De fanatieke Japanners lieten zich niet afschrikken door vijandelijk mitrailleurvuur. 

© Alamy & Shutterstock

WOII: Japanners afgeslacht op Pacifisch eiland

Na de aanval op Pearl Harbor lijken de Japanners onoverwinnelijk. Nu willen ze een vliegveld aanleggen op het eiland Guadalcanal. Als de Amerikanen niet ingrijpen, komt de geallieerde bevoorrading in gevaar.

20 oktober 2017 door Esben Mønster-Kjær

Mitrailleurs vuurden de hele nacht snerpende salvo’s af, afgewisseld met onregelmatige geweerschoten. 

Als de granaten van de artillerie ontploften, werden beide geluiden overstemd. Het geschreeuw van mannen voegde zich bij de kakofonie van de oorlog. 

Amerikanen riepen om meer munitie, en Japanners slaakten hun strijdkreet banzai.

De helling lag al vol met Japanse lijken, maar de Japanners bleven maar komen. 

Kleine kakikleurige gestaltes die met doodsverachting naar voren stormden, en hoewel ze en masse neergemaaid werden door de Amerikaanse machinegeweren, lieten ze zich niet afschrikken.

De Amerikaanse mariniers die de met zandzakken versterkte stellingen op de heuvelrug bemanden, draaiden door. 

Ze deinsden terug om weg van de herrie en de gruwelijkheden te komen.

Maar niemand kon gemist worden op deze nacht in september 1942, want bij een nederlaag zou de hele strijdmacht op Guadalcanal weggevaagd worden.

‘Terug naar waar je vandaan kwam!’ riep een Amerikaanse majoor hees. ‘De jappen hebben het enige wat jullie niet hebben: een ruggengraat!’

De mariniers moesten hun posities weer innemen, en uiteindelijk droogde de stroom Japanners op. De doden en gewonden stapelden zich op.

De soldaten van de keizer probeerden het opnieuw, maar kwamen de heuvel, maar 1 kilometer van de Amerikaanse basis Henderson Field, niet over. 

Deze primitieve landingsbaan vormde de poort tot Guadalcanal en daarmee tot de hele zuidwestelijke Stille Oceaan. 

Op de kaarten van de generaals was het eiland maar een piepklein vlekje, maar de U.S. Navy vocht er al zes maanden lang een verbeten strijd uit met de Japanners. 

De eerste mariniers die op Guadalcanal landden, stuitten niet op verzet. Zes maanden later waren ze door een hel gegaan en werden ze uitgeput geëvacueerd.

© Shutterstock

Admiraal wil zijn eigen slagveld

In de eerste fase van de Tweede Wereldoorlog waren de Japanners oppermachtig in het Pacifisch gebied. 

De keizerlijke vloot waande zich onoverwinnelijk, en in april 1942 besloten de admiraals ook de Salomonseilanden te veroveren. 

Ze begonnen in het noorden en gingen van eiland naar eiland, tot ze op Guadalcanal waren, waar een vliegveld aangelegd moest worden. 

Zo zouden de Japanners de zeevaart tussen Australië en de VS kunnen belemmeren en de Amerikanen afsnijden van belangrijke grondstoffen.

De Japanse landing op Guadalcanal baarde de legerleiding in Washington zorgen. Maar de opperbevelhebber van de Amerikaanse marine, admiraal Ernest King, was stiekem ook een beetje blij met het nieuws van het front.

Kort daarvoor hadden de Amerikaanse president Roosevelt en de Britse premier Churchill namelijk afgesproken dat ze eerst nazi-Duitsland zouden verslaan om vervolgens met Japan af te rekenen. 

Deze strategie viel niet in goede aarde bij King, want de marine zou hierdoor jarenlang de tweede viool spelen. King was dan ook uit op een slagveld waar de U.S. Navy zijn macht kon tonen.

De Salomonseilanden waren in dat opzicht het perfecte strijdtoneel. Hier kon King de tactiek van ‘Duitsland eerst’ aan de kaak stellen. 

Hij kon er terecht op wijzen dat het grote gevolgen zou krijgen als Japan hier niet tegengehouden zou worden. 

De leiding van de landmacht zag in dat hij een punt had, maar wilde geen troepen leveren. De president gaf alleen groen licht voor een bescheiden operatie.  

Wil je een abonnement op Historia?

Hier vind je de beste aanbiedingen

Marine improviseert erop los

Admiraal King wist nog niet waar op de Salomonseilanden hij de strijd met Japan zou aangaan, maar de slag zou worden geleverd door de 1e divisie van het marine-korps, de enige reserve die hij had.

