Een eenzame strijd: keer op keer vroeg Churchill de Amerikanen om hulp, maar kreeg hij nul op het rekest. Een jaar lang leken de Britten het alleen tegen Hitler op te moeten nemen. 

© Bridgeman Images

Winston Churchill wilde tot het bittere einde tegen de nazi’s vechten

Tot in 1941 de VS en de Sovjet-Unie zich in de strijd mengden, waren de Britten de enigen die het Hitler moeilijk maakten. Hun leider was een niet te stuiten zwaarlijvige drinkebroer.

18 januari 2018 door Else Christensen

‘We verdedigen ons eiland tegen elke prijs!’ De woorden galmden door de vergaderzaal van het Lagerhuis. Winston Churchill sprak 34 minuten lang, soms met luide stem, dan weer zachtjes.

Hij beloofde Hitler te bestrijden tot de laatste druppel bloed.

‘We zullen vechten op de stranden, we zullen vechten op de vliegvelden, we zullen vechten in de velden en in de straten, we zullen vechten in de heuvels. We zullen ons nooit overgeven!’ bulderde hij onder luid gejuich.

Er heerste een strijdlustige sfeer in de zaal, maar de opmerking die Churchill naar verluidt na zijn toespraak zachtjes maakte, verraadt dat de werkelijkheid niet zo rooskleurig was: nog tijdens het applaus fluisterde Churchill droogjes: 

‘En we zullen vechten met kapotte bierflesjes, want dat is verdomme het enige wat we nog hebben.’

Churchill overdreef een beetje, want hij had de Britten zojuist het wapen gegeven dat allesbeslissend zou zijn voor de toekomst van hun land en van heel Europa: het geloof in de overwinning.

Dat hij er zélf in geloofde, is in het licht van de gebeurtenissen van de maanden ervoor een klein wonder. 

Op 4 juni 1940, de dag dat Churchill zijn toespraak hield, werden de laatste Britse soldaten geëvacueerd uit Duinkerken, en de nederlaag in Frankrijk was slechts de laatste in een reeks rampzalige ontwikkelingen in Europa. 

In april en mei had Hitler Denemarken en Noorwegen bezet, in mei waren ook Nederland en België gevallen en Frankrijk zou spoedig volgen. 

De Sovjet-Unie werkte nog samen met nazi-Duitsland, en de VS hadden geen zin om zich te bemoeien met het conflict in Europa.

‘De eindoverwinning op Engeland is nu nog slechts een kwestie van tijd,’ zei de Duitse stafchef Alfred Jodl.

De laatste keer dat de zaken er voor Engeland zo slecht voor gestaan hadden, was in 1066, toen de Normandiërs het land binnengevallen waren. 

Terwijl Churchill door Europa reisde, voerde Hitler zijn verkiezingscampagne in Beieren. In 1932 sliepen ze in hetzelfde hotel, maar Hitler was zo uitgeput dat hij Churchill niet wilde ontmoeten. 

© Polfoto/Corbis

Winston Churchill wilde de oorlog koste wat kost winnen

Churchill liet zich echter niet uit het veld slaan. ‘De zware verantwoordelijkheid heeft hem jonger gemaakt,’ merkte zijn vriend Brendan Bracken op over de 65-jarige minister-president.

In zijn memoires doet Churchill zijn gemoedstoestand uit de doeken: 

‘Het voelde alsof ik hand in hand liep met het lot, alsof mijn hele leven slechts een voorbereiding was geweest op deze beproeving. Ik was zeker van mijn zaak, en wist dat ik niet zou falen.’

Hij zou zijn rotsvaste vertrouwen nog hard nodig hebben. Parijs viel op 14 juni, 10 dagen na de grote speech in het Lagerhuis. 

Duitse troepen rukten op in Frankrijk, en alleen het Kanaal – op het smalste punt slechts 34 kilometer breed – lag nog tussen de nazi’s en Engeland.

Niet veel later, begin juli, begon de Luftwaffe Britse luchtmachtbases en vliegtuigfabrieken in Zuid-Engeland aan te vallen. 

De bombardementen, die ruim 100 dagen duurden, staan bekend als de Slag om Engeland, en vormden samen met de latere bombardementen op Londen de eerste krachtmeting tussen Winston Churchill en Adolf Hitler.  

