De Amerikanen verloren zo’n 2400 soldaten – doden en gewonden – tijdens de landing op Omaha Beach.

© Getty Images/AOP & Mary Evans/Scanpix

D-day: De grote aanval op Omaha Beach

Op 6 juni 1944, bij het ochtendgloren, stuiven geallieerde landingsboten met 125.000 doodsbange soldaten de Normandische stranden op. Over een paar minuten begint de langverwachte invasie die Hitler definitief moet terugdringen. Op het strand met de codenaam Omaha Beach verloopt de landing echter veel moeizamer dan verwacht.

8 december 2017 door Esben Sylvest

Karl Wegner slaapt met zijn hoofd tegen de kolf van z’n machinegeweer als zijn dienstkameraad Willi hem ineens stevig heen en weer schudt aan zijn arm. 

Het is rond half zes in de ochtend van 6 juni 1944. Karl Wegner komt in de bunker bij Omaha Beach in Normandië slaapdronken overeind.

De 19-jarige soldaat uit Hannover in Noord-Duitsland ziet meteen aan het gezicht van zijn kameraad dat er iets mis is. 

Willi wijst naar het Kanaal, en als Karl dezelfde kant op kijkt, voelt hij een angst zoals hij nog nooit van zijn leven heeft ondervonden.

Toch kan hij zijn ogen niet van de zee af houden. Zo ver zijn blik reikt is het water zwart van de geallieerde marineschepen. Na maanden wachten is de invasie van Noord-Frankrijk daar.

Even later horen ze bommenwerpers in de verte. Karl, zijn kameraad en hun commandant werpen zich in de bunker op de vloer als 450 Amerikaanse B-24 Liberators ronkend over Omaha Beach vliegen en hun bommen afwerpen.

Langs het hele kustgebied beeft de aarde en wordt het landschap in stof en rook gehuld. De soldaten voelen het zand tussen hun kiezen knarsen. 

Een aantal marineschepen onder leiding van het vlaggenschip USS Texas opent het vuur vanaf zee en laat granaten van 675 kilo vallen op de Duitse bunkers en kanonstellingen – tot 10 per minuut. 

Ieder schot van de machtige 360mm-kanonnen op de USS Texas klinkt als een gigantische deur die dicht wordt geknald en daarbij drukgolven door de lucht stuurt. 

Vanaf negen speciale boten vliegen 9000 raketten op de kust af.

Na een half uur is het bombardement voorbij, en een onheilspellende stilte daalt neer. 

In zijn bunker komt Karl overeind, geschokt maar niet gewond, en nu valt zijn oog op de landingsboten, die nog maar een paar minuten van het strand vandaan zijn. 

Hij heeft nog nooit gevochten, maar grijpt in een reflex zijn MG42-machinegeweer, dat 1200 kogels per minuut kan afvuren.

 Hij kijkt door de kier in de bunker nog eens naar het schootsveld voor zich op het strand, maar dan houdt hij het niet meer van angst. 

Hij sluit zijn ogen in afwachting van het bevel om het vuur te openen. 

Wil je meer verhalen over de Tweede Wereldoorlog lezen?

Neem een abonnement op Historia! Hier vind je de beste aanbiedingen.

1500 man leiden de aanval in

Zo’n 1550 Amerikanen – verdeeld over 50 landingsboten met minstens 31 man elk – vormen de eerste aanvalsgolf op Omaha Beach, een van de vijf stranden waar de geallieerden landen. 

Maar in de loop van D-day zullen er wel 35.000 Amerikaanse soldaten aan land moeten komen. De geallieerde zeemacht ‘Force O’, die op het strand af gaat, bestaat uit tegen de 700 vaartuigen.

De Amerikaanse opperbevelhebber, generaal Omar Bradley, probeert de mannen van de eerste aanvalsgolf van tevoren gerust te stellen. 

Hij garandeert vuursteun op ongekende schaal, vanuit de lucht en vanaf zee, nog voordat de eerste soldaten van de boten af komen. 

Elke bommenwerper van het Britse rijk zal deelnemen aan de invasie.

‘Jullie zitten op de eerste rij van de grootste show op aarde,’ probeert hij ze moed in te spreken. 

