In 1940 telde de Hitlerjugend ongeveer 8 miljoen leden, die vanaf jonge leeftijd op oorlog werden voorbereid.  

© Ullstein Bild & AOP/Getty Images

Hitlerjugend was voor Hitler kanonnenvoer

De Duitse jeugd moest zo taai zijn als leer en zo hard als het staal van Krupp, vond Hitler. Alle jongens moesten daarom lid worden van de Hitlerjugend, waar miljoenen kinderen gehersenspoeld werden. Toen het oorlog was, stuurde Hitler ze zonder pardon naar het front.

3 maart 2017 door Else Christensen

Henry Metelmann baant zich een weg door de sneeuw. Het Rode Leger zit hem en zijn kameraden in de winter van 1943 op de hielen. Sinds de Slag bij Stalingrad is het Duitse leger in aftocht. 

Het is 55 graden onder nul, maar Metelmann heeft iets anders aan zijn hoofd dan de kou die door merg en been gaat. Zijn vader had gelijk, beseft hij. Alles wat hij bij de Hitlerjugend heeft geleerd, is lariekoek. 

De Russen zijn geen Untermenschen, en de oorlog is niet eervol. Hij is geen vertegenwoordiger van het Herrenvolk, hij is niet de hoop van nazi-Duitsland in bange dagen. 

Hij is kanonnenvoer voor Hitler in een zinloze oorlog die alleen om macht draait. Metelmann houdt zijn gedachten echter voor zichzelf en ploetert voort.

‘We moesten voorzichtig zijn. Maar de afkeer zat diep, en de meesten van ons waren ervan doordrongen dat we jarenlang voorgelogen waren,’ schrijft hij vele jaren later in zijn autobiografie Through Hell for Hitler.

De Hitlerjugend wordt opgericht

Metelmann was bepaald niet het enige slachtoffer van de nazipropaganda van de Hitlerjugend. In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog sloten miljoenen jongelui zich aan bij de jeugdorganisatie van de nazipartij. 

Ze droegen hun uniform en armband met trots, verblind door de gouden bergen die Hitler en de jeugdleider Baldur von Schirach hun beloofden.

Toen ze erachter kwamen dat ze de opofferingsgezindheid waar altijd zo op gehamerd werd letterlijk moesten nemen, was het al te laat.

De Hitlerjugend stuurde een hele generatie kinderen en jongeren rechtstreeks de dood in om de Duitse droom van Lebensraum te verwezenlijken.

Toen de rechtenstudent Kurt Paul Gruber in 1922 een groepje jongeren van 15 en 16 jaar bijeenbracht in het Saksische Plauen, hadden ze van dit alles nog geen idee. 

GALERIJ: Bekijk foto’s van het dagelijks leven in de Hitlerjugend

Gruber was een nazi in hart en nieren en was onder de indruk van Hitler, die zei dat een groot Duitsland door de jeugd gerealiseerd kon worden. 

Daarom deed hij alles wat in zijn macht lag om de nazipartij een sterke jeugdbeweging te bezorgen. Met geld van een plaatselijke kledingfabriek begon hij jongeren te werven, en binnen een paar maanden had Gruber alleen al in Saksen 2500 leden aangebracht.

Hitler nam Gruber en zijn vereniging al snel onder zijn hoede. Op een partijbijeenkomst in juli 1926 verbond hij de organisatie, die nu Hitlerjugend Bund Deutscher Arbeiterjugend heette, aan de nazipartij. Gruber werd benoemd tot Reichsführer van de beweging.

De eerste jaren van de Hitlerjugend verliepen redelijk rustig. Af en toe marcheerden de leden met de knokploeg van Hitler, de SA, terwijl ze pamfletten van de nazipartij uitdeelden en nieuwe partijleden wierven. 

En soms braken er vechtpartijen uit met linkse jongeren, die door beide partijen als een soort krachtproef werden gezien.

Maar op 24 januari 1932 werden voor het eerst alle schijnwerpers op de jonge nazi’s gericht.

Op die dag werd Herbert Norkus, een 15-jarig lid van de Hitlerjugend, door communisten doodgestoken. 

Norkus kreeg een heldenbegrafenis en werd door onder meer Joseph Goebbels, de propagandaman van Hitler, de hemel in geprezen als martelaar van de jeugd.

De dood van Norkus vormde ook een gouden kans voor Baldur von Schirach. Von Schirach, een jonge man uit de gegoede middenklasse, had Hitler in 1925 horen spreken en was overtuigd van de kwaliteiten van het nazisme. 

