De Engelse wet kent geen genade. Voor het kleinste vergrijp belandt iemand achter de tralies. In de gevangenis worden de misdadigers gemarteld, en in de cel sterven meer mensen dan aan de galg. 

© Bridgeman Images & Heritage image/Age

Gevangenis Newgate in Londen was hel op aarde

Ongedierte, honger en marteling teisteren de gevangenen in Newgate. Tussen 1188 en 1902 wachten moordenaars, struikrovers, zakkenrollers en ander gespuis in de primitieve cellen van de gevangenis tot ze worden opgehangen. En voor de kosten van hun verblijf draaien ze zelf op.

15 december 2017 door Stine Overbye

De vloer in Newgate klinkt als een grindpad. Maar wat er onder je schoenen knarst, zijn geen steentjes. 

Op de vloer krioelt het van het ongedierte, en zoals alles in de gevangenis is hij smerig en plakkerig. 

Er liggen plassen urine, de muren zijn besmeurd met poep en overal liggen mensen met een uitgedoofde blik.

De stank in het voorportaal van de dood is onbeschrijflijk, en toch staan de Londenaren elke zondag in de rij om binnen te komen. 

En ze willen er zelfs voor betalen. Een bewaarder neemt de muntjes gretig aan, en al snel vullen de kerkbanken van de gevangenis zich met nieuwsgierige burgers.

De kerkdiensten van de jaren 1770 zijn een ware attractie. Elke zondag moeten de misdadigers die op maandag opgehangen zullen worden, naar de kapel komen voor de laatste preek van hun leven. 

Als publiek bij hun eigen begrafenis zitten ze in een kringetje om de lege kist die de predikant symbolisch de kale ruimte in heeft gesleept. 

Hij kijkt het handjevol gevangenen vermanend aan. Over een paar uur zal er een bruusk einde aan hun leven komen.

Sommige ter dood veroordeelden zijn nog maar kinderen, die in een zwak moment wat kleren of brood gestolen hebben. Nu zijn ze verlamd van angst. 

De volwassenen proberen er met galgenhumor wat van te maken. De meesten zijn beschonken en zitten te dollen, anderen schelden de predikant uit, die zijn stem moet verheffen.

De predikant probeert de gevangenen steeds weer tot berouw te bewegen, en ondertussen steken de toeschouwers hun nek uit om een glimp op te vangen van de terdoodveroordeelden. 

‘Catherine Hayes hakte het hoofd van haar man af.’ ‘Oplichtster op de brandstapel.’ Zo luidden enkele koppen van een van de populairste uitgaven van de 18e en 19e eeuw: The Newgate Calendar.

© Petra & Panther Books

Newgate is synoniem met lijden

Al sinds de eerste misdadigers eind 12e eeuw Newgate betrekken, is de naam van de gevangenis synoniem met dood en kwelling. 

In de ruim 700 jaar dat de strafinrichting bestaat, wordt hij meerdere keren verbouwd en uitgebreid, maar een vaste klant is Magere Hein, die voor de duizenden onfortuinlijke lieden die er hun laatste dagen slijten, immer een trouwe celgenoot geweest is.

In Newgate neemt de dood vele vormen aan. 

Sommigen komen op de brandstapel, anderen worden onthoofd, en ruim drie kilometer van de inrichting, in Tyburn – in een hoek van het huidige Hyde Park – staan de galgen. 

Wie zijn opsluiting overleeft, komt in Tyburn aan zijn einde. 

Maar velen blijft een ritje in de gammele kar die hen door de straten van de stad naar de plaats van executie brengt bespaard: zij bezwijken in de cel aan ziekte of marteling.

De Londenaren spreken van ‘de hel op aarde’ en ‘het graf der levenden’, en dat is niet zonder reden. 

Newgate is een smerige, overvolle puinhoop, en op een warme zomerdag is de stank van uitwerpselen en rottend mensenvlees in de hele wijk te ruiken.

Naburige winkels sluiten hun deuren wanneer de stank op z’n ergst is, voorbijgangers haasten zich langs de dikke muren van de gevangenis en knijpen hun neus dicht, maar voor de dieven, moordenaars, verkrachters en struik-rovers is er geen ontkomen aan. 

Zij zitten in de stank en de ellende tot het recht zijn loop heeft gehad.

Opsluiting is big business

Veel van de gevangenen in Newgate zijn nog niet veroordeeld voor hun misdaden – ze zijn slechts achter de tralies gezet in afwachting van hun vonnis. 

De gevangenis dient als huis van bewaring, niet als plek om je straf uit te zitten. En de onvrijwillige gasten moeten zelf de kosten van hun verblijf betalen.

