Napoleon versloeg Oostenrijk in 1809 bij Abensberg. Ruim de helft van zijn leger was Duits.

© Bridgeman

Huurlingen maakten Napoleon onoverwinnelijk

Na een reeks overwinningen op het slagveld beheerst Napoleon half Europa. Jonge mannen uit alle landen zijn maar wat graag bereid om onder het Franse vaandel te strijden – tot de zelfbenoemde keizer ze in Rusland de dood in stuurt.

9 januari 2017 door Esben Mønster-Kjær
Eind november 1812 kwam het uitgeputte leger van Napoleon aan bij de rivier de Berezina. 


De regimenten gingen gebukt onder honger en kou. Anderhalve maand eerder waren ze uit Moskou vertrokken om aan de lange aftocht te beginnen. Sindsdien waren er elke dag talloze slachtoffers gevallen, en nu lagen de Russen op de loer.

‘Toen de Russen zich terugtrokken, hadden ze de enige brug over de rivier afgebrand,’ schreef sergeant Bourgogne van de Franse keizerlijke garde. Het leger zat hopeloos in de val. 


Slechts dankzij de zelfopoffering van de vele buitenlandse huurlingen van Napoleon overleefden de overgebleven Fransen de tocht.

Poolse ruiters vonden een waadplaats, en 400 vooral Nederlandse genietroepen liepen het ijskoude water in. Zij moesten twee nieuwe bruggen bouwen, en dat moest razendsnel gebeuren.

‘Ze hadden de hele nacht gewerkt, aangespoord door hun generaal, terwijl het water hun tot de schouders stond en de ijsschotsen erin ronddreven,’ schreef Bourgogne. 

Hij kwam aan toen de laatste balken vastgemaakt werden. ‘Ze offerden zich op om het leger te redden.’

Slechts 40 genietroepen overleefden het. Toen de bruggen klaar waren, liep de voorhoede er ordelijk overheen, maar toen openden de Russen het vuur.

Doodsbange soldaten renden op de bruggen af om weg te komen, zonder te zien dat Duitse en Zwitserse huurlingen de vijandelijke aanval hadden afgeslagen. 

De mannen struikelden en werden vertrapt door de op hol geslagen menigte. Een van de soldaten die midden in deze chaos zaten was Jakob Walter uit de staat Württemberg in Duitsland. Hij baande zich een weg met behulp van zijn paard.

‘Ik liet mijn paard steigeren, en telkens kwam ik iets verder.’ Franse soldaten te voet werden vertrapt door de stampende hoeven, maar dat deerde hem niet. 


‘Ik bekeek de dode soldaten en paarden op de brug, maar het deed me niets.’ De Duitser had al zo veel leed gezien dat hij afgestompt was geraakt.

Jakob Walter kwam veilig thuis, maar moest het grootste deel van zijn makkers in Rusland achterlaten. 


De gevreesde troepenmacht van Napoleon, met Franse soldaten, buitenlandse bondgenoten en huurlingen, was sterk uitgedund. 

Revolutie is niet voor buitenlanders

Al sinds Frankrijk in de middeleeuwen ontstaan was, had het huursoldaten in dienst. 


De Franse heersers vertrouwden nooit blind op hun onderdanen, en in de 18e eeuw had de koning maar liefst 12 Zwitserse regimenten, die als de beste en betrouwbaarste huurlingen werden beschouwd. Het Franse leger telde ook Duitse, Ierse en Belgische eenheden.

De grote maarschalk Maurits van Saksen, zelf van Duitse komaf, raadde in 1748 aan om meer buitenlanders te werven: 


‘Een Duitser telt voor drie: hij bespaart het koninkrijk één man, berooft de vijand van één man en hij dient ons.’

De huurlingen stonden hoger in aanzien dan de Franse soldaten, en ze kregen meer soldij. Maar in 1789 brak er een revolutie uit. 