Tot dan toe had die eenheid slechts troepen geleverd aan andere onderdelen van het leger, en de divisie was nauwelijks inzetbaar op het slagveld.

De generaal van het korps, Alexander Vandegrift, wist dan ook niet wat hij hoorde toen hij bevel kreeg met de hele divisie van de VS naar Nieuw-Zeeland te vertrekken. 

Er ze waren daar nog niet aangekomen of King gaf Vandegrift de opdracht om al op 1 augustus het eilandje Tulagi van de Salomonseilanden te veroveren. 

De generaal had nauwelijks de tijd om zijn troepen voor te bereiden, inlichtingen te vergaren over de vijand en het terrein te bestuderen. 

Hij moest flink improviseren terwijl hij en andere marineofficieren in het gebied King om uitstel smeekten. Uiteindelijk kreeg hij zes dagen extra van de admiraal.

Op 7 augustus lag een in allerijl bijeengebrachte vloot op zee bij Tulagi en zijn grotere buureiland Guadalcanal, dat ook als doelwit was aangewezen. 

De soldaten klommen in landingsboten die in formatie koers zetten naar de kust. De eerste van vele landingen was begonnen.

De Japanners die op het eilandje Tulagi lagen, weerden zich kranig, maar na een dag vol bloedvergieten waren ze tot de laatste man verslagen. 

Op het strand van Guadalcanal stuitten de mariniers niet op weerstand en de Amerikanen konden ongehinderd aan land gaan.

‘Buitengewoon succesvol,’ noteerde generaal Vandegrift in zijn rapport. ‘Alles verliep zo eenvoudig en volgens plan dat het wel een oefening in vredestijd leek.’

11.000 man zitten vast in de jungle

Nadat ze zo’n 6 kilometer terreinwinst hadden geboekt door de jungle, kwamen de mannen van Vandegrift aan bij het Japanse kampement op Guadalcanal, dat verlaten was. 

De Japanners hadden zich verderop verschanst en hadden tonnen voorraden achtergelaten. De Amerikanen zouden de rijst en de graafmachines van de vijand nog hard nodig hebben.

Het eiland werd bewaakt door twee Amerikaanse vliegdekschepen, die de eerste anderhalve dag meerdere Japanse luchtaanvallen afsloegen. 

Daarbij gingen echter 21 van de 99 jachtvliegtuigen aan boord verloren. Dat was de admiraal van de schepen een doorn in het oog, want hij vond zijn materieel belangrijker dan het resultaat van de operatie op Guadalcanal. 

Op 8 augustus trok hij dan ook zijn vliegdekschepen terug. Er bleef slechts een klein escorte van schepen achter om de invasievloot te beschermen, die tot dan toe nog maar een klein deel van de voorraden voor de troepen op het eiland aan land had gebracht.

Diezelfde nacht sloeg de Japanse vloot toe. In het holst van de nacht bracht een Japans smaldeel vier Amerikaanse en Australische kruisers tot zinken. 

Deze zeeslag bij Savo was een vernedering en een regelrechte ramp. Nu waren de transportschepen volledig onbeschermd, en al de volgende ochtend lichtten de schepen het anker en verlieten ze de wateren rond Guadalcanal met bijna volle laadruimen. 

Generaal Vandegrift werd met 11.000 man achtergelaten op het eiland – zonder eten of medicijnen.

Admiraal King had zijn zin gekregen: er waren troepen geland op de Salomons-eilanden. 

Maar niemand had zich afgevraagd hoe de soldaten in de tropische hitte konden overleven of een Japanse tegenaanval konden afslaan.

De Amerikanen zetten alles op alles om de landingsbaan af te maken en er stellingen omheen te bouwen. 

Op 20 augustus konden er 31 jachtvliegtuigen en bommenwerpers op Guadalcanal gestationeerd worden. ‘Laat die schoften nu maar komen!’ riep een soldaat.

En dat lieten de Japanners zich geen twee keer zeggen. 

De geallieerden zetten de M3 Stuart-tank in op Guadalcanal, de eerste keer dat ze met tanks de jungle in gingen. 

© Don Millsap

Japanse tegenzet

De Japanse legertop maakte zich niet veel zorgen om Guadalcanal. De landing van de Amerikaanse mariniers werd als een speldenprik beschouwd. 

Daarom werd er één regiment van een kleine 2500 man naar het eiland gestuurd om de vijand te verdrijven.

De bevelhebber van de eenheid was kolonel Kiyonao Ichiki – een ervaren soldaat die als een expert op het gebied van infanterietactiek gold. 

Ichiki vertrouwde op zijn eigen deskundigheid, zijn mannen en hun superioriteit ten opzichte van de laffe Amerikanen. Daarom gaf hij bevel voor de aanval zodra een derde van zijn regiment was geland.

