De Olijfberg is een vredige plek. Het uitzicht op de muren en torens van Jeruzalem is overweldigend en ’s avonds is de lucht zuiver en vol heerlijke geuren. Maar Jezus merkt niets van vrede en schoonheid. Een somber gevoel van angst beklemt zijn hart. Zijn vertwijfeling groeit wanneer hij over de kronkelige rotspaden loopt. Ondanks het gezelschap van drie trouwe vrienden voelt hij zich eenzaam.
Ik ben dodelijk bedroefd. Blijf hier, en blijf wakker met Mij’, vraagt hij hun dringend. Hij trekt zich terug. In een wanhopig gebed tot God vraagt hij hem te behoeden voor wat gaat komen. De gedachte aan een langzame dood aan het kruis is ondraaglijk. Als hij terug is, slapen de anderen. De nacht is bijna voorbij.
Jeruzalem leeft tussen hoop en vrees. De stad viert het Joodse paasfeest en de straten barsten uit hun voegen van de pelgrims die van heinde en verre zijn gekomen. De Romeinen, heersers over Palestina, zijn op hun hoede voor elk teken van onrust en houden vooral Jezus in de gaten. Die timmermansgezel uit Nazareth heeft hun aandacht getrokken. Hij brengt onrustbarend veel mensen op de been en steeds meer aanhangers beweren dat hun God hem heeft uitverkoren om Palestina te bevrijden. Dit soort uitspraken bevallen de Romeinen geenszins.
Jezus weet dat zijn dagen zijn geteld. Nog maar een jaar geleden trok hij door het land met wat vissers en andere eenvoudige lieden, maar hij wordt nu al als een bedreiging voor het machtige Rome gezien. Zijn straf zal een pijnlijke dood aan het kruis zijn. In een vredig stukje bos op de Olijfberg probeert hij zich nu te verzoenen met zijn onontkoombare lot.
Volgens de Bijbel had het leven van Jezus niet anders kunnen aflopen. Alles in zijn leven wijst op een bijzonder, door God bepaald lot. De evangeliën in het Nieuwe Testament vertellen dat er engelen verschenen toen het kindeke Jezus op aarde kwam en dat er koningen kwamen om hem te vereren met kostbare geschenken. Op zijn twaalfde bezocht Jezus met zijn ouders Jeruzalem, waar hij in de tempel debatteerde met schriftgeleerden.
Historici kunnen voor dit alles echter geen bewijs vinden, maar aan het bestaan van Jezus twijfelt praktisch niemand. Behalve in de Bijbel komt Jezus ook voor in Romeinse en Joodse bronnen uit de 1e eeuw. De Joodse geschiedschrijver Josephus beschrijft een leraar en wonderdoener met de naam Jezus en de Romein Tacitus ‘Christus’ die ‘in de tijd van Tiberius werd terechtgesteld door landvoogd Pontius Pilatus’. Historici kunnen uit de historische gebeurtenissen in de Bijbel wel opmaken wanneer Jezus geboren is, maar meer over zijn geboorte en kindertijd weten ze niet.
Onderzoekers weten bijna zeker dat Jezus in Nazareth is geboren, waar zijn ouders woonden. In de evangeliën van Lucas en Matteüs staat dat Jezus in Bethlehem geboren is, waar zijn ouders heen waren gereisd vanwege een volkstelling, omdat ‘ze van het huis van David stamden’. Maar historici vinden dit onwaarschijnlijk. Er was zeker een volkstelling in de tijd rond Jezus’ geboorte, maar die was lokaal en gold niet voor het gebied Galilea, waar Nazareth lag. Bovendien vermoeden ze dat de Joden er niet voor naar een verre stad hoefden te reizen, waar hun voorouders generaties terug woonden. De Romeinen telden de Palestijnen vanwege de belastingplicht en daarbij was alleen hun toenmalige woonplaats van belang.
Dat men de geboorte van Jezus situeert in Bethlehem, de geboortestad van koning David, komt vooral doordat de evangelisten Jezus met David wilden liëren. Volgens overleveringen had deze machtige koning ongeveer 1000 jaar v.Chr. 12 stammen verenigd tot één groot rijk. Onder David was Israël machtig en rijk en waren de inwoners gelukkig. In Jezus’ tijd hing aanzien nauw
samen met afstamming en de evangelisten gaven Gods zoon de mooist denkbare stamboom door David tot stamvader te maken.
Jezus was geen familie van David, maar hij voelde zich waarschijnlijk net als velen sterk aangetrokken tot de legendarische koning, het vrijheidssymbool van de Joden. 500 jaar na Davids dood viel het rijk vanwege binnenlandse problemen uiteen, en andere grootmachten aasden op het vruchtbare land. De heersers kwamen en gingen en vulden hun voorraadschuren met graan, dadels, vijgen en andere rijkdommen uit het land van David.
In Jezus’ tijd bezetten de machtige Romeinen Palestina. Ze waren 60 jaar eerder het land binnengevallen en hielden de bevolking in een ijzeren greep. In Zuid-Palestina regeerde een Romeinse prefect, een soort gouverneur. Deze sloot een bondgenootschap met gezaghebbende Joodse groeperingen – rijken en geestelijken – waardoor de Romeinen de vrede konden bewaren en ze de Joden een zekere mate van invloed gaven. Noord-Palestina, waar Jezus vandaan kwam, viel niet direct onder Rome, maar werd bestuurd door een leider ter plaatse, een marionet van Rome. Net als in het zuiden had het merendeel van de bevolking – de 85-95% die in economisch of religieus opzicht geen factor van belang was – niets te vertellen. Zo ook de familie van Jezus, die voor zover
bekend vermogend noch invloedrijk was.
De Joden werden zwaar belast: de Romeinen confisqueerden onaangekondigd graan, vee en voedselvoorraden en legden beslag op paarden en wagens. Diefstal van persoonlijke eigendommen en verkrachting van Joodse vrouwen was niet ongebruikelijk. Daarbij kwamen religieuze beledigingen, bijvoorbeeld van Romeinse soldaten die versierde vaandels door de straten droegen en zo het Joodse beeldverbod schonden.
Even buiten Palestina stonden zo’n 25.000 legioensoldaten paraat om elk oproer de kop in te drukken. De Joden waren dus absoluut geen baas in eigen land. Bij iedereen die opgroeide tijdens de bezetting, riep het woord ‘Romein’ een gevoel van angst en vernedering op, dat langzaam maar zeker aanzwol tot een enorme woede. Steeds meer mensen wilden in Israël een nieuwe koning David die de Romeinen zou verjagen en de Joden zou bevrijden.
Historia: Lees alles over de Aanval op Pearl harbor, Sherlock Holmes in levenden lijve en de perfecte ridderburcht.
Quiz en test: Wil je jezelf nog verder uitdagen? Hier vind je alle onze quizzen en tests.
Quiz en test: Hoeveel weet je over beschavingen van de oudheid? Test je kennis met drie snelle vragen.
Quiz en test: Test je kennis over eerdere presidenten - en daag een vriend uit.
Quiz en test: Ontdek met welke dictator je het meest gemeenschappelijk hebt.