De Parijzenaren maakten de Zwitserse garde een kopje kleiner, en het leger mocht voortaan alleen uit de zonen der natie bestaan.

Burgers werden opgeroepen, kregen een musket in hun handen gedrukt en marcheerden gehoorzaam naar de lands-grenzen om de legers tegen te houden die vorsten stuurden om de revolutie neer te slaan. Overal werd gevochten toen generaal Napoleon Bonaparte in 1796 ten tonele verscheen.

Hij was jong en onervaren toen hij dankzij Parijse connecties het bevel over het Italiëleger aan de voet van de Alpen kreeg. Zijn soldaten zagen er niet uit omdat ze vaak achter het net visten als er wapens en voorraden werden verstrekt.

‘Soldaten, u bent naakt en lijdt honger!’ sprak de generaal tegen zijn zootje ongeregeld. ‘Ik zal u naar de vruchtbaarste vlakten leiden. Rijke provincies en grote steden zult u in handen krijgen.’

Een paar maanden nadien was het leger van Napoleon Bonaparte de Alpen overgestoken en diep doorgedrongen in Italië. 

Daarmee had hij de basis gelegd voor zijn reputatie als onoverwinnelijke aanvoerder. Tegelijk nam hij de eerste huurlingen in dienst. 

De Poolse officier Jan Da˛browski bood hem duizenden  dappere Polen aan als hij Polen wilde helpen bevrijden. Dat land was tussen Oostenrijk, Rusland en Pruisen verdeeld.

De Franse troepen moesten alles op alles zetten toen de Russen hen in 1812 bij de Berezina wilden afsnijden.
© AKG Iimages

Napoleons leger is onverslaanbaar

Polen zou de grootste en trouwste leverancier van huursoldaten worden – en ook Napoleons vijanden droegen hun steentje bij. 


De Oostenrijkse legers in Italië zaten vol Polen, die gewillig overliepen als ze werden gevangengenomen.

Da˛browski en zijn legioenen moesten echter lang wachten op de bevrijding van hun land. In 1800 greep Napoleon de macht in Frankrijk, en een jaar later sloot hij vrede met Oostenrijk zonder een zelfstandig Polen te eisen. 


Daarna stuurde hij 5000 Polen naar de Cariben om een opstand op Haïti neer te slaan.

De meesten van hen bezweken aan de tropische ziekte gele koorts, en de overlevenden waren verbitterd en liepen over naar de opstandige slaven, die hen onthaalden als ‘blanke negers’.

Ondertussen vond Napoleon andere huurlingen. Zwitsers, Nederlanders en Italianen werden uit de bezette buurlanden van Frankrijk gehaald. 

De meest exotische waren de mammelukken, die de aanvoerder mee terugnam na een veldtocht in Egypte. 150 ruiters van de oude krijgerskaste luisterden zijn garde op met hun kleurrijke oosterse dracht.

Het leger bleef echter Frans – vooralsnog. Generaal Bonaparte benoemde zichzelf in 1804 tot keizer en gebruikte zijn nieuwverworven macht om de meest efficiënte troepenmacht op de been te brengen die Europa ooit had gezien. 


La Grande Armée had zich gedurende 10 jaar bekwaamd in snelle oorlogvoering. Huurlingen en buitenlandse bondgenoten konden het tempo niet bijhouden, en de keizer zette hen in om vestingen te belegeren en bevoorradingslinies onder vuur te nemen terwijl zijn onverslaanbare Franse regimenten naar voren stormden en de vijand overrompelden.

Zo ging Napoleon te werk tot 1807, maar toen kreeg zijn leger een nijpend gebrek aan manschappen.

Huurlingen dwingen respect af

De troepen hadden toen bijna twee jaar onafgebroken gevochten, en Napoleon had Europa grotendeels onderworpen. 


