Als de nazi’s in 1933 aan de macht komen, blaast Hitler de luchtmacht nieuw leven in. Deskundigen brengen advies uit over het type toestellen waar Duitsland voor moet kiezen, en ze komen onder meer uit op de duikbommenwerper.

Stuka: Hitlers angstaanjagende blikopener

De drijvende kracht achter Hitlers blitzkrieg was de luchtmacht. De beruchte Stuka-duikbommenwerper maakte de weg vrij voor de tanks, en de vijand was al snel als de dood voor het gehuil van Stuka’s die uit de hemel vielen. Het toestel werd hét symbool van de superioriteit van de Duitse Luftwaffe.

24 februari 2017 door Bjørn Bojesen & Niels-Peter Granzow Busch

Op een heldere september-ochtend in 1941 duikt de Duitse piloot Hans-Ulrich Rudel van 2700 meter hoogte op het Russische slagschip Marat af, dat voor anker ligt in de haven bij de marinebasis Kronstadt bij Leningrad. 

Overal rondom de Stuka van Rudel ontploffen de granaten van de honderden stuks grondafweergeschut. De Duitse piloot wijkt echter niet af van zijn zorgvuldig geplande koers.

Als het grote slagschip opdoemt, stuurt Rudel zijn Stuka met de neus omlaag recht op het dek af. 

Hij ziet duidelijk dat de scheepskanonnen het ene salvo na het andere op hem afvuren terwijl hij versnelt tot ruim 500 kilometer per uur. 

Het schip komt nu razendsnel dichterbij, en Rudel ziet dat de bemanning in paniek raakt: 

‘De matrozen krioelen over het dek. Ik activeer de bomhendel op de stuurknuppel en trek er uit alle macht aan,’ schreef de Luftwaffepiloot na de oorlog in zijn memoires.

Heel even wordt het Rudel zwart voor ogen wanneer de middelpuntvliedende kracht het bloed van zijn hersenen naar zijn benen stuwt. Hij vliegt zo laag dat het automatische herstelsysteem niet werkt. 

Op het laatste moment weet hij het toestel recht te trekken, en hij ontkomt over zee. 

Achter hem wordt het schip gehuld in een wolk van vuur en rook: ‘Het vliegt de lucht in!’ roept de schutter, Alfred­ Scharnowski.

Duitsland zet in op precisie

Traag, onhandig en slecht beschermd. De Duitse duikbommenwerper Stuka, die officieel Junkers Ju 87 heette, had volop nadelen. 

Toch werd het toestel een van de meest angstaanjagende en effectiefste wapens van Hitler-Duitsland. Het diende als vliegende artillerie en trof zijn doelen met een ongekende precisie als het uit de lucht kwam vallen. 

Zelfs de vijand moest toegeven dat het vliegtuig alle andere duikbommenwerpers overtrof. Zo schreef de Britse testpiloot Eric ‘Winkle’ Brown, die een buitgemaakte Stuka uitprobeerde, na de oorlog: ‘De Stuka was een klasse apart.’

Het duikbommenwerperprogramma van nazi-Duitsland begon na de Eerste Wereldoorlog. 

Omdat het Verdrag van Versailles de Duitsers verbood een luchtmacht te hebben, zette vliegtuigbouwer Junkers een fabriek in Zweden op, waar de ingenieurs – onder het voorwendsel dat ze toestellen voor de

burgerluchtvaart aan het maken waren – begin jaren 1920 de duikbommenwerper K47 ontwierpen. 

Dit vliegtuig, dat een bom van 100 kilo kon meevoeren, steeg voor het eerst op in 1929. Het was echter behoorlijk duur en werd daardoor geen groot succes.

In 1933 kwamen de nazi’s aan de macht en werd de duikbommenwerper nieuw leven ingeblazen. 

Hitler riep het Reichsluftfahrtministerium (RLM) in het leven, dat onder de oud-piloot Hermann Göring het Derde Rijk zo snel mogelijk de heerschappij in het luchtruim moest bezorgen. 

In 1935 kondigde Hitler openlijk de oprichting van de Luftwaffe aan, waarmee hij het Verdrag van Versailles voorgoed aan zijn laars lapte. 

De piloot Ernst Udet was een warm pleitbezorger voor de Stuka. 

© Getty Images

Britten volgen Duits voorbeeld niet

Tijdens de Eerste Wereldoorlog hadden de Britten al met duikbommenwerpers geëxperimenteerd. 

Hierbij maakt de piloot een duikvlucht naar zijn doelwit en laat hij zijn bom pas los als hij zeker is van een voltreffer. 

Maar in het interbellum werd het idee opgegeven omdat de toestellen volgens velen de extreme duikvluchten niet aankonden. 

