Hitlers laatste hoop vervliegt bij Bastogne

In december 1944 stort Hitler zijn beste troepen in het Ardennenoffensief. De elitesoldaten moeten de kansen keren en de geallieerden op de knieën dwingen. Bij het knooppunt Bastogne graaft een Amerikaanse divisie van verkleumde paratroepers zich in om het laatste offensief van nazi-Duitsland te dwarsbomen.

5 mei 2016 door Esben Mønster-Kjær

Sergeants schreeuwen door de donkere decembernacht, terwijl ze de verkleumde Amerikaanse soldaten twee colonnes proberen te laten vormen. 

Kort daarop zet de compagnie koers naar Bastogne, dat alleen wordt verlicht door de maneschijn.

In de verte horen de marcherende troepen schoten en explosies. Er is een hevig gevecht aan de gang. 

De Duitsers, die de doorbraak nabij lijken te zijn, gaan plotseling in de aanval en slaan een groot gat in het Amerikaanse front.

Tot dusver maken de soldaten van de 101e Luchtlandingsdivisie zich vooral zorgen om de kou. 

Ze komen net uit een warm kamp achter het front, waar ze dachten te kunnen rusten en trainen tot het voorjaar van 1945. En nu zijn ze ineens op weg naar het front, zonder wollen ondergoed of dikke sokken.

Terwijl de colonne van mismoedige en rillende mannen oprukt, duikt er verderop een zooitje ongeregeld op: de soldaten van uiteengevallen troepen die de Duitsers proberen te ontlopen.

‘Rennen! Rennen!’ roept een van de vluchtende mannen. 

‘Ze doden jullie. Ze hebben alles – tanks, mitrailleurs, luchtsteun, echt alles!’

Op slag zijn de paratroepers de kou vergeten, althans voor nu, want een nog ernstiger zorg dient zich aan.

‘Waar is de munitie? We kunnen niet vechten zonder munitie,’ barst iemand uit. De soldaten zijn op pad gestuurd met slechts een paar magazijnen de man. En een aantal van hen heeft zelfs geen wapen, omdat er geweren in het kamp zijn gebleven voor reparatie.

De colonne van paratroepers valt uiteen, want de gewone soldaten en de vluchtelingen rennen door elkaar om patronen en handgranaten te pakken te krijgen. 

En niemand maakt bezwaar. Maar wat graag willen de verschrikte mannen van hun munitie af, want dan hoeven ze tenminste niet meer tegen de vijand te vechten, denken ze.

Even later hebben de paratroepers gepakt wat ze pakken konden. Nu krijgt de colonne weer vorm en kan de mars naar Bastogne verdergaan. 

Ze hebben nog steeds te weinig kogels en de kou blijft bijtend, want de mannen dragen slechts een gewone jas over hun dunne uniform. Het zal nog weken duren voor ze het weer warm hebben. Eerst wacht hun een hel van vorst, staal en bloed.

Oorlog is toch nog niet voorbij

Hitler had verloren, dat wist iedereen in het Amerikaanse leger. De zwaar op de proef gestelde soldaten vroegen zich nu alleen nog af hoe ze heelhuids door de laatste oorlogsmaanden konden komen.

De troepen bereidden zich voor op een koude, maar kalme kerst in het bos van de Ardennen, tot er plotseling een aanval kwam. Op 15 december 1944 braken Duitse pantserdivisies door de sterk versnipperde troepenmacht die de Amerikaanse frontlinie vormde.

Eenheid na eenheid werd door de tanks weggevaagd – en de vliegtuigen van de geallieerden stonden werkeloos aan de grond omdat ze wegens slecht zicht niets konden doen. 

Wanhopig trachtten de Amerikanen tijd te winnen, en daarom moesten alle soldaten aan het front vooral standhouden.

Ondertussen werden achter het front alle troepen teruggetrokken om de Duitse vloedgolf te kunnen bestrijden. De stafofficieren kregen al snel de 101e Luchtlandingsdivisie in het oog – een man of 12.000 die hun wonden likten na een half jaar op het slagveld.

De zogeheten Schreeuwende Adelaars – genoemd naar het schouderembleem op hun uniform – waren op D-day aan hun parachutes neergedaald en hadden de zomer doorgebracht met zware man-tot-mangevechten met de Duitsers. In het najaar opereerde de divisie tot eind november, deels in Nederland.

Ze kregen hun welverdiende rust, en velen van hen waren op verlof in Parijs toen de tanks op 18 december bij hun kamp arriveerden. De volgende dag werden de paratroepers voor dag en dauw gedropt in de Ardennen.

De divisie moest stellingen betrekken rond de provinciestad Bastogne, waar strategisch belangrijke wegen elkaar kruisten. Hier moesten ze tot elke prijs standhouden tot de versterkingen de Duitsers konden terugdrijven.