De gevangenis is privébezit, en de pachter vaart er wel bij. 

Vanaf het ogenblik dat een gevangene binnengebracht wordt tot hij – dood of levend – de poort weer verlaat, moet hij of zijn familie diep in de buidel tasten.

‘De gevangenbewaarders verdienen aan de tranen van de arme gevangenen,’ klaagt een bajesklant in de 18e eeuw. 

Als een gevangene arriveert, vangt de poortwachter geld voor kaarsen, kolen en de circa 20 kilo zware ketenen die de gevangene aan de vloer van zijn cel kluisteren. 

Wie geen geld heeft, betaalt met zijn kleding, en wie het zich kan veroorloven, koopt lichtere kettingen. Rijke gevangenen hoeven zelfs helemaal niet geketend te worden.

Ook voor de kosten van zeep, kleren, een bed en een deken draaien de mis-dadigers zelf op, maar wie goed bij kas zit, hoeft niet bang te zijn dat hij zijn luxe levensstijl verliest: hij krijgt een privéwoning met bedienden die koken en de was doen, en heeft zelfs toegang tot prostituees om ook zijn intiemste behoeften te bevredigen.

Een van deze welvarende gevangenen beschrijft in 1717 hoe hij kort na aankomst – en na een klein vermogen op tafel te hebben gelegd – een groot glas brandewijn krijgt van een dikke dame, die aankondigt dat er zo snel mogelijk een warme maaltijd opgediend wordt.

‘Sir, ik begrijp dat u een gentleman bent, te hoog opgeleid om een kelder te delen met moordenaars, landverraders en dieven. 

U wordt ingekwartierd in een privéverblijf, waar u kunt converseren met gelijkgestemden,’ belooft de vrouw, en ze houdt woord.

Elke avond mag de man bezoek van andere rijke gevangenen, vrienden en familie ontvangen, en tot diep in de nacht wordt er gekaart, gedronken en uitgebreid van gedachten gewisseld.

Doodskisten dienen als bed

Terwijl de rijken kunnen doen of ze thuis zijn en zelfs hun vrouw, kinderen en huisdieren in de gevangenis mogen laten logeren, zijn de armen aangewezen op donkere, vochtige kelders vol ratten en ander ongedierte. 

Hier moeten ze de nacht met nauwelijks kleren aan doorbrengen op de ijskoude stenen vloer, vastgeketend aan armen en benen en zonder deken om warm te blijven.

‘Daar liggen ze dan, als varkens op de grond, boven op elkaar, jammerend en schreiend,’ zoals een bezoeker de omstandigheden in Newgate beschreef.

Na een verbouwing eind jaren 1660 is er in Newgate plaats voor hoogstens 150 gevangenen, maar doorgaans zitten er twee keer zo veel. 

In de krappe cellen liggen ze boven op elkaar, als ze al niet in doodskisten moeten slapen. 

Die zijn altijd op voorraad, en als je bedenkt dat het alternatief is om de nacht tussen de rottende lijken door te brengen, is zo’n doodskist zo gek nog niet.

Ook het eten moeten de gevangenen uit eigen zak betalen, en de wat minder welgestelden moeten het doen met de kleine beetjes die weldoeners naar de gevangenis brengen. 

Maar regelmatig lijden ze honger omdat de bewaarders al het voedsel zelf opeten.

Drank is te koop in de drukbezochte bar, die 24 uur per dag open is, maar kost een rib uit je lijf. 

Wie zijn dorst niet kan lessen met bier of gin, moet het doen met drabbig water uit een emmer en loopt een levensgroot risico besmet te raken met een dodelijke ziekte. 

Jack Ketch was de beruchtste beul van Newgate. Zijn bloedige terechtstellingen trokken duizenden nieuwsgierigen.

© Bridgeman Images

Wil je meer huiveringwekkende verhalen lezen?

Laat HISTORIA dan bij je thuis bezorgen! Hier vind je de beste aanbiedingen.

De gevangeniskoorts woedt

Vrijwel alle gevangenen in Newgate hebben last van luizen en vlooien, die geen onderscheid maken tussen rijk en arm. 

Deze parasieten veroorzaken niet alleen een ondraaglijke jeuk, maar ze dragen ook tyfus met zich mee. 

De ziekte wordt gaol fever genoemd – gevangeniskoorts – en een op de vier gevangenen van Newgate sterft eraan voordat hij terechtgesteld kan worden. 

In 1726 eindigen 21 misdadigers aan de galg, terwijl 83 aan tyfus overlijden.

