Het arische ideaal van blond haar en blauwe ogen was onder meer van de Romeinse historicus Tacitus afkomstig.

© Lippisches Landesmuseum, Antiquarian Bookshop Hieronymus

Romein schreef bijbel van de nazi’s

De nazi’s geloofden dat de Duitsers een uitverkoren volk waren met een bijzondere rol in de geschiedenis. Maar Duitsland was nog maar 60 jaar verenigd en de herkomst van het volk was onzeker. SS-leider Himmler vond een identiteit in een oud Romeins boek.

12 juli 2017 door Else Christensen

Op 24 september 1924 ging een jonge, slanke man aan boord van de trein in het Beierse Landshut. Hij had een boek bij zich om de tijd door te komen. 

Vanachter dikke jampotglazen verslonden zijn ogen elk woord, en al snel was het heerschap in de ban van het verhaal dat zich afspeelde op de pagina’s: in een ver verleden had er een sterk, zuiver en moedig volk geleefd. 

Dat waren de Germanen, en zij vormden, zo begreep de jongeman, de stam waar hij en zijn Duitse landgenoten allemaal van afstamden.

‘Wat een heerlijk beeld wordt er van onze edele, eerzame en hoogstaande voorouders geschetst. Zo zouden we weer moeten worden – in ieder geval sommigen van ons,’ schreef de bleke jongeman geroerd in zijn dagboek.

De man was Heinrich Himmler, de latere Reichsführer-SS. En het boek waar hij zo van onder de indruk was, was het werk Germania van de Romein Publius Cornelius Tacitus uit 98 n.Chr. Het zou van groot belang worden voor Himmler en voor Duitsland. 

Op basis van Tacitus’ beschrijving van de Germanen als een bijzondere stam beweerden de nazi’s dat de Duitsers een uitverkoren, superieur volk waren en het recht hadden om over anderen te heersen. 

De Germania werd met hulp van Himmler verheven tot nazibijbel en handleiding voor wat er met niet-Duitsers moest gebeuren.

Kippenfokker wordt SS-baas

Het lag niet voor de hand dat Himmler een toonaangevende rol zou gaan spelen in Duitsland toen hij in 1924 op de trein stapte in Landshut. Twee jaar eerder was hij afgestudeerd als agronoom, maar hij had geen werk gevonden. 

Himmler had het zelfs als kippenfokker geprobeerd, en ook dat was een mislukking geworden. Toen stortte hij zich op de politiek en hij voelde zich al gauw aangetrokken tot de jonge nazipartij, waar hij zich in augustus 1923 als lid aanmeldde.

Heinrich Himmler viel meteen op door zijn toewijding aan het gedachtegoed van de nazi’s en werd ingehuurd door Gregor Strasser, een bondgenoot van Hitler en een rasorganisator. 

Als Strassers assistent trok Himmler rond in Beieren om leden te werven voor de groeiende nazipartij. Tijdens zijn reizen verslond hij het ene boek na het andere, waaronder de Germania.

Ondertussen klom hij langzaam maar zeker op in de gelederen, en in 1929 werd de ex-kippenfokker benoemd tot leider van de SS, de Schutzstaffel, die op dat moment het persoonlijke korps van Hitlers lijfwachten vormde. 

Nazikopstukken lachten Himmler uit

Himmler was haast bezeten van de superioriteit van de Germanen, maar de andere partijkopstukken namen hem nauwelijks serieus. Pas toen ze de propagandawaarde van de ideeën inzagen, gingen ze overstag.

SS’s zijn Germaanse krijgers

Heinrich Himmler was de Germania niet vergeten. Toen hij de leiding kreeg, was de SS nog maar 300 man groot en vormde het korps een onderafdeling van de SA, de bruinhemden die politieke tegenstanders van de nazi’s intimideerden en mishandelden. 

Met de Germanen van Tacitus als voorbeeld begon Himmler de SS om te vormen tot elite-eenheid.

De Reichsführer had zijn oog niet zomaar op de Germanen laten vallen. De stammen die Duitsland 2000 jaar eerder bevolkten, waren formidabele krijgers. Zelfs het machtige Romeinse Rijk, dat Europa grotendeels onderworpen had, kon ze niet kleinkrijgen. 

'Dat bleek toen de Romeinen in 9 n.Chr. het gebied van de Germanen wilden veroveren om het rijk naar het noorden uit te breiden. Bij een hevige veldslag in Noord-Duitsland leed de legerleider Varus een nederlaag. 

Volgens Romeinse bronnen werden zijn 30.000 legionairs in het Teutoburgerwoud omsingeld door Germanen onder leiding van Arminius (Herman). Hij had maar de helft van het aantal soldaten, maar wist het Romeinse leger te verslaan en zijn opmars te stuiten.