De soldaten zitten weliswaar eerste rang, maar Bradley heeft er geen idee van hoe gevaarlijk de show eigenlijk gaat worden.

De Amerikanen denken namelijk dat Omaha Beach alleen door tweederangs soldaten van de middelmatige Duitse 716e Divisie wordt verdedigd, waarvan de soldaten gerekruteerd zijn onder
de Oost-Europese krijgsgevangenen – vooral Polen, die als het erop aankomt echt niet willen sterven voor Hitler.

De Amerikanen hebben het mis. 

De ervaren gevechtstroepen van de 352e Divisie vormen de ruggengraat van de 1100 man sterke kustverdediging van Omaha Beach, onder wie veteranen van het Oostfront. In dezelfde eenheid doet de jonge Karl Wegner dienst.

Toen de geallieerde soldaten landden begon er een 500 meter lange run, waarbij ze op hele stukken geen beschutting hadden. Klik op de afbeelding en volg de gevechten van de soldaten op Omaha Beach.

Water kleurt rood van het bloed

Als de geallieerde landingsboten het strand naderen, zijn de opvarenden drie uur onderweg geweest bij zware zee – goeddeels in het donker. 

De meesten van hen zijn zeeziek, trappen in elkaars braaksel en zijn allesbehalve klaar voor de strijd. De motor brult zo hard dat de soldaten elkaar niet verstaan. 

Ze blijven hun uitrusting maar nakijken, terwijl ze houvast bij hun wapens zoeken. Maar er zijn ook mannen die verstijfd van angst in hun broek staan te plassen.

‘Als je door een kogel wordt geraakt, gaat die dan dwars door je heen?’ vraagt een jonge vent aan zijn kameraden, kort voordat de boot op het strand loopt.

Omaha Beach strekt zich over zeven kilometer uit en wordt aan de oost- en westkant begrensd door steile klippen.

Daartussen vormt het strand een flauwe bocht, als een waslijn tussen de rotsen. Vanaf de 30 tot 50 meter hoge duinen hebben Duitse machinegeweerschutters een perfect schootsveld.

Harold Baumgarten, een jongen van 19 jaar uit de New Yorkse wijk Bronx, is joods en heeft een davidster op de rug van zijn uniformjasje getekend, als een blijk van verzet tegen de nazi’s.

Als zijn boot om 6.30 uur het westen van Omaha Beach nadert, slaat er een granaat in de boot ernaast in, waarna het lichaamsdelen, metaalsplinters en spaanders op Harold Baumgarten en zijn geschrokken kameraden regent.

De jonge Britse stuurman van hun landingsboot durft niet verder te varen. 

Op zes meter diep water wil hij de klep laten zakken en de mannen eruit laten, zodat hij zelf snel weg kan komen. Boos richt Harold Baumgartens luitenant zijn Colt 45 op de stuurman.

‘Je brengt ons er helemaal naartoe,’ commandeert hij. Met volle bepakking in diep water uit een boot springen staat gelijk aan zelfmoord. 

Maar als de klep dan uiteindelijk neergaat, wordt de luitenant ogenblikkelijk gedood door machinegeweervuur. Een seconde later vallen meer mannen voor Harold neer.

Het water kleurt rood van het bloed, en als Harold zelf springt, schampt een kogel zijn helm. Hij staat tot aan zijn nek in het water en houdt zijn geweer boven zijn hoofd. 

Terwijl hij zich een weg naar het strand worstelt, doen de kogels het water rond hem opspatten.

Felle strijd om vijf wegen

Slechts vijf wegen gaan door de duinen en hellingen het strand van Omaha af, en zowel de Duitsers als de Amerikanen weten hoe belangrijk deze zijn. 

Als de Amerikanen nu niet snel een of meer wegen naar het achterland veroveren, kunnen de geallieerden niet weg. 

Dan zijn ze kanonnenvoer voor de Duitsers, die hun grootste bunkercomplexen juist bij de uitvalswegen hebben geplaatst.

Karl Wegner bevindt zich vlak bij de strategisch belangrijke weg naar het dorp Vierville in het westen.