In oktober 1931, drie maanden voor de dood van Norkus, had hij Gruber zijn functie als leider van de Hitlerjugend ontfutseld. 

Op gewiekste wijze bracht hij het tragische voorval in verband met Duitse idealen en de rol die Hitler de jongeren had toebedacht als hij aan de macht zou komen.

‘Het succes van de Hitlerjugend in januari 1932 is vooral te danken aan het heilige symbool van jonge offerbereidheid en heldenmoed dat de naam Herbert Norkus draagt,’ aldus Von Schirach.

Von Schirach organiseerde elk jaar een pompeuze pelgrimstocht naar het graf van Norkus en stak de loftrompet over de jonge man in zelfgeschreven gezangen en gedichten. 

Hij voerde Norkus op als een heilige martelaar, en op dat thema zou hij nog vaak terugkomen in zijn toespraken aan de jongeren.

‘Hoe meer er voor een beweging sterven, hoe onsterfelijker ze wordt. De Hitlerjugend kan zijn critici het zwijgen opleggen met haar eigen doden,’ aldus Von Schirach in een van zijn speeches.

Het gevoel voor melodrama en propaganda van Von Schirach deed niet onder voor dat van Hitler en Goebbels, en op deze manier wist hij veel nieuwe leden voor de Hitlerjugend te winnen.

Zo maakte hij van de eedaflegging, waarbij de jongeren op Hitlers verjaardag trouw zwoeren aan de Führer en Duitsland, een nationale happening.

‘Duizenden burgers geven vandaag geschenken aan de Führer,’ zei Von Schirach in een toespraak, ‘maar de jeugd geeft zichzelf.’

Hitlerjugend is een avontuur

Toen de 11-jarige Henry Metelmann in 1933 lid werd van de Hitlerjugend, ging het er lang niet zo dramatisch aan toe. 

Op een van zijn eerste schooldagen had zijn gelovige moeder hem aangemeld bij de protestantse vereniging Jungschar, een padvindersbeweging. Maar toen Hitler in 1933 aan de macht kwam, werden alle jeugdverenigingen verboden of bij de Hitlerjugend gevoegd. 

Dat laatste gebeurde ook met de vereniging van Henry Metelmann en zijn vrienden: toen de leden op een dag stonden te wachten op een bijeenkomst in het dorpshuis, werden ze opgehaald door een korps van de Hitlerjugend dat ze door het dorp liet marcheren.

Vader Metelmann had zich zorgen gemaakt omdat het gezin geen geld had voor het bruine overhemd dat bij het uniform hoorde, maar prompt werden er twee gratis thuisbezorgd. 

Henry Metelmann zelf was in het begin niet erg enthousiast, maar voelde zich al snel thuis bij de Hitlerjugend.

‘Het uniform was geweldig met al dat glimmende leer en het hakenkruis. En voorheen hadden we nooit een echte voetbal gehad, maar de Hitlerjugend gaf ons een complete sportuitrusting, schreef hij later in zijn memoires.

De organisatie was onderverdeeld in plaatselijke afdelingen, die minstens een keer per week bijeenkwamen, en vaak ook op zondag. De plaatsen waar de jongens elkaar troffen werden Heim genoemd en waren vaak oude fabrieken, schuren of kelders onder een woning. 

Metelmann stak zijn handen flink uit de mouwen in zijn Heim: met zijn vrienden witte hij de muren, die ze vervolgens versierden met nazivlaggen, affiches, revolvers, stalen helmen en citaten uit Hitlers boek Mein Kampf.

Op de bijeenkomsten kreeg de jeugd onderricht over ideologische zaken als rassenleer, de geschiedenis van de nazipartij en de rol van de vrouw in de samenleving. 

Daarna werden er liederen uit het gezangboek ten gehore gebracht, die meestal over Duitsland en de eer om in de strijd te sneuvelen gingen. Henry Metelmann vond het vooral leuk om op kamp te gaan. 

Een kamp duurde twee à drie weken en was bijna gratis. Omdat het gezin van Metelmann het niet breed had, was hij nooit eerder op vakantie geweest, en hij genoot met volle teugen.

Jongens leren vechten

De kampen lagen op verschillende plekken in Duitsland. Zo bezocht Metelmann onder meer een kasteel in Thüringen in het midden van het land en de Oostzeekust vlak bij de Poolse grens.