‘Moderne vliegtuigen bereiken zo’n hoge snelheid tijdens een duik dat het moeilijk wordt om ze recht te trekken, als ze al niet in de lucht uit elkaar vallen,’ aldus een hoge Britse luchtmachtofficier.

De Britten zetten hun geld liever op conventionele bommenwerpers, die veel meer bommen konden vervoeren dan duikbommenwerpers, maar wel minder nauwkeurig waren. 

Hitler en de top van de Luftwaffe zagen echter veel in de duikbommenwerper en zetten een grootschalig Sturzbomber-programma op.

Anders dan de Britten zag Hitler de Luftwaffe als een integraal onderdeel van de oorlogsmachine, die ook infanterie en tanks omvatte. 

Zijn filosofie was dat de duikbommenwerpers als een stormram de weg vrij moesten maken voor de grondtroepen. 

Het bedrijf Junkers en de ingenieur Hermann Pohlmann, die al aan de K47 had gewerkt, gingen aan de slag met de ontwikkeling van de perfecte duikbommenwerper: de Ju 87, of 

Stuka in de volksmond, een afkorting van Sturzkampfflugzeug. In 1935 had Pohlmann het eerste prototype af. 

Stuka moest simpel en goedkoop zijn

Göring en Hitler stelden heldere eisen aan de Stuka: hij moest zo eenvoudig in elkaar zitten dat hij kon opstijgen van velden en andere primitieve startbanen. 

Daarnaast moest het vliegtuig makkelijk in het onderhoud zijn en stevig genoeg om bij weer en wind te kunnen vliegen.

De Stuka was vooral gebaseerd op de K47, maar Pohlmann keek ook met een schuin oog naar de Amerikaanse Curtiss Hawk-duikbommenwerper, waarvan de Duitse luchtacrobaat Ernst Udet er twee had gekocht en naar Duitsland gebracht. 

In 1936 deed zich de perfecte aanleiding voor om het prototype Ju 87A ‘Anton’ te testen: de fascistische generaal Franco had om Duitse assistentie verzocht in de Spaanse Burgeroorlog.

Hoewel de Stuka niet veel ingezet werd in Spanje, deden de piloten waardevolle kennis op. Ze kwamen er echter ook achter dat het toestel een veel sterkere motor nodig had, en in de jaren daarna werd daar vooral aan gesleuteld.

Het eerste in massa geproduceerde model van de Stuka was de Ju 87B, ofwel ‘Berta’. Dit zou de standaardversie van het vliegtuig worden.

‘Het bommenwerpertje’, zoals de Stuka liefkozend genoemd werd, had twee zitplaatsen, omgekeerde ‘meeuwenvleugels’ en een vast landingsgestel dat niet ingetrokken kon worden. 

Het toestel was voorzien van machinegeweren, en veel versies hadden plaats voor de hoofdbom onder de romp en extra, kleinere bommen onder de vleugels. 

Hoe was de Stuka gebouwd? Klik op de illustratie om erachter te komen!

Duiken was levensgevaarlijk

Als enige toestel ter wereld kon de Stuka, waarvan het zwaartepunt bij de neus lag, geheel verticaal duiken. 

Het gevaar was dat de piloot een black-out zou krijgen door de middelpuntvliedende kracht en het toestel niet meer recht kon trekken. 

De hoge duiksnelheid was niet altijd een voordeel: tijdens een test in augustus 1939 stortten 13 Stuka’s neer doordat het wolkendek zo laag hing dat de piloten de grond te laat zagen.

Om verdere ongelukken te voorkomen werd de Stuka uitgerust met speciale duikremmen onder de vleugels, die de snelheid tijdens een duik reduceerden zodat de piloot beter de tijd had om te richten en weer op te trekken. 

Daarnaast ontwikkelde Junkers een systeem dat er automatisch voor zorgde dat het toestel rechtgetrokken werd na een duik als de piloot buiten westen was. 

Maar sommige piloten schakelden het uit omdat het de koers voorspelbaar maakte en de vijand de Stuka makkelijker kon neerschieten.

In de Eerste Wereldoorlog hadden de Duitsers ervaren dat het geluid van een laagvliegend vliegtuig angst kon zaaien in de vijandelijke gelederen. 

De vliegtuigbouwers van Junkers beseften dat geluid bruikbaar was als terreurwapen en monteerden een luchtsirene op de Stuka – de ‘Jerichotrompet’ – op het landingsgestel. 

Wanneer de Stuka een duik maakte, klonk er een beangstigend gehuil. Later werd de sirene echter wegbezuinigd.

In augustus 1939 stonden er 366 voltooide Stuka’s aan de Poolse grens, klaar om in actie te komen.  

Stuka begint de wereldoorlog

‘Ik zal mijn eerste vlucht boven een ander land nooit vergeten,’ schreef de Stuka-piloot Hans-Ulrich­ Rudel.