‘Vuur, Wegner, vuur!’ brult zijn commandant als de eerste Amerikanen uit de landingsboten springen in hun deel van het strand. 

Maar Karl Wegner staart als in trance naar de Amerikanen in hun olijfgroene uniformen, die zich een weg door het water naar het land toe banen. 

Ze zien er zo kwetsbaar uit op het brede, open strand, denkt hij. 

Met een metallisch geluid smakt zijn commandant zijn pistoolkolf tegen Karl Wegners helm, waardoor hij bij zinnen komt en de trekker overhaalt. 

Hij laat zijn MG42 blaffen, de kogels ploegen het strand om en af en toe zakt er een Amerikaanse soldaat in elkaar.

De Duitsers hebben plukken watten in hun oren om het lawaai te dempen, en het zweet stroomt langs de bestofte gezichten. 

Kameraad Willi zorgt ervoor dat de munitie schoon blijft, zodat het machinegeweer niet vastloopt. 

Hun commandant schreeuwt bevelen de bunker in, maar Karl Wegner luistert allang niet meer en vuurt er maar op los, terwijl de lichamen van de dode en gewonde Amerikanen zich op het zand en langs het water ophopen.

Zone des doods is 500 meter breed

Aan de Normandische kust is het getij krachtig, en de eerste aanvalsgolven gaan bij laagwater aan land, zodat de landingsboten niet op de Duitse onderzeese barrières vol mijnen lopen. 

Bij laagwater is het soms wel 500 meter brede strand echter een zone des doods voor de Amerikanen, die tussen een Duits spervuur van scherpschutters, machinegeweren en granaten gevangen zitten. 

Met hun natte, zware uniformen en bepakking bewegen ze, zelfs als ze willen rennen, als in slow motion.

Als Harold Baumgarten de waterlijn nadert, valt de soldaat vóór hem ineens neer – getroffen door het vuur.

‘Ma!’ brult de stervende man. Aan zijn linkerkant krijgt Baumgarten een geallieerde tank in het oog waaruit het lichaam van een dode soldaat hangt.

‘Waar blijven de andere tanks die hier zouden zijn?’ denkt hij. Dan wordt zijn sergeant getroffen, die wankelt en op zijn knieën valt, terwijl hij begint te bidden met een rozenkrans tussen zijn vingers. 

Aan de gebeden komt een eind als een salvo van een machinegeweer hem letterlijk doormidden zaagt.

Harold rent met zijn geweer voor zijn borst tot een Duitse kogel op zijn wapen afketst en zijn hele lichaam doet trillen. 

Een granaat die vlak vóór hem ontploft, slaat een wond in zijn linkerwang, waarna hij zijn tandvlees en kiezen op zijn tong voelt liggen. 

Midden in de granatenregen rent een soldaat met een rood kruis op zijn uniform op Harold af en begint zijn wonden te behandelen. 

Harold wil hem bij zijn jasje pakken om hem naar de grond te trekken, waar het veiliger is, maar de soldaat weert resoluut zijn gebaar af. 

‘Zorg jij maar voor mij als ík gewond raak,’ roept hij.

Overlevende Amerikanen bereiken alleen of in groepjes de stenen wal en lage muren die langs een gedeelte van Omaha Beach lopen en de eerste beschutting vormen tegen de Duitse beschietingen. 

Hier werpen de soldaten zich op de grond en blazen ze uit, verslagen en geschokt, en slechts veilig zolang de Duitse mortiergranaten niet neer regenen. Door het zand en het zeewater zijn de Amerikaanse wapens veelal onbruikbaar.

Als er een granaat inslaat, landt er een bloedige homp vlees in de schoot van een soldaat. Zijn sergeant vraagt of het van hemzelf is. 

De soldaat is van de kaart en antwoordt dat hij denkt van niet – maar zeker weet hij het niet.

Slag als bij Stalingrad

Vanuit zijn uitkijkpost in het midden van Omaha Beach neemt de Duitse luitenant Hans Heinze de slachtingen van de eerste aanvalsgolf waar en brengt er verslag van uit aan het hoofdkwartier van zijn bataljon in de 352e Divisie.

