De Big Ben moest bezoekers imponeren met zijn grote wijzerplaten en een hoogte van 96 meter.
© Getty images, Bridgeman, Shutterstock

Big Ben werd geteisterd door rampspoed

In 1834 maakte een grote brand in het Britse parlement de weg vrij voor de bouw van hét symbool van Londen, de Big Ben. Maar de toren wees de verkeerde tijd aan en de klokken bleven maar scheuren.

1 november 2016 door Kasper Schlie
De enorme klok van de Big Ben ziet er merkwaardig uit in het simpele houten statief op het zompige veldje aan de Theems. Terwijl de regen op de glimmende klok neerdaalt, gonst het van de activiteit.

Na 17 jaar bouwen leggen de werklui in 1857 de laatste hand aan het nieuwe parlementsgebouw, maar de toren waar de klok in moet komen is nog maar voor de helft klaar. Vanwege de vertraging moet er elk uur iemand aan een touw trekken om de klok te luiden.

Op deze oktobermiddag gaat de 610 kilo zware ijzeren hamer van de klok nogmaals omhoog en komt hij hard neer.


Een fraaie E-toon overstemt het lawaai van de bouwlieden en de hoeven op de straatstenen, maar als de hamer voor de tweede keer op de klok valt, klinkt er slechts een doffe dreun.

Edmund Denison, het hoofd van het klokkentorenproject, komt aangerend, en na een snelle inspectie moet hij vaststellen dat het ergst denkbare gebeurd is: de klok is gebarsten. Er zit een lelijke scheur van een meter lang in het brons.

De redactie van de krant The Times of London weet dat de scheur niet alleen een tegenslag betekent voor het project.

Een dag later staat er in een artikel: ‘Mr. Denison bekeek de klok met eenzelfde tederheid als een vader naar zijn enige zoon kijkt. De rouw om zijn voortijdige dood is goed voorstelbaar.’

Niet veel later wordt de klok afgevoerd en met een ijzeren sloperskogel in gruzelementen geslagen. De scheur in het brons is maar één van de vele tegenslagen waar de bouw van de Big Ben mee te maken krijgt. Groot-Brittannië is ’s werelds enige supermacht, en de klokkentoren in de hoofdstad moet dan ook prachtig en vooral indrukwekkend zijn.


Maar vanwege grote ego’s en strenge eisen draait de bouw van muren, klokken en andere onderdelen uit op een ramp.

Brand maakt ruimte voor Big Ben

In 1834 is Westminster Palace al meer dan 800 jaar het centrum van de macht. Op 16 oktober wordt er net iets te enthousiast gestookt in de kachel van het parlementsgebouw om een grote partij oud hout op te maken.


De hitte veroorzaakt brand in de schoorstenen, die snel om zich heen grijpt. Binnen de kortste keren staat het hele, wijdvertakte regeringscomplex in lichterlaaie.

Londenaren komen toegesneld en kijken met een mengeling van afgrijzen en fascinatie hoe de ramp zich voltrekt.


De bekende architect Charles Barry is net onderweg naar Londen met zijn paard-en-wagen. Hij houdt halt om naar de lucht te kijken, die bloedrood kleurt vanwege de vlammen in de verte.

‘Wat een kans voor een architect,’ denkt Barry wanneer hij hoort dat het schouwspel veroorzaakt wordt door brand in het parlementsgebouw.

Een jaar later doen 97 architecten een gooi naar de opdracht voor een nieuw parlement, en de winnaar wordt Barry.


Op zijn schetsen staat een neogotisch paleis zonder klokkentoren.

Koning Willem IV maakt bezwaar. Hij laat weten dat het nieuwe parlement ‘een nobele klok’ moet hebben, ‘een koning der klokken, de grootste die er bestaat. Hij moet vanuit heel bruisend Londen te zien zijn.’

Barry heeft maar weinig ervaring met klokkentorens, en besluit in 1836 zijn assistent, Augustus Pugin, het ontwerp ervan toe te vertrouwen.

Het vergt het uiterste van Pugins creativiteit, maar uiteindelijk staat er een 96 meter hoge toren op papier, met een gigantisch uurwerk erin dat meters-lange wijzers op vier enorme platen aandrijft.


Een klok van 2,3 meter hoog en 2,7 meter breed moet de uren aangeven, en kwartieren worden ingeluid met herkenbare melodieën op kleinere klokken.