‘En zorg dat je niet omsingeld wordt,’ klonk de laatste opdracht aan het hoofd van de 101e divisie, voor hij zich per jeep naar Bastogne begaf. Maar het zou onmogelijk blijken om de stellingen bij de stad te behouden.

Bastogne zit vol burgers

De eerste koukleumende paratroepers trokken in de vroege ochtenduren van 19 december door Bastogne en groeven zich in de bossen en velden ten oosten van de stad in. 

Burgers waren vroeg uit bed gegaan om voedsel en warme drank aan de troepen uit te reiken, en bereidden zich erop voor dat hun stad door de Duitsers bezet kon worden.

Toen de Amerikanen Bastogne twee maanden eerder ontzetten, had een jongen met grote letters ‘Welkom’ geschreven op zijn huis. Nu probeerde hij de verf koortsachtig van de witte gevel af te schrobben.

Intussen fietste een stoet mannen de stad uit naar het westen. Sommigen waren van het Belgische verzet, en als de Duitsers zouden terugkeren, zouden ze in het kamp belanden. Anderen gingen ervandoor uit angst dwangarbeid te moeten verrichten in Duitsland.

Maar de meesten lieten hun vluchtkans voorbijgaan toen de wegen nog open waren. Toen de 3000 Belgen doorhadden wat er aan de hand was, sleepten ze matrassen en voedsel de kelders in.

De Amerikanen wisten niet zeker of ze de Duitsers wel uit Bastogne konden houden. Het hoofd van de 101e Divisie, generaal Anthony McAuliffe, vestigde zijn hoofdkwartier in een oude kazerne maar liet het hoofdgebouw links liggen. 

Daar zouden de Duitsers hem en zijn staf makkelijk kunnen vinden als ze de stad binnendrongen, dus de generaal koos een bescheiden bijgebouw. Een zwaarbewapend pantservoertuig hield buiten de wacht, klaar om de Duitse tanks er flink van langs te geven.

Schoppen moeten Duitsers stoppen

Terwijl de divisiestaf kaarten ophing in Bastogne, waren de troepen op weg naar hun stellingen in de omliggende bossen en velden. Ervaren veteranen hadden er echter een hard hoofd in.

Richard Winters, de kapitein van een luchtlandingsbataljon, had een sector ten noordoosten van de stad gekregen. Links van de circa 600 man bevonden zich Amerikaanse troepen, maar rechts zat er een gapend gat in de frontlinie.

Het bataljon is op de verkeerde plek, dacht Winters, die een man naar het hoofdkwartier stuurde om opheldering te krijgen. Maar deze kwam terug met het bericht dat de eenheid wel degelijk op de juiste plek was. Winters moest zelf maar zien hoe hij zou voorkomen dat de Duitsers doorstootten naar de bres en de stellingen zouden oprollen.

De soldaten staken schoppen in de harde wintergrond om loopgraven te maken waar ze de komende weken in zouden verblijven. 

Het werk was zwaar, maar de angst dreef de soldaten voort. Op een paar kilometer hoorden ze de gevechtsgeluiden van de Amerikaanse eenheden die op een zelfmoordmissie waren om de Duitsers te vertragen.

De voorposten werden opgeofferd, waardoor de luchtlandingstroepen een hele dag hadden om hun stellingen in te nemen. 

Op slechts één plek probeerden de Duitsers Bastogne op 19 december binnen te dringen, maar ze werden direct beschoten door de Amerikaanse geschutsbatterijen die tegelijk met de luchtlandingstroepen in de stad waren aangekomen. 

Bij deze beschietingen werden echter veel granaten gebruikt, waar dus snel een tekort aan ontstond.

Linie is een gatenkaas

In de vroege ochtend van 20 december wisten de luchtlandingstroepen rond Bastogne dat ze omsingeld werden. Maar het was de Amerikanen nog niet duidelijk waar in het bosrijke landschap zich vijandelijke troepen bevonden.

Kapitein Winters zat in het bos met twee gewone soldaten toen hij een Duitser in het oog kreeg. De man hield halt, liet zijn broek zakken en ging

op zijn hurken zitten. De Amerikanen bleven stokstijf staan tot de Duitser zijn behoefte had gedaan. Vervolgens zei Winters in zijn beste school-Duits: ‘Hier komen’. De Duitser gaf zich over, maar de kapitein kookte vanbinnen. 

Een vijand was dwars door de Amerikaanse verdedigingslinie gewandeld, langs het hoofdkwartier van een compagnie naar de commandopost van het bataljon. 

Daar bleek wel uit hoe zwak de stelling van Winters’ mannen was.

De Amerikanen konden zich zelf ook moeilijk oriënteren. Soldaat Heffron van Winters’ bataljon ging terug naar de frontlinie nadat hij en een makker zich terug hadden laten zakken om middelen voor de eerste hulp te verkrijgen. Toen viel hij in een gat, waar iets bewoog.