In 1807 maakte de keizer zich op voor een laatste, beslissende krachtmeting – met de Russen. Zijn Franse regimenten verzamelde hij om zich heen, terwijl de hulptroepen uit kleine staatjes die zich bij Frankrijk hadden aangesloten, het achterland beveiligden.

Een van de soldaten achter het front was Jakob Walter uit Württemberg. Zijn regiment bevond zich aan de kust van de Oostzee, waar het de vesting Kolberg belegerde, samen met troepen uit een groot aantal andere landen.

‘In ons kamp waren Polen, Fransen, Westfalen en maar twee regimenten uit Württemberg,’ schreef Walter later in een van de weinige dagboeken die in het leger van Napoleon werden bijgehouden. In andere kampen rond Kolberg zaten

Italiaanse soldaten, en in de loop van de zomer trok het regiment van Walter op met troepen uit Beieren en het groothertogdom Würzberg. De troepen in de achterhoede van Napoleon waren een lappendeken van nationaliteiten.

Terwijl het beleg van Kolberg doorging, stuitte Napoleon bij Friedland, 350 kilometer naar het oosten, op de Russen. 46.000 Russische soldaten stortten zich op 18.000 Fransen en 4000 Duitsers uit Saksen, die de keizer noodgedwongen in de voorste linie inzette.

De Saksen bleken echter even verbeten te vechten als de Fransen. Ze hielden de vijand op afstand tot de rest van het Grote Leger te hulp kon schieten. 


Een van de eerste eenheden die ter plaatse waren, waren 5000 Polen van Jan Da˛browski. ‘Vooruit! De oogst kan beginnen!’ riep de Poolse aanvoerder, en zijn soldaten

kregen de steun van 800 Nederlandse ruiters. Samen wisten ze de kansen te keren, en Napoleon behaalde opnieuw een van zijn grote overwinningen.

Zeven van de acht soldaten waren Frans toen de keizer bij Friedland zegevierde. 

Maar de veldslag had bewezen dat bondgenoten en huurlingen tot meer in staat waren dan de Kozakken uit de depots te houden. Voortaan stonden de buitenlanders schouder aan schouder met de Fransen in La Grande Armée.

Napoleon stelt dienstplicht in

Alle Europese landen hadden een keuze: ze waren voor of tegen Napoleon. De meeste sloten zich bij hem aan, en dat hield in dat ze troepen moesten leveren – veel troepen. 


Verdragen bepaalden hoeveel. Grote Duitse staten als Beieren moesten 30.000 man leveren, terwijl de kleinste vorstendommetjes samen maar 2000 man hoefden te sturen.

Tot dan toe hadden de meeste staten een huurlingenleger gehad, maar dat was niet meer toereikend. 


Napoleon had alle weerbare mannen nodig en eiste dat zijn bondgenoten de dienstplicht invoerden.

Nu moesten de Nederlanders zich zelf in een uniform hijsen; tot dan toe hadden ze altijd Duitsers gestuurd. De Denen, die zich bij Frankrijk aansloten nadat de Britten in 1807 de Deense vloot verwoest hadden, overkwam hetzelfde.

De 19-jarige Jakob Walter was een van de vele jongemannen die opgeroepen waren. 


De dienstplicht gold voor alle mannen tussen de 18 en de 40, en de diensttijd bedroeg 8 tot 10 jaar. In de praktijk werden veel Württembergers echter tussen veldtochten in naar huis gestuurd. In 1807 kon Jakob Walter zijn burgerleven dan ook weer oppakken.

Soldaten moeten weer leren vechten 

Voordat de buitenlandse regimenten tot La Grande Armée werden toegelaten, moesten rekruten én veteranen op z’n Frans leren vechten. Zo rukte Napoleons leger altijd razendsnel op, hoe moeilijk het terrein ook was.

De soldaten moesten wel 35 kilometer per dag lopen, of nog verder als er een veldslag uit te vechten was. In december 1805 legde een Franse divisie 110 kilometer af in 36 uur, waarna ze na een korte pauze de vijand in de pan hakte.

