Tijdens de Song-dynastie (960-1279) namen de Chinezen de zogeheten Longxu-haak met zich mee op het oorlogspad. Deze bestond uit een blad met twee of meer haken aan het eind van een 10 meter lang touw. Men slingerde het wapen boven het hoofd als een lasso, en als het goed was boorde een haak zich in de ongelukkige, zodat de aanvaller hem naar zich toe kon trekken om hem een kopje kleiner te maken.
Vaak was de slag echter al voorbij voordat het zo ver kwam. De haak zelf kon iemand al zwaar verwonden door bijvoorbeeld een slagader te raken, en als dat niet gebeurde, verwondde het slachtoffer zichzelf vaak door te proberen de haak eruit te trekken. Het wapen was voorzien van weerhaakjes en zat dus stevig vast.
De lange bijl van de Vikingen was in de middeleeuwen de inspiratie voor de bardiche, die vooral in Oost-Europa en Rusland gebruikt werd. De bijlkop was groter, en het blad was soms wel een halve meter lang.
Een bardiche was handig voor gevechten van man tot man. Er werd meestal horizontaal mee gehakt, maar je kon hem ook recht boven op een vijand laten neerkomen. Door het gewicht van het wapen kwam de slag keihard aan. Het was vaak moeilijk om rechtstreeks op de borstkas van de vijand te mikken, en daarom werd er meestal op armen en benen ingehakt.
Handelaren uit Parijs protesteerden begin maart 1382 tegen nieuwe belastingen. De moord op een belastingambtenaar leidde tot bloedige rellen in de hele stad. Een opgehitste menigte drong het stadhuis binnen en bemachtigde 3000 stevige mokers, die van de politie waren. De grote hamers bleken prima geschikt als slagwapen, en gaven hun naam aan de opstand: Révolte des Maillotins.
Er werd geen speciale techniek gebruikt, maar de grote loden kop en lange schacht leverden een enorme slagkracht op. Meestal werd eerst op de benen van de tegenstander gemikt, en als deze met gebroken knieschijven of scheenbenen omviel, maakte een rake slag op het hoofd het karwei af. Zelfs de beste helm was niet bestand tegen dit zware wapen.
Dit klassieke middeleeuwse slagwapen duikt op in de 14e eeuw, vooral in Duitsland, waar het de Morgenstern ging heten. Er was een primitieve variant, een knuppel met spijkers die door opstandige boeren werd gebruikt, maar oorspronkelijk werd de morgenster door gespecialiseerde wapensmeden ontwikkeld. Zij berekenden het gewicht en de slagkracht van het wapen nauwkeurig, en fabriceerden het voor het leger. Het voetvolk maakte er gebruik van, en voor ruiters was er een variant met een kortere schacht. Vijanden werden er vaak mee in het gezicht geslagen, maar de punten waren ook ontworpen om een helm te doorboren als de slag hard genoeg was.
Later werd de morgenster bij ceremoniële aangelegenheden gebruikt, en in veel steden werd de nachtwacht met het wapen uitgerust. Het werd niet vaak in de praktijk toegepast, maar het angstaanjagende uiterlijk en verhalen over de effectiviteit op het slagveld hadden waarschijnlijk een preventieve werking.
Er was ook een versie van de morgenster waarbij de kogel aan het uiteinde van een ketting hing. Deze was moeilijker te bedienen, maar een geoefend gebruiker kon er met nog meer kracht mee slaan.
Nieuw nummer: Historia nr. 5/2013 is uit. Lees onder meer over renaissancekunstenaars die van de herenliefde waren en de bouwsteen van China: bamboe.
Quiz en test: Wil je jezelf nog verder uitdagen? Hier vind je alle onze quizzen en tests.
Historia: De gouden plus op onze website geeft aan welke inhoud extra lezenswaardig is.
Quiz en test: Test je kennis over eerdere presidenten - en daag een vriend uit.
Quiz en test: Ontdek met welke dictator je het meest gemeenschappelijk hebt.