Het idee van een peperdure klokkentoren veroorzaakt echter heel wat opschudding. In een ingezonden brief in een krant schrijft iemand dat het helemaal niet nodig is om geld uit te geven aan vier enorme wijzerplaten, ‘omdat bijna iedere burger rondloopt met een horloge in zijn zak’.

Ondanks alle kritiek gaat de bouw van de toren in 1843 van start. 
De Victoria Tower is de hoogste toren van het Londense parlementscomplex, maar de Big Ben is veel beroemder.
© Kirill Sibiriakov

Klok van Big Ben moet extreem precies zijn

Terwijl het fundament gelegd wordt, werkt de hofastronoom George Airy 15 strenge eisen uit die aan het uurwerk worden gesteld.


Zo mag de eerste slag van het hele uur maximaal één seconde per uur afwijken – een ongekende nauwkeurigheid voor een groot uurwerk in de 19e eeuw.

Airy wil ook dat de klok via een telegraafkabel in verbinding komt te staan met het observatorium in Greenwich, zodat de medewerkers van de Big Ben twee keer per dag de exacte tijd door kunnen krijgen.

Terwijl de Londense klokkenmakers hun offertes voorbereiden, bemoeit de jonge Edmund Denison zich met het project. Hij is advocaat en amateurklokkenmaker, en zeer intelligent.


Hij heeft het lemma over klokken van de Encyclopædia Britannica geschreven.

Denison, wiens vader een invloedrijk Lagerhuislid is, dringt zich aan Airy op als onbezoldigd medejurylid bij de selectie van het uurwerk.

Als de bouwcommissie daarmee instemt, hebben de leden nog geen idee dat de betweter Denison zich overal mee zal bemoeien en iedereen tot waanzin zal drijven.

Drie gerenommeerde klokkenmakers brengen een offerte uit, maar het oordeel van Airy en Denison is niet mals.

‘Er is er niet een goed genoeg,’ zegt Denison. Een van de mededingers krijgt te horen dat zijn klok ‘het prima zou doen op het platteland’, terwijl een ander afgewezen wordt omdat de prijs van 3373 pond veel te hoog is.

De Britse klokkenmakers zijn woest over de brutaliteit van Denison en gaan hem in de pers te lijf, maar de advocaat geeft ze lik op stuk: ‘Engelse klokkenmakers zijn het meest conservatief,
achterlijk en onredelijk van alle beroepsgroepen,’ schrijft hij.

De jury moet uiteindelijk echter een winnaar selecteren, en de keus valt op Edward Dent, die goed aangeschreven staat. Hij mag het uurwerk bouwen, maar moet er wel mee instemmen dat Denison wijzigingen aanbrengt.

Denison gaat met de eer strijken

En rustig werken is er niet bij voor Dent, want Denison loopt de deur plat bij de klokkenmaker om persoonlijk een hele reeks technische veranderingen door te voeren – en om ervoor te zorgen dat zíjn naam in plaats van die van Dent in het meesteruurwerk wordt gegraveerd.

Denisons ongevraagde adviezen en bezwaren komen echter niet alleen voort uit een groot ego – de advocaat is een groot klokkenliefhebber en levert een flinke bijdrage door een speciaal echappement te ontwikkelen, waarmee de klok kan voldoen aan de strenge eisen.

Denison is er zo trots op dat hij in 1851 een bijna getrouwe kopie tentoonstelt in Crystal Palace.

Maar de toren waar het uurwerk in moet komen heeft ernstige vertraging opgelopen, en de tijdsdruk wordt nog groter als architect Augustus Pugin met een stevige tegenslag te maken krijgt.

‘Ik heb nog nooit zo hard gewerkt als voor Mr. Barry, want morgen presenteer ik alle schetsen voor zijn klokkentoren. Hij is mooi, en ik ben de machinerie van het uurwerk,’ schrijft Pugin in een brief.

De werkdruk is niet goed voor de geestelijke gezondheid van de architect, en in juni 1852 krijgt hij een inzinking en belandt hij in een inrichting. Drie maanden later overlijdt hij.

Barry moffelt alle aanwijzingen dat Pugin het brein achter de toren is weg, en geeft nooit toe dat zijn assistent een grote rol heeft gespeeld bij de bouw. De hoofdarchitect trekt de eer naar zich toe.

