Heuneburg – de sterke vesting van de Kelten

In 600 v.Chr. bouwden de Kelten een vesting met 6 meter hoge muren op een steile heuvel met uitzicht over de Donau. Vandaar konden ze het scheepsverkeer op de rivier, die het Keltische Rijk verbond, in de gaten houden.

16 juli 2015 door Jannik Petersen

Kelten hadden degelijke vestingen

Spitse houten palen op een aarden wal. Zo stelden historici zich de verdedigingswerken van de Kelten voor. Tot archeologen de vesting Heuneburg opgroeven, bij de grens tussen Duitsland en Zwitserland. Heuneburg werd rond 600 v.Chr. gebouwd, en de muren van de 300 meter lange en 150 meter brede vesting bleken verrassend sterk. Boven op een fundament van kalksteen hadden de Kelten bakstenen gemetseld, met daar weer boven een houten hekwerk. In totaal was de muur 6 meter hoog. De schietgaten op de top waren overdekt, zodat de Keltische krijgers niet door slingerwapens van de vijand konden worden getroffen.

Geavanceerde poort gaf toegang tot de vesting

De vestingmuur stond op een natuurlijk plateau met aan drie zijden 40 meter hoge, steile hellingen. De poort aan de ingang van de vesting was bepaald geen eenvoudig bouwwerk. Bezoekers moesten door een verdedigingstoren met een ingebouwde sluis. Via de buitenste poort kwamen ze eerst op een binnenplaats, waar de wachters boven op de muur hen van alle kanten konden beschieten. Na een wapencheck werd de binnenste poort geopend en konden de bezoekers de burcht binnengaan.

Romeinen veroverden Keltische vesting nooit

Heuneburg beschermde een bedrijvige Keltische handelsplaats, die vermoedelijk zelf ook weer een verdedigingsmuur had. De vesting was al lang voordat de Romeinen het gebied in de eerste eeuw v.Chr. veroverden, verlaten en afgebrand.


Lees meer over het onderschatte Keltische volk in Historia 6/2015.

Bekijk ook ...