Ichiki opereerde in de nacht, zoals de Japanners gewoonlijk deden. Toen ze een rivier overstaken, liepen de troepen in een Amerikaanse hinderlaag. De eerste aanvalsgolf liep zich stuk op een muur van Amerikaans vuur.

Kolonel Ichiki antwoordde met een mortierbombardement, waarna hij een nieuwe bestorming liet uitvoeren. Het bloedbad ging door tot de zon opkwam en het licht het nog makkelijker maakte voor de Amerikanen om doel te treffen.

‘Elke boerenlul had die sukkels neer kunnen maaien. Ze stonden gewoon op hun benen! Ze kwamen niet eens op het idee om te kruipen,’ zei een Amerikaanse mitrailleurschutter later.

Na afloop stonden de mariniers versteld over de primitieve tactieken van de Japanners en hun offerbereidheid.

‘Ik heb nog nooit soldaten zien vechten zoals deze,’ schreef Vandegrift. ‘Deze mensen weigeren zich over te geven. 

De gewonden lagen te wachten tot we hen kwamen helpen – en toen bliezen ze zichzelf en de soldaten om hen heen op met een handgranaat.’ 

Vloot moet om hulp smeken

Na de nederlaag van kolonel Ichiki ging het Japanse opperbevel aan de slag met het opbouwen van een krachtig leger dat de Amerikanen van Guadalcanal moest verjagen. 

Er volgde een maand van schermutselingen tussen de Japanners en Amerikanen in de jungle, en boven hun hoofden werden luchtduels uitgevochten als er Japanse bommenwerpers verschenen. 

Beide partijen leden zware verliezen in de lucht, maar de toestellen van de Amerikanen konden landen op het eiland zelf. 

De Japanners waren ver van huis, en veel neergehaalde piloten vielen in zee en verdronken.

Ook talloze schepen die met voorraden naar het eiland kwamen en vijandelijke vaartuigen tegen het lijf liepen, werden opgeslokt door de golven. 

De Japanse en de Amerikaanse marine wedijverden om de heerschappij over de zee en raakten allebei meerdere vliegdekschepen kwijt.

Admiraal King moest inzien dat zijn operatie lelijk uit de hand was gelopen. De marine was niet langer in staat de Slag om Guadalcanal op eigen houtje te voeren en King was gedwongen om aan te kloppen bij de landmacht. 

Hij had vliegtuigen nodig en verse troepen om de uitgeputte mannen op het eiland af te lossen. Gelukkig voor hem werd de slag inmiddels breed uitgemeten in de Amerikaanse pers en zou een terugtrekking gezichtsverlies opleveren. 

Om de publieke opinie te vriend te houden moest de president wel akkoord gaan met een intensivering van de strijd.

Ondertussen bleven de Japanners geloven dat de Amerikanen maar weinig troepen hadden en dat ze zo verzwakt waren dat ze met een flinke duw in zee te drijven waren. 

De beslissende fase van de slag kon beginnen.

Japanners in het offensief

In oktober 1942 hadden de Japanners 20.000 man op Guadalcanal aan land gebracht. Volgens hun eigen inlichtingen waren ze nu twee keer zo sterk als de Amerikanen en kon de aanval beginnen. 

Maar ze zaten ernaast: de Amerikanen hadden inmiddels 23.000 soldaten op het eiland en hadden de luchtmachtbasis flink uitgebouwd en versterkt.

De Japanse operatie ging op 13 oktober van start. Twee slagkruisers voeren langs de kust en voerden het hevigste bombardement tot dan toe uit: 48 vliegtuigen op de basis werden verwoest en benzine-depots gingen in rook op.

Vanuit verborgen posities in de jungle droegen Japanse kanonnen hun steentje bij. 

Er werd zo veel schade aangericht op de basis dat de Amerikaanse vliegtuigen bijna niet meer konden opstijgen. De Japanse grondtroepen konden in actie komen.

Maar dat deden ze niet. De Japanse soldaten in de jungle liepen ver achter op hun schema en waren nog onderweg. 

Ze hadden slechts sporadisch contact met andere eenheden doordat de bomen de radiosignalen belemmerden en het was niet mogelijk om alle troepen op de hoogte te stellen van een uitstel. 

De geplande afleidingsmanoeuvre begon daardoor een dag te vroeg en leverde de Japanners zware verliezen op. 

Met een radio die op de accu van een auto was aangesloten stuurden de waarnemers informatie naar de Amerikanen. 