Hans Heinze is Stalingradveteraan. In Rusland raakte hij drie keer gewond en hij werd geëvacueerd op kerstavond 1942. 

De luitenant schat in dat het niets meer wordt met de Amerikanen. Ze zijn verlamd van angst en elke leiding ontbreekt. 

Precies zo maakte hij dat zelf mee in het verwoeste Stalingrad.

Heinze zit al sinds twee uur ’s nachts op zijn post. Vermoeid wrijft hij zich over zijn gezicht en hij merkt dat hij zich niet heeft geschoren. 

Maar als de strijd zo doorgaat, is het in een etmaal voorbij, dus dat maakt hij wel goed als ze de Amerikanen hebben verdreven.

Tijdens het eerste uur op Omaha Beach raken de Amerikanen meer dan een derde van hun mannen kwijt in de eerste aanvalsgolf, en de eenheden zijn grotendeels uiteengevallen.

De grote verliezen hebben meerdere oorzaken. 

De soldaten dachten dat er op het strand bomkraters zouden zijn om dekking te zoeken, maar de geallieerde bommenwerpers hebben gefaald.

Op 6 juni hangt er bij het ochtendgloren lage bewolking boven Omaha Beach, en uit angst om hun eigen landingsboten op een paar kilometer uit de kust te treffen hebben de vliegtuigen hun bommen zo laat laten vallen dat ze zijn ingeslagen achter de kustlijn – ver van het strand en de Duitse bunkers. 

Verder hebben de geallieerden er vanaf zee zomaar wat op los geschoten, maar voor een verdediging van het Duitse kaliber was dat lang niet toereikend. 

De meeste van de zeker 9000 geallieerde raketten vielen in de golven vóór het strand. Veel Amerikaanse tanks zijn bovendien gezonken, nog voordat ze ook maar bij Omaha Beach in de buurt waren. 

Voor de landing hebben ingenieurs speciale Duplex Drive-amfibietanks ontwikkeld – omgebouwde Sherman-tanks met een hoog scherm van waterdicht zeildoek dat ze drijvend houdt – maar in de hoge zee in het Kanaal slaan de golven over het zeildoek heen, waardoor de tanks zinken. 

In het oostelijk deel van Omaha Beach komen maar vijf van de 32 tanks met de eerste aanvalsgolf aan land om vuursteun en dekking te geven. 

In het westen bereiken echter meer geallieerde landingsvaartuigen het strand van Omaha Beach.

Om 7.00 uur keert het tij, en de zee kruipt steeds verder het strand op en slokt de zwaarst gewonde soldaten op. 

Harold Baumgarten van de 29e Divisie vindt ondanks de verwondingen aan zijn hoofd dekking, maar hij is slechts een van de twee soldaten van zijn hele landingsploeg die de nacht overleven.

Nieuw wondermedicijn redde soldatenlevens

Het Amerikaanse leger had grote hoeveelheden penicilline mee bij de landing en wist zo duizenden gewonde soldaten te redden.

In het voorjaar van 1942 wisten twee artsen in de VS voor het eerst een patiënt succesvol te behandelen met penicilline. Daarna ging het hard.

Met de gevechten in Europa in het vooruitzicht namen de Amerikanen het wondermiddel in massaproductie.

Ze maakten voor D-day 2,3 miljoen doses klaar voor het leger. De Amerikaanse ziekenverzorgers werkten tijdens de invasie onder zware omstandigheden. 

In het heetst van de strijd konden ze net een zwachtel aanbrengen, wellicht een spuitje morfine toedienen, snel een wond reinigen – en penicilline geven. 

Toch was het aantal amputaties als gevolg van ontstoken wonden beperkt, en het aantal sterfgevallen op D-day zou 12-15% lager uitgevallen zijn dan anders het geval was geweest.

Penicilline – toen een nieuwe uitvinding – kon in veel gevallen voorkomen dat soldaten stierven aan een infectie.

Generaal Cota gaat aan land

Op het Kanaal heeft opperbevelhebber Omar Bradley maar weinig weet van de chaos die er op Omaha Beach heerst. 