De nazi’s smulden van het verhaal over de overwinning van de Germanen. Het Hermannsdenkmal, een monument voor Arminius in de buurt van Bielefeld, kreeg in 1926 bezoek van Hitler, werd vaak gebruikt als ontmoetingsplaats van de Hitlerjugend, de jeugdorganisatie van de nazi’s, en speelde een grote rol in de propaganda van de partij.

SS’ers moesten uit hetzelfde hout gesneden zijn als de sterke Germanen, zo vond Himmler, die ook had gelezen dat Tacitus beschreef hoe een stamhoofd werd ‘omringd door een grote groep jonge mannen’. 

Dat gaf hem ‘aanzien en kracht’ en was, volgens de Romein, ‘in vredestijd een eerbewijs en in tijden van oorlog een muur van schilden’. Dit zag Himmler voor zich toen hij op zoek ging naar Germaanse mannen met een noordse vastberadenheid. 

Himmler eist trouw tot in de dood

Himmler bepaalde dat zijn elitestrijders vrij, moedig en gehoorzaam zouden zijn, zoals Tacitus de Germanen beschreef. Volgens de Romeinse schrijver waren ze ‘gebouwd voor bestormingen’ en gingen ze op het slagveld geen gevaar uit de weg. Lafheid werd streng bestraft.

‘Weglopen van het schild is de grootste schande,’ en wie zich eraan bezondigde, was niet meer welkom bij offerfeesten en andere gezamenlijke activiteiten, aldus Tacitus. Velen schaamden zich zo dat ze ‘met een touw een eind aan hun eerloze leven maakten’. De krijgers waren zeer loyaal: ‘De hoofdman vecht voor de zege, zijn knechten voor de hoofdman.’

Himmler deed er alles aan om de leden van zijn korps zo moedig te maken als de Germanen. 

De gevechtstraining en de fysieke eisen werden aangescherpt en op de gesp van het SS-uniform liet Himmler het motto Meine Ehre heißt Treue graveren – mijn eer is trouw. 

Daarnaast stelde hij het voor alle SS’ers verplicht om persoonlijk trouw aan Adolf Hitler te zweren, ‘tot in de dood’. 

En omdat Tacitus de Germanen had beschreven als lieden met ‘blauwe ogen, blond haar en een groot lichaam’, nam Himmler deze kenmerken over als ideaal voor het arische ras en de SS.  

Reeds op jonge leeftijd was Himmler bezeten van het glorieuze Duitse verleden.

© Bundesarchiv

Germanen zijn op zichzelf

De invloed van de Germania bleef niet beperkt tot de SS. Naarmate Himmler steeds meer invloed kreeg in de partij, kregen zijn ideeën over de Germania ook meer bijval. En hij haalde er onder meer zijn theorie over raszuiverheid uit.

Volgens Tacitus was een kenmerk van de Germanen dat ze zich niet inlieten met anderen en niets wilden weten van ‘immigratie van of wederzijds gastheerschap met andere volkeren’.

Himmler en zijn bondgenoten legden het zo uit dat het Duitse volk ‘vervuild’ was geraakt met de eigenschappen van vreemde volkeren, en dat dit de oorzaak van alle problemen in Duitsland was.

Alleen door de Duitsers weer zuiver te maken, kon het land herrijzen. Dit idee leidde tot de rassenwetten van Neurenberg of de ‘wet ter bescherming van het Duitse bloed en de Duitse eer’ uit 1935, die geslachtsverkeer tussen joden en ‘raszuivere’ Duitsers verbood.

Geschrift creëert een verleden

Na de rassenwetten volgden er nog vele bepalingen die de joden uitsloten van het openbare leven om ze af te zonderen van wat de nazi’s het ‘Duitse volk’ noemden.

Maar Hitler en Himmler hadden een probleem: het Duitse volk was helemaal niet zo homogeen. 

Duitsland was pas 62 jaar oud. In de eeuwen voor de eenwording in 1871 was er weliswaar een Rooms-Duitse keizer geweest, maar die regeerde over een lappendeken van zeer verschillende vorstendommetjes. 

De taal en tot op zekere hoogte de cultuur waren hetzelfde, maar ze lagen voortdurend met elkaar overhoop.

De Duitsers waren een mengelmoes die Himmler via propagandaoffensieven nader tot elkaar trachtte te brengen. Door het volk over de Germania te vertellen, wilde hij de Duitsers een gezamenlijk verleden geven dat ze zou inspireren tot grootse daden in de toekomst.

Een belangrijke voorwaarde daarvoor waren de originele teksten van Tacitus, maar alle bekende kopieën waren na de val van het Romeinse Rijk in de 6e eeuw of in de middeleeuwen verloren gegaan.

