Liquidatie met een geweer was een van de humanere executiemethoden. 
© Shutterstock

Japanse Gestapo ging over lijken

De Japanse militaire politie Kempeitai was alom gevreesd. De agenten zaaiden dood en verderf onder burgers, verzetslieden en krijgsgevangenen in heel Azië. Japan was verantwoordelijk voor enkele van de ergste misdaden van de Tweede Wereldoorlog, maar bijna niemand werd gestraft.

5 oktober 2016 door Troels Ussing
Met een knal raakt de bamboestok de rug van Sybil Kathigasu. De 44-jarige verpleegster krimpt ineen van de pijn, maar na ruim drie maanden gevangenschap heeft ze
geleerd om niet te schreeuwen als ze wordt verhoord.

Haar rug is helemaal kapot na de talloze stokslagen, maar ze weet haar kaken op elkaar te houden.

De Maleisische vrouw van Europese afkomst heeft nog niets losgelaten over de verzetslieden die ze in 1943 heeft geholpen in de strijd tegen Japan.

‘Doe je mond eens open, verzetstrut,’ schreeuwt sergeant Yoshimura, en hij gaat door met de martelmethode die de Japanners op het spoor van Kathigasu bracht: een verzetsman had haar naam genoemd na honderden stokslagen.

Als agent van de beruchte Japanse militaire politie, de Kempeitai, schuwt Yoshimura geen middel om complotten tegen het keizerrijk aan het licht te brengen, en nu denkt hij een manier gevonden te hebben om de weerbarstige gevangene aan het praten te krijgen: de zevenjarige dochter van Kathigasu.

De verzetsvrouw, die vastgebonden is aan een paal, ziet tot haar afgrijzen hoe Yoshimura een touw om het tengere lichaam van het meisje wikkelt en haar ophijst in een boom.

Al snel zit haar lijf onder de grote mieren, maar dat is nog niet genoeg voor de sergeant: hij steekt een vuur aan onder aan de stam, zodat het meisje verdwijnt in de rook van de vlammen een paar meter lager.

‘Ga praten, anders snijd ik het touw door en verbrand je dochter levend in het vuur,’ dreigt Yoshimura.

‘Nee,’ zegt Kathigasu vastberaden. Ze beseft dat ze allebei zullen sterven, of ze nu gaat praten of niet. En als ze uit de school klapt, zullen nog veel meer leden van het verzet dezelfde marteling moeten ondergaan.

‘Wees dapper, mama. Laat niets los. Laten we allebei maar sterven,’ roept het meisje plotseling. Woedend geeft Yoshimura zijn assistent het bevel om het touw door te snijden.

De praktijken die sergeant Yoshimura erop nahoudt zijn niet bijzonder wreed of ongewoon vergeleken met de andere verhoormethoden waar de Kempeitai, de gevreesde militaire politie van het Japanse leger, zich van bedient.

In de Tweede Wereldoorlog pleegt de Kempeitai stelselmatig gruwelijke misdaden. De slachtoffers zijn verzetsleden, krijgsgevangenen en burgers die niets misdaan hebben. De wreedheden gaan door tot de laatste dagen van de oorlog. 

Japanse officieren vrezen Kempeitai

Toen de Kempeitai in 1881 opgericht werd, kon niemand bevroeden dat de dienst op een dag het hele Verre Oosten zou terroriseren. 


De naam betekent ‘soldaten van de wet’, en de eenheid van 349 man moest ervoor zorgen dat boeren verschenen voor militaire dienst.

Als een boer die opgeroepen was niet kwam opdagen, bracht een kempei hem naar een kazerne.

Toen Japan in 1910 Korea geannexeerd had, trad de Kempeitai voor het eerst buiten de grenzen op en werd de eenheid verantwoordelijk voor de orde in het bezette gebied.

De Kempeitai was het Japanse antwoord op de Gestapo van Adolf Hitler, en net als zijn Duitse evenknie had de Kempeitai vrijwel carte blanche om iedereen te arresteren en te verhoren.

Een kempei mocht zelfs Japanse officieren oppakken, ook als die veel hoger in rang waren. En als hij er zin in had, mocht hij ze met een knuppel bewerken.

