De loopgraven verdwenen bij Verdun, weggevaagd door de granaatexplosies. De soldaten moesten dekking zoeken
in modderige kraters.

Slag om Verdun moest Frankrijk breken

In 1916 gaan de Duitsers in de aanval bij Verdun. Het offensief is niet in de eerste plaats bedoeld om door het front te breken of om terreinwinst te boeken. De Duitsers willen het Franse leger zulke zware verliezen toebrengen dat het die nooit meer te boven zal komen. Daartoe zetten ze 140.000 man en loodzware kanonnen in.

19 maart 2018 door Esben Mønster-Kjær

Hel breekt los in Verdun

De ochtendzon ging schuil achter hoge bergen aarde, die door de granaten waren opgeworpen.

De Franse soldaten die de loopgraaf in gesprongen waren om het vege lijf te redden, slaakten kreten van angst.

Op deze 21e februari 1916 hadden ze op een rustige ochtend gerekend – net als alle ochtenden al meer dan een jaar waren.

Sinds de eerste maanden van de Eerste Wereldoorlog was er weinig actie geweest aan het front bij Verdun.

Maar nu daalden er plotseling Duitse 210mm-granaten neer op de Fransen. Ze vielen bijna loodrecht omlaag en boorden zich in de grond voordat ze ontploften.

Bij bosjes werden de Franse soldaten levend begraven doordat hun schuilplaatsen instortten.

Daarna verplaatste de granaatregen zich naar het Franse achterland, naar de hoofdkwartieren en depots. De veldtelefoons vielen stil: de kabels in de grond waren opgeblazen of degene aan de andere kant van de lijn was dood.

Na een kwartier begon het weer van voren af aan. De Duitse kanonnen vuurden opnieuw op de voorste Franse stellingen, waar sommigen zich uit hun loopgraaf hadden gewaagd.

De Slag om Verdun was begonnen – een hels gevecht, waarbij de kanonnen aan beide zijden zo veel mogelijk dood en verderf probeerden te zaaien in de gelederen van de vijand.

Tien maanden ging het bombardement onafgebroken door – tien maanden in de hel op aarde, zoals beide partijen het noemden.

 

Duivels plan moest oorlog winnen

De wreedheden bij Verdun kenden hun weerga niet, zelfs in deze gruwelijke loopgravenoorlog. Nergens was er in de Eerste Wereldoorlog een grotere concentratie van kanonnen, en mannen werden in rap tempo afgeslacht.

Het bloedbad kwam uit de koker van één man, de Duitse generaal Erich von Falkenhayn. Als chef van de generale staf moest hij een strategie bedenken om de oorlog te winnen, en hij ging nietsontziend te werk.

Von Falkenhayn geloofde niet in een ‘grote doorbraak’ waarmee er een einde zou komen aan de patstelling. Als een van de weinigen zag hij in dat een bewegingsoorlog niet gevoerd kon worden met kanonnen en machinegeweren.

Hij wilde de vijand verleiden tot zelfmoord.

‘Binnen ons bereik bevinden zich objecten die de Franse generale staf tot de laatste man zal willen verdedigen,’ schreef Von Falkenhayn aan de Duitse keizer. ‘Indien ze dat doen, bloeden de

Franse strijdkrachten dood.’ De plaats die hij in gedachten had, was Verdun.

Die stad lag in een uitstulping in het front, en in 1916 vormde ze de enige Franse positie ten oosten van de Maas.

De Franse trots stond een terugtrekking uit dit stukje land in de weg. De ondergrondse betonnen forten waren volgens de Franse propaganda onneembaar.

Vanaf de Duitse kant van het front gezien zaten de Fransen in Verdun in de val.

De stad was aan drie kanten omringd door Duitse stellingen, en bij een aanval zouden de Franse troepen zo weinig ruimte hebben dat zelfs de voorste loopgraven vol zouden zitten – een makkelijke prooi voor de artillerie.