De communicatie met de kruiser USS Augusta is belabberd, want tijdens de landing zijn veel radio’s uitgevallen.

Nieuwe golven van Amerikaanse gevechtstroepen komen aan op Omaha Beach samen met genietroepen, die via explosies en bulldozers een weg door prikkeldraad, beton en versperringen op het strand moeten effenen, zodat de Amerikanen troepen en voertuigen op grote schaal aan land kunnen zetten. 

Veel genietroepen landen echter op de verkeerde plek vanwege de krachtige stroming langs de kust. De Duitsers schieten er nog altijd flink op los, dus het is moeilijk een weg vrij te maken.

Om 7.30 uur is de invasie een uur aan de gang en zijn 6000 Amerikanen aan land – maar veel loopt er nog mis.

De Duitsers verdedigen alle wegen die Omaha Beach af gaan vol vuur, en de meeste Amerikanen die op het strand vast zijn komen te zitten willen of durven niet meer verder. 

Tot er een landingsboot op de kust stuit met Norman Cota aan boord – generaal en assistent-divisiecommandant van de 29e Infanteriedivisie – die zijn jongens wel eens even mee zal krijgen, weg van een zekere dood op het strand. 

Hij heeft hoge officieren en soldaten met zware radioapparatuur bij zich.

Generaal Cota, die zes dagen eerder 51 is geworden, is onder de mannen een legende. Hij voelt zich niet te goed om zich met de gewone soldaten in het zweet te trainen. 

Op het strand gaat hij onverschrokken een groep soldaten voor die zich doodsbang voor kogels op de grond tegen een muur drukken.

Zwaaiend met zijn colt en met een sigaar tussen zijn kiezen beent hij al brullend heen en weer om zijn mannen op te jutten. 

Zijn assistent – aide-de-camp – probeert de generaal onderwijl naarstig dekking te laten zoeken.

‘Niet sterven op het strand, ga maar dood op een duin als het moet. 

Maar kom van het strand af, anders weet je zeker dat je sterft,’ roept generaal Cota, wiens moed op de soldaten overslaat. 

Met een bangaloretorpedo blaast een van de mannen een stuk prikkeldraad weg, maar een Duitse scherpschutter treft de eerste Amerikaan die oprukt, en door het hartverscheurende gebrul van de soldaat zakt de rest de moed in de schoenen, tot Cota naar voren springt.

‘Wat een ouwe rot als ik kan, kunnen jullie ook,’ roept hij over zijn schouder. De mannen volgen hem in een aanval de helling op, waar de rook van het brandende gras ze enige dekking geeft.

Wat verder naar het oosten toe spoort luitenant-kolonel George Taylor van de 1e Infanteriedivisie zijn lamgeslagen troepen op het strand aan met een van de beroemdste citaten uit de strijd op Omaha Beach: 

‘Twee soorten mensen blijven hier op het strand, de doden en de stervenden – dus we moeten hier als de sodemieter weg,’ buldert hij.

Geallieerde destroyers varen tegelijk gevaarlijk dicht langs de kust om de troepen te steunen door Duitse bunkers te bestoken met artillerie, want te veel levens gaan verloren door het geschut.

‘Ze maken het voor onze mannen op het strand tot een hel. We moeten ze stoppen,’ beveelt admiraal Carleton F. Bryant de destroyers via de radio.

Leger krijgt geen versterkingen

Al houden de Duitsers Omaha Beach in hun greep, de tijd is in het voordeel van de Amerikanen. 

De Duitse soldaten zijn aan zichzelf overgelaten en hoeven niet op noemenswaardige versterkingen te rekenen, want de situatie is op de vier andere geallieerde landingsstranden nog veel nijpender. 

De Amerikanen blijven maar door de verdediging van mijnen en prikkeldraad dringen en komen over de helling heen, waar ze Duitse bunkers van dichtbij aanvallen met bazooka’s en vlammenwerpers, terwijl de artillerie de Duitse kanonstellingen uitschakelt.

In het mitrailleursnest waar ook Karl Wegner zit, valt buiten plotseling een beweging te bespeuren. 

Hij vreest dat de Amerikanen boven hen zitten om het werk af te maken. 