Om die reden was de dienst ook gehaat en gevreesd in eigen gelederen. Japanse burgers konden zich evenmin veilig wanen, want in de loop van de jaren 1930 kreeg de Kempeitai ook de taak om in eigen land de tucht en orde te handhaven en
alles te doen om de gebiedsuitbreiding van Japan te bevorderen.

Alleen al tussen 1933 en 1936 pakte de dienst 59.013 mensen in Japan en bezet Korea op vanwege ‘gevaarlijke gedachten’. En de methoden waarmee de Kempeitai staatsvijanden bestreed werden steeds gewelddadiger. 

De Kempeitai smoorde kritiek in Japan in de kiem en trad hard op tegen leden van het verzet in de bezette gebieden.

© Getty Images

De cobra slaat toe

Al snel had de militaire politie de naam om verdachten buitengewoon effectief te kunnen opsporen.

‘Als ze je ergens van verdachten, waren het net cobra’s. Het was alsof je in een kleine, donkere ruimte met een cobra zat wanneer ze achter je aan zaten. Je moest het lichtknopje zien te vinden zonder de cobra te verstoren,’ vertelde de vroegere Duitse officier Walther Stennes, die van nazi-Duitsland naar China was gevlucht en zich in Shanghai bevond toen de Japanners die stad in 1937 veroverden.

De Kempeitai nam hem meteen in het vizier omdat hij als adviseur voor de Chinese leider Chiang Kai-shek werkte. Toen het hoofd van de Kempeitai in Shanghai Stennes uitnodigde voor het eten, durfde de Duitser niet te weigeren.

‘Het pleit voor je dat je uit vrije wil naar ons toe gekomen bent. Je dossier is 2 centimeter dik, en we waren eigenlijk van plan om je te liquideren,’ kreeg hij te horen van de Japanner.

Het dossier van Stennes was slechts een van de duizenden die de Kempeitai had samengesteld. Van Korea tot China en de Filipijnen puilden de archiefkasten uit van de rapporten over mensen die van ‘anti-Japans gedrag’ beticht werden.

De inlichtingen in de dossiers waren vergaard door het schaduwen van verdachten, het afluisteren van gesprekken en het uithoren van informanten.

In Japan zelf en in de bezette landen wierf de Kempeitai spionnen onder de burgers. Informanten die geluk hadden kregen betaald voor hun verraad, maar de meesten werden ertoe gedwongen omdat de Japanse militaire politie hen met belastende informatie chanteerde.

Duizenden ambtenaren moesten over gesprekken en activiteiten klikken bij hun werkgever, en als ze niets te melden hadden, liepen ze het risico om gestraft te worden wegens gebrek aan medewerking.

Een wanhopige informant in Tokio riep dan ook tegen een collega: ‘Geef me een papier met iets erop, wat dan ook. Ik moet verslag uitbrengen aan de Kempeitai!’

Geluid van marteling maakt gek

Wanneer een dossier genoeg belastend materiaal bevatte, werd de verdachte opgepakt en naar een verhoorcentrum van de Kempeitai gebracht.

In de loop van de oorlog werden overal in bezet gebied dergelijke centra neergezet, tot schrik van de plaatselijke bevolking.

‘Iedere dag werden er geruchten verspreid over nieuwe aanhoudingen. We konden alleen afwachten – verlamd door angst. We lagen slapeloos in bed, en bij elke voetstap die we hoorden liepen de koude rillingen ons over de rug.’ Zo beschreef de Engelse
verslaggever Ralph Shaw zijn leven in Shanghai met de Kempeitai.

Elk verhoorcentrum van de militaire politie had gevangeniscellen en martelkamers. Dat gevangenen in hun cel het geschreeuw van anderen konden horen die door de kempei gemarteld werden, hoorde bij de psychologische druk die op hen werd uitgeoefend.

Nieuwkomers hoefden niet lang te wachten voordat ze aan de beurt waren. Een kempei leerde geen martelmethoden tijdens zijn opleiding in Japan – die zou hij in het veld gauw genoeg onder de knie krijgen.