Welke historische persoon ben jij?

Beantwoord 41 vragen over jezelf en kom erachter op welke grote historische persoonlijkheid jij het meest lijkt in de ultieme persoonlijkheidstest van HISTORIA.

Londen ligt in puin

Voor de Britten, die zich altijd veilig gewaand hadden op hun eiland, waren de bombardementen een schokkende kennismaking met de harde realiteit. 

In Londen alleen al kwamen ruim 14.000 mensen om, en honderdduizenden raakten dakloos.

Nacht na nacht moesten mannen, vrouwen en kinderen hun toevlucht in de donkere schuilkelders zoeken. 

Churchill zelf verplaatste noodgedwongen zijn kantoor naar de kelder onder het ministerie van Financiën, die voor de oorlog was omgebouwd tot een geheim crisiscentrum. 

’s Nachts klom hij vaak het dak op om de brandende stad na een Duitse aanval in ogenschouw te nemen.

Eind 1940, tijdens de zwaarste bombardementen, liet hij het afweergeschut er op los vuren, of er nu doelen in zicht waren of niet. 

Dat was beter voor het moreel van de Londense bevolking dan de griezelige stilte die er heerste voor de volgende Duitse aanval losbarstte.

De ochtend na een bombardement wandelde hij met zijn hoge hoed op tussen de puinhopen door, terwijl hij de burgers in de getroffen wijken moed insprak. 

Hij werd een vaste verschijning in het straatbeeld, en met zijn vastberaden houding en hoopgevende woorden wist hij de bevolking gerust te stellen. 

Wat het leven mij geleerd heeft

De politicus, schrijver en officier Winston Churchill deelde zijn levenswijsheden graag met het grote publiek. Wij selecteerden een paar van zijn vele kleurrijke uitspraken.

  • Jarenlang dacht ik dat mijn vader met zijn ervaring en flair een militair genie in mij zag. Maar ik hoorde later dat hij alleen geconcludeerd had dat ik niet slim genoeg was om advocaat te worden.

  • Ik heb meer uit alcohol gehaald dan alcohol uit mij gehaald heeft.

  • Dit heb ik geleerd: Zwicht nooit. Nooit, nooit, nooit, nooit. Nooit voor iets groots of kleins, iets wezenlijks of iets futiels – zwicht nooit, behalve voor overtuigingen uit eer en verstand. Zwicht nooit voor geweld, zwicht nooit voor de schijnbare overmacht van de vijand. 

  • Als Hitler de hel binnen zou vallen, zou ik een goed woordje doen voor de duivel in het Lagerhuis.

  • Oorlog is nu kaal – er valt geen winst of eer aan te behalen. De oude pracht en praal zijn weg. Er zijn alleen nog hard werk, bloed, dood, rampspoed en propaganda.

  • Het beste argument tegen democratie is een gesprekje van vijf minuten met de gemiddelde kiezer. 

Amerikanen moeten meevechten

De Duitsers hadden geen rekening met de strijdlust van de Britten gehouden. 

‘Wanneer geeft die rare Churchill zich nou eens over? Engeland kan toch echt niet eeuwig standhouden,’ aldus Hitlers propagandaminister Goebbels.

Begin 1941 begon het Hitler echter te dagen dat hij de Britten met bombardementen alleen niet tot een snelle overgave kon dwingen.

Hierna hielden de aanvallen op Londen een tijdje op, maar in het voorjaar sloegen de Duitsers weer toe. Deze keer moesten industriesteden als Belfast, Liverpool en Manchester het ontgelden. 

In Liverpool kwamen begin mei 3000 mensen om, en in een week tijd raakten 76.000 mensen gewond. 

Vervolgens richtte de Luftwaffe zijn pijlen weer op Londen. Op 10 mei, de dag dat Churchill een jaar op zijn post zat, regende het onophoudelijk bommen op de stad, en werd de vergaderzaal van het Lagerhuis zwaar getroffen. 

Een paar weken eerder waren de Duitsers Joegoslavië en Griekenland binnengevallen, een teken dat de Duitse oorlogsmachine nog op volle toeren draaide.

