Zoeken naar Stalins goud op de zeebodem

In de Tweede Wereldoorlog brachten de Britten hun eigen schip HMS Edinburgh tot zinken nadat het getroffen was door een Duitse torpedo. Maar het had kisten vol goud in het laadruim, waarmee Stalin Britse wapens had gekocht. Zonde om het te laten liggen dus.

15 november 2017 door Marleen Stavenuiter – Het Scheepvaartmuseum

De Tweede Wereldoorlog was de eerste oorlog die op álle fronten groots werd uitgevochten. Zowel te land, ter zee als in de lucht zocht men elkaar op. De luchtaanvallen op Europese steden brachten grote schade toe. 

Maar hoe grootschalig was de strijd op het water? Onderzeeërs, goederenkonvooien en marinefregatten gingen de confrontatie aan om de oorlogvoerende landen bevoorraad te houden. En dat was niet zonder gevaar.

De onzichtbare dood

De naam U-boot komt van de Duitse benaming: Unterseeboot. Het waren de Duitsers die tijdens de Eerste Wereldoorlog het dodelijk potentieel van de onderzeeër inzagen én verwezenlijkten. 

Het grootste technische obstakel was de langdurige zuurstofvoorziening en aandrijving onder water, maar het concept an sich stond toen al als een huis. 

In 1915 lieten de Duitsers zien hoe gruwelijk gevaarlijk de onzichtbare U-boot kon zijn. De torpedering van het Britse passagiersschip Lusitania had de dood van meer dan duizend mensen tot gevolg, en er zouden in die oorlog nog veel meer schepen worden vernietigd door het onderzeebootwapen. 

Penning uit 1915 die de torpedering van de Lusitania verbeeldt. De boeg komt los uit het water.

Te land, ter zee en in de lucht

Ruim 20 jaar later stond Europa aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Hitler besefte maar al te goed dat transport over zee tussen Groot-Brittannië en Rusland cruciaal was voor de aanvoer van voorraden voor de geallieerden. 

Deze oorlogsvoering was een soort ‘Te land, ter zee en in de lucht’ geworden. De geallieerden bogen zich over het vraagstuk: hoe bescherm je een vloot tegen gevaar van boven en onder?

Hitler vroeg zich op zijn beurt af hoe hij het beste in de aanval kon gaan. Een sterke luchtmacht had hij al. Een onderzeevloot moest daarom snel volgen om het scheepsverkeer en dus de goederentoestroom te kunnen blokkeren. 

Een Amerikaans vrachtschip op weg naar Moermansk in Rusland wordt in 1942 geraakt bij een Duitse luchtaanval. Het schip explodeert ter plekke en brandt volledig uit. © Collectie Het Scheepvaartmuseum

Hitler liet in totaal zo’n 1200 U-boten bouwen die heer en meester werden op de Atlantische Oceaan; er bleven weinig veilige vaarroutes over voor de geallieerden. 

Daarom kozen ze al snel voor grotere vloten: in een konvooi konden de transportschepen beschermd worden door oorlogsschepen en was de kans groter dat ze op de plek van bestemming zouden komen. 

Het idee vanhet konvooi stamt al uit de 17e eeuw, toen Michiel de Ruyter de kracht van een grotere en verenigde vloot ontdekte in zijn oorlogen tegen de Engelsen.

Goud in de golven

In april 1942 vertrok de Britse lichte kruiser HMS Edinburgh uit de haven van Moermansk in Rusland om een konvooi terug naar Groot-Brittannië te begeleiden. 

Het schip was zwaarbewapend, had 750 man aan boord en kon een topsnelheid van 32 knopen (59 km/h) bereiken! Moderne schepen gaan niet veel sneller.

Die snelheid kwam goed van pas, want de Edinburgh had een zeer bijzondere en vooral kostbare lading. In de bommenruimtes van het schip bevond zich een fortuin: Stalins betaling voor wapens geleverd die Groot-Brittannië had geleverd.

Er waren 93 kisten met 4,5 ton puur goud aan boord! De Edinburgh werd al snel gespot door Duitse luchtverkenners die de informatie doorspeelden aan onderzeeërs. 