Het was niet voor niets dat de kampen zo verspreid lagen: de kinderen moesten het vaderland leren kennen waar ze later voor zouden sterven.

‘Ik heb vooral dankzij de Hitlerjugend geleerd hoe fraai en afwisselend Duitsland was. Ik ontwikkelde een onvoorwaardelijke liefde voor mijn vaderland en ik was bereid het met alle middelen te verdedigen, zelfs met mijn leven,’ schreef Henry Metelmann.

Als de jongens op kamp waren, konden ze zich heerlijk uitleven. Ze sliepen in tenten en voetbalden en zwommen de hele dag. Maar soms werd het ernst. Tijdens een wandeling kon de leider ineens roepen: 

‘Vijandelijke toestellen van links!’ of ‘Machinegeweervuur van rechts!’ Dan moesten de jongens heel snel dekking zoeken. 

Ook kregen ze training in het gooien van handgranaten en het graven van loopgraven, en moesten ze over het terrein sluipen zonder door de ‘vijand’ opgemerkt te worden.

Daarnaast kregen de jongelui les in de theorie en geschiedenis van oorlogsvoering, waarbij de leiders beroemde veldslagen natekenden in het zand of officieren van de Wehrmacht op bezoek kwamen. 

Deze mannen straalden kracht en zelfvertrouwen uit, en de jongens hingen aan hun lippen als ze vertelden over het moderne wapentuig waarmee Adolf Hitler Duitsland had uitgerust: duikboten, tanks en jachtvliegtuigen.

Terwijl Duitsland zich voorbereidde op de oorlog, namen de bijeenkomsten van de Hitlerjugend steeds meer tijd in beslag, die ten koste ging van school. 

In het begin ging Henry Metelmann zes dagen per week naar school, maar in 1937 stelde het ministerie van Onderwijs de Staatsjugendtag in, waarmee de zaterdag gereserveerd werd voor de activiteiten van de Hitlerjugend.

Metelmann en zijn vrienden werden met een lunchpakket en een veldfles naar een veld gebracht, waar ze de hele dag gevechtstraining kregen. Het rode team ‘vocht’ tegen het blauwe. 

Een van de teams moest een positie verdedigen, bijvoorbeeld een heuvel, terwijl het andere moest proberen om deze in te nemen. Als je de rode of blauwe band van de arm van een tegenstander wist te grissen, was deze dood en moest hij het slagveld verlaten.

‘In het begin vond ik deze gevechten helemaal niet leuk, maar ik wende er langzaam aan. Een mens kan – als er genoeg tijd is – overal aan wennen en het als een natuurlijk onderdeel van het leven accepteren,’ schreef Metelmann.

Scholen zetten jongens onder druk

Kinderen die geen lid waren van de Hitlerjugend, kregen op zaterdag lessen in de geschiedenis en ideologie van de partij voorgeschoteld, geen bijster aantrekkelijk alternatief.

Het lidmaatschap van de Hitlerjugend was tot 1939 in principe vrijwillig, maar de druk om lid te worden was groot. Begin 1935 telde de Hitlerjugend bijna vier miljoen leden, maar de ambitieuze Von Schirach vond dat niet genoeg.

In zijn nieuwjaarstoespraak van 1936 riep hij dat jaar uit tot het jaar van de jongens, en voor het eerst werden alle jongens die geboren waren in een bepaald jaar automatisch lid. 

Onder het motto ‘de gehele jeugd voor de Führer’ begon Von Schirach bovendien een omvangrijk propagandaoffensief.

Via de radio, kranten, scholen en sporttoernooien werden de jongeren aangespoord om zich aan te melden. Von Schirach verschafte zich toegang tot adresbestanden van gemeenten en stuurde de ouders van alle kinderen die in 1926 geboren waren een brief. 

Ook kregen de scholen de opdracht om weifelende leerlingen over de streep te trekken.

Wie toch weigerde, werd het vuur na aan de schenen gelegd. 

Metelmann herinnert zich hoe zijn enige klasgenoot die niet bij de Hitlerjugend zat in het bijzijn van alle andere leerlingen werd verhoord door de nazi-informant van de school, biologieleraar Karl Sieg. 

Zeker een keer per jaar vroeg Sieg alle jongens die nog geen lid waren hun vinger op te steken. Telkens stak Walter Römer, een ijverige leerling, zijn hand op. 