Ook andere ziekten tieren welig in de gevangenis, waaronder de pokken. 

Het leven in Newgate is zo ongezond dat artsen gewoonweg weigeren er een voet te zetten, uit vrees voor hun eigen leven. 

Iedereen die in de buurt van de misdadigers is geweest, dient meteen zijn darmen te legen en de inhoud van zijn maag uit te spugen. 

Alleen op die manier kun je de afgrijselijke ziekten en andere rottigheid die zich in het lichaam heeft opgehoopt, kwijtraken, zo waarschuwen de Londense artsen.

Ambachtslieden die in de gevangenis werken, betalen vaak een hoge prijs: als de stank van Newgate in 1750 zo ondraaglijk wordt dat de buren er niet meer tegen kunnen, worden 11 man
ingehuurd om de muren met azijn te wassen. 

Zeven van hen raken besmet met de gevangeniskoorts en overlijden. En hun moeite blijkt ook nog eens vergeefs. 

De koorts woedt als nooit tevoren en verspreidt zich zelfs naar de naburige rechtbank Old Bailey, waar 60 mensen – een van hen is de burgemeester van Londen – besmet raken en overlijden.

Bewaarders martelen erop los

Er zijn nog vele andere manieren om in Newgate aan je eind te komen, en als je direct opgehangen wordt, kom je er nog goed vanaf. 

Mishandeling is eeuwenlang aan de orde van de dag: terwijl de bajesklanten op hun vonnis wachten, worden ze bewerkt met gloeiend ijzer, met de zweep afgeranseld of op een andere manier gemarteld en gepijnigd.

In de beginjaren van de gevangenis lopen gevangenen zelfs het risico te worden gecastreerd of hun handen of ogen kwijt te raken. 

Een van de ergste martelpraktijken vindt plaats in de zogeheten pressing room, die tot 1772 in gebruik is. 

Om een bekentenis af te dwingen worden de gevangenen uit-gekleed en met hun armen en benen uitgestrekt aan de vloer vastgeketend. 

Terwijl ze op hun rug liggen, krijgen ze een plank over zich heen, waar loden gewichten of stenen op gelegd worden.

De meesten trotseren de hevige pijn en verkiezen te zwijgen en daarmee te sterven aan de galg – uit mededogen met hun familie. 

Wanneer een gevangene zijn misdaad bekent, heeft de staat het recht om al zijn bezit en dat van zijn familie in beslag te nemen. 

Maar neemt hij zijn geheim mee zijn graf in, dan blijft zijn nabestaanden deze ellende bespaard.

Een gevangene die weigerde schuld te bekennen is ene majoor Strangeways, die in 1659 wordt aangeklaagd wegens de moord op zijn zwager. 

In de rechtbank verklaart hij onschuldig te zijn, en daarom wordt hij naar de pressing room gebracht. 

Een stel vrienden van de majoor kijkt toe terwijl hij gemarteld wordt, en de rillingen lopen hun over de rug als ze zijn ribben horen breken onder het enorme gewicht.

De vrienden halen opgelucht adem als ze de majoor horen kreunen: ‘Here Jezus, ontferm U over mijn ziel.’ 

Ze denken dat Strangeways stervende is, maar hij blijft ademen. 

De toeschouwers proberen hem uit zijn lijden te verlossen door op de plank te gaan zitten, en na tien minuten bezwijkt Strangeways uiteindelijk onder de druk.

Gekookte hoofden tentoongesteld

Zoals gebruikelijk blijft het lichaam van Strangeways in de gevangenis tot zijn nabestaanden ervoor betaald hebben. 

Sommige lijken worden nooit opgehaald en liggen in de cel te rotten. 

Andere lichamen worden ontleed, waarna de hoofden tentoongesteld worden op de gevangenismuur of andere prominente plekken als de London Bridge. 

Ze dienen als afschrikking en moeten de burgers ertoe bewegen om op het rechte pad te blijven. 

Een gevangene van Newgate, Thomas Ellwood, is in 1662 getuige van het in stukken snijden van lichamen van overleden misdadigers, en beschrijft later vol walging hoe het eraan toeging: 

‘De beul viste de hoofden uit een vieze afvalmand en zette ze naast een aantal gevangenen. Samen maakten ze lol met de hoofden: ze trokken aan het haar, bespotten ze en maakten ze belachelijk, en toen – nadat ze de hoofden hadden uitgemaakt voor alles wat mooi en lelijk is – sloegen ze op de oren en de wangen. Toen ze daarmee klaar waren, deed de beul de hoofden in een ketel en kookte ze met kamfer opdat ze niet ontbonden.’