Karl Wegners commandant trekt zijn pistool, sluipt naar de bunkerdeur en sleurt even later een gewonde Duitse soldaat binnen.

‘Niet schieten, ik ben een Duitser,’ jammert de soldaat. Zijn gezicht zit onder het bloed en hij smeekt om wat water. 

Kort daarop vertelt hij dat alles goed ging, totdat de Amerikanen zijn bunker beschoten. 

Toen weigerden zijn kameraden, die uit Polen, de Elzas en Duitsland kwamen, verder te vechten, en ze eisten dat de commandant hen zou overdragen aan de geallieerden.

Toen de commandant dreigde om iedereen neer te knallen die niet wilde vechten, schoot een van de anderen hem van achteren neer. 

Als enige overgebleven Duitser wist de soldaat te vluchten, maar onderweg werd hij door een granaat getroffen.

Karl Wegners commandant wordt witheet als hij het verhaal hoort. Hij eist dat de soldaat de bunker aanwijst; die ligt 100 meter verderop. 

Hij neemt de hoorn van zijn veldtelefoon op, maar de lijn is dood. 

Dan grijpt hij wat granaten en rent resoluut door het geallieerde vuur heen op de bunker af, waar hij de granaten tegen de stellingen gooit en zich snel op de grond werpt. 

Als het stof is gaan liggen en hij terug wil keren, wordt een salvo van een geallieerde landingsboot hem echter noodlottig.

Karl Wegner en zijn kameraad zijn in shock. Hun commandant is de eerste die ze kennen die sneuvelt in de strijd – voor hun eigen ogen nog wel.

Oostfrontveteraan is controle kwijt

De Duitse opperbevelhebbers zijn net zo de kluts kwijt als de Amerikanen. 

De meldingen van gevallen stellingen en bunkers stromen gestaag binnen, maar vaak betreft het vergissingen, die aan dode communicatielijnen te wijten zijn.

Duitse kanonnen sturen een regen van granaten over het strand, maar de commandeur van de artillerie geeft de opperbevelhebber van de 352e Divisie, luitenant-generaal Dietrich Kraiss, te kennen dat de voorraad granaten nu wel erg hard terugloopt.

De 55-jarige Kraiss is een veteraan uit de Eerste Wereldoorlog, die voor zijn daden aan het Oostfront het IJzeren Kruis heeft ontvangen. 

Hij maakt zich zorgen, en vraagt de commandant van de luchtafweer van de Luftwaffe in het gebied om extra vuursteun, maar de commandant wijst hem erop dat het zijn werk is om vijandelijke vliegtuigen op te sporen. 

Kraiss ontploft van woede en herinnert de commandant eraan dat hij zojuist orders heeft ontvangen van een hoger geplaatste officier.

Voor Karl Wegner, zijn kameraad Willi en de gewonde Duitse soldaat is de situatie in het mitrailleursnest zeer nijpend. Hun commandant is dood en ze zijn van de buitenwereld afgesneden.

‘Jij voert nu zeker het bevel?’ vraagt Willi aan Karl, die als Obergrenadier de hoogste rang heeft van de drie, al is het op zich niets bijzonders.

‘Het bevel waarover?’ denkt Karl bij zichzelf. Hij heeft geen idee wat hem te doen staat. Willi attendeert hem erop dat ze bijna alle 15.000 kogels voor hun MG42 hebben verbruikt, en Karl staart verbijsterd naar de hopen lege hulzen die aan zijn voeten liggen.

Hij is doodsbang om in de bunker te blijven vechten, maar nog banger om eruit te komen en verder het land in te gaan. 

In zijn Führerbefehl verbiedt Adolf Hitler de terugtrekking, en elke positie moet tot het laatste schot en de laatste man worden verdedigd. 

Van de Oostfrontveteranen heeft Karl gehoord hoe de militaire politie – bij de soldaten bekend als de kettinghonden – Duitse soldaten neerknalt die het in hun hoofd halen om zich terug te trekken.

Toch besluit Karl Wegner uiteindelijk alle munitie en granaten te verzamelen die nog over zijn en samen met de twee anderen de bunker uit te vluchten.