Terwijl Sieg hem ondervroeg en daarbij steeds bozer werd, gaf Walter geen krimp. Pas toen Sieg naar de ouders van Walter vroeg, greep de klassenleraar in. 

Hoewel niemand het uitsprak, wist iedereen dat zijn ouders het wellicht met de dood zouden moeten bekopen als bekend werd dat ze tegen de nazi’s waren.

Veel leden van de Hitlerjugend waren enthousiast toen ze in 1939 hoorden dat het oorlog was. Ze waren er klaar voor om af te rekenen met de Untermenschen in het oosten en hun rol als Herrenvolk te vervullen.

In het begin werkten de jongens als reservist en moesten ze bijvoorbeeld post bezorgen of branden blussen. Maar later werden ze rechtstreeks het slagveld op gestuurd.

Metelmann overleeft de oorlog

Metelmann was verheugd over het uitbreken van de oorlog en meldde zich bij het leger toen hij 18 was. Later ging hij naar het oostfront als tankbestuurder.

‘Ik keek er enorm naar uit,’ schreef hij. ‘Nu kon ik de Führer laten zien uit wat voor hout ik gesneden was.’

Eenmaal aan het oostfront besefte Metelmann echter dat oorlog meer inhield dan heldhaftige overwinningen. 

Terwijl zijn divisie Stalingrad naderde, raakte de jonge soldaat aan de praat met de bewoners van huizen waar hij was ingekwartierd en werd hij verliefd op een Russisch meisje. Toen hij ziek werd, verzorgde een Russische vrouw hem. 

Dit bracht Metelmann aan het twijfelen over wat hij bij de Hitlerjugend had geleerd over de Russen.

Na de nederlaag bij Stalingrad in 1943 maakte Metelmann wreedheden mee waarop de Hitlerjugend hem niet had voorbereid. 

Zo liet een officier van zijn divisie een gewonde Russische soldaat overrijden in plaats van hem te hulp te schieten en werden doodsbange Russische meisjes die op de vlucht waren in koelen bloede neergeschoten.

Hersenspoeling heeft effect

Op de terugweg van Stalingrad raakte Metelmann gedesillusioneerd en in de war. Hij moest aldoor aan zijn vader denken, die hem voor Hitler en diens denkbeelden had gewaarschuwd. 

Maar zijn vader was nu dood, en Metelmann kon hem dus niet meer vertellen dat hij het bij het rechte eind had gehad.

Henry Metelmann was bij lange na niet het enige oud-lid van de Hitlerjugend dat wreed uit zijn droom werd gewekt. De echte oorlog leek totaal niet op de zomerse kampen met spel, gezang en vertier. 

De jonge soldaten werden naar alle fronten gestuurd en hadden zelfs een eigen SS-divisie – de 12. SS Panzer Division Hitlerjugend – die werd ingezet tegen de geallieerde legers op D-Day en daarbij gedecimeerd werd.

Voor de overlevenden was de waarheid over Hitler en zijn regime moeilijk te verteren. Metelmann, die in 1945 een stadje aan de Rijn moest verdedigen, werd gevangengenomen door de Amerikanen. 

Op weg naar het kamp zag hij in een Amerikaans tijdschrift foto’s van een bevrijd concentratiekamp. Hij wist dat wat hij bij de Hitlerjugend geleerd had te mooi was om waar te zijn, maar hij was zo gehersenspoeld dat hij de realiteit nog niet kon verwerken.

‘Alleen omdat we de oorlog hebben verloren, wordt ons van alles en nog wat in de schoenen geschoven,’ zei hij boos tegen de andere krijgsgevangenen.

Langzaam maar zeker begon de waarheid echter te dagen voor Metelmann, die een aantal jaar in de VS en Engeland doorbracht als krijgsgevangene. 

Toen hij in 1948 naar huis terugkeerde, voelde hij zich een vreemde in eigen land. Hij was teleurgesteld dat zijn landgenoten de leugens waaraan ze blootgesteld waren niet doorzagen, en al na vier maanden ging hij terug naar Engeland, waar hij als hovenier aan de slag ging. 

Door zijn herinneringen op te schrijven probeerde hij zich te verzoenen met zijn verleden in de Hitlerjugend.

‘Het schuldgevoel over wat ik anderen heb aangedaan – vooral de Russen – is een zware last voor mij. Ik heb spijt van mijn daden en koester geen wrok over wat mij is aangedaan,’ schreef hij vlak voor zijn dood in 2011. 

Bekijk ook ...