Rudel vloog in een spionagevliegtuig boven Polen, waar de Stuka een grote rol zou gaan spelen in de blitzkrieg die in de ochtend van 1 september 1939 begon. 

Allereerst wilden de Duitsers voorkomen dat de Polen een belangrijke spoorbrug bij Tczew opbliezen. 

Die hadden de nazi’s nodig om de rivier de Wisła over te steken. De Polen waren al bezig de springlading aan te brengen toen drie Stuka’s opstegen uit Oost-Pruisen. 

Om 4.26 uur bombardeerden ze de Poolse mineurs en de ontstekingskabels waarmee de brug opgeblazen zou worden.

De piloot Oskar Dinort beschreef de aanval op een andere brug over de Wisła: ‘De kist valt als een baksteen. 

De hoogte neemt af – met 200 meter, 300, 500. De instrumenten kunnen de daalsnelheid nauwelijks bijbenen. Dan het rode waas voor mijn ogen dat elke Stuka-piloot kent. 1400 meter boven de grond. 1200 meter. Druk op de knop. De bom valt.’

Hierna volgden er Stuka-aanvallen op onder meer de marinebasis bij Gdynia, waar de 1540 ton zware Poolse destroyer Wicher tot zinken werd gebracht. Die aanval liet zien dat ook op zee niet met de Stuka te spotten viel.

Tijdens de beslissende slag bij de rivier de Bzura stortten de Stuka’s zich op de vijand, die uiteindelijk op moest geven. De Stuka had Polen klein gekregen. 

Tijdens de bijna verticale duikvlucht bereikte de Stuka een snelheid van 600 kilometer per uur. 

© Ullstein/Polfoto

Zeeslag vanuit de lucht gewonnen

Tijdens de Duitse inval in Noorwegen in april 1940 bemoeilijkten de bergen de coördinatie tussen Stuka’s en tanks. De Stuka bewees echter andermaal zijn

waarde toen hij werd ingezet om Noorse en geallieerde oorlogsschepen buitenspel te zetten. 

In de smalle Noorse fjorden werden de schepen ingesloten terwijl de bommen erop neerdaalden. In het noorden van Noorwegen werden onder andere het Franse schip Bison en de Britse Bittern tot zinken gebracht.

Een maand later werkten Wehrmacht en Luftwaffe nog beter samen tijdens de invasie van Frankrijk. 

De Stuka’s bombardeerden de Franse verdedigingsstellingen, vervolgens denderden de tanks door de vijandelijke linies en als laatste kwamen de Duitse soldaten te voet.

De bombardementen waren zo nauwkeurig dat de schade beperkt was. Zo werden er maar 32 Franse tanks vanuit de lucht uitgeschakeld. Toch zaaiden de Stuka’s zo veel angst dat een groot aantal troepen zich zonder slag of stoot overgaf.

Bij de kust vielen Stuka’s oorlogsschepen en forten aan, en de grote havenplaatsen vielen een voor een.

Tijdens de grote veldslag om Duinkerken brachten Stuka’s wel 31 geallieerde schepen tot zinken. 

Tijdens de inval in Frankrijk kwam echter ook een zwak punt van de duikbommenwerper aan het licht: luchtafweergeschut haalde een derde van alle Stuka’s neer. En het werd nog erger toen ze boven Groot-Brittannië werden ingezet: in één dag schoten de veel snellere Engelse jagers 18 duikbommenwerpers uit de lucht.

‘Hurricanes en Spitfires kwamen erop af als vliegen op honing,’ schreef de Duitse Stuka-piloot Adolf Galland.

Er werden 59 Stuka’s neergeschoten voordat de Luftwaffe ze terugtrok.

In het Middellandse Zeegebied boekte het toestel grotere successen, onder meer op Kreta en in Noord-Afrika, waar 40 Stuka’s zich op het Britse vliegdekschip Illustrious stortten, dat zwaar beschadigd raakte.

 Zelfs de Britten waren onder de indruk: 

‘We konden niet anders dan de degelijkheid en de precisie bewonderen,’ zei de Britse admiraal James Cunningham.

In april 1941 kregen 300 Stuka’s in tien dagen Joegoslavië op de knieën. Toen Hitler daarna Belgrado een lesje wilde leren, liet hij grote toestellen bombarderen terwijl Stuka’s landingsbanen en luchtafweergeschut vernielden. 

2271 burgers kwamen om bij de aanval op de hoofdstad. De Stuka’s werden naar het oosten gestuurd voor hun ultieme meesterproef.

Sovjet-Unie is hoogtepunt

In juni 1941 stelde de Führer Operatie Barbarossa, de grootscheepse invasie van de Sovjet-Unie, in werking. 