‘Hinkle? Hinkle, ben jij dat?’ klonk een Duitse stem onder hem. Heffron vloog het gat uit en zette het op een lopen, terwijl hij hysterisch brulde: ‘Hinkle m’n reet!’ De twee Amerikanen kwamen heelhuids terug in hun eigen loopgraven, waarna Heffrons makkers nog een tijdlang bleven vragen hoe het met Hinkle was gesteld. 

De Amerikanen leden tijdens het Ardennenoffensief aanvankelijk zware verliezen.

© Corbis/All over

Beste soldaten zijn weg

Dezelfde dag probeerden Duitse tanks en soldaten Bastogne binnen te dringen via een bliksemaanval. Ook al werd die afgeslagen, in de loop van de dag waren er meer uitvallen vanuit het oosten.

De Amerikaanse troepen wisten hun stellingen te behouden met behulp van reservetanks en vooral van de artillerie. De kanonnen stuurden een dodelijk spervuur naar de wegen waarover de Duitse manschappen oprukten, en bij zonsondergang was de druk eraf.

De Duitsers wilden niet nog meer tijd en troepen verspillen aan het bestormen van Bastogne, en omsingelden de stad terwijl de hoofdmacht westwaarts ging.

Die strategische keuze redde de 101e Divisie vermoedelijk van de ondergang, want de granaten waren nu wel zo’n beetje op. Nog zo’n geconcentreerde aanval en Bastogne was er geweest.

Maar de tanks werden verruild voor sneeuwbuien. Op 21 december was het zicht maar een paar meter, terwijl een dikke, witte deken op de bossen van de Ardennen neerdaalde.

 De strijd werd echter niet gestaakt; omdat generaal McAuliffe wilde weten waar de Duitse stellingen werden opgezet, stuurde hij patrouilles op verkenning, die moesten terugkeren met gevangenen.

In kapitein Winters’ bataljon stonden zo’n 40 man klaar om op te rukken. De eenheid was echter niet het getrainde team dat een half jaar eerder geland was in Normandië. 

De helft van deze soldaten was er nog maar korte tijd bij, en dat gold ook voor de luitenant van de eenheid – een broekie nog. Hij stond dan ook met de mond vol tanden toen de sergeants naar zijn plan vroegen.

‘Je merkt wel wat we gaan doen als we bij de bomen komen,’ ontweek de officier de vraag. De sergeants vreesden het ergste toen de eenheid kort daarop door de sneeuw op weg ging.

Ze verloren al meteen het contact met elkaar en met de verkenners. Blind stapten ze door de sneeuwbuien, totdat een mitrailleursalvo plotseling twee man van het leven beroofde. Er brak een hevig vuurgevecht uit. 

De sergeants riepen om bevelen van de leider van de eenheid, maar die was in geen velden of wegen te bekennen, dus gaven ze hun mannen zelf maar het bevel om de aftocht te blazen.

De patrouille keerde terug zonder gevangenen, en in de bittere kou begon een uitputtende stellingenoorlog.

De winter kent geen genade

In de voorste linie zaten de Amerikanen dag en nacht in loopgraven van 180 bij 60 centimeter. In die beperkte ruimte lagen twee man als haringen in een ton. Maar als ze sliepen, konden ze elkaar tenminste wat warmte geven.

Toch hadden de paratroepers het constant koud zonder wintergoed – dat was er niet toen ze zich van hun kamp naar Bastogne haastten. En open vuur was verboden aan de frontlinie, dus ze konden zich niet warmen aan een vuur of voedsel in blik opwarmen.

Sommige soldaten probeerden niet eens meer te slapen, want elke nacht was kouder dan de vorige. Ze zaten over hun toekomst te fantaseren, wanneer ze levend uit Bastogne en de rest van de oorlog kwamen. In Winters’ bataljon zong een sergeant zich door de nacht, wat hem niet in dank werd afgenomen.

Naast de kou kampten de soldaten continu met angst. Om de zoveel tijd gingen Duitse kanonnen af, en als er granaten tussen de bomen ontploften, boden de loopgraven niet bijster veel beschutting. De regen van metaal- en houtsplinters bleef levens opeisen.

Na een paar dagen van belegering was de Amerikaanse munitie vrijwel op; de laatste granaten werden bewaard voor als de Duitsers doorbraken.

De voorraad kogels voor geweren en mitrailleurs slonk ook zienderogen.

En zolang het zicht belemmerd werd door wolken en sneeuw, konden vliegtuigen geen voorraden droppen.

Sommige soldaten kwamen in de verleiding om in hun voet te schieten. Gewonden konden niet uit Bastogne weg, maar dan zouden ze tenminste de frontlinie kunnen verlaten en onderdak en warme maaltijden krijgen. 