In 1902 was er echter een vergeten afschrift opgedoken – de Codex Aesinas – in de bibliotheek van de Italiaanse graaf Aurelio Balleani. 

Daar had het werk stof liggen happen tussen andere cultuurschatten als brieven van de rokkenjager Casanova en geschriften van de grote Romeinse redenaar en politicus Cicero.

Himmler kreeg Hitler in 1936 zo ver om de Italiaanse dictator Mussolini over te halen het manuscript aan Duitsland te schenken. 

Himmler bereidde alvast een groots onthaal voor in Neurenberg, waar in september de Rijkspartijdagen zouden worden gehouden. Het geschrift zou in een speciale hal ondergebracht worden, versierd met citaten van Tacitus en Adolf Hitler op de muren.

De Italiaanse graaf moest echter niets van Mussolini hebben en weigerde het familiestuk aan de dictator af te staan. Na twee jaar aandringen zwichtte de edelman eindelijk voor de druk en gaf hij de Duitsers toestemming het oude geschrift te fotograferen. Meer kregen ze niet.   

Duitsland doordesemd van Germania

Duitse wetenschappers bestudeerden het gefotografeerde werk, en in 1943 stond het aan de basis van een nieuwe uitgave van de Germania – met een voorwoord van de SS-leider in hoogsteigen persoon.

Toen had de Germania zijn stempel al gedrukt op vrijwel de gehele Duitse samenleving. Rassenhaat, oorlogstaal en blinde gehoorzaamheid aan de Führer werden ermee goedgepraat. Tacitus voedde zelfs de Duitse jeugd op.

In de handboeken van de Hitlerjugend stonden afbeeldingen van de Romeinse schrijver en werd beschreven hoe jonge Germaanse mannen 2000 jaar eerder een schild en een speer uitgereikt kregen van oudere stamleden als ze geschikt waren bevonden voor militaire dienst.

Dit ritueel werd in de Hitlerjugend uitgewerkt tot een plechtige ceremonie waarbij jongens een dolk overhandigd kregen. Daarna moesten ze eeuwig gehoorzaam zijn aan de Führer.

Ook de onderdrukking van homoseksuelen werd met de Germania in de hand gebillijkt. Tacitus schrijft dat de Germanen ‘mensen met onnatuurlijke neigingen verdrinken onder gevlochten takken’. 

In een toespraak in 1937 zei Himmler dat elke SS’er die homoseksueel bleek te zijn, naar een concentratiekamp zou worden gebracht en zou worden doodgeschoten bij een ‘vluchtpoging’.

De nazi’s deden er alles aan om het grootse verleden te laten herleven, maar in 1943 raakten ze aan de verliezende hand. Toen de geallieerden in Sicilië waren geland en Mussolini was afgezet, stuurde Hitler troepen naar Italië.

In de hoop het originele manuscript van de Germania naar Duitsland te kunnen halen en zo een grote propagandaslag te kunnen slaan, stuurde Himmler een SS-elite-eenheid naar Villa Fontedamo, het landgoed van de familie Balleani, om het te doorzoeken. 

De soldaten bonsden op de deur, maar er werd niet opengedaan. Uiteindelijk braken ze in – om te ontdekken dat het huis verlaten was. 

De Germania was nergens te bekennen. Nadat ze uit pure frustratie schilderijen, boeken en fresco’s hadden vernield, dropen de SS’ers met lege handen af. Het boek bleef achter in de villa – in een geheime ruimte achter een verborgen deur, onder een mand met was

De hoofdstad van de wereld die de nazi’s voor zich zagen, werd door de architect Albert Speer Germania genoemd.

© someone1fy

Himmlers leugens komen uit

Toen deskundigen het manuscript na de oorlog bestudeerden, bleek dat Himmler zacht gezegd selectief was geweest toen hij de teksten roemde. 

Tacitus had lang niet alleen aardige dingen te zeggen over de Germanen. Weliswaar konden ze een stelling bestormen als geen ander, maar hij voegde eraan toe dat ze ‘niet in bezit zijn van het vermogen om zwaar werk te doen’. 

Daarnaast waren de Germanen wanordelijke zuiplappen zonder smaak.

Himmlers theorieën kregen echter pas echt de doodsteek toen wetenschappers meer te weten kwamen over de herkomst van de Germanen. 

Het was geen op zichzelf staand, geïsoleerd volk, maar een ratjetoe van stammen die van hot naar haar trokken en met jan en alleman trouwden. Maar dat zou Himmler niet meer te horen krijgen. 

Hij pleegde op 23 mei 1945 zelfmoord na een vluchtpoging die een echte Germaan onwaardig was. Op dat moment waren er meer dan 6 miljoen Duitsers omgekomen op het slagveld en in de concentratiekampen – in een poging een verleden te doen herleven dat nooit had bestaan. 

Bekijk ook ...