Stalin, die de Britse waarschuwingen niet had geloofd, was volkomen verrast. Binnen 18 uur verwoestten Stuka’s meer dan 1800 Russische vliegtuigen op 11 bases. 

Een week lang bestookten ze de vesting van Best-Litovsk, die uiteindelijk de strijd moest staken. 

Tanks, bruggen, stations en kruispunten – niets was bestand tegen de trefzekerheid van de Stuka.

Tijdens deze veldtocht bereikte de piloot Hans-Ulrich Rudel een heldenstatus toen hij met één welgemikte 2000-ponder het Russische schip Marat uitschakelde.

Barbarossa was een van de vroegste voorbeelden van ‘oorlogvoering op afstand’. Speciale tanks in de achterste gelederen waren uitgerust met radio en telefoon en konden om een doelgerichte aanval met Stuka’s verzoeken.

In oktober 1941 kreeg Stalin hulp van ‘generaal winter’, een van de strengste winters sinds mensenheugenis. 

De Ju 87 noch de Duitse troepen waren toegerust voor de extreme kou. Ze stonden aan het eind van een kwetsbare bevoorradingsketen, die steeds bedreigd werd door Russische partizanen. 

Er ontstond een groot gebrek aan benzine, munitie en reserveonderdelen, terwijl de Sovjets versterkingen uit Siberië aanvoerden die wel tegen een stootje konden. 

Tijdens de Slag om Engeland schoten de Britten talloze Stuka’s uit de lucht. 

© Getty Images

Tegenslag brengt nieuwe tactiek

Hitler kon Moskou op zijn buik schrijven. In plaats daarvan stuurde hij de Stuka’s in het voorjaar van 1942 naar Leningrad om dit communistische broeinest kapot te bombarderen. En in oktober kregen ze weer een nieuw doelwit: Stalingrad.

Voorafgaand aan de aanval zagen Rudel en zijn collega’s luchtfoto’s van de stad, waarop hun doelwitten met rood waren aangegeven.

Dit keer waren de Duitsers beter voorbereid dan ooit, en de Stuka’s waren zo effectief dat een toestel binnen drie kwartier opsteeg, zijn bommen liet vallen en terugkeerde naar de basis. 

Dan kostte het maar 15 minuten om het klaar te maken voor de volgende missie.

‘De vliegtuigen stegen op met maar een paar tellen ertussen, en ze gooiden hun bommen op het langwerpige doelwit dat we onderling hadden verdeeld. Niet één bom kwam ernaast terecht,’ schreef de Stuka-piloot Paul-Werner Hozzel.

De meest effectieve piloten vlogen acht missies per dag. Desondanks verloor Hitler de slag om de Sovjet-Unie. 

De Duitsers waren het verrassingselement van de blitzkrieg kwijt, en de oorlog verwerd tot een traditionele, statische strijd, waarin de Wehrmacht steeds meer in het defensief gedrongen werd.

Nu kregen de Stuka-piloten een nieuwe taak: ze moesten achter de Russische tanks aan gaan. Het nieuwe model Ju 87G had antitankkanonnen onder de vleugels en was in feite geen traditionele duikbommenwerper meer. 

Het geschut kon het dikke voorpantser van de tanks niet doorboren, maar in de flanken en aan de achterkant waren de Russische tanks buitengewoon kwetsbaar.

Een andere tactische innovatie waren de nachtelijke aanvallen. Met andere toestellen, met name het jachtvliegtuig Focke-Wulf Fw 190, moesten de Stuka’s de tanks bombarderen die de aanval van de volgende ochtend aan het voorbereiden waren. 

Stuka staat machteloos

In de zomer van 1944 vlogen de Stuka’s nog, onder meer in Finland, waar ze de Russische opmars beteugelden. 

Aan andere fronten was het beeld minder rooskleurig: in juni gingen de geallieerden aan land in Normandië, en de Russen boekten steeds meer terreinwinst. 

In het zuiden had Italië zich een jaar eerder overgegeven, en de nazi’s waren allang geen heer en meester in de lucht meer.

Terwijl de geallieerden Duitsland in de as legden, hadden de Duitse fabrieken de grootste moeite om de productie op gang te houden.

Vanwege materieelgebrek werden er weinig nieuwe toestellen meer gebouwd, maar vooral kapotgeschoten exemplaren opgelapt. 

Uiteindelijk had Hitler geen vliegtuigen, bemanningen en brandstof meer om het luchtruim boven Duitsland te kunnen verdedigen.

Kort voor de Duitse capitulatie op 8 mei 1945 toonde de Luftwaffe haar laatste propagandafilm, waarin te zien was hoe Ju 87G-Stuka’s Russische tanks aanvielen op weg naar Berlijn. 

Maar zelfs de Stuka kon nazi-Duitsland niet meer redden. 

Bekijk ook ...