Dit maakte het voor Churchill eens te meer duidelijk dat standvastigheid alleen niet genoeg was om de oorlog te winnen. Een jaar eerder had hij een belangrijk inzicht gekregen.

Kort na zijn benoeming tot premier stond hij tijdens het scheren te praten met zijn zoon Randolph van 28. Deze vroeg tussen neus en lippen door of zijn vader zou zegevieren, of de bevolking op een nederlaag moest voorbereiden.

‘Ik weet hoe we het kunnen redden,’ zei Churchill opeens met zijn gezicht onder het scheerschuim. 

Hij besefte dat hij de Amerikanen bij de oorlog moest betrekken. Met de bijna onuitputtelijke middelen en troepenreserves van de VS kon het eigenlijk niet misgaan. 

Roosevelt zei nee tegen Winston Churchill

Er was echter één klein probleempje: de Amerikanen wilden helemaal niet meevechten.

President Franklin D. Roosevelt, die was gekozen dankzij zijn plan om de Amerikanen uit de crisis van de jaren 1930 te loodsen, was voor de derde keer verkiesbaar en wilde zijn vingers niet branden aan een kostbare en bloedige oorlog in Europa.

‘Uw zonen worden niet naar het buitenland gestuurd om te vechten,’ had hij beloofd, en voorlopig hield hij woord.

Churchill liet zich niet uit het veld slaan door de afwijzing. In al zijn toespraken kwam hij terug op assistentie van de VS, en hij maakte de VS moreel verantwoordelijk voor het schrikbewind van Hitler.

Begin 1941 begon hij een waar charmeoffensief. 

De campagne was vooral gericht op Harry Hopkins, een vertrouweling van Roosevelt, die tijdens zijn bezoek in januari werd getrakteerd op het ene grote arrangement na het andere: een tripje naar Glasgow in Schotland waar Churchill zijn welbespraaktheid toonde aan de bevolking, een weekendje op een gigantisch landgoed en overvloedige diners met dure wijnen en hooggeplaatste gasten.

De bescheiden Hopkins, die tot hij in 1931 door Roosevelt was geheadhunt in de armenzorg in de grote Amerikaanse steden had gewerkt, raakte tijdens zijn reis steeds meer onder de indruk van het leiderschap en de strijdlust van Churchill. 

Na thuiskomst in februari 1941 rapporteerde hij aan president Roosevelt dat Churchill ‘de stuwende kracht achter de oorlogsvoering’ was. 

‘Hij heeft het Britse volk met al zijn verschillende klassen en stromingen stevig in zijn greep,’ aldus Hopkins.

Hopkins zou de belangrijkste bond-genoot van Churchill worden tijdens de onderhandelingen die op 11 maart in de Lend-Lease Act resulteerden, waardoor de Britten wapens van de VS kregen die ze pas na de oorlog hoefden te betalen. 

Tot dan toe hadden de Amerikanen boter bij de vis geëist. 

Toen de Britten in maart 1945 in Nederland de Rijn overstaken, zat Churchill aan het ontbijt met zijn generaals Montgomery (l) en Brooke.

© Scanpix

Winston Churchill op een zijspoor gezet

Pas na de aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941 beseften de VS echter dat ze niet meer neutraal konden blijven. De oorlog in Europa was nu tot een wereldoorlog uitgegroeid.

‘We zitten in hetzelfde schuitje als u en de inwoners van uw rijk,’ schreef Roosevelt aan Churchill. De premier wilde al twee dagen later afreizen naar de VS, maar Roosevelt antwoordde dat hij pas een maand later tijd had.

‘Ik ben er nog nooit zo zeker van geweest dat we zullen zegevieren, maar dit doel kunnen we slechts gezamenlijk bereiken,’ schreef Churchill beteuterd. 

Hij merkte dat de Amerikanen bezig waren hem op een zijspoor te zetten. 

Bijna een half jaar eerder was Hitler de Sovjet-Unie binnengevallen en werd Stalin bij de oorlog betrokken, en vanaf nu zouden de twee grootmachten, de VS en de Sovjet-Unie, de rest van de oorlog aan de touwtjes trekken.

