D-day: Speciale tanks maakten invasie mogelijk

De Britse generaal-majoor en ingenieur Percy Hobart bedacht voor de landing in Normandië spectaculaire pantservoertuigen, bekend als ‘Hobart’s funnies’. Bekijk er een aantal in onze galerij.

'Out of the box'-denken bij invasie van Frankrijk

Percy Hobart had een vooruitziende blik en was een voorstander van tankoorlogsvoering, waar hij veel van wist. Hij pleitte voor een snelle opmars met mobiele tanks in plaats van de bloedige patstelling in loopgraven van eerdere oorlogen. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog werd hij echter het leger uit gezet vanwege zijn alternatieve ideeën.

Churchill wilde nieuwe tanks voor de grote invasie


Ironisch genoeg was een snelle oorlog met een voorhoede van tanks, vliegtuigen en artillerie later de sleutel tot het succes van het Duitse leger: de blitzkrieg. Tijdens de Tweede Wereldoorlog haalde Winston Churchill Hobart daarom terug naar het leger, waar hij zijn eigen pantserdivisie kreeg en nieuwe voertuigen moest ontwikkelen voor gebruik bij een invasie.

Hobart’s Funnies waren doorgaans omgebouwde tanks die tijdens oefeningen op afgelegen Britse stranden werden getest. Vooral Britse en Canadese landingstroepen maakten gebruik van de zogeheten Hobart's Funnies, en tijdens de invasie van Normandië bewezen de speciale tanks op meerdere plaatsen hun nut.

Kijk mee met de invasie: volg de landingstroepen op D-day


Wil je meer lezen over de moeilijke landing van de geallieerde soldaten in Normandië? Download het hele artikel uit Historia 4/2014 over de grootste invasie aller tijden.

Let op: je hebt een account nodig op onze website om het artikel te kunnen downloaden.

DE BUNKERBUSTER: Churchill AVRE – ook bekend als de vliegende vuilnisbak – was voorzien van een mortier in plaats van een kanon. Het 18 kilo zware projectiel had met zijn 13 kilo springlading een grote impact op bunkers en wegversperringen.
DONALD DUCK: De Duplex Drive – ook bekend als Donald Duck-tank – was een verbouwde Sherman-tank met een waterdicht scherm van zeildoek. Op land was het neergeklapt, maar in het water werd het opgezet, zodat de tank bleef drijven.
DE MIJNENVEGER: De Crab was een tank met een vlegel voorop en zware ijzeren kettingen die tegen de grond sloegen. Daardoor gingen mijnen op 25 centimeter diepte nog af, en zo werd een pad door mijnenvelden gebaand.
DE LOPER: De Bobbin-tank rolde op zachte, oneffen terreinen een kokosloper voor zich uit, waar andere voertuigen overheen konden rijden. Zo voorkwam de tank dat de zwaarste exemplaren in de zachte ondergrond wegzakten.

Bekijk ook ...