Noodtoestand voor de Duitsers

Op het strand vecht Harold Baumgarten door, ondanks de granaatwonden in zijn gezicht. Veel andere soldaten zouden zich laten evacueren, maar met een verband gaat het best. 

De uren daarn a krijgen de Amerikaanse eenheden die over de helling zijn gedrongen, voet aan de grond achter de kustlijn, waar ze in groepjes oprukken naar de twee dorpen Colleville en Vierville. 

Maar ze moeten nu echt een uitvalsweg veroveren om de voertuigen van het strand te krijgen.

Adolf Hitlers geroemde Atlantikwall vertoont scheuren. 

De Duitse luitenant-generaal Kraiss vraagt om reserves voor een tegenaanval, maar die zijn er nog lang niet. De Duitsers moeten de gaten in de verdediging zien te dichten met hun toch al schaarse troepen.

De Duitsers zijn die ochtend diverse hooggeplaatste officieren kwijtgeraakt, en luitenant Hans Heinze – de veteraan van Stalingrad – wordt midden in de strijd bevorderd tot commandant van een compagnie. 

Hij merkt meteen dat de strijdlust taant. De Luftwaffe is in geen velden of wegen te bekennen, dus de geallieerde bommenwerpers hebben vrij spel en openen het vuur op alle Duitse troepen op de grond, die weinig meer kunnen uitrichten.

Als de Duitsers de uitrusting van de Amerikaanse krijgsgevangenen zien – semi-automatische wapens met kogels te over en rijkelijke rantsoenen en tabak – zinkt de moed ze in de schoenen. En ook Heinze is niet meer zo optimistisch.

Luitenant-generaal Kraiss roept in zijn hoofdkwartier de noodtoestand uit voor de artillerie achter de kust, die te weinig munitie heeft. 

De kanonnen kunnen de stellingen die onder vuur liggen, niet langer beschermen.

Hitler stond pas uren na het begin van de invasie op. En hij wachtte te lang met het inzetten van pantserreserves, waardoor de geallieerden alle tijd hadden om hun bruggenhoofd te versterken.

© Getty Images/AOP

Losse flodders als munitie

Karl Wegners driemansgroepje komt heelhuids de bunker uit en stuit op een andere groep Duitsers. 

Op weg naar de Duitse stellingen achter de kustlinie komen ze langs vijf, zes dode Duitsers – klaarblijkelijk door de bommenwerpers neergemaaid. 

De mannen beroven de lijken van alle munitie en gaan verder. Karl Wegner bedenkt dat hij al meer dan een dag niet heeft gegeten. 

In zijn bepakking vindt hij een homp oud brood en breekt er een stuk af voor zijn kameraad Willi. 

Onderweg moeten ze steeds onder de bomen schuilen voor de Amerikaanse bommenwerpers.

Wanneer ze bij een Duitse stelling komen, vraagt een officier wat ze daar doen. Uit angst om iets verkeerds te zeggen – of zelfs de kogel te krijgen wegens deserteren – durft geen van de mannen antwoord te geven. 

Maar ze komen er zonder represailles vanaf; de Duitsers hebben iedereen nodig.

Karl Wegner komt algauw terecht bij een nieuwe eenheid, waar hij munitie krijgt. Een deel daarvan bestaat echter uit losse flodders: oefenmateriaal. Hij moppert, maar dat verandert niets.

‘Luister eens,’ reageert de soldaat die de munitie overhandigt. ‘Amerikanen zijn geen Iwans, ze zijn erg gehecht aan het leven. 

Als je je terug moet trekken, bewaar dan de echte kogels; vuur een gordel of twee van die losse flodders op ze af – en in de tijd dat zij dekking proberen te zoeken, ben jij weg.’

Volgens de soldaat hebben andere Duitsers ook losse flodders ingezet.

Bruggenhoofd wordt gezekerd

Pas om 11.30 uur zijn de Amerikanen erin geslaagd een uitvalsweg van het strand te veroveren: van Omaha Beach naar het dorp Saint Laurent. 

Het is niet meer dan een landweg, maar de genie moet toch de tijd nemen om er mijnen te ruimen en het wegdek te effenen, zodat tanks en andere pantserwagens Omaha Beach kunnen verlaten.