Het handboek van de Kempeitai hield het erbij dat ‘dreigementen met lichamelijk ongemak, bijvoorbeeld marteling, uithongering, isolatie en slaaponthouding’ heel bruikbaar waren bij verhoren.

Datzelfde handboek wees er bovendien op dat het gebruik van ‘marteling, waaronder schoppen, slaan en alles wat fysieke pijn veroorzaakt’ geoorloofd was in de strijd tegen staatsvijanden.

Een kempei mocht zelf beslissen welke vorm van marteling hij in een bepaalde situatie wilde gebruiken. Met name vermeende spionnen en verzetslieden werden standaard gemarteld als ze niet onmiddellijk bekenden.

De Maleisische verpleegster Sybil Kathigasu werd in de herfst van 1943 op verschillende manieren gepijnigd voordat haar dochter uiteindelijk boven een vuur werd opgehangen. Zo maakten de kempei ijzeren staven roodgloeiend in een vuur en bewerkten ze daarmee haar huid, net zo lang tot haar kreten in de hele gevangenis te horen waren.

Soms werd de verzetsvrouw urenlang aan één been opgehangen met het hoofd omlaag, of werden er metaalsplinters onder haar nagels geduwd. Maar Sybil brak niet, zelfs niet toen haar dochter voor haar ogen levend zou verbranden.

Op het laatste moment verscheen er een hoge kempei, die de sergeant ervan weerhield zijn dreigement uit te voeren. Het meisje werd naar huis gestuurd, en Kathigasu kwam in een werkkamp. 
De Kempeitai selecteerde krijgsgevangenen die voor medische proeven werden gebruikt.
© AKG Images

Seksslaven brengen geld op

De Kempeitai hield zich niet alleen bezig met het opsporen en verhoren van verdachten, maar was ook verantwoordelijk voor propaganda.

In Japan prees de dienst het leger de hemel in, waardoor de bevolking tot het laatst dacht dat de overwinning aanstaande was.

In de bezette landen vervaardigde de Kempeitai posters en produceerde ze radio-uitzendingen die Japan neerzetten als de grote bevrijder die was gekomen om het volk een beter leven te geven.

Achter de schermen had de militaire politie nog een belangrijke taak: het
vergaren van geld om de oorlogvoering te kunnen bekostigen. De Kempeitai nam het vermogen van banken in beslag, en kempei zochten bedrijven op om beschermingsgeld te eisen, anders zouden fabrieken worden platgebrand.

Een derde bron van inkomsten was het uitgestrekte netwerk van bordelen overal in het rijk. Hier konden soldaten hun seksuele behoeften bevredigen, ook al waren ze ver van hun vrouw gestationeerd.

De bordelen moesten het moreel van de soldaten opvijzelen en stonden zowel in de steden als vlak aan het front. Op sommige plaatsen dienden treinstellen als mobiel bordeel.

Tot begin jaren 1930 werkten de prostituees vrijwillig, omdat ze geld nodig hadden, maar naarmate Japan steeds meer delen van Zuidoost-Azië bezette en streed op vele fronten, steeg de behoefte aan meisjes navenant.

De Kempeitai lokte dan ook tienduizenden tieners met de belofte van werk – of ze werden gewoon ontvoerd en gedwongen aan het werk gezet in de bordelen. Als ze probeerden te vluchten, zouden ze doodgeschoten worden. In Indonesië haalden de Japanners ook Nederlandse en Australische meisjes uit kampen.
‘Een grote dikke kale Japanner had veel geld voor me betaald en sleurde me naar mijn kamer. Drie maanden lang werden we dag en nacht misbruikt,’ schreef de Nederlandse Jan Ruff, die na een paar dagen al haar haar afknipte om zo onaantrekkelijk mogelijk te zijn voor de Japanners.

Maar het mocht niet baten. Vaak stonden er lange rijen voor de bordelen en werden de seksslaven gedwongen om 20 tot 60 mannen op een dag ‘af te werken’.

‘Ik bloedde zo hevig en had zo veel pijn dat ik niet meer kon staan. Elke dag van twee uur ’s middags tot tien uur ’s avonds stonden de soldaten in de rij. Ik had niet eens tijd om me te wassen na elke verkrachting,’ zei een meisje uit de Filipijnen later.