1847: De eerste kamer van het parlement, het Hogerhuis, betrekt het gedeeltelijk onvoltooide Westminster. Vijf jaar later is de zaal van het Lagerhuis klaar.

© Getty Images

Klok doet beenderen rammelen

In 1855 test hofastronoom Airy het uurwerk van Dent en Denison, en hij keurt het goed. Nu moet de grootste klok van het land gemaakt worden.

Denison, die niet veel ervaring heeft met het gieten van brons, bemoeit zich er opnieuw tegenaan en bepaalt zelf de technische eisen. De klok moet 15 ton wegen, uit 22 delen koper en 7 delen tin gegoten worden en de toon E hebben.

Wanneer de klok klaar is en bij de bouwplaats aan de Theems gearriveerd is, staan Denison en de pers te popelen om het gevaarte voor het eerst te horen.

Als Denison het teken geeft, slaat de 610 kilo zware hamer op het blinkende metaal. De aanwezigen vallen bijna achterover, zo hard is het geluid.

Een verslaggever van The Times schrijft: ‘Het was een afgrijselijk, plechtig en hartverwarmend geluid tegelijk. Het doet je botten rammelen en je maag ineenkrimpen. Na vijf slagen vormen de trillingen een wonderbaarlijke harmonie. We kunnen niets dan Denison met deze triomf feliciteren.’


De journalist heeft maar één punt van kritiek: ‘De naam, Big Ben, is verschrikkelijk vulgair,’ moppert hij.

Een jaar later zijn de rapen opnieuw gaar als de klok barst. Er wordt in alle haast een nieuwe besteld bij een andere gieter, maar die is pas in april 1858 klaar.


En als de tweede Big Ben op zijn plaats gehesen wordt, blijkt de schacht aan de binnenkant van de klokkentoren te smal. Daarom moet de klok er op z’n zijkant doorheen, waardoor het metaal zwaar op de proef gesteld wordt.

Tot overmaat van ramp is het statief waar de klok in hangt veel te stijf, en de toren trilt dan ook vervaarlijk na elke slag. De inwijding van het uurwerk wordt nogmaals uitgesteld.

De kranten halen hard uit naar de verantwoordelijke. ‘Mr. Denison heeft een gebrekkige kijk op het ophangen van klokken. Sinds het begin der tijden heeft geen uurwerk zo veel geruzie en gekonkel ontketend.

Nu zitten we al 15 jaar te wachten, en in die tijd is de constructie vier keer besproken in het parlement, zijn er rechtszaken over gevoerd en heeft ze geleid tot ontslagen, handtekeningenacties en vele intriges,’ schrijft The Times boos.

Denison en alle andere betrokkenen beseffen dat ze de bouwcommissie en het Britse volk niet langer kunnen laten wachten. De Big Ben krijgt een nieuw statief, en de vier ‘kwartierklokken’
komen erbij.


Dan wordt het vijf ton zware uurwerk op zijn plaats gehesen en met de wijzers op de vier grote platen verbonden. Op 9 mei 1859 wordt het uurwerk voor het eerst opgewonden en begint het te tikken. Maar de wijzers blijken veel te zwaar te zijn.

Denison wast meteen zijn handen in onschuld. ‘In het diepste geheim heeft Barry de wijzers veranderd nadat ik ze had goedgekeurd,’ schrijft hij in de krant.


Er komen lichtere wijzers, en op 7 september 1859 werkt alles eindelijk: het uurwerk tikt, de vier wijzerplaten geven de juiste tijd aan, de Big Ben luidt met overtuiging en vier kleinere klokjes klingelen elk kwartier vrolijk.

Alleen een politicus moppert nog: ‘Aan wie hebben we de begrafenistonen te danken die ieder uur klinken? Het kan niet de bedoeling zijn dat het Huis en het volk elk uur naar dat afgrijselijke geluid moeten luisteren.’

Klok van Big Ben barst weer

Edmund Denison kan maar drie weken van de klok genieten voor de rampspoed weer toeslaat. Hij wordt met spoed naar de toren geroepen om naar een stel opvallende bubbels in het brons te kijken en moet meteen vaststellen dat ook deze klok gebarsten is.


Deze keer zitten er twee lange scheuren in.

The Times maakt er een halszaak van: ‘Wat moeten we aan met de klok van Westminster? Dit doet de reputatie van Engeland geen goed. Het gieten van een klok is welbeschouwd gewoon een mechanisch probleem. Waarom krijgen wij niet voor elkaar wat elk barbaars land wel zou lukken?’