De dag na de aanval op Pearl Harbor verklaarden de VS Japan de oorlog, en daarop verklaarde Hitler de oorlog aan de VS. De Britten stonden er niet meer alleen voor – maar kwamen wel in de schaduw te staan.

Al vóór Pearl Harbor taande de invloed van de Engelsen. 

Toen Roosevelt en Churchill elkaar voor het eerste ontmoetten – in augustus 1941, op zee bij Newfoundland – had de Amerikaanse president erop gestaan om een toekomstbeeld voor de wereld na het nazisme op te stellen. 

Churchill had de verklaring met frisse tegenzin ondertekend. Volgens het document mochten ‘alle mensen de regering kiezen waaronder ze willen leven.’

De verklaring was een regelrechte bedreiging voor het Britse rijk. 

Churchill legde in het Lagerhuis uit dat ze de Europese volkeren bedoeld hadden die onder het nazisme leefden, maar hij wist wel beter. 

Tijdens de ontmoeting had Roosevelt gezegd dat ‘we de slavernij van het fascisme niet kunnen bestrijden zonder te streven naar de vrijheid van iedereen die zucht onder het reactionaire kolonialisme.’

Bij de conferenties van de geallieerde leiders – in Teheran in november 1943 en op Jalta in februari 1945 – had Churchill zich vaak overbodig gevoeld naast Stalin en Roosevelt.

De premier probeerde in het middelpunt van de belangstelling te blijven door vaak naar het front te reizen en met generaals en regeringsleiders te spreken. In 1943 verbleef hij maar liefst 147 dagen in het buitenland.

Alle hectiek pleegde roofbouw op de gezondheid van Churchill. Hij had altijd van lekker eten en een borreltje gehouden, en was veel te dik. 

Al tijdens een bezoek aan de VS in 1941 had hij een lichte hartaanval gehad. 

Churchill sprak niet over zijn gezondheid, maar het begon op te vallen dat de premier steeds vaker moe was. Tegen het einde van de oorlog was hij vrijwel voortdurend volkomen uitgeput.

‘Op dat moment was ik erg moe en fysiek zodanig verzwakt dat ik me door een paar marine-infanteristen de trap op liet dragen in een stoel,’ schreef hij in zijn memoires.  

Wil je meer verhalen over de Tweede Wereldoorlog lezen?

Neem een abonnement op HISTORIA hier vind je de beste aanbiedingen

Terreur tegen Duitse bevolking

Om toch nog een tastbare bijdrage aan de oorlog te leveren, stuurde Churchill zijn bommenwerpers naar de Duitse steden, waar ze dood en verderf zaaiden. 

Zo’n 600.000 Duitsers, vooral vrouwen, kinderen en ouden van dagen, kwamen hierbij om. Alleen al tussen 13 en 15 februari 1945 verloren zeker 25.000 inwoners van Dresden het leven.

In het voorjaar van 1945 veroverden de geallieerden grote stukken Duitsland, maar Adolf Hitler wisten ze niet te pakken te krijgen. 

Hij pleegde zelfmoord, kort voordat het Rode Leger in mei 1945 het centrum van Berlijn veroverde.

Twee maanden later bezocht Winston Churchill de Duitse hoofdstad. Na een rondleiding in de verwoeste rijkskanselarij van Hitler verzamelde zich een groep Duitsers rond de premier. 

Tot zijn grote verbazing begonnen ze hoera te roepen. Slechts één oude man schudde misprijzend zijn hoofd.

Churchill had zijn levensdoelen bereikt. Hij had een grote militaire operatie geleid en zijn land van de ondergang gered. Zijn eeuwige aandachtshonger was ook gestild. 

‘De geschiedenis zal me goed behandelen,’ zei hij, ’want ik ben hem aan het schrijven.’ 

Lees ook

Winston S. Churchill: My Early Life, Simon & Schuster, 1996. Winston S. Churchill: The Second World War, Vintage, 2002. Ingrid Baraitre: Churchill – Zijn tocht met het noodlot, Lannoo, 2009. Roy Jenkins: Churchill, Pan Books, 2001 ● Geoffrey Best: Churchill – A Study in Greatness, Penguin, 2002.

Bekijk ook ...