Dergelijke hoogstandjes waren alleen mogelijk als alle luxe werd ingeleverd. Zo moesten oude vorstelijke legers het zonder hun tenten stellen, waarvoor wagens nodig waren die te veel plaats innamen op de wegen. 


De soldaten sliepen in de open lucht als ze niet in een dorpje konden overnachten.

Als het regende, moesten ze een bivak bouwen van de materialen die ze ter plaatse aantroffen. Dat konden takken uit een bos zijn, maar vaak sloopten de troepen huizen en schuren om aan bouwmateriaal te komen. 


Het Grote Leger trok een spoor van vernieling.

‘Als er velden of tuinen zijn, worden aardappelen, kool, kruiden en dergelijke geoogst voor de soldaten,’ schreef een Deense majoor die Franse troepen door Noord-Duitsland zag trekken. ‘Ze halen hekken en stellages om om zich aan te warmen. Keukengerei wordt gewoon
meegenomen, gebruikt en weggegooid.’

Met name de adellijke officieren, voor wie veldtochten vooral leuke uitstapjes waren geweest, moesten wennen aan de nieuwe tijden. 

Voor zilvergoed en kamerdienaren was geen plaats in het leger van de keizer, en edelen mochten er ’s nachts niet meer tussenuit piepen om op het dichtstbijzijnde landgoed te slapen.

Ook tijdens lange dagmarsen bleven de officieren onder de soldaten. Kolonels kregen de wind van voren van Napoleon als hun regiment er te lang over deed om obstakels te passeren en de weg versperde voor andere eenheden. 


76 passen per minuut moesten er gezet worden, niet eentje minder. Een aantal eenheden van de lichte infanterie haalden zelfs 85 passen per minuut, hoewel ze evenveel bagage droegen als de andere troepen.

25.000 helden uit heel Europa droegen het Legioen van Eer toen Napoleon in 1814 zijn kroon verloor.

© Bridgeman

Duitsers geven de doorslag

In 1809 werden de huurlingen voor het eerst echt op de proef gesteld toen Oosten-
rijk op wraak zon voor een smadelijke nederlaag tegen Frankrijk. 


Veel Franse regimenten waren in Spanje toen de oorlogsverklaring binnenkwam, en de Duitsers moesten de klus klaren.

‘Ik werd naar Stuttgart geroepen,’ schreef Jakob Walter, die sinds 1807 thuis zat. ‘Mijn regiment was al met een aantal andere op weg naar Beieren.’ 


De slag was in volle gang toen Napoleon zelf aan het front aankwam. Op 20 april ging de keizer in de tegenaanval met 42.000 man, van wie meer dan de helft uit Beieren en Württemberg kwam.

‘Beiers! Vandaag vecht u alleen tegen de Oostenrijkers. 


Niet één Fransman is er in de voorste linie te vinden; ze staan allemaal in de reserve,’ sprak Napoleon tot zijn troepen voordat de aanval begon. 

‘Ik heb het grootste vertrouwen in uw moed. We zullen naar Wenen oprukken. Val de Oostenrijkers aan met uw bajonet en roei ze allemaal uit.’

De Slag bij Abensberg draaide uit op een klinkende Franse overwinning en was het keerpunt van de veldtocht. 


De Oostenrijkers waren het initiatief kwijt, en na een lange aftocht en nog een nederlaag capituleerden ze. Walter kon weer aan de slag als steenhouwer.

Napoleon verkijkt zich op Rusland

Jakob Walter maakte zijn laatste veldtocht in 1812, toen Napoleon zijn oude vijand Rusland aanviel. De keizer bracht troepen uit alle delen van zijn rijk bijeen om het tegen de Russen op te nemen.

De invasie begon eind juni, en het Russische leger trok zich terug en liet de Fransen doorstoten tot aan Moskou. 