© Getty images

De beslissing valt

Pas in de nacht van 25 oktober luidde de Japanse generaal Masao Maruyama de hoofdaanval in. Er was van alles misgegaan, maar hij was er wel in geslaagd om zijn 7000 mannen door de jungle te loodsen zonder dat ze ontdekt werden.

De regen viel met bakken uit de lucht toen de Japanners zich opmaakten voor het offensief. De regen dempte het geluid dat de troepen maakten terwijl ze hun posities innamen. 

Toch merkte een Amerikaanse sergeant in een verscholen voorpost voor de verdedigingslinie de grote Japanse strijdmacht op.

‘Kolonel,’ fluisterde de man in de hoorn van zijn veldtelefoon.

‘Er zitten 3000 Japanners tussen jou en mij.’

‘Weet je het heel zeker?’ vroeg kolonel Puller, die het bevel voerde over de stellingen.

‘Honderd procent.’

Puller had nog geen alarm geslagen of de eerste Japanse eenheden openden de aanval. Ze stormden naar voren met de bajonet op hun geweer en waren bereid zichzelf op te offeren. 

In het donker was elke vorm van coördinatie onmogelijk en de troepen van generaal Maruyama namen elke willekeurige Amerikaan die ze in het oog kregen te grazen.

Net als eerder werden de aanvallers bestookt met mitrailleurvuur en granaten en leden ze zware verliezen. Het was opnieuw een slachtpartij.

Maar plotseling haperde een van de Amerikaanse mitrailleurs. De Japanners maakten van de kans gebruik en rukten massaal op. 

Ze staken de Amerikanen in de stelling dood en stormden verder. Een Japanse doorbraak lag in het verschiet, maar een handvol Amerikaanse soldaten wist de bres te dichten en alle verdere bestormingen werden met zwaar machinegeweervuur afgeslagen.

De gevechten gingen urenlang door, maar op een gegeven moment waren de mariniers bijna door hun munitie heen. Via de radio vroegen ze toestemming om zich terug te trekken.

‘Jullie hebben toch bajonetten, of niet dan?’ vroeg kolonel Fuller bits.

‘Ja natuurlijk, kolonel.’

‘Mooi, dan kunnen jullie standhouden.’ De kolonel verbrak de verbinding.

Het tekort aan munitie was echter nog nijpender aan Japanse zijde, want veel soldaten hadden al hun bepakking in de jungle achtergelaten om hun krachten te sparen. Sommigen hadden maar 15 patronen aan het begin van de aanval.

De Amerikanen konden anders dan de vijand de belaagde stellingen voorzien van versterkingen en voorraden.

Meer Japanse doorbraken kwamen er niet, en bij het ochtendgloren rekenden de reserves van Vandegrift af met de laatste Japanners. 

Opnieuw was een offensief op een ramp uitgedraaid voor de keizerlijke strijdkrachten. Meer dan 2000 Japanners waren gesneuveld, tegen slechts 80 Amerikanen. 

Ruim 25.000 Japanse soldaten sneuvelden op Guadalcanal als gevolg van zinloze aanvallen en erbarmelijke omstandigheden.

© Shutterstock

Marinekorps trekt zich terug

Dankzij hun sterke verdediging wonnen de Amerikanen de Slag om Guadalcanal. De generaals in Tokio beseften dat een voortzetting van het offensief te veel manschappen, vliegtuigen en schepen zou kosten. 

De Japanners op het eiland vochten alleen nog maar om zich te verdedigen, maar ze wisten hun stellingen niet te behouden. Nadat ze een heel stuk door de jungle op de hielen waren gezeten door de Amerikanen, trokken de Japanners zich in januari 1943 terug.

Toen waren Vandegrift en zijn mannen al niet meer op het eiland. De landmacht had het stokje overgenomen en de uit-geputte 1e Marinedivisie genoot van een welverdiende rustpauze in Australië. 

Vandegrift nam deel aan meer invasies in de Stille Oceaan, en in 1944 kreeg hij de leiding over het hele marinekorps.

Samen met de grote overwinning die de Amerikanen in de zomer van 1942 bij Midway boekten, was Guadalcanal het keerpunt in de Pacifische oorlog. 

De Japanners waren door hun geluk heen en hun opmars was gestuit. Het was het begin van het einde voor het keizerrijk.

Het Amerikaanse marinekorps voerde nog talloze landingen uit, en na de oorlog volgde de beloning. 

De eenheid maakte zich los van de marine en werd een geheel zelfstandig legeronderdeel. 

Meer over de slag om Guadalcanal

Samuel B. Griffith II: The Battle for Guadalcanal, University of Illinois Press, 2000. James D. Horn­fischer: Neptune’s Inferno, Presidio Press, 2012.

Bekijk ook ...