De soldaten betaalden 2 à 3 yen voor een bordeelbezoek, en dat geld stuurde de Kempeitai aan het ministerie van Oorlog, dat steeds krapper bij kas zat. In totaal zijn naar schatting meer dan 200.000 vrouwen misbruikt als seksslavinnen – of ‘troostmeisjes’.

Buitenlanders wacht hetzelfde lot

Gevangengenomen geallieerde soldaten ontsnapten evenmin aan de Kempeitai. Hoewel de gevangen- en werkkampen onder bevel van het leger stonden, deed de militaire politie het vuile werk. De Kempeitai hield de gevangenen in toom en voorkwam dat ze contact hadden met verzetsgroepen buiten het hek.

De Japanners waren doodsbang dat gevangenen in groten getale zouden ontsnappen en de bevoorradingslinies naar de troepen aan het front zouden saboteren. Daarom werd het kleinste vergrijp in de kampen zwaar bestraft.

Als een handige gevangene bijvoorbeeld een radio-ontvanger bouwde, kon hij doodgeslagen worden met bijlschachten – nadat hij eerst urenlang was gemarteld, waarbij de Kempeitai probeerde hem aan het praten te krijgen over zijn handlangers.

De Kempeitai hing gevangenen langdurig op aan hun benen, sloot ze op in een donkere kelder en brandmerkte ze met sigaretten.

Maar als iemand zo laf was geweest om zich over te geven aan de Japanse troepen, had de militaire politie een paar bijzondere, buitengewoon wrede martelmethoden in petto. Een luitenant uit Australië ondervond dit aan den lijve.

‘De verhoorder sneed een dun houtje af, stopte het in mijn oor en sloeg erop met een hamertje. Ik dacht dat ik flauw zou vallen toen het door mijn trommelvlies heen ging.’

De marteling gebeurde vaak voor de ogen van de andere gevangenen – om hen te terroriseren en te voorkomen dat ze vluchtplannen maakten, door het prikkeldraad met de bevolking spraken of andere overtredingen begingen.

De Britse militaire arts Ken Adams werd in een Japans kamp in Thailand gedwongen om toe te kijken terwijl een kameraad doodgemarteld werd.

‘Die klootzakken wisten precies hoe ze de pijniging konden rekken en wilden hem niet te snel laten sterven. Ik kan hem nog horen schreeuwen. Als ze ons een lesje wilden leren met dat geweld, dan slaagden ze daar uitstekend in.’
Verzetslieden, krijgsgevangenen en onschuldige burgers werden door de Kempeitai geëxecuteerd.
© Imperial War Museum

Beulen wissen hun sporen uit

Toen Japan er nog goed voorstond in de oorlog, maakte het de Kempeitai niet uit hoeveel slachtoffers er doodgemarteld werden, maar toen het slechter ging, begonnen ze hun sporen uit te wissen.

Toen keizer Hirohito op 15 augustus 1945 op de radio de overgave van Japan aankondigde, brandden er grote vuren voor de verhoorcentra van de Kempeitai. Alle dossiers werden in de vlammen gegooid om de sporen van jaren van wreedheden uit te wissen.

Als laatste gooiden de kempei ook hun witte armbanden in het vuur, en terwijl de bewijzen in rook opgingen, reden ze in vrachtwagens weg van de verhoorcentra en gevangenkampen.

Volgens Amerikaanse bronnen was de Kempeitai tegen het einde van de oorlog uitgegroeid tot een eenheid van ‘70.000 kempei, van wie 24.000 officieren’, maar wegens gebrek aan bewijs werden maar zeer weinigen van hen vervolgd.

Slachtoffers die de wandaden hadden overleefd getuigden echter in de rechtszaal tegen de kempei die de geallieerden hadden weten op te pakken.

In Maleisië kwamen 35 agenten in het beklaagdenbankje. De verpleegster Sybil Kathigasu was een van de vele slachtoffers die in februari 1946 een getuigenverklaring aflegden en konden vertellen over de gruweldaden die sergeant Yoshimura had begaan.

29 van de 35 aangeklaagde kempei werden opgehangen wegens hun misdaden. Yoshimura was een van hen. 

Bekijk ook ...