Toen gingen ze de confrontatie aan. De Slag bij Borodino op 7 september 1812 was de bloedigste uit Napoleons loopbaan.

Beide partijen vochten verbeten en leden zware verliezen, tot geharnaste Franse en Saksische cavaleristen de keizer aan de overwinning hielpen. 


Ze reden over de steile aarden wallen die rond de Russische verdedigingsstellingen liepen en hieuwen de troepen erachter neer. De Russen hadden verloren, en de weg naar Moskou lag open voor de Fransen en hun bondgenoten uit heel Europa.

Jakob Walter nam deel aan de slag, die de keizer meer dan 30.000 man kostte. Tussen alle lichamen op het slagveld lagen 47 van zijn generaals.

‘Hoewel het een vreselijk gezicht was, bijna een dodenrijk, waren de soldaten zo afgestompt dat ze het gekerm van de gewonden negeerden,’ schreef Jakob Walter. 

Hij deed mee aan de mars naar Moskou, waarbij de troepen door hun voorraden heen raakten. In oktober moest Napoleon rechtsomkeert maken.

Toen viel de Russische winter in. De sneeuw daalde neer op het Grote Leger, dat uit elkaar begon te vallen. Iedereen dacht alleen nog aan overleven, en de soldaten stierven bij bosjes langs de weg. 


De Franse sergeant Adrien Bourgogne keek verbluft hoe Duitse troepen uit Hessen rond hun 20-jarige prins Emiel gingen staan om hem tegen de sneeuw te beschermen.

‘Gehuld in hun grote, witte mantels stonden ze de hele nacht dicht tegen elkaar aan gedrukt. De volgende ochtend was driekwart van hen dood.’

De buitenlandse leden van La Grande Armée raakten hun warme gevoelens voor de grote Napoleon kwijt. 

Jakob Walter had geen goed woord voor hem over toen hij hem zag: ‘Hij leek onaan-gedaan door het leed van zijn troepen. Zijn hart liep waarschijnlijk over van ambities en gekrenkte trots.’

De aftocht ging door, en met de dag werd het Grote Leger kleiner.


Soldaten die achterop raakten, werden gevangengenomen, anderen verlieten hun eenheid en vormden bendes die hun kameraden beroofden. 

Veruit de meesten kwamen echter om van honger en kou. 

Poolse lansiers rekenden af met de Kozakken die van alle kanten op hen af kwamen.
© Richard Caton Woodville/Tate, London

Polen blijven de keizer trouw

Napoleons leger werd gedecimeerd, en Rusland was het begin van het einde van zijn rijk. Er kwamen nauwelijks soldaten levend terug, en de bondgenoten van de keizer waren hun hele leger kwijt.

Ondertussen groeide vooral in Duitsland de haat jegens de Fransen.

Napoleon deed verwoede pogingen zijn macht te herstellen, maar de huursoldaten waren hem zat. 


In 1813 liepen Duitse regimenten over naar de vijand, en uiteindelijk ontwapende de keizer alle buitenlanders in zijn leger. 

Duitsers werden als krijgsgevangenen vastgezet, en andere nationaliteiten kregen gereedschap en werden aan het werk gezet.

Behalve de Polen. Die bleven de keizer trouw en vochten door. De moedige Jan Da˛browski en zijn mannen stonden nog aan de zijde van Napoleon toen de vijand Parijs innam. De Polen waren de eerste én de laatste huurlingen. 


Na 20 jaar oorlog was hun land nog niet vrij; dat zou nog tot 1918 duren.

Het refrein van het huidige Poolse volkslied begint: ‘Marcheer, marcheer, Da˛browski’. 


Overal in Polen en in de rest van Europa herinnerden veteranen zich de glorieuze en tegelijk gruwelijke jaren waarin ze dienstdeden als huurlingen in La Grande Armée van Napoleon.

Bekijk ook ...