Daarom stuurde Von Falkenhayn 1220 kanonnen en 140.000 man naar het gebied rond Verdun.

Zij moesten een nietsontziende uitval doen op 13 kilometer frontlinie. Maar hij stelde niemand van het ware doel van zijn duivelse plan op de hoogte.

Toen de kanonnen begonnen te bulderen, dacht zelfs kroonprins Wilhelm van Pruisen, de aanvoerder van het offensief, dat hij de stad moest veroveren.

Het Duitse leger zou hier een hoge prijs voor betalen.

De vlammenwerper was zeer effectief tegen loopgraven, maar de drager was zijn leven niet zeker.

© M. Evans/Scanpix

Slag om Verdun wordt ingeleid door omvangrijk bombardement

Het Verdunoffensief begon met het gebulder van één enorm spoorwegkanon. Een granaat van 750 kilo vloog uit de loop, suisde 20 kilometer door de lucht en sloeg een hoek van de kathedraal van de stad weg.

Toen opende de rest van de Duitse artillerie het vuur en was het tot dan toe grootste bombardement aller tijden begonnen. Franse piloten meldden een zee van lichtflitsen aan Duitse zijde.

Aan elk type geschut waren aparte doelwitten toegewezen. Er werd een combinatie van brisantgranaten en gifgas op artilleriestellingen afgevuurd, waardoor de Fransen nauwelijks konden terugschieten.

De granaatregen ging urenlang door en nam om 15.00 uur in hevigheid toe om om 16.00 uur plots op te houden.

Toen klonken er Duitse kreten: ‘Los!’ Grijze gedaanten kwamen tevoorschijn uit de Duitse loopgraven en renden op de kapotgebombardeerde Franse stellingen af.

Ze opereerden niet in grote groepen zoals de Fransen en Britten, maar de eerste golf bestond uit stormtroepen in kleine eenheden, die soepel door het terrein bewogen in de richting van zwakke plekken in de Franse verdediging.

De Duitsers hadden van de eerste oorlogsjaren geleerd.

De Fransen verweerden zich zo goed en kwaad als het ging, maar de granaten hadden veel schade aangericht.

Wat er van de eenheden over was werd teruggedreven, en vuur van de Duitse kanonnen hield versterkingen tegen.

Bij zonsondergang waren er grote gaten in de Franse verdedigingslinie geslagen. En er was nog maar een klein deel van de Duitse troepen in actie gekomen, want op dag één werd slechts de sterkte van de verdediging getest.

Plaats de muis op de pictogrammen om meer te lezen over het verloop van de slag

Frankrijk zocht een redder

De volgende dag, 22 februari, scheen de zon weer. ’s Morgens vroeg stonden de Fransen op het punt om de verloren posities te heroveren, zoals de generaals altijd van hun troepen eisten.

Maar ze werden opnieuw bestookt, waarna het Duitse offensief echt begon.

‘We houden stand tegen de Fritzen, al is het bombardement een hel,’ zo meldde een Franse kolonel uit de eerste linie.

Dat was vooral wensdenken, want de werkelijkheid was wel anders.

Twee dagen lang vochten de Franse eenheden wanhopig door terwijl ze zwaar onder vuur lagen en steeds verder teruggedreven werden. Toen stortte de Franse verdediging in.

In de Eerste Wereldoorlog leidde een aanval doorgaans tot meer verliezen dan een verdediging, maar bij Verdun was het andersom.

De Fransen die de heuvels ten noorden ervan moesten behouden, werden in de pan gehakt. Nu konden de Duitsers oprukken in een tempo dat sinds de eerste weken van de oorlog niet meer vertoond was.

Het Franse opperbevel begon in paniek te raken en er gingen stemmen op om de stad Verdun te evacueren. Dat zou veel leed bespaard hebben, maar uiteindelijk was er niemand die het aandurfde om zo’n besluit te nemen, dat gezichtsverlies betekende. Er kwam een nieuwe bevelhebber in Verdun.