Terwijl de krant zich zorgen maakt over de goede naam van Engeland, geeft Denison de klokkengieter de wind van voren:

‘Deze klok was, zoals zo veel mooie dingen, een staaltje oplichterij. De gaten die erin zaten werden gevuld als een rotte kies bij de tandarts en overgeschilderd,’ schrijft hij.

In het ene schotschrift na het andere trekt Denison van leer tegen de ‘domme Barry’ en bijna alle andere betrokkenen.


Uiteindelijk krijgt The Times genoeg van zijn getier en gescheld en roept de krant hem tot de orde:

‘Als Mr. Denison op een fatsoenlijke manier zijn mening wil uiten over dit onderwerp, stellen wij graag onze kolommen beschikbaar. Maar zolang hij modder blijft gooien en iedereen die hem tegenspreekt zwart blijft maken, zullen wij hem behandelen als de klok: als iets wat in stilte uit elkaar gehaald moet worden,’ schrijft de hoofdredactie.

De klokkengieter klaagt Denison wegens smaad aan en wint de zaak. De advocaat moet zijn woorden over oplichterij terugnemen en moet de gieter de enorme som van 800 pond betalen als schadevergoeding. 
1859: Het nieuwe symbool van Londen, de toren met de vier grote wijzerplaten en de gigantische klok, is eindelijk af. Pas na een half jaar van aanpassingen loopt de klok precies op tijd. 
© Getty Images, Shutterstock

Geldkraan gaat dicht voor Big Ben

Denison trekt zich er weinig van aan. Hij is van mening dat de klok nog een keer omlaag gehaald moet worden om hem opnieuw te gieten.


Anders zou hij niet perfect zijn. Maar anderen zijn het gedoe zat en gaan op zoek naar een minder drastische oplossing.

Na een grondig onderzoek stelt Airy, de hofastronoom, in april 1860 voor om de klok 45 graden te draaien, zodat de hamer niet meer rechtstreeks op de barsten slaat.


Daarnaast moet de zware ijzeren hamer van Denison vervangen worden door een lichter exemplaar van tin om de klok verder te ontzien.

Zoals zo vaak gaat Denison vol in de aanval op de persoon: ‘Het is niet voor het eerst dat Airy een overhaaste en foutieve conclusie getrokken heeft over omstandigheden waar hij geen verstand van heeft,’ schrijft hij aan de parlementaire bouwcommissie.

Terwijl de parlementsleden een oplossing proberen te bedenken, worden de hele uren drie jaar lang ingeluid op de grootste kwartierklok.

Het duurt tot 1863 voordat de bouwcommissie van het Lagerhuis besluit de aanbevelingen van Airy over te nemen. Op 5 november 1863 horen de inwoners van Londen ineens het karakteristieke gelui van de grote klok van Westminster weer.

‘De Big Ben heeft zijn stem terug!’ schrijft een Londense krant opgewekt. Uit vrees voor meer onheil en schade voor hun reputatie hebben Denison en Airy geen feestelijkheden georganiseerd rond de terugkeer van de klok.

Dankzij de ontwikkeling van een geavanceerd echappement schreef de Big Ben geschiedenis met ’s werelds meest precieze uurwerk.

© Claus Lunau/Historia

Londen heeft beste klok ter wereld

Korte tijd later vat Denison de 25 jaar lange, onstuimige ontstaansgeschiedenis van de Big Ben kernachtig samen in zijn dagboek:


‘Nu is het verhaal van de klokkentoren voorlopig afgesloten. De klokkentoren die al drie klokkenmakers, zijn architect en twee voorzitters van de bouwcommissie heeft overleefd.’

Charles Barry was een van hen – de hoofdarchitect overleed in 1860, drie jaar voor de Big Ben weer luidde.

Denison blijft zijn kindje verdedigen: ‘Aan welke beproevingen hij nog zal worden blootgesteld, kan ik niet voorspellen.

Te velen zijn teleurgesteld en leden een nederlaag op weg naar het doel. (...) Maar iedereen met een beetje gezond verstand kan begrijpen dat deze gietijzeren machine, die bij elk soort weer functioneert, de tijd beter bijhoudt dan alle andere torenklokken. En vergeet niet dat onze rivalen dachten dat het onmogelijk was.’ 

Bekijk ook ...