De geallieerden hebben een groot en belangrijk doel bereikt, al wachten er langs de uitvalsweg en bij andere Duitse stellingen op en achter het strand weer nieuwe hevige gevechten.

Anderhalf uur later veroveren de Amerikanen de volgende uitvalsweg, die naar Vierville. 

Na een salvo van de zware kanonnen op het schip USS Texas geven circa 30 soldaten in de bunkerstelsels zich over. 

Ging de strijd om Omaha Beach de hele ochtend nog vrij gelijk op, nu vallen de gevechten uit in het voordeel van de Amerikanen.

Al krijgen de Duitsers die middag bescheiden versterkingen, deze stellen weinig voor bij de hordes Amerikaanse troepen die Omaha Beach op rijden en marcheren. 

De Amerikanen hebben eindelijk vaste voet aan de grond, ook al blijft luitenant-generaal Kraiss over een grootscheepse nachtelijke tegenaanval fantaseren. 

Maar daar komt helemaal niets van terecht.

Grote verliezen aan beide zijden

Wanneer de dag van 6 juni ten einde loopt, heeft de landing op Omaha Beach de Amerikanen tegen de 2400 doden en gewonden gekost. 

De Duitse cijfers zijn minder zeker, maar vermoedelijk liggen ze rond de 1000 gevallenen.

Voor Harold Baumgarten is de strijd ’s avonds voorbij. Hij rukt op langs een weg achter het strand als een Duitse machinegeweerschutter hem plotseling in zijn kaak treft. 

Harold moet zijn pijn stillen met morfine en valt in slaap. 

Als hij de dag daarna op een brancard ligt te wachten op zijn evacuatie, schiet een Duitse sluipschutter hem bij wijze van afscheidsgroet in zijn knie. Later moet Harold 23 operaties ondergaan.

Voor de Duitse soldaten Karl Wegner en Hans Heinze eindigt de oorlog pas met de zware strijd die half juli 1944 het verkeersknooppunt Saint-Lô op 30 kilometer ten zuidoosten van Omaha Beach voor 95 procent in puin legt.

Karl Wegner is nog steeds samen met Willi als zijn kameraad door kogels in zijn buik en longen wordt getroffen. 

Karl knielt bij hem neer als het leven uit hem stroomt. Met een krijtwit gezicht huilt zijn kameraad stilletjes.

‘Karl, moest ik hier doorheen om op de puinhopen te sterven? Dat slaat toch nergens op,’ luiden zijn laatste woorden – en Karl Wegner geeft zich met twee andere Duitsers aan de Amerikanen over. 

Al is hij krijgsgevangene, hij voelt zich voor het eerst van zijn leven vrij.

Duitse troepen blazen de aftocht Luitenant Hans Heinze moet net een antitankwapen afvuren op een Amerikaanse tank die door het puin van een van de kapotgeschoten straten van Saint-Lô dendert, als hij door een schot in zijn zij wordt getroffen en neervalt. 

Terwijl de tank nadert, zwaait Heinze ten einde raad met een zakdoek in de lucht om niet onder het voertuig te worden verpletterd. 

Tot zijn verbazing stopt de tank, het luik gaat open en een Amerikaan vraagt wat hij wil.

Hans Heinze roept terug dat hij graag uit de weg wil. Terwijl de Amerikaanse pantserkolonne wacht, mogen twee van zijn kameraden Hans Heinze komen ophalen en in veiligheid brengen, waarna hij naar zijn woonplaats in Duitsland zal worden teruggebracht.

Hun opperbevelhebber Dietrich Kraiss raakt begin augustus 1944 bij Saint-Lô gewond en overlijdt een dag of wat later aan zijn verwondingen. 

En pas na hevige gevechten in Noord-Frankrijk zullen de geallieerden de Duitsers dan toch tot overgave weten te dwingen.

Lees ook

Vince Milano & Bruce Conner: Normandiefront, Spellmount, 2012 Steven J. Zaloga: D-day 1944 – Omaha Beach (1), Osprey Publishing, 2003.

Bekijk ook ...