De keus viel op generaal Philippe Pétain, die een goede naam had, maar de post vooral kreeg omdat zijn troepen meteen ingezet konden worden.

De generaal zelf was echter onvindbaar. Hordes ordonnansen waren in zijn hoofdkwartier naar hem op zoek toen een adjudant discreet in een auto stapte en naar een hotel in Parijs reed.

De eigenares beweerde niets van een generaal te weten. De adjudant maakte haar diets dat het een kwestie van leven en dood betrof en dat niets minder dan het lot van het vaderland op het spel stond.

De vrouw zwichtte voor deze argumenten en wees hem naar boven.

Voor een deur stonden twee laarzen en een paar vrouwenpantoffels. Toen de deur openging, stond Pétain slechts in een kamerjas in de opening.

De generaal hoorde de adjudant aan en zegde toe de volgende ochtend naar Verdun te gaan om zijn plicht voor het vaderland te doen.

Maar deze nacht had hij een verplichting aan een dame.

Pétain neemt leiding over Slag om Verdun over

Pétain gold als een buitenbeentje in de generale staf. Vóór de oorlog had hij zich uitgesproken voor moderne artillerie, terwijl andere officieren in heroïsche bestormingen geloofden.

Dat had zijn carrière geen goed gedaan.

De oorlog veranderde alles. Anderen werden ‘naar Limoges gestuurd’ – met pensioen – maar Pétain klom snel op in de gelederen.

Een jonge kapitein genaamd Charles de Gaulle liet zich bewonderend uit over de nieuwe chef in Verdun: ‘Een leider stond op en leerde zijn mannen het werkelijke van het ingebeelde en het mogelijke van het onmogelijke te onderscheiden.’

Pétain richtte zijn hoofdkwartier in een gehucht buiten Verdun in en eiste meteen meer artillerie. Daarna belde hij met de generaals van de troepen die aan het front aan het vechten waren.

‘Ik heb het bevel. Houd stand. Zeg het aan de troepen. Ik vertrouw op u,’ zei hij kort maar krachtig. Vervolgens sprak hij met zijn hoofdingenieur, die de enige uitvalsweg uit Verdun had
geïnspecteerd. Het was een onverhard weggetje met twee rijbanen.

‘Houdt de weg het?’ vroeg Pétain.
‘De weg houdt het,’ antwoordde de man.

Het was nogal een operatie, maar de aanvoer van versterkingen en voorraden kon in stand blijven.

Op een kaart van het slagveld wees Pétain de plekken aan waar geschut en verdedigingslinies moesten komen.

‘Spaar uw krachten. Later komt er een tegenoffensief,’ deelde hij mee aan de troepen.

Vuurkracht was nodig – en geen dwaze overmoed – om Verdun in Franse handen te houden.

Als zijn officieren elke ochtend rapport uitbrachten, wilde Pétain maar één ding weten: ‘Wat hebben uw kanonnen uitgericht? Bewaar de andere details voor later.’

Ordonnans en brancardier waren
de gevaarlijkste baantjes.

© SZ Photo/Scanpix

Nieuwe uitdagingen bij Slag om Verdun

Generaal Pétain was nog niet bij het front aangekomen of er was slecht nieuws: op 25 februari viel het Fort Douaumont, de sterkste ondergrondse vesting.

Dat was niet alleen een klap in het gezicht van de Fransen, het leverde de Duitsers een perfect uitkijkpunt op het gebied ten noorden van Verdun op.

De nieuwe bevelhebber liet gezwind extra versterkingen aanrukken om een nieuwe frontlinie te vormen en de opmars van de vijand te stuiten.

Als eerste zette Pétain het 33e Regiment in, dat hij vóór de oorlog zelf had geleid.

Deze eenheid loste de overblijfselen van de Franse strijdmacht af die het dorp Douaumont verdedigde.