Zij moesten erop hun beurt voor zorgen dat de schepen Groot-Brittannië nooit zouden bereiken. Er volgde een kat-en-muisspel in de ijskoude wateren van de noordelijke Atlantische Oceaan.

Raak of niet?

De Edinburgh werd op 30 april aan stuurboordzijde geraakt door een torpedo van U-boot 456. 

Het schip begon direct over te hellen, waardoor er water binnenstroomde. De waterdichte tussenschotten van verschillende compartimenten werden gesloten. 

Zo probeerden de bemanningsleden de schade te beperken. Helaas joegen zij daarmee een aantal van hun collega’s de dood in: met gesloten tussenschotten konden zij niet ontsnappen aan het snel stijgende, ijskoudewater. 

Vervolgens raakte een tweede torpedo de achtersteven van het schip waardoor het onbestuurbaar werd. De Edinburgh probeerde terug te keren naar de haven van Moermansk, maar binnen een paar dagen zouden de onderzeeërs een laatste massieve aanval uitvoeren. 

Op 2 mei waren de Duitsers terug met drie torpedobootjagers. Een Z-24 raakte wederom het schip met een torpedo. De Z staat voor Zerstörer, oftewel vernietiger. Raak schieten met een torpedo was trouwens nog best een kunstje. 

De ontsteking werkte op impact, of op tijd. Dat betekende dat je nauwkeurig moest berekenen wanneer de torpedo moest ontploffen. Als je er vijf seconden naast zat, miste de torpedo het schip en doolde hijnog enige tijd doelloos door de oceaan.

Bij de aanval met de Z-24 lieten 53 Britse bemanningsleden het leven. De overlevenden stapten van de Edinburgh over op de andere schepen van het konvooi, maar niet voordat ze het blinkende geheim naar de donkere zeebodem gestuurd hadden …

Een Duitse U-boot van de Kriegsmacht, ook wel Walfischboot genoemd. 1915.

Grafschennis op grote diepte

De Britten lieten de Edinburgh met opzet zinken. Het schip kwam op een diepte van 245 meter in de Barentszzee voor de Russische kust tot stilstand, waar het de hele Tweede Wereldoorlog in eenzaamheid zou doorbrengen. 

In de jaren die volgden laaide de interesse in het Engelse schip weer op. In 1957 riep de Britse regering het gezonken schip uit tot oorlogsgraf. Een slimme zet, want dit gaf wettelijke bescherming tegen schatduikers. 

In de tweede helft van de jaren 1970 begonnen de Britten zich toch zorgen te maken over de buit die verstopt lag in het schip. Zouden de Russen ermee aan de haal gaan? 

Samen delen

Kortom: de buit moest geborgen worden. Het duiken kon beginnen. Het bergingsbedrijf dat de opdracht kreeg wilde meedelen in de winst omdat het een technisch zware operatie moest bekostigen. Het vroeg maar liefst 45%! 

De duikers die het goud moesten bergen werden in 1981 in een soort mini-onderzeeër naar beneden gebracht, die ook gevuld was met water. 

Zo werd de tijdrovende decompressie bij elke duikpoging verkort en konden de duikers in ploegendienst afdalen zonder acclimatisatieproblemen. Een vernuftige werkwijze.

Niet alleen het bergingsbedrijf kreeg een deel van de winst. Volgens de oorspronkelijke verzekeringspapieren maakten de Russen ook voor twee derde aanspraak op het bedrag. 

Op 7 oktober 1981 werden, op 34 na, alle goudstaven van Stalin geborgen. De waarde was toen zo’n 43 miljoen Britse pond.

De geschiedenis bewijst maar weer: wie wat bewaart, die heeft wat.
Behalve Stalin. Voor hem kwam het zo’n 30 jaar te laat.


Bekijk in Het Scheepvaartmuseum Amsterdam in de tentoonstelling Gamechangers | Maritieme Innovaties de hypermoderne eenpersoons ORTEGA-onderzeeër die met hoge snelheid privéreizen onder water mogelijk maakt.  

Bekijk ook ...