Slechts weinigen deden het daadwerkelijk, en zelfs met bevriezingsverschijnselen bleven soldaten op hun post.

‘Als iedereen die een geldig excuus had de frontlinie zou verlaten, dan was er geen frontlinie,’ zei kapitein Winters. Er zat niets anders op dan kou te lijden en de volgende aanval af te wachten. 

De Amerikaanse troepen in Bastogne hadden geen wollen ondergoed, dikke sokken en dekens tegen de vorst.

© Photoshot/Polfoto

Kerst is geen feest

Na de eerste gevechten bij Bastogne hielden de Duitse belegeraars de druk op de ketel. Sluipschutters lagen op de loer, klaar om elke Amerikaan die even over de rand van zijn loopgraaf keek, een kogel door het hoofd te schieten.

Duitse patrouilles drongen intussen door gaten in de verdediging heen, en de paratroepers moesten uit diverse eenheden bij elkaar geraapt worden om de indringers te verdrijven. Iedere dag waren er kleine aanvallen langs de hele linie, maar op 23 december werden ze ’s middags heviger. 

Duitse soldaten en tanks vielen ten zuiden van Bastogne de Amerikaanse verdedigingsring aan, en diverse stellingen bezweken.

De aanval ging na zonsondergang verder, maar in het donker konden de Amerikanen makkelijker dicht bij de Duitse tanks komen en ze vernietigen met bazooka’s. Bovendien stelden ze een bevrijdingsmacht samen door een ander gebied op te geven en daarbij de frontlinie korter te maken.

Bij het aanbreken van 24 december was Bastogne dus nog in Amerikaanse handen. De huizen lagen vol gewonde soldaten, die van de overbelaste artsen en Belgische burgers alleen wat eerste hulp konden verwachten.

De medicijnen waren wel zo’n beetje op, en om de pijn te verzachten kregen de gewonden drank. Een soldaat uit Winters’ bataljon probeerde de pijn in zijn kapotgeschoten been te verdrinken met crème de menthe. 

De vloeistof was nog steeds frisgroen toen de Luftwaffe Bastogne bombardeerde en de soldaat moest overgeven in zijn helm.

Een Duitse bom trof een gebouw, waar 20 Amerikaanse patiënten en een Belgische verpleegster op slag om het leven kwamen. Wegens de explosies had generaal McAuliffe zijn hoofdkwartier naar een kelder verplaatst. 

Hier wisten de koks iets te bereiden dat deed denken aan een kerstmaal met kalkoen. Eerder die dag had hij de troepen via een bericht laten weten dat de eer om Bastogne te verdedigen tot hun laatste snik hun kerstcadeau aan elkaar was.

De soldaten hadden natuurlijk liever meegedeeld in de kalkoen van de staf. Hun menu bestond uit koude bonen, en het enige wat de sergeants in Winters’ bataljon voor ze konden doen, was zelf de wacht houden in de voorposten.

Toen de wolken optrokken, werd Bastogne bevoorraad tot er hulp kwam.

© AP/Polfoto

Eindelijk arriveert er hulp

Al was kerstavond een bittere ervaring, het ergste deel van de Slag om Bastogne was achter de rug. De lucht klaarde op en geallieerde bommenwerpers stortten zich op Duitse stellingen rond de stad.

Tegelijk regende het voorraden voor de paratroepers, zodat de 101e Divisie het nog een paar dagen uit kon zingen. Bastogne was daardoor op 26 december nog steeds in Amerikaanse handen, toen de bevrijders onder de beroemde tankgeneraal Patton arriveerden.

Aanvankelijk wisten ze slechts een smalle corridor vanuit het zuiden de stad in te forceren. Maar vrachtwagens brachten voorraden aan, en gewonden werden eindelijk geëvacueerd.

Toen het nieuws de stad bereikte, begrepen de luchtlandingstroepen dat ze door hun standvastige verdediging tot sterren in de VS waren uitgegroeid. 

Generaal Maxwell Taylor nam daarop het commando over van McAuliffe, die maar tijdelijk hoofd was. De nieuweling inspecteerde de stellingen en strooide bevelen om zich heen.

‘Let goed op de bomen vóór u,’ zei Taylor tegen Winters.

Wat denkt u dat we hebben gedaan terwijl u in Washington zat, dacht de kapitein met ingehouden woede.

Intussen was Hitlers grote offensief door de Ardennen gestokt. In Bastogne hadden de luchtlandingstroepen een wegversperring opgeworpen, waardoor de Duitse pantsertroepen in het westen niet bevoorraad konden worden.

De uitgeputte paratroepers dachten als beloning te worden afgelost. Maar pas op 17 januari mocht de 101e Divisie de frontlinie eindelijk verlaten.

Bekijk ook ...