Meteen openden de Duitsers de aanval. Franse machinegeweren richtten een slachting aan in de grijze gelederen, maar de bestorming ging door tot aan de huizen, waar zich een felle strijd met bajonetten en granaten ontvouwde.

De Duitsers namen Douaumont in en werden er weer uit gewerkt door een Franse tegenaanval, om vervolgens een nieuwe uitval te doen.

Ondertussen bestookten de kanonnen van beide legers om beurten de huizen van het dorp. De brokstukken werden verpulverd door granaten, en uiteindelijk bleef ervan het dorp niets dan wit stof over.

Het 33e leed zware verliezen. De gerespecteerde jonge kapitein Charles de Gaulle raakte gewond en werd krijgsgevangen gemaakt. Samen met andere eenheden wist het regiment het front echter te stabiliseren.

Op 27 februari boekten de Duitse divisies voor het eerst sinds het begin van het offensief geen voortgang meer.

Dit was niet alleen te danken aan Pétain en zijn versterkingen, want hun succes ten spijt waren de Duitsers uitgeput van de hevige strijd.

Het vergde een bovenmenselijke inspanning om het geschut te verplaatsen over de door granaten omgewoelde grond, die door de dooi een modderpoel was geworden.

Kroonprins Wilhelm van Pruisen liet de eerste fase van het offensief dan ook afblazen. Hij had Verdun bijna veroverd – als dat gebeurd was, had hij zonder het te weten Von Falkenhayns plan om de Fransen te laten doodbloeden verpest.

Soldaten waren kanonnenvoer

Toen de Duitse opmars stokte, begon er een langdurige uitputtingsslag. In maart vielen Duitse troepen ten westen van de Maas aan om Pétains artillerie van zijn sterke posities te verdrijven.

Maar de Fransen waren voorbereid, en deze keer moesten de aanvallers voor elke meter vechten.

Aan het front kwam de grootste bedreiging echter niet van vijandelijke soldaten, maar van het aanhoudende bombardement.

Vaak werden troepen door hun eigen geschut onder vuur genomen, doordat het niet ver genoeg schoot of beschadigd was.

De heuvelrug van Mort-Homme en ‘Heuvel 304’, waar de Duitsers zich een weg naar boven vochten, zagen eruit als vulkanen, gehuld in een dikke rook.

In het inferno zochten soldaten dekking in granaatkraters vol water.

Op 9 april stuurde een Franse kapitein 175 man naar voren om een stelling te verdedigen. Zijn instructies waren helder:

‘Op een dag zullen de Duitsers jullie tot de laatste man afslachten, en het is jullie plicht om te vallen.’

Maar het liep anders, want de kapitein zag in de vier dagen dat hij de linie vasthield niet één Duitser. Zijn compagnie werd door granaten uitgedund tot 34 man – sommigen tot waanzin gedreven.

De Duitsers beschikten nu over 2200 kanonnen bij Verdun; Pétain had er 1777. Hoeveel hij ook smeekte en schold, hij kreeg er niet meer van het opperbevel.

Hij moest op zoek naar andere manieren om zijn soldaten meer slagkracht te geven.

 

Frankrijk had langste adem in Slag om Verdun

Pétains sterkste wapen bleek een snelle aflossing van de troepen bij Verdun. Om de dag trok hij een uitgedunde divisie terug van het front, zodat de mannen in het achterland konden rusten.

‘Eerst kwamen de skeletten van de compagnieën, onder leiding van een gewonde officier met een stok,’ schreef een ooggetuige. ‘Ze marcheerden, of beter gezegd strompelden met kleine stapjes, terwijl ze zwalkten als een dronkenlap. Ik hoorde iemand zeggen: “Dit is geen leger meer, dit zijn lijken.”’

Een jonge officier die een groep overlevenden aanvoerde, zag Pétain vanuit de berm toekijken. De tranen stonden in zijn ogen. Maar hij moest wel nieuwe divisies naar het front sturen.