De lucht in Newgate is voortdurend vergeven van de stank van kamfer en gekookt mensenvlees, om de terdoodveroordeelden eraan te herinneren welk lot hun te wachten staat.

En wanneer ze eventjes vergeten dat hun laatste uur geslagen heeft, zorgt de klokkenluider van de nabijgelegen kerk St. Sepulchre-without-Newgate’s Church er wel voor dat ze met de neus op de feiten gedrukt worden. 

1780: The Gordon Riots, een opstand tegen de Engelse katholieken, breken uit. Tijdens de rellen steekt een woedende menigte Newgate in brand. Grote delen van het gebouw gaan verloren. 

© Bridgeman Images

De rouwklok luidt

Op maandag worden de terdoodveroordeelden terechtgesteld, en op zondag om middernacht komt de klokkenluider op bezoek in de gevangenis. 

Hij luidt zijn meegebrachte rouwklok 12 keer en zegt een gedicht op dat speciaal is geschreven.

‘Bereid u voor, want morgen zult u sterven. Wees waakzaam en bid dat het uur komt waarop u aan de Almachtige zult verschijnen.

Zuiver uw gemoed, betuig tijdig spijt, opdat u niet eeuwig zult branden.’

’s Ochtends vroeg worden de ketenen losgemaakt en mogen de gevangenen hun beste goed aantrekken. 

De meesten steken zich in hun trouwkleding, maar sommigen hebben niets anders dan wat ze aan hebben. Of ze er nu netjes uitzien of niet, de galg wacht.

Buiten de gevangenispoort staat een paardenkar die de gevangenen naar Tyburn brengt, ruim drie kilometer ver. 

De rit kan wel drie uur in beslag nemen, want langs de weg staan duizenden nieuwsgierigen die een glimp van de ter- doodveroordeelden willen opvangen.

Op weg naar de galg zitten de misdadigers op hun eigen kist, en de beul die hen weldra naar de andere wereld zal helpen, rijdt ook mee.

De executiedagen zijn ware volksfeesten. Kinderen en volwassenen zijn massaal uitgelopen en gooien bloemen en eten naar de gevangenen met wie ze meeleven. 

Wie gehaat is, krijgt dode dieren naar zijn hoofd geslingerd. 

De kar houdt halt bij ten minste één pub, waar de gevangenen bier en gin krijgen en traditiegetrouw roepen: ‘Ik trakteer op de terugweg op een pint.’

Bij Tyburn staan vaak meer dan 10.000 toeschouwers. 

Als in een stadion zijn er tribunes met een goed uitzicht op de galgen, en wie het zich kan veroorloven, koopt bier, eten en kranten van de verkopers, die goede zaken doen op executiedag.

‘Sterf ze!’

Voordat de gevangenen naar de galg gaan, krijgen ze het woord. Sommige houden het kort en vragen vergiffenis aan God, andere steken een heel verhaal af en houden bij hoog en bij laag vol onschuldig te zijn: 

‘Ik ben geen zondaar, ik ben ten onrechte veroordeeld,’ roept iemand in de hoop op een wonder. 

Heel af en toe gebeurt er inderdaad een wonder en krijgt een gevangene op het laatste moment gratie, maar het komt ook voor dat de gratie net te laat komt.

Voor de ogen van het publiek, dat steeds luider begint te joelen, blinddoekt de beul de gevangenen en legt hij de strop om hun hals, en als een ter- doodveroordeelde het teken geeft dat hij er klaar voor is, wordt de kar weggetrokken.

Good dying,’ sterf ze, schreeuwt het publiek, terwijl de gevangene aan de galg hangt te spartelen en naar adem hapt. Voor de meesten is het een langzame, pijnlijke dood. 

Het kan wel een half uur duren voor een gevangene gestikt is, maar populaire misdadigers worden soms een handje geholpen door de beul, die op hun schouders springt.

De beul haalt het levenloze lichaam van de galg en legt het in een kist. 

Zelfs nu nog is de gevangene het bezit van Newgate en wordt hij teruggebracht naar de hel op aarde. 

Hier draagt hij nog een tijdje bij aan de stank, tot zijn familie genoeg geld heeft om hem te halen.

Lees ook

Stephen Halliday: Newgate, London's prototype of hell, The History Press, 2009. Kelly Grovier: The Gaol – The story of Newgate, London's most notorious prison, John Murray Publishers, 2008. Anthony Babington: The English Bastille, Macdonald and Company Publishers, 2008. 

Bekijk ook ...