gingen failliet en miljoenen mensen verloren hun bestaanszekerheid.
Bij de inwijding van het beeld van Washington was er al kritiek geweest op de staatssubsidie voor het monument.

Door de financiering van geldverslindende projecten in deze tijd van zware crisis ‘aanschouwen we geen milde, troostrijke bergen meer, maar worden we gedwongen het strenge gezicht te zien van de directeur van de nationale bank,’ merkte een journalist op.

Dit gevoel vond weerklank, en al snel droogde de geldstroom voor het Mount Rushmore-monument op. Eind 1931 had de bouwcommissie nog maar 500 dollar in kas, terwijl er 16.000 dollar aan schulden uitstond.

Kort daarna kwam het project geheel tot stilstand. Ironisch genoeg werd de crisis juist de redding voor Mount Rushmore. In een poging de Amerikaanse economie weer in het zadel te helpen, besloot president Herbert Hoover in 1932 te investeren in publieke bouwprojecten.

Mount Rushmore kreeg 100.000 dollar. Bovendien werd het gebied rond de berg aangewezen als nationaal park onder de federale regering. Dat hield in dat de regering geld in het project zou blijven stoppen.

Begin 1933 – na anderhalf jaar te hebben stilgelegen – kon het werk op Mount Rushmore worden voortgezet. De financiering was nu rond, maar daarmee waren de problemen nog niet ten einde.

Neem nu Borglum zelf. De beeldhouwer was een ramp om mee om te gaan en deinsde er niet voor terug mensen te bedreigen of te ontslaan.

Bovendien had Borglum een gat in zijn hand. Hij hield nooit zijn uitgaven bij en maakte ook een potje van zijn persoonlijke geldzaken.

Borglum heeft een gat in zijn hand

John Boland, de voorzitter van de financiële commissie van Mount Rushmore, hield Borglum lang de hand boven het hoofd. Maar toen in 1938 Borglums contract moest worden verlengd en het Congres lastige vragen begon te stellen, moest hij met de billen bloot.

‘Het probleem is niet wat Borglum ontvangt, maar wat hij uitgeeft. Hij behoort tot de best verdienende burgers van het land, maar is toch altijd blut,’ moest de voorzitter toegeven.

Ondanks de financiële puinhoop van Borglum wist Boland het Congres ertoe te bewegen om het contract te verlengen, en zo had de beeldhouwer in het voorjaar van 1939 een groter budget tot zijn beschikking dan ooit.

Daarmee nam hij nog veel meer arbeiders aan – het grootste team dat tot dan toe voet op Mount Rushmore had gezet.

Het werk vorderde gestaag. Lincoln was in september 1937 onthuld, en in juli 1939 was de beurt aan de laatste president, Roosevelt. De feestelijke inwijding vond plaats op een zondag, en het aantal bezoekers overtrof de stoutste verwachtingen: Niet minder dan 3000 auto’s en 12.000 mensen vonden die dag hun weg naar Mount Rushmore.

Borglum zelf werd in één klap een bekend gezicht en was onder andere te zien in advertenties voor een medicijn tegen hoofdpijn.

Onder een foto van hem naast Lincolns neus stond: ‘Van langdurig boren en te veel problemen krijg je hoofdpijn. Hij zegt: “Ik neem altijd Bromo-Seltzer tegen hoofdpijn.” Ook een probaat middel tegen nerveuze spanningen en maagklachten.’

Mount Rushmore wordt een trekpleister

Borglum had de pillen ook wel nodig, want hij begon te kwakkelen. In 1940 werd hij opgenomen in het ziekenhuis van Colorado Springs ‘voor een kleine operatie om beter in vorm te komen’, aldus zijn vrouw Mary.

Het gerucht ging echter dat zijn toestand ernstig was, want na zijn ontslag uit het ziekenhuis huurde Mary een verpleegster in.

Ondanks zijn slechte gezondheid werd Borglum zwaar onder druk gezet door de federale overheid, die voor Mount Rushmore betaalde. Ze eiste dat Borglum als beeldhouwer zelf de laatste hand aan de sculpturen legde en wilde ook dat hij zijn budget en definitieve planning openbaar maakte.

Borglum deed alsof zijn neus bloedde, maar in februari 1941 was de kas zo goed als leeg en moest hij het Congres nogmaals om een zak geld vragen.

‘Ik ben ervan overtuigd dat de natie ons tegemoet zal komen met het bedrag dat nodig is om het project tot een goed einde te brengen,’ verklaarde Borglum voordat het Congres hem afpoeierde.

De volksvertegenwoordigers waren zijn praatjes zat. Een paar dagen later kreeg de beeldhouwer een bloedprop in zijn longen. In eerste instantie overleefde hij het, maar een tweede bloedprop een paar weken later werd hem fataal.

Iedereen verwachtte dat het doek nu zou vallen voor het project. Maar toen kwam Borglums zoon Lincoln naar voren met de verklaring dat hij het werk van zijn vader wilde voltooien.

Vanwege het krappe budget bracht Lincoln het ontwerp echter terug tot alleen de gezichten van de presidenten. Op 31 oktober 1941 was het kunstwerk eindelijk af. Slechts vijf weken later raakte de VS betrokken bij de Tweede Wereldoorlog, waardoor patriottisme ruim baan kreeg.

Veel Amerikanen gingen de onverzettelijke rots met de vier presidenten zien als een symbool van een sterk, verenigd Amerika. South Dakota werd een toeristische trekpleister – en is dat nu nog steeds. Elk jaar bezoeken meer dan 2 miljoen mensen het monument Mount Rushmore.

Lees meer over de de bouw en de vijf stappen waarin Mount Rushmore tot stand kwam.

Bekijk ook ...