De troepen die naar Verdun liepen zongen niet, zoals marcherende Franse troepen plachten te doen. Sommigen zetten het zelfs op een blaten, als offerlammeren op weg naar het altaar.

Maar ze volgden hun bevelen op, en dankzij de aflossingen van Pétain hadden ze een kans om het er levend vanaf te brengen, misschien zelfs ongedeerd.

Aan Duitse zijde was het een ander verhaal. De eenheden bleven lang aan het front en werden steeds aangevuld om verliezen te compenseren.

Op 1 mei hadden 40 Franse divisies bij Verdun gevochten, tegen slechts 27 Duitse. De Duitse soldaten wisten donders goed dat sneuvelen of zwaargewond raken bijna onontkoombaar was.

De uitputtingsslag ging door, en het einde was niet in zicht. Beide partijen hadden bijna 200.000 man verloren. Toen viel het Duitse offensief ineens stil.

Aan de Somme, verder naar het noorden, begonnen de Britten op 1 juli 1916 een groot offensief, en de Duitsers moesten alle zeilen bijzetten om deze sector te verdedigen.

Nu konden de Fransen oprukken, tot de kanonnen in november – 10 maanden na het begin van de veldslag – eindelijk zwegen.

Iedereen verloor Slag om Verdun

Kroonprins Wilhelm legde de laatste kilometer naar de stad nooit af, en Von Falkenhayns bloedige plan had hem zelf evenveel verliezen opgeleverd.

De hel van Verdun kostte troepen, tijd en materieel die Duitsland niet kon missen, en de veldslag was een opmaat tot de nederlaag in 1918.

Verdun had ook grote gevolgen voor Frankrijk. Het leger was geradbraakt, en toen de soldaten in 1917 opnieuw kansloze aanvallen moesten uitvoeren, sloegen ze aan het muiten. De helft van hen weigerde bevelen op te volgen.

De enige generaal die op handen gedragen werd door zijn soldaten omdat hij om hen gaf, werd opperbevelhebber, en Pétain wist de slagvaardigheid van het leger te herstellen.

Toen de oorlog voorbij was, werd hij als de verlosser van het vaderland gezien.

In 1940 liepen Hitlers strijdkrachten Frankrijk onder de voet, en Pétain kreeg de leiding over een regering die met de Duitsers meewerkte om het volk meer leed te besparen.

Dat werd hem niet in dank afgenomen. Zijn oude bewonderaar Charles de Gaulle werd in 1945 de leider van het vrije Frankrijk, dat Pétain levenslang gaf wegens hoogverraad.

Een lantaarn in de top van de toren van het mausoleum beschijnt het slagveld als het donker is.

© AKG Images

130.000 onherkenbare lijken bij Slag om Verdun

Het gedenkteken bij Verdun bevat beenderen van 130.000 mannen die niet geïdentificeerd konden worden. De granaten richtten te veel schade aan.

Na de Eerste Wereldoorlog dachten de Fransen terug aan de Slag om Verdun met een mengeling van trots en afschuw. Beide gevoelens kwamen tot uitdrukking in het monument annex mausoleum dat in 1932 verrees.

Vóór het gebouw bevindt zich de grootste militaire begraafplaats van Frankrijk met 16.000 graven met kruis en naambordje. In het gedenkteken liggen 130.000 anonieme doden.

De verhouding tussen die aantallen getuigt van de verschrikkelijke uitwerking van de granaten, die in 1916 van Verdun de hel op aarde maakten. De scherven reten de lichamen van de soldaten uiteen, en de lijken vlogen door de lucht. Slechts weinigen konden worden geïdentificeerd.

Lees ook

Alistair Horne: The Price of Glory: Verdun 1916, Penguin, 1993 (1962). Malcolm Brown: Verdun 1916, Tempus, 1999. Christina Holstein: Fort Douaumont, Pen & Sword, 2002. 

Bekijk ook ...